← België

ECLI:BE:EAANT:2009:JUG.20090923.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 23 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2009:JUG.20090923.2 Rolnummer: 09/863/A Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2009-10-21 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 20:18 Fiche Artikel 1470 B.W. betreffende de gerechtelijke scheiding van goederen is niet bedoeld voor het geval waarin tegen een echtgenoot die 17 jaar geleden werd veroordeeld wegens een stedenbouwmisdrijf thans uitvoeringsmaatregelen worden genomen. De onregelmatigheden in het gedrag van de echtgenoot zullen slechts een grond tot gerechtelijke scheiding van goederen opleveren wanneer zij als schuldige tekortkomingen die voortvloeien uit de ingesteldheid van de betrokkene en die derhalve in de toekomst zullen aanhouden, kunnen worden aangemerkt. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJK - Gevolgen huwelijk Vrije woorden: gerechtelijke scheiding van goederen - belangen echtgenoot in gevaar - schuldige tekortkomingen van andere echtgenoot Tekst van de beslissing De rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, vierde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis : A.R. nr. 09/863/A INZAKE : Mevrouw X, eiseres, TEGEN : De heer Y, verweerder, * * * * * De rechtbank neemt in acht : - de inleidende dagvaarding van 08.06.2009 - het uittreksel uit het register gehouden ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 1311 van het gerechtelijk wetboek, gedateerd 17.06.2009 - de publicatie in het Belgisch Staatsblad van 24.06.2009 - de voor mevrouw X ter zitting van 24.06.2009 neergelegde stukken. * * * * *

  1. Voorwerp van de vordering De vordering, zoals geformuleerd in de dagvaarding, strekt er toe, bij uitvoerbaar vonnis : - te zeggen voor recht dat op basis van artikel 1470 van het burgerlijk wetboek de huwgemeenschap tussen partijen zal vereffend en verdeeld worden en dat tot gerechtelijke scheiding van de goederen dient te worden overgegaan - te bevelen dat vooraf een boedelbeschrijving zal worden opgemaakt - partijen te verwijzen naar notaris Van Noten met standplaats te Willebroek of een andere notaris door de rechtbank aan te wijzen, die de boedelbeschrijving, de rekeningen en de verdeling zal opmaken en gelast zal worden met de organisatie van de gerechtelijke scheiding van goederen - een notaris aan te wijzen met opdracht de niet verschijnende of weigerende partij te vertegenwoordigen - de kosten van het geding ten laste te leggen van de verwerende partij, alsmede ten laste van de boedel, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. Overeenkomstig artikel 1311 van het gerechtelijk wetboek werd op 17.06.2009 een uittreksel van de vordering tot scheiding van goederen ingeschreven in het daartoe op de griffie van deze rechtbank gehouden register. Dit uittreksel werd bij toepassing van artikel 1312 van hetzelfde wetboek opgenomen in het Belgisch Staatsblad van 24.06.
  2. De heer Y gedroeg zich ter zitting van 24.06.2009 bij monde van zijn raadsman naar de wijsheid van deze rechtbank. De rechtbank herinnert eraan dat "zich naar de wijsheid van de rechter gedragen" betekent dat men de vordering betwist (Cass. 07.01.1983, Arr.Cass. 1982-83, 587).
  3. Beoordeling 2.
  4. Partijen zijn gehuwd op 06.10.1959 onder het stelsel van gemeenschap beperkt tot de aanwinsten (stuk 1 : huwelijkscontract van 05.10.1955). Mevrouw X voert aan dat de heer Y op 21.05.1992 door de correctionele rechtbank te Mechelen werd veroordeeld in verband met werkzaamheden uitgevoerd aan een onroerend goed te Willebroek, Vaartstraat 94 (stuk 3). In uitvoering van dit vonnis werd op 07.11.2008 uitvoerend beslag gelegd op de roerende goederen in de echtelijke woonst, en vervolgens overgegaan tot openbare gerechtelijke verkoping (stukken 4 en 5). Na deze verkoop bleef een openstaand verschuldigd saldo van euro 172.590,28, waarvoor op 30.03.2009 herhaald bevel werd betekend (stuk 6). Volgens mevrouw X staat vast dat de instandhouding van het huwelijksvermogensstelsel haar belangen en de belangen van het gemeenschappelijk vermogen aanzienlijk in gevaar brengt. Zij stelt dat deze ernstige bedreiging van het huwelijksvermogen volkomen vreemd is aan haar, en louter en alleen terug te brengen is tot het strafdossier waarin de heer Y betrokken is en het administratiefrechtelijk gevolg dat daaraan wordt gegeven. Zij vordert op deze gronden de gerechtelijke scheiding van goederen. 2.
  5. Artikel 1470 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat een der echtgenoten of zijn wettelijke vertegenwoordiger scheiding van goederen in rechte kan vorderen, wanneer uit de wanorde in de zaken van de andere echtgenoot, zijn slecht beheer of de verkwisting van zijn inkomsten blijkt dat de instandhouding van het stelsel de belangen van de eisende echtgenoot in gevaar brengt. De gerechtelijke scheiding van goederen is de uiterste maatregel die een echtgenoot kan nemen wanneer zijn belangen ernstig en op blijvende wijze in gevaar worden gebracht. Het is niet voldoende dat de eisende echtgenoot zou aantonen dat zijn deel in het gemeenschappelijk vermogen kan worden aangetast. Hij moet tevens de verwerende echtgenoot feiten kunnen ten laste leggen die zijn schuldige tekortkomingen bewijzen. Dit houdt in dat de echtgenoot zal moeten bewijzen dat het problematisch gedrag van de echtgenoot van aanhoudende aard is, en derhalve ook in de toekomst problemen zal scheppen. De onregelmatigheden in het gedrag van de echtgenoot zullen slechts een grond tot gerechtelijke scheiding van goederen opleveren wanneer zij als schuldige tekortkomingen die voortvloeien uit de ingesteldheid van de betrokkene en die derhalve in de toekomst zullen aanhouden, kunnen worden aangemerkt (A. WYLLEMAN, in Comm. Pers., B.W. Art. 1470, 1-2). 2.
  6. De schuld die mevrouw X aanhaalt, is het gevolg van een veroordeling die de heer Y 17 jaar geleden opliep wegens een stedenbouwmisdrijf, bestaande onder meer in het oprichten en instandhouden van een garagebergplaats en een onderhoudswerkplaats op een stuk grond dat blijkbaar eigendom was van beide echtgenoten. Mevrouw X voert voor het overige evenwel geen enkele kritiek aan met betrekking tot de wijze waarop de heer Y zijn zaken beheert. Deze rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen voorafgaat, de vordering tot gerechtelijke scheiding van goederen niet bedoeld is voor dergelijk geval. De voorwaarden voor toepassing van artikel 1470 van het burgerlijk wetboek zijn niet vervuld. De vordering van mevrouw X, weliswaar ontvankelijk, dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
  7. De kosten van het geding Gelet op de hoedanigheid van partijen worden overeenkomstig artikel 1017, lid 4 van het gerechtelijk wetboek de gedingkosten omgeslagen bij helften. Nu de vordering niet in geld waardeerbaar is, wordt de rechtsplegingsvergoeding begroot op euro 1.200,00, zijnde het basis-bedrag voor dergelijke vorderingen. BESLISSING VAN DE RECHTBANK : Dit vonnis wordt uitgesproken op tegenspraak en in eerste aanleg; De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op de latere aanvullingen en wijzigingen daaraan werden in acht genomen; De wetten van 26.06.2000 en 30.06.2000 betreffende de invoering van de euro en de in uitvoering hiervan genomen koninklijke besluiten van 20.07.2000 werden eveneens in acht genomen; De vordering is ontvankelijk maar ongegrond, en wordt afgewezen; Partijen worden elk veroordeeld tot de helft van de gedingkosten, voor mevrouw X begroot op euro 215,89 (dagvaardingskosten) + euro 1.200,00 (rechtsplegingsvergoeding), en voor de heer Y begroot op euro 1.200,00 (rechtsplegingsvergoeding). Dit vonnis werd uitgesproken op drieëntwintig september tweeduizend en negen in openbare zitting van de vierde kamer, die samengesteld was uit Mevrouw N. PEETERS, rechter, voorzitter van de kamer De heer H. BERGHMANS, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.