← België

ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20081112.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 12 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20081112.13 Rolnummer: 08/144/A Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-10-21 Raadplegingen: 142 - laatst gezien 2026-07-02 18:17 Fiche Uit het feit dat de testatrice onder voorlopig bewind werd geplaatst, kan niet automatisch worden afgeleid dat zij ongezond van geest zou zijn geweest. De maatregel van voorlopig bewind wordt immers ook opgelegd bij louter lichamelijke aandoeningen, die geen enkele wilsverzwakking met zich brengen. Ingevolge de wijziging van artikel 488bis,

  1. h)§2 B.W. bij wet van 3 mei 2003 kan de beschermde persoon slechts geldig schenken onder levenden of een uiterste wilsbeschikking maken na machtiging, op zijn verzoek, door de vrederechter. De vrederechter oordeelt over de wilsgeschiktheid van de beschermde persoon, hetgeen wil zeggen dat hij nagaat of de beschermde persoon gezond van geest is in de zin van artikel 901 B.W. en dus een geldige toestemming kan verlenen. Ook na de wetswijziging is er dus geenszins sprake van een automatische onbekwaamheid tot testeren ingeval van voorlopig bewind. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Testamenten Vrije woorden: testament - gezondheid van geest - voorlopig bewind Tekst van de beslissing De rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, vierde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis : A.R. nr. 08/144/A INZAKE : Mevrouw X, eiseres, TEGEN : 1. Mevrouw , 2. Mevrouw 3. Mevrouw 4. De heer verweerders, * * * * * De rechtbank neemt in acht : - de inleidende dagvaarding van 18.01.2008 - de beschikking van 16.04.2008 verleend overeenkomstig artikel 747 §1 van het gerechtelijk wetboek - de conclusies voor verweerders neergelegd ter griffie op 28.05.2008 en 03.09.2008 - de conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 18.06.2008 - de voor de partijen neergelegde stukken. * * * * * 1. Voorwerp van de vordering De betwisting tussen de partijen betreft de nalatenschap van wijlen mevrouw V.P., overleden te Sint-Amands op 14.08.2007, in het bijzonder de rechtsgeldigheid van haar testament van 05.12.2003. De vordering van eiseres strekt er toe de testamenten die wijlen mevrouw V.P. maakte ten voordele van verweerders toen zij onder voorlopig bewind stond, inzonderheid die van 07.06.2002 en 05.12.2003, nietig te verklaren, en te zeggen voor recht dat mevrouw V.P. haar enige geldige testament maakte op 15.01.2001 toen zij eiseres als enig algemeen legataris aanstelde. Eiseres vraagt verweerders te veroordelen tot de kosten, waarbij zij de rechtsplegingvergoeding begroot op euro 1.200,00, en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met verbod van kantonnement. Verweerders besluiten tot de ongegrondheid van de vordering en vragen eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding, waarbij zij de rechtsplegingvergoeding aan hun zijde begroten op euro 1.200,00. 2. Ontvankelijkheid De vordering is tijdig en regelmatig ingesteld, en derhalve ontvankelijk, waarover tussen partijen geen betwisting bestaat. 3. Feitelijke gegevens Wijlen mevrouw Irena V.P. overleed te Sint-Amands op 14.08.2007 zonder reservataire erfgenamen. Er liggen drie testamenten van wijlen mevrouw V.P. neer, telkens verleden voor notaris Harry Maeyens met standplaats te Bornem (stukken 1, 4 en 5 dossier eiseres) : - testament van 15.01.2001 : mevrouw G. wordt als enig algemeen legataris aangesteld - testament van 21.11.2002 : opnieuw aanstelling van mevrouw G. als algemeen legataris, nadat een testament van 07.06.2002, waarbij de nalatenschap werd vermaakt aan de heer G. en mevrouw M., wordt herroepen - testament van 05.12.2003 : aanstelling van het echtpaar G.-M. als enige algemene legatarissen. Het testament van 07.06.2002 wordt niet voorgelegd. De heer G. overleed op 21.11.2007 en liet zijn echtgenote, M., en vier kinderen (de overige verweerders en eiseres) na als enige wettige en reservataire erfgenamen (akte van bekendheid van notaris A. De Block van 29.04.2008, stuk 7 dossier eiseres). Op 06.12.2003 attesteerde huisarts H. Van der Veken dat mevrouw V.P. in staat mocht worden geacht gefundeerde beslissingen te kunnen nemen aangaande haar wilsbeschikking (bijlage bij stuk 5 dossier eiseres). Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Willebroek van 23.08.2001 werd Mr. Filip Van Rompaey aangesteld als voorlopig bewindvoerder voor mevrouw V.P.. 4. Beoordeling ten gronde 4.1. Volgens eiseres beschikte wijlen mevrouw V.P. ten tijde van het opmaken van de testamenten van 07.06.2002 en 05.12.2003 niet meer over de nodige gezondheid van geest. Uit haar conclusie blijkt dat eiseres aanspraak maakt op de nalatenschap op grond van het testament van 15.01.2001. Minstens, zo voert eiseres aan, is er sprake van captatie en suggestie. Verweerders betwisten dit alles, en verwijzen naar het attest van dr. Van der Veken van 06.12.2003. Tevens merken zij op dat ook de instrumenterende notaris de gezondheid van geest van de testatrice heeft vastgesteld. Verder leggen verweerders een attest voor van dr. J. Vanderborght van 08.06.2002, waarin deze verklaart dat Irena V.P. in staat was om met haar geestelijke vermogens een testament op te stellen, en dat er geen dementie aanwezig was (stuk 1 dossier verweerders). 4.2. Artikel 901 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat men, om een schenking onder levenden te kunnen doen of een testament te kunnen maken, gezond van geest moet zijn. Gezondheid van geest impliceert naast vrijheid van wil ook helderheid van geest. Wie op grond van ongezondheid van geest de nietigheid van een testament inroept, moet bewijzen dat de testator ongezond was van geest op het ogenblik dat hij het betwiste testament opstelde. Dit bewijs kan worden geleverd door alle middelen van recht (Cass. 19.01.2001, R.W. 2001-02, 952). 4.3. Eiseres steunt zich onder meer op het verslag van dr. A. D'Heer van 27.11.2001 (stuk 3 dossier eiseres). Dr. D'Heer, blijkbaar gespecialiseerd in heelkunde, verzekeringsge-neeskunde, en evaluatie van menselijke schade, bezocht wijlen mevrouw V.P. op vraag van de raadsman van eiseres, zo stelt hij in de aanhef van zijn verslag. De reden van zijn bezoek wordt als volgt omschreven : "Zoals door U meegedeeld bestaat er een probleem dat betrokkene een voorlopig bewindvoerder toegevoegd kreeg en hieromtrent zeer ongelukkig is." Vervolgens vermeldt dr. D'Heer inderdaad een aantal bekommer-nissen van mevrouw V.P. betreffende het voorlopig bewind, maar ook betreffende een bepaald familielid (een nicht) dat haar wil "benadelen". De rechtbank citeert de passages uit het verslag van dr. D'Heer die in het kader van de beoordeling van het geschil relevant zijn : "Gezien het een vrije moeilijke zaak is op een kort tijdsbestek een inzicht te krijgen in de psychische toestand van betrokkene, worden verdere vragen gesteld aan de familieleden, welke haar bezoeken, met name een nicht, alsook aan het hoofd van het verplegend personeel in het rusthuis. Hieruit kan worden besloten dat betrokkene in geen geval volledig dement is, doch dat er wel hiaten bestaan in haar beoordelingsvermogen. (...) Wij kunnen dan ook als slot besluiten dat betrokkene in zekere mate dient beschermd te worden tegen zichzelf, gezien haar oordeelsvermogen niet op alle ogenblikken even coherent is, doch dat deze kontrole iets minder streng kan zijn, gezien zij zeker niet volledig dement is." 4.4. Eerst en vooral plaatst de rechtbank vraagtekens bij de objectiviteit en onpartijdigheid van het verslag van dr. D'Heer, dat werd opgesteld op vraag van de raadsman van eiseres, zodat het verslag met de nodige omzichtigheid dient te worden beoordeeld. Bovendien wijst dr. D'Heer er zelf op dat het moeilijk is om binnen een kort tijdsbestek een inzicht te krijgen in de psychische toestand van betrokkene. Het enige psychische probleem dat hij bij wijlen mevrouw V.P. detecteerde, waren hiaten in het beoordelingsvermogen. Deze hiaten blijken haar bekende personen te betreffen, zo onder meer de voorlopig bewindvoerder, voor wie mevrouw V.P. volgens dr. D'Heer "geen enkel goed woord over had". Verder is het verslag in tegenspraak met de attesten van dr. Van der Veken en dr. Vanderborght én met de vaststellingen van de notaris, die in de loop van de jaren 2001-2003 voor de testatrice toch vier testamenten heeft verleden, en zich zo toch een idee kon vormen over haar geestestoestand over de jaren heen. 4.5. Evenmin kan uit het feit dat wijlen mevrouw V.P. bij beschikking van 23.08.2001 onder voorlopig bewind werd geplaatst, automatisch worden afgeleid dat zij ongezond van geest zou zijn geweest. De maatregel van voorlopig bewind wordt immers ook opgelegd bij louter lichamelijke aandoeningen, die geen enkele wilsverzwakking met zich brengen (H. NYS, "Artikel 901 B.W.", in Commentaar Erfenissen, schenkingen en testamenten). Het medisch verslag waarvan gewag wordt gemaakt in de beschikking van de vrederechter, wordt niet voorgebracht. Ingevolge de wijziging van artikel 488bis,
  2. h)§2, bij wet van 03.05.2003 (B.S. 31.12.2003, in werking getreden op 31.12.2003) kan de beschermde persoon slechts geldig schenken onder levenden of een uiterste wilsbeschikking maken na machtiging, op zijn verzoek, door de vrederechter, zoals eiseres opmerkt. De vrederechter oordeelt over de wilsgeschiktheid van de beschermde persoon, hetgeen wil zeggen dat hij nagaat of de beschermde persoon gezond van geest is in de zin van artikel 901 van het burgerlijk wetboek en dus een geldige toestemming kan verlenen (W. PINTENS, "De testeerbekwaamheid van de onder bewind gestelde" (noot onder Vred.Aarschot 12.02.2004), R.W. 2004-05, 518). Ook na de wetswijziging is er dus geenszins sprake van een automatische onbekwaamheid tot testeren ingeval van voorlopig bewind. De rechtbank is, gelet op hetgeen voorafgaat, van oordeel dat niet afdoende naar recht wordt bewezen dat de testatrice op het ogenblik van het verlijden van de testamenten van 07.06.2002 en 05.12.2003 niet over de gezondheid van geest beschikte zoals vereist in artikel 901 van het burgerlijk wetboek. 4.6. Eiseres voert tevens aan dat er minstens sprake is van captatie en suggestie. Er wordt aangenomen dat er sprake is van captatie en suggestie wanneer de kunstgrepen door de legataris of een derde gebezigd van die aard zijn dat de testator niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben getesteerd (Cass. 27.04.1979, Pas. 1979, I, 1014). Om dergelijke erfenisbejaging te kunnen weerhouden, moet daarenboven worden aangetoond dat het arglistig optreden de determinerende beweegreden van de gift was (Brussel 07.06.1980, Rev.not.b. 1982, 43). Eiseres toont echter op geen enkele wijze aan dat er kunstgrepen werden aangewend die zouden geleid hebben tot de testamenten van 07.06.2002 en 05.12.2003. De overige argumenten van partijen kunnen niet tot een andere conclusie leiden, zodat de rechtbank hier verder niet op in dient te gaan. De vordering van eiseres wordt, gelet op hetgeen voorafgaat, ongegrond verklaard. BESLISSING VAN DE RECHTBANK : Dit vonnis wordt uitgesproken op tegenspraak en in eerste aanleg; De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op de latere aanvullingen en wijzigingen, werden in acht genomen; De bepalingen van de wetten van 26.06.2000 en 30.06.2000 betreffende de invoering van de euro en de de in uitvoering hiervan genomen koninklijke besluiten van 20.07.2000 daaraan werden eveneens in acht genomen; De vordering is ontvankelijk maar ongegrond, en wordt afgewezen; Eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van deze procedure, voor haarzelf begroot op euro 402,35 (dagvaarding) + euro 1.200,00 (rechtsple-gingvergoeding) en voor verweerders samen begroot op euro 1.200,00 (rechtsplegingvergoeding). Dit vonnis werd uitgesproken op twaalf november tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde kamer, die samengesteld was uit Mevrouw N. PEETERS, rechter, voorzitter van de kamer De heer H. BERGHMANS, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.