← België

ECLI:BE:EAOVL:2009:JUG.20090302.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Oost-Vlaanderen Vonnis/arrest van 02 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:EAOVL:2009:JUG.20090302.14 Rolnummer: 20.95.16/08/26 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-27 Raadplegingen: 130 - laatst gezien 2026-07-02 19:18 Fiche Overeenkomstig artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering is elke verstrekker van een elektronische communicatiedienst en elke operator van een elektronisch communicatienetwerk verplicht om de door de procureur des Konings gevorderde informatie met betrekking tot Belgisch territoriaal geachte (tele)communicatiedata, in werkelijke tijd mede te delen in handen van de procureur des Konings. Daarbij maakt voornoemd artikel géén onderscheid in functie van de immatriculatie of nationaliteit die de operator/ISP (Internet Service Provider) zou bezitten; de wettelijke verplichting richt zich zonder onderscheid tot elke operator/ISP die op het Belgische grondgebied (reëel of virtueel) wordt aangetroffen of (reëel of virtueel) aanwezig is en die in België diensten ontplooit. In die context dient een operator/ISP die economisch voor de consument bereikbaar en aanwezig is in België, ook Belgisch justitieel aanwezig en bereikbaar te worden geacht. Het door de procureur des Konings gevorderde is brengbaar, d.i. te bezorgen in handen van de procureur des Konings, zodat de strafrechtsmachten van het arrondissement van de vorderende procureur des Konings overeenkomstig de ubiquiteitstheorie bevoegd zijn om kennis te nemen van de ingestelde strafvordering ingevolge het niet verstrekken van de gevorderde gegevens. De maatregel van teruggave vervat in artikel 44 van het Strafwetboek is burgerrechtelijk van aard, doch behoort tot de publieke vordering. Teneinde de toestand van wederrechtelijkheid - in casu de weigering gegevens mede te delen - te doen ophouden, kan een dwangsom worden gevorderd door het openbaar ministerie en worden opgelegd door de correctionele rechtbank. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Informaticamisdrijven Vrije woorden: Informaticacriminaliteit - medewerkingsplicht van de Internet Service Providers overeenkomstig artikel 46bis Sv - territorialiteitsbeginsel - ubiquiteitstheorie - territoriale bevoegdheid van de strafrechtbank en vervolging - maatregel van teruggave - dwangsom Nota: Tegen het vonnis in kwestie werd hoger beroep ingesteld, zodat ter zake voorbehoud dient te worden gemaakt. Tekst van de beslissing De Rechtbank van Eerste Aanleg te DENDERMONDE dertiende kamer, rechtdoende in strafzaken, heeft in haar openbare terechtzitting van 2 maart 2009 het hiernavolgend VONNIS gewezen : Not. nr. DE 20.95.16/08/26 Griffie nr. IN DE ZAAK VAN HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN : Yahoo! Inc. 701 First Avenue Sunnyvale, CA 94089 United States of America Beklaagd van: In het gerechtelijk arrondissement Dendermonde en bij samenhang elders in het Rijk, minstens in de periode van 10 december 2007 tot en met de datum der dagvaarding, en alleszins op 10 december 2007, op 10 maart 2008 en vanaf 7 juli 2008, Door de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering te hebben meegewerkt, of door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, of door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt, als dader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek: Inbreuk te hebben gepleegd op artikel 46bis, §2 van het Belgisch Wetboek van Strafvordering, door als operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst van wie gevorderd werd door de procureur des Konings, om de in paragraaf 1 van artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering bedoelde gegevens mede te delen, geweigerd te hebben deze gevorderde gegevens mede te delen aan de procureur des Konings, In casu, door als op Belgisch territorium actieve operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst, na gevorderd te zijn middels de vordering van de procureur des Konings te Dendermonde dd. 21 november 2007 overeenkomstig artikel 46bis van het Belgisch Wetboek van Strafvordering, om met betrekking tot de e-mailaccounts: ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com de volgende gegevens mede te delen: 1. de complete identificatie-/registratiegegevens van degene die de account heeft gecreëerd/geregistreerd, inclusief het IP-adres, datum en uur (+ tijdszone) van de registratie, 2. het e-mailadres dat gekoppeld is aan het profiel, 3. alle andere persoonsgegevens of informatie die kan leiden tot identificatie van de gebruiker(

  1. s)van de account; geweigerd te hebben deze gegevens mede te delen aan de procureur des Konings. * * 1. Procedure De rechtbank nam kennis van: - de rechtsgeldig betekende dagvaarding waarbij de zaak werd aanhangig gemaakt, tevens houdende dagstelling voor de rechtszitting van 26 januari 2009; - de processen-verbaal en de overige stukken van de rechtspleging. De rechtbank aanhoorde op de openbare terechtzitting van 2 februari 2009, datum waarop de zaak behandeld werd in de Nederlandse taal: - het openbaar ministerie, waargenomen door Jan Kerkhofs, in zijn voordracht van de zaak en in zijn eis; - de beklaagde YAHOO! Inc., vennootschap naar het recht van de staat California (USA) in haar middelen van verdediging, voorgedragen door haar raadsman mrs. Jan Dhont en Pieter Londers, advocaten te Brussel. - 2. Feitelijke elementen De procureur des Konings te Dendermonde stelde op 25 augustus het volgende proces-verbaal pro justitia op: "Op 3 oktober 2007 werd door de lokale politie te Aalst een aanvankelijk proces-verbaal opgesteld met nummer DE.20.LB.013934/07 lastens onbekenden voor kennelijke feiten van oplichting middels gebruikmaking van het internet (artikel 496 van het Strafwetboek) en/of informaticabedrog (artikel 504quater van het Strafwetboek) en informaticavalsheid (artikel 210bis van het Strafwetboek) (zie o.a. stuk 1 tem. 52); In het kader van de vaststellingen verricht bleken er ernstige aanwijzingen dat de kennelijke (mede)daders zich o.a. bedienden van de volgende e-mailaccounts: ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com ....@yahoo.com De voornoemde e-mailaccounts behoren toe of worden aangeboden onder beheer van YAHOO! Inc., 701 First Avenue, Sunnyvale, CA 94089, USA, waarbij mijn ambt enerzijds diende vast te stellen dat de voornoemde accounts in kwestie Belgisch territoriaal werden aangewend, en anderzijds diende vast te stellen dat YAHOO evenzo Belgisch territoriaal aanwezig is, zowel commercieel, als dienstverstrekkend, alleszins minstens virtueel via het internet; Dat immers diende te worden vastgesteld dat YAHOO territoriaal in België aanspreekbaar en bereikbaar is en zich bereikbaar maakt voor ontvangst van aangiften en vragen met betrekking tot veiligheidsproblemen in verband met gebruikers van YAHOO via minstens de volgende in België beschikbare webloketten: security@yahoo-inc.com mail-spoof@cc.yahoo-inc.com copyright@yahoo-inc.com http://help.yahoo.com/l/us/yahoo/privacy/general.html http://help.yahoo.com/l/us/yahoo/abuse/abuse.html Dat mijn ambt dienvolgens op 21 november 2007 overeenkomstig artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering een vordering heeft genomen ten aanzien van YAHOO Inc., als operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst, teneinde volgende gegevens te bekomen aangaande de voormelde e-mailaccounts: 1) de complete identificatie-/registratiegegevens van degene die de account heeft gecreëerd/geregistreerd, inclusief het IP-adres, datum en uur (+ tijdszone) van de registratie, 2) het e-mailadres dat gekoppeld is aan het profiel, 3) alle andere persoonsgegevens of informatie die kan leiden tot identificatie van de gebruiker(
  2. s)van de account (zie o.a. stuk 57 tem. 59); Dat bij diezelfde gerechtelijke vordering aan YAHOO Inc. werd medegedeeld: " Dat uit artikel 46bis §2 van het Belgische Wetboek van Strafvordering voortvloeit dat iedere operator van een telecommunicatienetwerk en iedere verstrekker van een telecommunicatiedienst op Belgisch grondgebied van wie gevorderd wordt de hierboven gevraagde gegevens mee te delen, aan de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie de gegevens verstrekt die werden opgevraagd. Weigering de gegevens mee te delen, wordt gestraft met geldboete van 143,00 EUR tot 55.000,00 EUR. " (zie stuk 59) Dat deze vordering in de Nederlandse taal, tezamen met een vertaling in het Engels (vertaald door beëdigd vertaler Jeanne Holbrecht - zie stuk 60 tem. 63) op 29 november 2007 door de Regionale Computer Crime Unit (Federale Gerechtelijke Politie Dendermonde, afdeling Aalst) werd overgemaakt aan YAHOO Inc. met gebruikmaking van de hierboven genoemde webloketten die YAHOO ter beschikking stelt op Belgisch territorium om misbruiken te melden en veiligheidsproblemen en/of inbreuken te melden; Op 29 en 30 november 2007 werden vanwege YAHOO Inc. ontvangstmeldingen ontvangen; Op 7 december 2007 werd per e-mail aan YAHOO verduidelijkt dat het er zake een vordering betrof van een Belgisch magistraat tot verstrekking van alle beschikbare identiteitsgegevens en registratiegegevens van de titularissen van de kwestieuze e-mailadressen, en waarbij werd gevraagd het nodige te laten doen door de juridische dienst van YAHOO; (zie o.a. stukken 66 tem. 76) Op 10 december 2007 antwoordde YAHOO Customer Care per e-mail dat dergelijk verzoek schriftelijk diende gericht te worden aan: YAHOO! Custodian of Records 701 First Avenue SUNNYVALE, CA 94089-1019 UNITED STATES OF AMERICA (zie stuk 76) Dat bij schrijven van 29 februari 2008 in de Nederlandse taal, tezamen met de volledige Engelse vertaling (vertaald door beëdigd vertaler Jeanne Holbrecht op 4 maart 2008), overeenkomstig de vraag van YAHOO, de vordering van mijn ambt de dato 21 november 2007 werd overgemaakt per gewone post en per fax gericht aan YAHOO! Custodian of Records, 701 First Avenue, SUNNYVALE, CA 94089-1019, UNITED STATES OF AMERICA (zie stuk 77 tem. 96); Dat YAHOO op 10 maart 2008 per e-mail antwoordde, waarbij kennelijk o.a. de volgende standpunten worden ingenomen (zie stuk 97): - alle gevraagde informatie betreft U.S.-geregistreerde accounts, zodat deze onder de U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) niet kunnen worden overgemaakt zonder een vordering daartoe van een U.S.-rechtsmacht, zodat dergelijke vraag moet verlopen via het U.S. Departement of Justice; - een andere mogelijkheid is dat een civiel "John Doe-lawsuit" wordt ondernomen; - voorts verwijst YAHOO naar het feitelijk gegeven dat onderzoek van de mailheader vaak een IP-adres kan opleveren dat verdere identificatie toelaat bij de internet access provider; Dat mijn ambt aldus diende vast te stellen dat YAHOO op geen enkel onderdeel van de gerechtelijke vordering van mijn ambt overeenkomstig artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering ingaat, het standpunt van mijn ambt betreffende de Belgische territorialiteit negeert, doch wel zich ten onrechte uitspreekt over de opportuniteit van het door mijn ambt gevorderde; Dat evenwel mijn ambt binnen de grenzen van de wet soeverein oordeelt over de opportuniteit van de gelaste onderzoeksdaden; dat ten overvloede kan worden vastgesteld dat YAHOO voorbijgaat aan het feit dat het gebruikte IP-adres van het ogenblik van de creatie van een account (waarvan zij de enige houder
  3. is)een nauwgezette identificatie mogelijk maakt van de accounthouder, en dat het deze informatie is die waardevol is en fundamenteel werd verzocht bij te brengen; Dat mijn ambt bij schrijven van 25 juni 2008, tezamen met de beëdigde vertaling van dat schrijven (door beëdigde vertaler Jeanne Holbrecht de dato 26 juni 2008), YAHOO een laatste maal aanmaande gevolg te geven aan de gerechtelijk vordering van mijn ambt (zie stuk 98 tem. 102); Dat dit schrijven de volgende inhoud en beweegredenen draagt (zie stuk 98 tem. 102): "(...) Mijn ambt voert een opsporingsonderzoek in het kader waarvan u gevraagd werd uw medewerking te verlenen. Op 21 november 2007 richtte mijn ambt een schriftelijke gerechtelijke vordering tot uw diensten om gegevens te verstrekken met betrekking tot e-mailaccounts "@yahoo.com" die op Belgisch grondgebied werden gebruikt. De wettelijke basis van die gerechtelijke vordering is artikel 46bis van het Belgisch Wetboek van Strafvordering. Deze gerechtelijke vordering werd aan uw diensten bezorgd op 29 november 2007 via webloketten die u in België beschikbaar houdt en via dewelke u in België voor de gebruikers van YAHOO! bereikbaar bent, met name: 1) security@yahoo-inc.com 2) mail-spoof@cc.yahoo-inc.com 3) copyright@yahoo-inc.com 4) http://help.yahoo.com/l/us/yahoo/privacy/general.html 5) http://help.yahoo.com/l/us/yahoo/abuse/abuse.html Naar aanleiding daarvan werd op 7 december 2007 deze vraag nader toegelicht aan uw diensten op uw webloket mail-abuse@cc.yahoo-inc.com. Bij e-mail van 10 december 2007 (van ‘Raoul' yahoo! Customer Care - 42356018) zegde YAHOO! zijn medewerking toe indien dit schriftelijk zou worden gevraagd, hetgeen mijn ambt deed bij schrijven van 29 februari 2008, u tezamen met een Engelse vertaling overgemaakt op 7 maart 2008. U heeft op 10 maart 2008 geantwoord per e-mail (legalpoc@yahoo-inc.com) door mevrouw Julia Albert. Samengevat kwam uw standpunt hier op neer: - de gevraagde informatie betreft volgens u U.S.-geregistreerde accounts, zodat deze onder de U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) niet kunnen worden overgemaakt zonder een vordering daartoe van een U.S.-rechtsmacht, zodat dergelijke vraag moet verlopen via het U.S. Departement of Justice; - een andere mogelijkheid is volgens u dat een civiel "John Doe-lawsuit" wordt ondernomen; Evenwel neemt YAHOO! geen standpunt in met betrekking tot het geldende territorialiteitsbeginsel. De beoordeling van uw medewerkingsplicht als Internet Service Provider (ISP), is geënt op de vaststelling dat YAHOO! Belgisch territoriaal aanwezig is, weze het virtueel via het internet, én tevens Belgisch territoriaal beschikbaar is voor derden. Een ISP die economisch-virtueel Belgisch territoriaal aanwezig is, is naar mening van mijn ambt ook justitieel-virtueel Belgisch territoriaal aanwezig. Een ISP die zich (virtueel) bereikbaar maakt in België voor de consument (klachtenbus, vraagbaak...) via webloketten, moet worden geacht ook in de mogelijkheid te zijn om justitie Belgisch territoriaal te woord te staan. In uw e-mail van 10 maart 2008 indiceert u bovendien zélf uw digitale/virtuele bereikbaarheid op legalpoc@yahoo-inc.com. Mijn ambt vordert overeenkomstig de Belgische wet de medewerking in België van u, zijnde een in België aangetroffen en opererende U.S.-onderdaan, weze het virtueel. In de gegeven omstandigheden dient u, als in België opererende en aanwezige ISP, in België tegemoet te komen aan de wetten van het Belgische volk. De U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) is naar mening van mijn ambt niet van toepassing op elektronisch verkeer dat Belgisch territoriaal kan worden beschouwd en tot stand kwam middels een in België aangeboden en benutte dienst. De U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) kan naar mening van mijn ambt wat dat betreft geen afbreuk doen aan de Belgische strafrechtelijke en strafprocedurele soevereiniteit die geldt ten aanzien van elke ISP of operator die een (tele)communicatiedienst exploiteert of aanbiedt op/overheen Belgische grondgebied. Uit artikel 46bis §2 van het Belgische Wetboek van Strafvordering vloeit voort dat iedere operator van een telecommunicatienetwerk en iedere verstrekker van een telecommunicatiedienst op Belgisch grondgebied van wie gevorderd wordt de hierboven gevraagde gegevens mee te delen, aan de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie de gegevens verstrekt die werden opgevraagd. Weigering de gegevens mee te delen, wordt gestraft met geldboete van 143,00 EUR tot 55.000,00 EUR. Mijn ambt dient u in die omstandigheden aan te manen onverwijld gevolg te geven aan de gerechtelijke vordering van 21 november 2007 die ten aanzien van u werd gericht, bij gebreke waaraan u zich bloot zal stellen aan correctionele vervolging voor de Belgische rechtsmachten. Ik dank u bij voorbaat voor uw welwillende medewerking in deze aangelegenheid. (...)" Dat op 7 juli 2008 dit schrijven tezamen met de oorspronkelijke vordering van mijn ambt overeenkomstig artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering de dato 21 november 2007 andermaal werd overgemaakt aan YAHOO, en zulks op het door YAHOO aan mijn ambt medegedeelde en ter beschikking gestelde webloket legalpoc@yahoo-inc.com (zie stukken 103 tem. 115); Dat YAHOO geen enkele reactie meer gaf ten aanzien van mijn ambt, zodat kennelijk dient te worden vastgesteld dat YAHOO weigert gevolg te geven aan de vordering van de procureur des Konings te Dendermonde op grond van artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering; Dat de medewerkingsplicht ex artikel 46bis § 2 van het Wetboek van Strafvordering in die zin moet worden geïnterpreteerd, dat elke operator van een telecommunicatienetwerk die zijn diensten verleent op het grondgebied van het Belgisch Rijk en die zichzelf en haar diensten voor de Belgische onderdanen beschikbaar maakt binnen het grondgebied van het Belgische Rijk - weze het virtueel/digitaal -, diezelfde beschikbaarheid en bereikbaarheid moet aan de dag leggen voor de Belgische gerechtelijke autoriteiten; Een operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst die economisch-virtueel Belgisch territoriaal aanwezig is, moet worden geacht ook justitieel-virtueel Belgisch territoriaal aanwezig te zijn; De medewerkingsplicht ex artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering strekt zich uit tot elke operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst die in België diensten ontplooit en reëel of virtueel aanwezig is; Artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering maakt géén onderscheid in functie van de immatriculatie of nationaliteit die de operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst zou bezitten, doch richt zich zonder onderscheid tot elke operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst die op het Belgisch grondgebied werkzaam is en/of wordt aangetroffen; Derwijze is YAHOO overeenkomstig artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering gerechtelijke medewerking verschuldigd aan de Belgische gerechtelijke autoriteiten; Dat om deze redenen, mijn ambt proces-verbaal opstelt lastens Yahoo! Inc. 701 First Avenue Sunnyvale, CA 94089 United States of America wegens: in het gerechtelijk arrondissement Dendermonde en bij samenhang elders in het Rijk, minstens in de periode van 10 december 2007 tot en met heden, en alleszins op 10 december 2007, op 10 maart 2008 en vanaf 7 juli 2008, inbreuk te hebben gepleegd op artikel 46bis (§2) van het Belgisch Wetboek van Strafvordering dat luidt: "§ 1. Bij het opsporen van de misdaden en wanbedrijven kan de procureur des Konings bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing, door zo nodig de medewerking van de operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communicatiedienst of van een politiedienst aangewezen door de Koning te vorderen, overgaan of doen overgaan op basis van ieder gegeven in zijn bezit of door middel van een toegang tot de klantenbestanden van de operator of van de dienstenverstrekker tot : 1° de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een elektronische communicatiedienst of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel; 2° de identificatie van de elektronische communicatiediensten waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk gebruikt worden. De motivering weerspiegelt de proportionaliteit met inachtneming van de persoonlijke levenssfeer en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad. In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan iedere officier van gerechtelijke politie, na mondelinge en voorafgaande instemming van de procureur des Konings, bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing deze gegevens opvorderen. De officier van gerechtelijke politie deelt deze gemotiveerde en schriftelijke beslissing en de verkregen informatie binnen vierentwintig uur mee aan de procureur des Konings en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkeheid. § 2. Iedere operator van een elektronisch communicatienetwerk en iedere verstrekker van een elektronische communicatiedienst van wie gevorderd wordt de in paragraaf 1 bedoelde gegevens mee te delen, verstrekt de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie de gegevens die werden opgevraagd binnen een termijn te bepalen door de Koning, op het voorstel van de Minister van Justitie en de Minister bevoegd voor Telecommunicatie. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en op voorstel van de Minister van Justitie en van de minister die bevoegd is voor Telecommunicatie, de technische voorwaarden voor de toegang tot de in § 1 bedoelde gegevens, die beschikbaar zijn voor de procureur des Konings en voor de in dezelfde paragraaf aangewezen politiedienst. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. Weigering de gegevens mee te delen, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro.". 3. Standpunt verdediging De verdediging stelde op de rechtszitting van 2 februari 2009 in pleidooien en in een ter zitting neergelegde schriftelijke conclusie dat het ten laste gelegde betwist werd. De argumentatie van de verdediging luidt geresumeerd als volgt: 1. Het beweerde misdrijf is niet in België gepleegd. 2. De procureur diende de procedure te volgen voorzien in de overeenkomst tussen België en de USA aangaande rechtshulp in strafzaken. 3. De procureur is territoriaal onbevoegd. Yahoo! Is geen in België gevestigde operator van een elektronisch communicanetwerk of een in België gevestigde verstrekker van een elektronische communicatiedienst in de zin van art. 46bis Sv.. 4. De procureur is materieel onbevoegd. Yahoo! is geen operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekken van een elektronische communicatiedienst in de zin van art. 46bis Sv.. 5. De vordering van de procureur is disproportioneel in het licht van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer en schendt het subsidiariteitsprincipe. 6. Geen strafbaarheid aangezien de termijn waarbinnen de gegevens moeten worden overgedragen niet is bepaald. 7. Afwezigheid van een moreel element. Yahoo! weigert geenszins de gevorderde gegevens waarover zij beschikt, te verstrekken. 4. Gegrondheid strafvordering 4.1 De verdediging stelde in de schriftelijke conclusie dat YAHOO! op geen enkele manier in België aanwezig is. Nochtans werd vastgesteld dat de hiervoor vermelde e-mailaccounts onder beheer van Yahoo! in België werden aangewend, dus Belgisch territoriaal. Bovendien geeft het openbaar ministerie terecht aan dat YAHOO! ook Belgisch territoriaal aanwezig is zowel commercieel als dienstenverstrekkend, weze het via het internet of in het vakjargon van dat medium 'virtueel'. De procureur des Konings richtte in die zin een vordering ex artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering tot YAHOO! via hun ‘digitaal loket' dat zij in België ter beschikking stellen. YAHOO! liet aan de procureur weten graag een schriftelijk vordering te ontvangen per gewone post, en leek aldus bereidwillig tot medewerking. De procureur des Konings richtte zich ook via de traditionele schriftelijke weg tot Yahoo! Inc., Custodian of Records, 701 First Avenue, Sunnyvale, CA 94089, USA, zowel per gewone post als per fax. Daarop antwoordt YAHOO! - per e-mail (!) - geresumeerd als volgt: - de gevraagde informatie betreft U.S.-geregistreerde accounts, zodat deze onder de U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) niet kunnen worden overgemaakt zonder een vordering daartoe van een U.S.-rechtsmacht, zodat dergelijke vraag moet verlopen via het U.S. Departement of Justice; - een andere mogelijkheid is dat een civiel "John Doe-lawsuit" wordt ondernomen; Wat betreft de in de vordering geformuleerde perceptie van het territorialiteitsbeginsel naar Belgische recht, nam YAHOO! geen standpunt in. 4.2 Er dient vastgesteld te worden dat YAHOO! Belgisch territoriaal aanwezig was/is, weze het via het internet (of virtueel, én tevens Belgisch territoriaal beschikbaar is voor derden. Een Internet Service Provider (hierna: ISP) die economisch Belgisch territoriaal aanwezig is, dient ook justitieel Belgisch territoriaal aanwezig te worden geacht. Immers, een ISP die zich (virtueel, via het internet) bereikbaar maakt in België voor de consument (klachtenbus, vraagbaak...) via webloketten, moet worden geacht in de mogelijkheid te zijn om justitie Belgisch territoriaal te woord te staan. Tenslotte wordt door de procureur des Konings niets in de VSA aan een VS-onderdaan gevraagd, doch vordert de procureur substantieel iets in België aan een in België aangetroffen en handeldrijvende/dienstverlenende VS-onderdaan. In deze territorialiteitsvisie dient die VS-entiteit in België tegemoet te komen aan de wetten van het Belgische volk. In weerwil van de argumentatie van de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat YAHOO! wel degelijk dient aangezien te worden als als een operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst en valt onder de personen of diensten tot wie de verplichtingen van art. 46bis Sv. zich richten. YAHOO! is immers niet enkel een portaalsite of een zoekmachine, maar biedt ook een (gratis) e-maildienst aan. Deze e-maildienst behoort met hotmail tot de marktleiders op het gebied van gratis aanbieders van deze dienst (bron: nl.wikipedia.org/wiki/Yahoo!) en is alleszins een zeer belangrijke speler op dit vlak. Het is duidelijk dat de wetgever bij het redigeren van de verplichtingen die voortvloeien uit art. 46bis Sv. ook dergelijke operatoren of verstrekkers voor ogen had. Dit is ook logisch gezien het belang dat de aanbieders van dergelijke gratis maildiensten in het internetverkeer vertegenwoordigen (cf. hotmail, gmail, belgacom.net etc.). Het strafrecht is bovendien autonoom, zodat de strafrechter niet gebonden is aan de begrippenomschrijving van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, laat staan de interpretatie die hieraan door de verdediging wordt gegeven (zie p. 22 t/m 24, conclusie beklaagde). 4.3 Terloops vermeld, gaat het naar het oordeel van de rechtbank niet op om zich "economisch Belgisch territoriaal" te profileren - zoals YAHOO! doet- maar om vervolgens na interpellatie van de Belgische justitie zich "justitieel Amerikaans territoriaal" te wanen en op die wijze te ontsnappen aan de verplichtingen, die door andere operatoren en verstrekkers wel (probleemloos) worden nageleefd. Indien YAHOO! meent de Belgische plichten niet aan te kunnen of om vermeende privacyredenen hieraan niet te willen moeten voldoen, dan staat het YAHOO! vrij om het IP-bereik van de Belgische Internet Acces Providers (Telenet, Skynet, ...) van hun servers uit te sluiten, zodat ze alhier territoriaal economisch ook onbereikbaar worden, wat technisch mogelijk is. Deze keuze maakt YAHOO! echter kennelijk niet omwille van duidelijk economische redenen. Op de rechtszitting van 2 februari 2009 gaf de verdediging te kennen dat de aanwezigheid van YAHOO! via het internet geschiedde voor de zogenaamde "hits", d.w.z. het aantal malen dat de website van YAHOO! in België door internetgebruikers wordt aangeklikt en dit met het oog op het aantrekken van adverteerders. 4.4 Er mag voorts ook op worden gewezen dat de gevraagd info op grond van art 46bis en/of 88bis van het Wetboek van Strafvordering in onderhavige zaak substantieel data betreft die betrekking hebben op de registratie van Belgisch-territoriaal elektronisch verkeer. De verdediging kan gevolgd worden in hun redenering inzake het territorialiteitsbeginsel in de mate dat de overdracht of inbeslagname zou worden gevraagd van voorwerpen of data die zich in de VSA bevinden, en waarmee géén enkel Belgisch-territoriaal component is gemoeid en indien de houder van die voorwerpen of data niet in België bereikbaar is (noch reëel, noch virtueel). Dit kan betrekking hebben op de situatie van de overmaking van de inhoud van een e-mail of website en inhoud en identiteiten, wat substantieel verschilt van de loutere technische registratiegegevens van elektronisch verkeer (IP-adressen en tijdstippen). In casu doet deze situatie zich echter niet voor. In casu betreft het immers telecommunicatie in België, m.a.w. in het binnenland (zie a contrario: B. DE SMET, "Registratie en lokalisatie van telecommunicatie", in Commentaar strafrecht en strafvordering, Kluwer, 2008, afl. 58, p. 26), zodat de procureur, de onderzoeksrechter en finaal de rechter ten gronde in België territoriaal bevoegd is. 4.5 De rechtbank is van oordeel dat de medewerkingsplicht ex artikel 46bis en/of 88bis van het Wetboek van Strafvordering zich uitstrekt tot elke ISP die in België diensten ontplooit en aanwezig is. Artikel 46bis Sv. stelt terzake ook geen enkele voorwaarde of beperking. Deze bepaling slaat op "een operator van een elektronisch communicatienetwerk" of "de verstrekker van een elektronische communicatiedienst". Nergens is bepaald dat deze plicht enkel geldt voor een operator of verstrekker die zijn maatschappelijke zetel of een uitbatingszetel in België heeft. 4.6 De U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) is niet van toepassing op elektronisch verkeer dat Belgisch territoriaal kan worden beschouwd en tot stand kwam middels een in België aangeboden dienst. De U.S. Electronic Communications Privacy Act (ECPA) kan wat dat betreft geen afbreuk doen aan de Belgische strafrechtelijke en strafprocedurele soevereiniteit. Anders redeneren zou tot de onaanvaardbare situaties kunnen leiden: - In de mate dat zou worden geoordeeld dat ISP's die een maatschappelijk zetel hebben buiten België (doch die Belgisch territoriaal actief en bereikbaar zijn) niet aan dezelfde medewerkingsplicht worden onderworpen als de in de België gevestigde ISP's, ontstaat een discriminatoir onderscheid in behandeling; - In de mate dat zou worden geoordeeld dat ISP's die een maatschappelijk zetel hebben buiten België (doch die Belgisch territoriaal actief en bereikbaar zijn), niet aan dezelfde medewerkingsplicht worden onderworpen als de in de België gevestigde ISP's, is dit een uitnodiging voor elke ISP of ‘internetplayer' om zich ‘formeel' te vestigen in een justitieel interessante natie buiten België - wat zou zijn, waar geen medewerkingsplicht inzake elektronisch verkeer geldt - om van daaruit alle denkbare diensten aan te bieden in België, en om in België énkel territoriaal beschikbaar te zijn voor de consument, doch niét voor justitie. 4.7 Het staat YAHOO! vrij om te weigeren mee te werken met de Belgische justitie om welke reden dan ook. Evenwel ontslaat zulks YAHOO! niet van de plichten voortvloeiend uit artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering vanaf het ogenblik dat YAHOO! zich toch op Belgisch territorium begeeft. Evenmin ontsnapt YAHOO! in dat geval aan de strafbaarheid vervat in artikel 46bis in fine van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 46bis van het Wetboek van Strafvordering maakt géén onderscheid in functie van de immatriculatie of nationaliteit die de operator/ISP zou bezitten, doch richt zich zonder onderscheid tot elke operator die op het Belgisch grondgebied wordt aangetroffen (zie hiervoor). Niemand verplicht YAHOO! evenwel om in België diensten aan te bieden en aanwezig te zijn (zie hiervoor). YAHOO! maakt om duidelijk economische redenen de keuze om in België aanwezig te zijn als internetspeler. Deze keuze voor de (economische) voordelen die hieruit kunnen voortvloeien, impliceert echter ook het voldoen aan verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zoals medewerking bij strafrechtelijke onderzoeken. 4.8 Door te stellen dat de weigering niet op Belgisch grondgebied zou kunnen hebben plaatsgevonden, hanteert de verdediging een al te statische visie op het plegen van een misdrijf en de daaraan gekoppelde territoriale bevoegdheidsbepaling. De verdediging gaat er ten onrechte van uit dat de territoriale bevoegdheid van de rechtbank enkel kan gesitueerd worden op de plaats waar de dader fysiek de handeling stelde. Een misdrijf situeert zich echter daar waar zich een gedraging of feit voordoet dat een constitutief element van het misdrijf vormt of daar een ondeelbaar element mee vormt. In het kader van het opsporingsonderzoek onder notitienummer DE.20.LB.013934/07 werd vastgesteld dat de kennelijke of mogelijke (mede)daders zich bedienden van emailaccount onder beheer van YAHOO!, waarbij die accounts op Belgisch territorium werden aangewend, namelijk onder meer in het gerechtelijk arrondissement Dendermonde. M.a.w. blijkt dat of zijn er aanwijzingen in dat opsporingsonderzoek dat door middel van diverse e-mailaccounts bij YAHOO! werd ingelogd op de website van de firma PARADISIO om op die wijze via het internet computers te bestellen. Uit de bekomen informatie bleek dat de computers werden betaald met de gegevens van kredietkaarten slachtoffers, bij wie vermoedelijk de naam, het kaartnummer en het beveiligingsnummer werd overgeschreven op een ogenblik dat zij wachtten bij een betaling. Deze elementen vormen een ondeelbaar geheel met de door de (mede)daders van de oplichtingen vanop hun computer gestelde gedragingen. Het is van cruciaal belang voor de onderzoekers te kunnen beschikken over de IP-gegevens van de e-mailaccounts beheerd door YAHOO!, e-mailaccounts die gebruikt werden op Belgisch grondgebied, namelijk door in te loggen op de server van de firma PARADISIO te Hofstade, gelegen in het gerechtelijk arrondissement Dendermonde. Daarvoor was en is de medewerking van YAHOO! vereist en YAHOO! was en is verplicht dergelijke medewerking te verlenen. Bovendien dienen de gegevens waarvan de mededeling gevraagd wordt met een vordering in de zin van art. 46 bis SV. bezorgd te worden in de handen van de - in casu - procureur des Konings te Dendermonde, dus brengbaar, zodat terzake de ubiquiteitstheorie, die ook door het Hof van Cassatie wordt gehanteerd, de territoriale bevoegdheid in Dendermonde situeert. 4.9 Het staat vast dat YAHOO! weigert de medewerking op grond van artikel 46bis Sv. te verlenen. Dit blijkt ten overvloede uit het antwoord van YAHOO! aan de procureur des Konings en uit de in deze strafvordering neergelegde schriftelijke conclusies. Art. 46bis § 2 Sv. bepaalt dat de gegevens die worden opgevraagd dienen verstrekt te worden door de operator van een elektronisch communicatienetwerk en iedere verstrekker van een telecommunicatiedienst binnen een termijn te bepalen door de Koning, op het voorstel van de minister van justitie en de minister bevoegd voor telecommunicatie. Het koninklijk besluit van 9 januari 2003 tot uitvoering van de artikelen 46bis, § 2, eerste lid, 88bis, § 2, eerste en derde lid, en 90quater, § 2, derde lid van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 109ter, E, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bepaalt in artikel 3 dat de gegevens in werkelijke tijd worden meegedeeld aan de onderzoeksrechter, de procureur of de officier van gerechtelijke politie. Onder werkelijke tijd wordt verstaan: de minimum tijdsduur nodig voor de uitvoering van een bepaalde prestatie volgens de regels van de kunst, zonder onderbreking en waarvoor aangepaste middelen en personeel werden ingezet (art. 1, 4° van het KB). Het louter tekstueel argument dat de verdediging aanhaalt om voor te houden dat geen uitvoeringsbesluit voorhanden is voor wat betreft de verstrekkers van elektronische communicatiediensten, is niet ernstig te noemen. De strafbaarheid van de weigering de gegevens te verstrekken wordt bepaald door artikel 46bis Sv. Het is de wet die bepaalt welke personen bij weigering strafbaar zijn. De wetgever heeft enkel de invulling van de termijn waarbinnen de gegevens moeten verstrekt worden overgelaten aan de Koning. Met het koninklijk besluit van 9 januari 2003 is deze termijn ingevuld, zodat de strafbaarstelling van de weigering voluit geldt. 4.10 Er valt niet in te zien waarom de gevorderde onderzoeksmaatregel disproportioneel zou zijn in het licht van de privacywetgeving. De argumentatie die de verdediging terzake aanhaalt, slaat op de opportuniteit van de onderzoeksmaatregel, die uiteraard enkel door de procureur des Konings kon beoordeeld worden. Vastgesteld kan worden dat in dit kader de verdediging zelfs de doelmatigheid van de onderzoeksmaatregel beoordeelt, waartoe zij niet bevoegd is. Bovendien is de bescherming die uitgaat van het proportionaliteitsbeginsel en subsidiariteitsbeginsel niet bestemd voor de operator of de verstrekker, maar wel voor de persoon of personen van wie met de onderzoeksmaatregel de identificatie wordt nagestreefd. 4.11 Het ten laste gelegde misdrijf vereist enkel algemeen opzet. Namelijk het wetens en willens plegen, dit is het bewust en met kennis van zaken en zonder dat rechtvaardigingsgronden of schulduitsluitingsgronden werden aannemelijk gemaakt of aangetoond. De verdediging stelt ten onrechte dat het opzet en het moreel element zou dienen vertaald te worden als het willen stellen van een strafbare handeling, maar dan wel in dergelijke interpretatie dat van het algemeen opzet toch nog een bijzonder opzet wordt gemaakt. Het misdrijf van 'weigeren van verstrekken van gegevens' wordt op die wijze verengd tot 'het weigeren van het verstrekken van gegevens met het opzet om het verstrekken van deze gegevens te weigeren'. Algemeen opzet is echter ook voorhanden wanneer men bv. verzuimt een einde te stellen aan de wederrechtelijke toestand, waar men daartoe nochtans de reële beslissingsmacht had. In casu houdt het algemeen opzet in dat het niet verstrekken van de gegevens, die men nochtans verplicht was te verstrekken, inhoudt dat er sprake is van weigering. Het staat, zoals al vermeld, vast dat YAHOO! de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt, laat staan in werkelijke tijd, wat is zo snel mogelijk en met inzet van de nodige en aangepaste middelen. 5. Straftoemeting 5.1 De straftoemeting moet worden bepaald gelet op de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden en de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, zijn gezinstoestand en zijn arbeidssituatie voor zover bekend. 5.2 De feiten zijn objectief zwaarwichtig. In een tijdperk waarin elektronische communicatie en elektronisch dataverkeer in steeds belangrijkere rol speelt zowel als middel voor het plegen van allerhande vormen van criminaliteit als als doel van criminaliteit, vormt de medewerking van de internetserviceproviders en andere internetspelers een cruciale schakel in de keten van criminaliteitsbestrijding. Van dergelijke spelers, die economisch actief zijn op en via het internet en hier dus economisch gewin trachten uit te halen, moet een loyale medewerking met de gerechtelijke opsporingsdiensten verwacht worden. Zoniet wordt het internet nog meer een territorium waar criminelen ongestoord en onzichtbaar hun gang kunnen gaan. Weigering van medewerking door het niet verstrekken van gegevens, waartoe men nochtans verplicht is, getuigt van een deloyale houding en vergt gestrengheid in de bestraffing. Dit geldt des te meer gezien de hardnekkigheid waarmee de weigering gepaard gaat. Het verwijt van de verdediging dat het openbaar ministerie van deze zaak een intentieproces maakte (p. 2, conclusie beklaagde), dient dan ook teruggekaatst te worden. Het is de beklaagde die de grenzen van de wettelijkheid heeft afgetoetst. Dergelijke houding ten koste van de criminaliteitsbestrijding vergt dan ook een strenge terechtwijzing. 5.3 De straftoemeting moet niet alleen de vergeldingsbehoefte dienen maar ook de speciale en generale preventie. De op te leggen straf moet van aard zijn de beklaagde ervan te weerhouden zich in de toekomst nog aan dergelijke feiten schuldig te maken en haar aansporen respect te betonen voor verplichtingen die het algemeen belang dienen. 5.4 De beklaagde is een vennootschap naar het recht van California (VSA). Het betreft een multinationale onderneming. Zij beschikt over een blanco strafregister. 5.5 De rechtbank is van oordeel dat ter verwezenlijking van de vermelde doelstellingen van de straftoemeting voor de beklaagde de hierna bepaalde geldboete moet worden opgelegd. De rechtbank houdt bij de bepaling van de geldboete rekening met de manifeste vorm van de weigering en de omvang van de onderneming. 5.6 De veroordeling tot betaling van de vaste vergoeding is voor elke criminele, correctionele en politiezaak een verplichte aanvulling van de strafrechtelijke veroordeling. Zij heeft een eigen karakter en is geen straf (zie: Cass. 9 november 1994, J.T., 1995, 214, waarnaar wordt verwezen door: Gent, 3de kamer, 28 februari 2008, griffienr. C/304/08, onuitg.). Zij moet worden uitgesproken ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten, in het bijzonder ongeacht de omstandigheid dat de feiten dateren van vóór de inwerkingtreding van de wetsbepalingen die de rechter ertoe verplichten die vergoeding aan iedere veroordeelde op te leggen. Artikel 2 Sw. is op die bijdrage niet toepasselijk. 6. Teruggave/dwangsom Op grond van artikel 44 van het Strafwetboek wordt de bij de wet gestelde straf uitgesproken, onverminderd de teruggave. De teruggave bedoeld in artikel 44 van het Strafwetboek is geen straf en beoogt de beëindiging van een met de wet strijdige toestand. Door het openbaar ministerie werd op de rechtszitting van 2 februari 2009 mondeling gevorderd in het kader van de teruggaveplicht een dwangsom van 10.000 euro op te leggen per dag van niet naleving van de verplichting tot het verstrekken van de in de vordering gevraagde gegevens. De veroordeling tot teruggave levert aan het openbaar ministerie een uitvoerbare titel welke voor gedwongen uitvoering vatbaar is. In beginsel kan het openbaar ministerie dan ook vorderen een dwangsom op te leggen voor het geval dat niet aan de hoofdveroordeling op burgerechtelijk vlak wordt voldaan, bv. Het verwijderen van afvalstoffen bij sluikstorten. De rechtbank kan niet het verbod opleggen hetzelfde misdrijf opnieuw te plegen en aan dit verbod een dwangsom koppelen. De dwangsom kan inderdaad niet opgelegd worden om recidive te vermijden. In casu dient vastgesteld te worden dat door de weigering van de beklaagde om de gegevens te verstrekken een met de wet strijdige toestand is ontstaan, namelijk het openbaar ministerie komt niet in het bezit van de gegevens waarvan zij de mededeling had gevorderd. Waar deze vordering geschiedde in het kader van een strafvordering, dient echter vastgesteld te worden dat de verplichting die rust op de geviseerde operatoren en de verstrekkers burgerrechtelijk van aard is. Het is de weigeriging hieraan te voldoen die strafrechtelijk wordt gesanctioneerd. De teruggave beoogt, zoals hiervoor al aangegeven, de sporen van een misdrijf uit te wissen om als het ware de schade aangericht aan de samenleving - in casu vertegenwoordigd door het openbaar ministerie die een opsporingsonderzoek uitvoert inzake de oplichting - te herstellen. De teruggave raakt dan ook de openbare orde. De teruggave behoort tot de publieke vordering, doch is een maatregel van burgerlijke aard, die kracht kan worden bijgezet met een dwangsom, mits gevorderd. In casu heeft het openbaar ministerie gevorderd een dwangsom op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat een dwangsom dient te worden opgelegd. In huidig geval strekt deze dwangsom niet tot het vermijden van recidive. Van recidive zou sprake zijn bij het weigeren tot het verstrekken van de gegevens door de beklaagde bij een nieuwe vordering van het openbaar ministerie. In casu is er een vordering ex artikel 46bis Sv., weigert de beklaagde de gevraagde gegevens te verstrekken - wat het bewuste misdrijf oplevert - en is het gevolg dat het openbaar ministerie verstoken blijft van de gevraagde gegevens. Het is beëindigen van deze laatste toestand die door het openbaar ministerie beoogd wordt en wat met de dwangsom kracht wordt opgelegd. Gezien de manifeste weigering van de beklaagde, de test die de beklaagde blijkbaar van deze zaak heeft gemaakt, de financiële omvang van de bedrijfsactiviteit van de beklaagde en de schade die het opsporingsonderzoek waarbinnen de gegevens werden gevraagd al heeft opgelopen en blijft oplopen (cf. ook het respecteren van de redelijke termijn binnen dat strafonderzoek), dient een dwangsom in casu voldoende hoog te zijn om effect te ressorteren. Het gevorderde bedrag van 10.000 euro per dag vertraging in mededeling van de gevorderde gegevens is in die omstandigheden passend. Gezien de hiervoor in de tenlasteleggingen en hierna vermelde artikelen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, art. 11, 12, 14, 21 tot en met 23, 31 tot en met 37, 40 en 41 ; Wetboek van strafvordering, art. 3 V.T., 162, 179, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 191, 194 en 195, 211, 365, 226, 227; Strafwetboek, art. 2, 41bis, 44, 65, 100. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK rechtdoende op tegenspraak VERKLAART de beklaagde YAHOO! schuldig aan de feiten omschreven onder de hiervoor vermelde tenlastelegging; VEROORDEELT de beklaagde YAHOO! voor deze feiten tot een geldboete van 10.000 euro, met 45 deciemen verhoogd (x 5,5), gebracht op 55.000 euro; SPREEKT voor de veroordeelde de verplichting uit om een bedrag van 25,00 euro, met 45 opdeciemen (x 5,5) verhoogd, 137,50 euro bedragende, te betalen bij wijze van bijdrage tot financiering van het Fonds tot financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden; LEGT de veroordeelde bovendien een vergoeding op voor de kostprijs van de strafprocedure van 25 euro overeenkomstig artikel 91.2de lid van het K.B. d.d. 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken (B.S., 30 december 1950, 9095) - zoals vervangen door artikel 1 van het K.B. d.d. 29 juli 1992 (B.S. 31 juli 1992, 17249); - en gewijzigd door artikel 1 van het K.B. d.d. 23 december 1993 (B.S. 31 december 1993, 29318) - en gewijzigd door artikel 1 van het K.B. d.d. 11 december 2001 (B.S. 22 december 2001, 44791), - dat terug van toepassing is nu de opheffingsbepaling van het K.B. 28 december 1950, zoals voorzien door artikel 98 van het K.B. Van 27 april 2007, ingevolge de vernietiging ervan door de Raad van State op 17 december 2008 onbestaande is geworden. VEROORDEELT de beklaagde tot de kosten van de strafvordering, voor het openbaar ministerie begroot op 38,62 euro. BEVEELT de beklaagde tot teruggave mits verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per dag vertraging in mededeling van de gegevens zoals vermeld in de schriftelijke vordering op grond van artikel 46bis Sv. van 21 november 2007 van de procureur des Konings te Dendermonde en dit vanaf datum dat huidig vonnis in kracht van gewijsde treedt. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van TWEE MAART TWEEDUIZEND EN NEGEN Aanwezig: Bart Jan Meganck, alleenrechtsprekend rechter in strafzaken; Jan Kerkhofs, substituut-procureur des Konings; N. Van Biesen, afgevaardigd griffier. N. VAN BIESEN B.J. MEGANCK Hoger beroep tegen voormelde zaak Thans hangende bij het Hof van beroep te Gent onder nr. 2009/NT/252 en toebedeeld aan de 3de Kamer. Correctionele rechtbank Dendermonde, 13e kamer, 2 maart 2009 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.