id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Oost-Vlaanderen Vonnis/arrest van 14 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAOVL:2008:JUG.20081114.10 Rolnummer: 20.L3.1531/08/26 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-27 Raadplegingen: 182 - laatst gezien 2026-07-02 18:19 Fiche Indien men wetens en willens gebruik maakt van andermans draadloos netwerk, zonder dat men daartoe toestemming heeft gekregen van de titularis van dat draadloos netwerk, dan pleegt men een externe hacking in de zin van artikel 550bis §1 van het Strafwetboek. Het is niet vereist dat de dader een bijzonder opzet had; dit is in voorkomend geval enkel een verzwarende omstandigheid. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Informaticamisdrijven Vrije woorden: Informaticacriminaliteit - externe hacking - surfen op andermans draadloos netwerk - algemeen opzet Nota: Het vonnis in kwestie is gewezen in een eerste zaak waarin een ogenschijnlijk onschuldig en dagdagelijks fenomeen, een kwalijk strafrechtelijk label kreeg opgekleefd. Vaak wordt vergeten dat de onschuldige houder van een draadloos netwerk dreigt de kop van jut te worden indien IP-identificatie hem zou aanduiden als degene die bvb. kinderporno of andere illegale bestanden heeft gedownload, terwijl hij zich nochtans van geen kwaad bewust is. De potentiële gevaarszetting is aldus niet te verwaarlozen. Het is een algemeen misverstand dat het zondermeer gebruik maken van andermans draadloos netwerk toegelaten is. Artikel 550bis §1 van het Strafwetboek stelt uitdrukkelijk strafbaar 'hij die, terwijl hij weet dat hij daartoe niet gerechtigd is, zich toegang verschaft tot een informaticasysteem of zich daarin handhaaft'. Een draadloos netwerk wordt aldus beschouwd als een informaticasysteem in de zin van de strafwet. Een informaticasysteem in de zin van de strafwet beperkt zich dus geenszins tot de hardware (de computer) van iemand, doch omvat kennelijk evenzo alle daaraan verbonden systemen, netwerkapplicaties en -configuraties. Het feit dat de titularis van het draadloos netwerk geen beveiliging heeft voorzien van zijn netwerk, neemt de strafbaarheid van het onrechtmatig betreden daarvan bovendien niet weg. Artikel 550bis§1, alinea 1 van het Strafwetboek vereist geen bijzonder opzet. Indien de toegang tot het draadloos netwerk zou worden genomen met bedrieglijk opzet, dan houdt dit enkel een verzwarende omstandigheid in (overeenkomstig artikel 550bis, §1, alinea 2 van het Strafwetboek). Evenmin vereist artikel 550bis §1 van het Strafwetboek dat de ongenodigde bezoeker schade zou hebben aangericht of downloadcapaciteit zou hebben ontvreemd; indien zulks het geval zou zijn, kan er wel aanleiding bestaan om de verzwarende omstandigheden genoemd in §3 van artikel 550bis van het Strafwetboek te weerhouden. De wet is streng: overeenkomstig artikel 550bis §4 van het Strafwetboek wordt zelfs een poging tot het betreden van een draadloos netwerk bestraft met dezelfde straffen. Voorts vloeit uit artikel 42, 1° van het Strafwetboek voort dat de gebruikte computer, laptop of smartphone verplicht moet worden verbeurdverklaard. In die context getuigt het alhier gepubliceerde vonnis evenwel van enige creativiteit daar waar de rechtbank enigszins een mildheid weet in te bouwen door enkel de harde schijf, waarmee toegang werd genomen tot het draadloos netwerk, verbeurd te verklaren als voorwerp waarmee het misdrijf werd gepleegd. Er valt inderdaad mogelijks wat voor te zeggen om de netwerkkaart of de harde schijf (indien überhaupt niet onlosmakelijk verbonden met de computer) ‘te abstraheren' indien mogelijk. Tekst van de beslissing De Rechtbank van Eerste Aanleg te DENDERMONDE dertiende kamer, rechtdoende in strafzaken, heeft in haar openbare en buitengewone terechtzitting van 14 november 2008 het hiernavolgend VONNIS gewezen : Not. nr. DE. 20.L3.1531/08/26 Griffie nr. IN DE ZAAK VAN HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN: P.K., ... Verdacht van : Te Sint-Gillis-Waas / Meerdonk, minstens meermaals in de periode van 1 februari 2008 tot en met 5 april 2008, en minstens op 5 april 2008 : Bij inbreuk op art. 550bis § 1, eerste lid van het Swb., terwijl hij wist dat hij daartoe niet gerechtigd is, zich toegang te hebben verschaft tot een informaticasysteem of zich daarin te hebben gehandhaafd, in casu door minstens een viertal keer (zie o.a. stuk 8 strafdossier) toegang te hebben genomen tot het draadloos netwerk ter hoogte van de Margrietstraat 23 te Meerdonk, dat hem niet toebehoorde en waartoe hij niet gerechtigd was zich toegang te verschaffen.
- Procedure De rechtbank nam kennis van: - de rechtsgeldig betekende dagvaarding waarmee de zaak werd aanhangig gemaakt, tevens houdende dagstelling voor de rechtszitting van 3 oktober 2008; - de processen-verbaal en de overige stukken van de rechtspleging. De rechtbank aanhoorde op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2008, datum waarop de zaak behandeld werd: - het openbaar ministerie, waargenomen door Jan Kerkhofs, in zijn voordracht van de zaak en in zijn eis; - de beklaagde K. P. in zijn middelen van verdediging, voorgedragen door zijn raadsman mr. Jorg Bruyndonckx loco mr. Sam Dullaert, advocaten te Sint-Niklaas, die hem vertegenwoordigde.
- Gegrondheid strafvordering 2.1 Op 5 april 2008 werd door de politie Sint-Gillis-Waas/Stekene vastgesteld dat een voertuig Golf zich bevond in de Margrietstraat te Meerdonk, aan de woning met huisnummer
- De persoon aan het stuur werd geïdentificeerd als de beklaagde. De politie stelde vast dat hij achter het stuur van zijn wagen bezig was met zijn laptop. De beklaagde erkende dat hij op internet aan het surfen was. Hij liet de politie zijn laptop zien, waarop deze konden vaststellen dat de beklaagde aan het chatten was. Op het scherm van de draagbare computer was te zien dat er op de draadloze verbinding stond 'Lokaal internet, Wifi 8'. Aldus kon uitgemaakt worden dat de beklaagde zich op een onbeveiligd netwerk had begeven om te kunnen surfen op het internet. De beklaagde erkende bij zijn verhoor onder meer dat: ➢ hij naar die bewuste plaats kwam om er draadloos toegang tot het internet te kunnen nemen; ➢ hij wist dat hij op die plaats zonder paswoord draadloos toegang tot het internet kon hebben en zijn computer zelf verbinding zoekt; ➢ hij dacht dat dit een publiek toegankelijke lijn was en iederen op dit netwerk gebruik mocht maken van het internet; ➢ hij een viertal keren naar die plaats was gereden om draadloos te internetten; ➢ hij in februari 2008 had ontdekt op die plaats draadloos te kunnen internetten; ➢ de computer zijn eigendom is. 2.2 De verdediging erkende op de rechtszitting van 3 oktober 2008 in termen van pleidooien het ten laste gelegde . 2.3 De rechtbank is van oordeel, gelet op de vaststellingen van de politie en de verklaring van de beklaagde, dat de feiten voorwerp van de enige tenlastelegging voldoende bewezen zijn, deze feiten de beklaagde dienen te worden toegerekend en hem verwijtbaar zijn. Er kan geen twijfel bestaan over het feit dat de beklaagde toegang nam tot een informaticasysteem - in casu een draadloos netwerk - toebehorend tot een derde en waartoe enkel deze derde toegang kon nemen en dat de beklaagde niet beschikte over een machtiging zich tot dit draadloos netwerk toegang te verschaffen. De onwetendheid over de onrechtmatigheid van dergelijk handelen die de beklaagde in zijn verklaring voorhield, heeft geen enkele relevantie voor het bestaan, in de gegeven omstandigheden, van het weerhouden en omschreven misdrijf. Voor zogenaamde externe hacking omschreven door art. 550Bis § 1, eerste lid Sw., zoals in casu, volstaat immers een algemeen opzet en is geen bijzonder opzet vereist (zie: Arbitragehof 24 maart 2004, www.grondwettelijkhof.be); een eventueel bedrieglijk opzet is enkel een verzwarende omstandigheid voor het misdrijf, doch geen constitutief bestanddeel. De beklaagde wist dat hij toegang nam tot een draadloos netwerk en hij nochtans geen toelating had om zich toegang te verschaffen, zodat er sprake is van wetens en willens handelen. Hij begaf zich trouwens doelbewust naar de bewuste plaats, omdat hij wist dat hij daar zonder paswoord in te voeren toegang tot het netwerk kon nemen.
- Straftoemeting 3.1 De straftoemeting moet worden bepaald gelet op de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden en de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, zijn gezinstoestand en zijn arbeidssituatie voor zover bekend. 3.2 De feiten zijn objectief zwaarwichtig. Externe hacking van een draadloos netwerk dient immers beschouwd te worden als een vorm van diefstal. Niet alleen neemt men immers ongeoorloofd toegang tot een netwerk, doch tevens ontneemt men op die wijze downloadcapaciteit voor de eigenaar van het netwerk. Dergelijke vormen van informaticacriminaliteit verstoort op ernstige wijze een normaal internetverkeer en noopt tot steeds meer beveiligingsmaatregelen. Voornamelijk de gevaarzetting van dergelijk handelen stemt tot nadenken en verdient maatschappelijke reactie. Dergelijk handelen vergt in beginsel enige gestrengheid in de bestraffing. 3.3 De straftoemeting moet echter niet enkel de vergeldingsbehoefte dienen, maar ook de generale en speciale preventie. De op te leggen straf of maatregel moet dan ook in beginsel van aard zijn de beklaagde ervan te weerhouden zich in de toekomst nog aan dergelijke feiten schuldig te maken en hem aan te sporen deze wetgeving voortaan rigoureus na te leven. 3.4 De beklaagde is nu 22 jaar. Hij is arbeider ... en heeft een vast contract. Hij heeft een blanco strafregister. 3.5 Door de beklaagde werd de opschorting van de uitspraak van veroordeling gevraagd, waarover het openbaar ministerie gunstig advies verleende. De rechtbank kan op deze vraag ingaan rekening houdend met het gunstig strafrechtelijk verleden van de beklaagde, de concrete beperkte impact van de feiten en zijn professionele situatie. Een veroordeling, zelfs met uitstel, zou een sociaal en professioneel declasserend effect kunnen hebben, wat in dit geval dient vermeden te worden. De beklaagde dient echter deze les voor zijn lichtzinnig gedrag goed voor ogen te houden, in het besef dat opschorting in deze omstandigheden een absolute gunst is. 3.6 De veroordeling tot betaling van de vaste vergoeding is voor elke criminele, correctionele en politiezaak een verplichte aanvulling van de strafrechtelijke veroordeling. Zij heeft een eigen karakter en is geen straf (zie: Cass. 9 november 1994, J.T., 1995, 214, waarnaar wordt verwezen door: Gent, 3de kamer, 28 februari 2008, griffienr. C/304/08, onuitg.). Zij moet worden uitgesproken ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten, in het bijzonder ongeacht de omstandigheid dat de feiten dateren van vóór de inwerkingtreding van de wetsbepalingen die de rechter ertoe verplichten die vergoeding aan iedere veroordeelde op te leggen. Artikel 2 Sw. is op die bijdrage niet toepasselijk. In toepassing van artikel 6, eerste al. van de Programmawet II van 27 december 2006 en de artikelen 77, tweede lid en 79 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, bedraagt deze vergoeding, na indexatie, actueel 29,30 euro. De beklaagde wordt veroordeeld tot dit bedrag. 3.7 De bijzondere verbeurdverklaring van de goederen die hebben gediend tot het plegen van de misdrijven dient bevolen te worden, nl. Het voorwerp van het overtuigingsstuk nr. 02804/2008 van het register van de correctionele griffie te Dendermonde, zijnde de harde schijf van de laptop van de beklaagde, waarmee toegang tot het netwerk werd genomen. Gezien de hiervoor in de tenlasteleggingen en hierna vermelde artikelen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, art. 11, 12, 14, 21 tot en met 23, 31 tot en met 37, 40 en 41 ; Wetboek van strafvordering, art. 3 V.T., 162, 179, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 191, 194 en 195, 211, 365; Strafwetboek, art. 2, 42, 1°, 43, 100; Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, art. 1, 3; OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak VERKLAART de beklaagde schuldig aan de feiten omschreven onder de enige tenlastelegging; GELAST voor de beklaagde voor deze feiten de gewone OPSCHORTING van de uitspraak van veroordeling voor een termijn van drie jaar; LEGT de beklaagde een vergoeding op van 29,30 euro bedoeld door art. 77 van het K.B. van 27 april 2007; Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring van de goederen die hebben gediend tot het plegen van de misdrijven nl. het voorwerp van het overtuigingsstuk nr. 02804/2008 van het register van de correctionele griffie te Dendermonde, zijnde de harde schijf van de laptop van de beklaagde, waarmee toegang tot het netwerk werd genomen. VEROORDEELT de beklaagde tot de aan de zijde van het openbaar ministerie gevallen kosten begroot op 28,19 euro. Aldus uitgesproken in openbare en buitengewone terechtzitting van VEERTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT. Aanwezig: B.J. Meganck, alleenrechtsprekend rechter; J. Coppens, substituut-procureur des Konings; M. De Wit, griffier; Correctionele rechtbank Dendermonde, 13e kamer, 14 november 2008 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div