id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 16 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.106 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.20040616.1 Arrest- Rolnummer: 1062004;2753 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2004-08-12 Raadplegingen: 866 - laatst gezien 2026-07-05 03:16 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof - vernietigt de artikelen 474 en 475 van de programmawet (I) van 24 december 2002; - handhaaft op definitieve wijze de gevolgen van de overeenkomstig de vernietigde bepalingen tot en met 31 juli 2005 verrichte publicaties. Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de artikelen 474, 475, 476 en 478 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (" Publicatieprocedure in het Belgisch Staatsblad "), ingesteld door de v.z.w. GERFA. Tekst van de beslissing Rolnummer 2753 Arrest nr. 106/2004 van 16 juni 2004 ___________ In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 474, 475, 476 en 478 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (« Publicatieprocedure in het Belgisch Staatsblad »), ingesteld door de v.z.w. GERFA. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 juni 2003 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 1 juli 2003, heeft de v.z.w. GERFA, met zetel te 1190 Brussel, Luttrebruglaan 137, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 474, 475, 476 en 478 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (« Publicatieprocedure in het Belgisch Staatsblad ») (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2002). De Ministerraad heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Op de openbare terechtzitting van 25 maart 2004 : - is verschenen : Mr. G. Uyttendaele loco Mr. E. Demartin, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Ministerraad; - hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en L. Lavrysen verslag uitgebracht; - is de voornoemde advocaat gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het belang van de verzoekende partij A.1.
- De v.z.w. GERFA, erkende vakorganisatie, beweert een rechtstreeks belang te hebben bij het betwisten van de bepalingen die voor haar leden, voornamelijk ambtenaren, de mogelijkheid aanzienlijk zouden beperken om kennis te nemen van bepalingen die hun statuut regelen en een rechtstreekse weerslag kunnen hebben op hun individuele rechten. A.1.
- Volgens de Ministerraad zou de verzoekende partij niet uitleggen hoe haar maatschappelijk doel door de aangevochten bepalingen zou kunnen worden geraakt. Die zouden immers geen afbreuk doen aan de studie en de bevordering van de hervorming van de overheidsadministraties. De in het geding zijnde bepalingen zouden bovendien geen enkele invloed hebben op de voorwaarden waaronder de verzoekende partij betrokken zou zijn bij de werking van de openbare dienst, wat een door het Hof vereiste voorwaarde is om het door een vakorganisatie ingestelde beroep ontvankelijk te verklaren. A.1.
- De verzoekende partij antwoordt dat het argument van de Ministerraad voortvloeit uit een onvolledige lezing van haar statuten en dat zij, evenals haar leden, belang erbij heeft dat de wettelijke en 3 verordenende normen, met inbegrip van diegene die betrekking hebben op de oproepen tot de kandidaten voor vacante betrekkingen, hun ter kennis worden gebracht via een procedure die betrouwbaar en toegankelijk is, zonder discriminatie. De v.z.w. GERFA merkt verder op dat, hoewel zij een vakorganisatie is, zij geen feitelijke vereniging vormt maar een vereniging zonder winstoogmerk die als dusdanig is erkend. A.1.
- De Ministerraad antwoordt dat de verzoekende partij niet aantoont hoe haar maatschappelijk doel door de maatregel concreet kan worden geraakt. Hij betoogt tevens dat het verdedigen van de belangen van de « particulieren » of de « gebruikers » neerkomt op het instellen van een actio popularis. Ten gronde A.2.
- De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de schending, door de aangevochten bepalingen, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre die bepalingen tot gevolg zouden hebben dat enkel de gebruikers die over aangepast informaticamaterieel beschikken het staatsblad zullen kunnen raadplegen. Sommige magistraten en de meeste leden van de v.z.w. GERFA zouden niet over dergelijk materieel beschikken. De kostprijs zou nog worden verhoogd door de noodzaak om de geraadpleegde tekst af te drukken. De raadpleging van de internetsite van het Belgisch Staatsblad zou de kennisneming van de erin gepubliceerde bepalingen tevens bemoeilijken, aangezien ze verscheidene handelingen vergt die trager en ingewikkelder kunnen blijken dan de raadpleging van de papieren versie. De vastgestelde termijn van tien dagen om kennis te nemen van de teksten zou bijgevolg niet langer volstaan. A.2.
- De Ministerraad merkt op dat, vóór de aanneming van de aangevochten wet, de gebruiker moest intekenen op een abonnement op het Belgisch Staatsblad of zich een exemplaar tegen betaling kon laten bezorgen door de post, met de vertragingen die zulks met zich mee kon brengen. De raadpleging van de internetsite van het Belgisch Staatsblad is, harerzijds, gratis en vrij voor alle gebruikers. De wetgever zou tevens de bekommernis hebben gehad om een financieel evenwicht tot stand te brengen, aangezien hij een aanzienlijke vermindering vaststelde van de abonnementen op papier en een stijging van het aantal raadplegingen op de site, waarbij de papieren uitgave om die redenen steeds duurder bleek. Wat betreft de toegang van de gebruikers tot de internetverbindingen onderstreept de Ministerraad dat het niet vereist is dat de gebruikers persoonlijk over aangepast informaticamaterieel beschikken. De plaatsen waar internet kan worden geraadpleegd, zoals de werkplek, de communicatieloketten, de cafés, de restaurants of nog de winkels worden immers steeds talrijker en zij maken de toegang tot internet gemakkelijk. Een gedrukte versie op papier kan nog steeds worden geraadpleegd bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad. A.2.
- Wat betreft de aangeklaagde discriminatie van de ambtenaren zou de nieuwe verspreidingswijze niets veranderen aan het vroegere systeem, vermits de diensthoofden of de ambtenaren steeds de elektronische versie zullen kunnen afdrukken en laten circuleren binnen hun dienst. De magistraten zullen het Belgisch Staatsblad kunnen raadplegen in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie. Een CD-rom met de elektronische versie van het Belgisch Staatsblad wordt eveneens dagelijks toegezonden aan de 300 rechtbanken die geen internetaansluiting hebben. Wat betreft het probleem van toegang tot de informatie zou de verzoekende partij geen enkele schending aanvoeren van de bepalingen waarvan het Hof de inachtneming verzekert. A.2.
- In haar memorie van antwoord stelt de verzoekende partij vast dat de Ministerraad niet aantoont dat de raadpleging gratis is, terwijl het materieel voor raadpleging steeds duurder wordt. Zij betoogt eveneens dat de Ministerraad zich vergist, wanneer hij stelt dat steeds meer gebruikers een aangepaste toegang tot internet hebben op de werkplek. Zij verwijst ten slotte naar een aanbeveling R.
(99)14 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa volgens welke de nieuwe communicatiediensten de traditionele wijzen van communicatie met de overheid niet zouden mogen vervangen. 4 A.2.
- In zijn memorie van wederantwoord betoogt de Ministerraad dat in de openbare bibliotheken het Belgisch Staatsblad in zijn elektronische versie eveneens makkelijk kan worden geraadpleegd. De meeste bibliotheken zouden zijn uitgerust met het materieel en de verbindingen die noodzakelijk zijn voor een dergelijke raadpleging. De Ministerraad beklemtoont tevens dat de aanbeveling van het Comité van Ministers van de Raad van Europa waarnaar de verzoekende partij verwijst geen bindende kracht heeft. A.3.
- Een tweede middel is afgeleid uit de schending van de regels die de bevoegdheid verdelen tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten. In het bijzonder zou afbreuk worden gedaan aan de artikelen 54, 55 en 84 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarbij de bekendmaking wordt geregeld van de decretale en verordenende teksten en aan de gemeenschappen en de gewesten regels worden opgelegd waarvan niet zou kunnen worden afgeweken door een federale wet. A.3.
- De Ministerraad onderstreept dat de voormelde bepalingen geen enkele bevoegdheid noch prerogatief verlenen aan de deelentiteiten wat betreft de bekendmaking of de verspreiding van het Belgisch Staatsblad. Die mogen niet lijden onder een gedifferentieerde toepassing binnen elk van die deelentiteiten. De federale wetgever zou bovendien ter zake bevoegd zijn gebleven, aangezien artikel 35 van de Grondwet niet in werking is getreden, omdat de bijzondere wet waarvan die inwerkingtreding afhankelijk is niet is aangenomen. A.3.
- In haar memorie van antwoord onderstreept de verzoekende partij dat zij geenszins betwist dat de federale wetgever bevoegd is om de bestreden maatregel te nemen maar dat zij in herinnering wenst te brengen dat de wil van de bijzondere wetgever van 1980 erin bestond de « papieren » versie van het Belgisch Staatsblad te behouden voor de teksten van de gemeenschappen en de gewesten. -B- B.
- De artikelen 472 tot 478 van de programmawet (I) van 24 december 2002, waarvan de bestreden bepalingen deel uitmaken, bepalen : « Art.
- Het Belgisch Staatsblad is een officiële publicatie uitgegeven door het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, die alle teksten waarvoor de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad wordt bevolen, verzamelt. Art.
- De te publiceren teksten worden gegroepeerd in uitgaven. Elke uitgave heeft een datum en een oplopend volgnummer. Meerdere uitgaven per publicatiedatum zijn mogelijk. Het eerste nummer van het Belgisch Staatsblad van elke jaargang draagt het volgnummer
- Het Belgisch Staatsblad heeft een doorlopende paginering die begint met bladzijde 1 op het eerste nummer van elke jaargang. Elke uitgave vermeldt uitdrukkelijk de naam en de functie van de voor het Bestuur van het Belgisch Staatsblad verantwoordelijke ambtenaar en de plaats van publicatie. Art.
- De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad door het Bestuur van het Belgisch Staatsblad gebeurt in drie exemplaren die op papier gedrukt worden. 5 Eén exemplaar wordt gedeponeerd in uitvoering van de wet van 8 april 1965 tot instelling van het wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België, één exemplaar wordt in bewaring gegeven bij de Minister van Justitie als bewaarder van 's Lands zegel en één exemplaar ligt ter inzage bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad. Art.
- Elke andere terbeschikkingstelling van het publiek gebeurt via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad. De op deze internetsite ter beschikking gestelde publicaties zijn de exacte reproducties in elektronisch formaat van de in artikel 474 vermelde exemplaren op papier. Art.
- De datum waarop, overeenkomstig artikel 475, de terbeschikkingstelling via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad gebeurt is gelijk aan de datum die vermeld wordt op de gepubliceerde uitgave overeenkomstig de bepalingen van artikel
- Voor de in artikel 474 vermelde exemplaren gedeponeerd en in bewaring worden gegeven, wordt daarop de datum waarop de terbeschikkingstelling via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad gebeurt alsmede de naam, de functie en de handtekening van de door de Minister van Justitie aangewezen leidend ambtenaar van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad of zijn vervanger aangebracht. Art.
- Voor het gebruik van de overeenkomstig artikel 475 via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad ter beschikking gestelde elektronische bestanden is geen enkele vergoeding verschuldigd, noch voor de consultatie, noch voor verdere verwerking. De bestanden mogen vrij gebruikt worden, zowel voor persoonlijk als voor commercieel gebruik. Art.
- De artikelen 472 tot 477 treden in werking op 1 januari
- » Wat betreft de ontvankelijkheid van het beroep B.2.
- De Ministerraad betwist het belang van de v.z.w. « Groupe d’étude et de réforme de la fonction administrative » (hierna : GERFA), verzoekende partij, omdat de aangevochten bepalingen geen afbreuk zouden doen aan de studie en de bevordering van de hervorming van de overheidsadministraties en zij geen enkele invloed zouden hebben op de voorwaarden waaronder de verzoekende partij betrokken zou zijn bij de werking van de openbare dienst. B.2.
- De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof vereisen dat een rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang om voor het Hof in rechte te treden. 6 Het vereiste belang is slechts aanwezig bij diegenen die door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig in hun situatie zouden kunnen worden geraakt. Bijgevolg is de actio popularis niet toelaatbaar. B.3.
- Artikel 190 van de Grondwet bepaalt : « Geen wet, geen besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur is verbindend dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij de wet bepaald. » De aangevochten bepalingen regelen voor alle teksten waarvoor, ter uitvoering van artikel 190 van de Grondwet, de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad wordt bevolen, de wijze van die bekendmaking. Zij worden bekritiseerd in zoverre de bekendmaking, met uitzondering van drie op papier gedrukte exemplaren zoals bedoeld in artikel 474 van de bestreden wet, voortaan gebeurt « via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad ». B.3.
- Rekening houdend met het feit dat de bekendmaking een noodzakelijke voorwaarde is om officiële teksten verbindend te maken, is de mogelijkheid voor elke persoon om te allen tijde hiervan kennis te nemen een recht dat inherent is aan de rechtsstaat, omdat het die kennisneming is die iedereen in staat zal stellen zich naar die teksten te gedragen. Daaruit volgt dat elke persoon, zij het een rechtspersoon, over een belang beschikt om de bepalingen te betwisten van een wet die de wijze van bekendmaking wijzigt van teksten die zijn situatie kunnen raken. B.
- De exceptie wordt verworpen. Ten gronde B.
- Het onderzoek van het middel dat is afgeleid uit de schending van de bevoegdheidverdelende regels gaat vooraf aan het onderzoek van het middel dat is afgeleid uit de schending van het grondwettelijke beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. 7 Ten aanzien van het middel afgeleid uit de schending van de bevoegdheidverdelende regels B.
- Volgens de verzoekende partij schenden de bestreden bepalingen de artikelen 54, 55 en 84 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, die de gemeenschappen en de gewesten de verplichting zouden opleggen om hun decretale en verordenende teksten bekend te maken in het Belgisch Staatsblad zoals dat laatste bestond toen die bepalingen werden aangenomen. Doordat de federale wetgever die regels van bekendmaking eenzijdig wijzigt, zou hij afbreuk hebben gedaan aan de prerogatieven van de gemeenschappen en de gewesten. B.7.
- Artikel 54 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen bepaalt : « §
- De bekrachtiging en de afkondiging van de decreten van de Vlaamse Raad geschieden op de volgende wijze : ‘ De Vlaamse Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : (decreet) Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. ’ §
- De bekrachtiging en de afkondiging van de decreten van de Franse Gemeenschapsraad geschieden op de volgende wijze : ‘ Le Conseil de la Communauté française a adopté et Nous, Gouvernement, sanctionnons ce qui suit : (decreet) Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge. ’ §
- De bekrachtiging en de afkondiging van de decreten van de Waalse Gewestraad geschieden op de volgende wijze : ‘ Le Conseil régional wallon a adopté et Nous, Gouvernement, sanctionnons ce qui suit : (decreet) Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge. ’ » 8 Artikel 55 van dezelfde bijzondere wet stelt : « Na hun afkondiging worden de decreten van de Vlaamse Raad met een Franse vertaling, de decreten van de Franse Gemeenschapsraad met een Nederlandse vertaling, en de decreten van de Waalse Gewestraad met een Nederlandse en een Duitse vertaling bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. » Artikel 84 van dezelfde bijzondere wet luidt : « De bekendmaking en de inwerkingtreding van de besluiten van de Regeringen geschieden als volgt : 1° De besluiten van de Regeringen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt met een vertaling in het Frans of in het Nederlands, naargelang van het geval. De besluiten van de Waalse Regering worden bekendgemaakt met bovendien een vertaling in het Duits. Wanneer zij geen belang hebben voor de algemeenheid van de burgers, mogen de in het eerste lid bedoelde besluiten evenwel bij uittreksel bekendgemaakt worden of het voorwerp zijn van een gewone vermelding in het Belgisch Staatsblad; wanneer hun bekendmaking geen openbaar nut heeft, mag daarvan afgezien worden. 2° De besluiten worden verbindend vanaf de tiende dag na die van hun bekendmaking, tenzij zij een andere termijn bepalen. De besluiten waarvan kennis is gegeven aan de belanghebbenden, worden verbindend zodra daarvan kennis is gegeven of vanaf de bekendmaking, als deze voorafgaat. » B.7.
- Door de gemeenschappen en de gewesten de verplichting op te leggen om hun decretale en verordenende teksten bekend te maken in het Belgisch Staatsblad, wilde de bijzondere wetgever de toepassing van het in artikel 190 van de Grondwet verankerde beginsel uitbreiden tot die teksten (Parl. St., Senaat, 1979-1980, nr. 1/434, p. 42). B.
- Noch de Grondwet, noch de bijzondere wet van 8 augustus 1980 kennen de gemeenschappen en de gewesten de bevoegdheid toe om de officiële bekendmaking van hun teksten te regelen. De federale wetgever kon dus, krachtens zijn residuaire bevoegdheid, nieuwe regels vaststellen in verband met de materiële drager van de bij artikel 22 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 opgelegde bekendmaking van de decreten en hun uitvoeringsbesluiten. Bovendien blijkt noch uit de voormelde teksten van de bijzondere wet, noch uit de parlementaire voorbereiding ervan dat de bijzondere wetgever de bedoeling zou hebben gehad 9 om de verplichting op te leggen dat de bekendmaking van de decreten en verordeningen van de gemeenschappen en de gewesten in het Belgisch Staatsblad gebeurt in de vorm die het had op het ogenblik van de aanneming van de bijzondere wet. B.
- Het middel is niet gegrond. Ten aanzien van het middel afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet B.
- De verzoekende partij voert aan dat de aangevochten bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, in zoverre zij de raadpleging van het Belgisch Staatsblad minder gemakkelijk en buitengewoon duur zouden maken, vermits men over krachtig informaticamaterieel en een internetverbinding moet beschikken om toegang te kunnen hebben tot de inhoud van het Belgisch Staatsblad. De aangevochten bepalingen zouden een discriminatie in het leven roepen tussen de burgers naar gelang van hun financiële of sociale situatie, vermits enkel de rijke en ingewijde burgers toegang zouden hebben tot de internetsite van het Belgisch Staatsblad. Die bepalingen zouden tevens de gelijkheid tussen de ambtenaren verstoren, aangezien slechts enkelen een internetverbinding zouden hebben. B.
- De bestreden bepalingen zijn ingevoerd in de programmawet (I) van 24 december 2002 bij wege van een amendement dat werd voorgesteld door de Regering en dat werd verantwoord als volgt : « De beslissing van de Federale Regering werd ingegeven door de vaststelling dat het aantal abonnementen op de papieren versie aanzienlijk daalde en dat het aantal consultaties via de elektronische versie, die sinds 5 jaar beschikbaar is, continu stijgt. Daarenboven kost de druk en de verzending van de papieren versie van het Belgisch Staatsblad aanzienlijk meer dan er opbrengsten zijn uit de abonnementen, waardoor er door het afschaffen van de verzending van de papieren versie door het Bestuur van het Belgisch Staatsblad een besparing gerealiseerd zal worden. » (Parl. St., Kamer, 2002-2003, DOC 50-2124/009, p. 3) B.
- De wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen heeft de verplichting opgelegd om de teksten van de federale overheid in het Belgisch Staatsblad bekend te maken. 10 Voor de decreten van de gemeenschappen en de gewesten geldt dezelfde verplichting krachtens de artikelen 22 en 54 tot 56 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en de artikelen 46 tot 48 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. De artikelen 8, 32, 33, 69 en 73 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen bevatten analoge bepalingen voor de ordonnanties van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, en ook de decreten houdende overdracht van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie organiseren die bekendmaking voor de decreten die uitgaan van de Franse Gemeenschapscommissie. Andere bepalingen van de voormelde wetten handelen over de bekendmaking van de administratieve akten van die verschillende overheden. B.
- Volgens al die teksten zijn de wetgevende akten, alsook de administratieve akten die belang hebben « voor de meerderheid van de burgers » (artikel 56, § 1, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1966 en artikel 84 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), verbindend de tiende dag na die van hun bekendmaking, tenzij zij een andere termijn bepalen. Het aan de bekendmaking verbonden gevolg veronderstelt dat de wijze van bekendmaking waarvoor de wetgever opteert, zonder discriminatie de toegankelijkheid van de officiële teksten garandeert, zodat alle adressaten van die teksten in staat zijn kennis te nemen van de hun bij die teksten opgelegde verplichtingen en toegekende rechten. B.
- De aangevochten bepalingen roepen op zichzelf geen verschil in behandeling in het leven, vermits de personen op wie de wetgevende en administratieve akten van toepassing zijn daarvan op dezelfde wijze kennis kunnen nemen. Wat die bepalingen echter wordt verweten, is precies dat geen rekening is gehouden met het feit dat elkeen geen gelijke toegang heeft tot de informatietechnieken. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie kan evenwel worden geschonden wanneer de wetgever personen die zich in fundamenteel verschillende situaties bevinden op dezelfde wijze behandelt. 11 B.
- De afschaffing van de op papier gedrukte uitgave van het Belgisch Staatsblad, buiten de drie exemplaren die worden gedeponeerd in de Koninklijke Bibliotheek van België, bij het Ministerie van Justitie alsmede bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, en de vervanging ervan door een terbeschikkingstelling aan het publiek via de internetsite van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad zijn maatregelen waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij verband houden met de door de wetgever vooropgestelde en in B.11 vermelde doelstelling. Zij passen overigens in de evolutie van de samenleving, aangezien informaticatechnieken meer en meer de gebruikelijke wijze van communicatie worden. B.
- Het Hof dient evenwel nog te onderzoeken of, door de gevolgen welke die maatregelen kunnen hebben, niet op onevenredige wijze afbreuk wordt gedaan aan het in B.3.2 vermelde recht, door voor een bepaalde categorie van personen niet te voorzien in een andere, aan hun situatie aangepaste wijze van toegang tot de teksten die voor hen rechtsgevolgen hebben. B.
- Inzake de toegankelijkheid wordt in de parlementaire voorbereiding van de aangevochten bepalingen vermeld dat niet alleen het exemplaar dat gedeponeerd wordt bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad door elke geïnteresseerde persoon kan worden geraadpleegd, maar ook dat de gemeenten en de bibliotheken moeten investeren in de aankoop van informaticamaterieel (B.V., Kamer, 2002-2003, 50 COM 850, p. 1), en ten slotte, dat personen die geen informatica ter beschikking hebben, zich door de diensten van het Belgisch Staatsblad, binnen 24 uur volgend op hun verzoek, een gewaarmerkte kopie van de akte die of het document dat zij wensen te verkrijgen, kunnen laten overleggen (Parl. St., Senaat, 2002-2003, nr. 2-1390/5, p. 10). B.
- Deze laatste maatregel, waarbij het mogelijk is een kopie van een akte of een document uit het Belgisch Staatsblad te verkrijgen, is niet van dien aard dat daardoor de negatieve gevolgen van de bestreden bepalingen worden verholpen. Aangezien personen die geen informaticamaterieel ter beschikking hebben het Belgisch Staatsblad zelf niet kunnen raadplegen, zal het voor diegene die een tekst zoekt immers uiterst moeilijk zijn om het exemplaar waarin de desbetreffende tekst is bekendgemaakt te identificeren. Die maatregel voert aldus een verschil in behandeling in tussen diegene die, aangezien hij toegang heeft tot informaticamaterieel, op eenvoudige wijze alle nummers kan raadplegen van 12 het Belgisch Staatsblad die zijn uitgegeven sinds de inwerkingtreding van de aangevochten bepalingen en daaronder de tekst kan vinden die hem interesseert, en diegene die, aangezien hij geen toegang heeft tot de informatica, het nummer waarin die tekst is bekendgemaakt niet kan identificeren. B.
- De mogelijkheid om de bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad gedeponeerde exemplaren te raadplegen kan weliswaar een dergelijk opzoekingswerk mogelijk maken, maar zij verzekert niet aan eenieder de toegang, zonder overdreven moeilijkheden, tot de teksten die hem aanbelangen. B.
- Een tijdens de parlementaire voorbereiding geopperde oplossing zou erin bestaan dat de gemeenten en de bibliotheken zich uitrusten met informaticamaterieel (B.V., Kamer, 2002-2003, 50 COM 850, pp. 1 en 2), maar niets waarborgt dat zij dit zullen doen, noch dat zij over de noodzakelijke infrastructuur en middelen zouden beschikken om zulks te doen. B.
- Het op papier uitgegeven Belgisch Staatsblad bood wellicht evenmin de verzekering dat eenieder kennis nam van de teksten waardoor hij gebonden was. Voor sommige personen zal de terbeschikkingstelling van de teksten op een internetsite zelfs de toegang ertoe bevorderen en eveneens die toegang minder duur maken. Niettemin blijft het feit dat, ten gevolge van de bestreden bepalingen, aan een aanzienlijk aantal personen de effectieve toegang tot de officiële teksten wordt ontzegd, inzonderheid door de ontstentenis van begeleidende maatregelen die hun de mogelijkheid zouden bieden die teksten te raadplegen, terwijl zij voordien de mogelijkheid hadden om kennis te nemen van de inhoud van het Belgisch Staatsblad zonder over bijzonder materieel te moeten beschikken en zonder in het bezit te moeten zijn van enige andere kwalificatie dan te kunnen lezen. B.
- Aangezien de bestreden maatregel niet gepaard gaat met voldoende maatregelen die waarborgen dat de rechtsonderhorigen een gelijke toegang hebben tot die teksten, heeft hij onevenredige gevolgen ten nadele van bepaalde categorieën van personen. Hij is dan ook niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 13 B.
- Rekening houdend met de omstandigheid dat de bestreden maatregel toepassing vindt sinds 1 januari 2003, dat de wetgever de keuze heeft van de maatregelen om een einde te maken aan de vastgestelde discriminatie, maar dat de tenuitvoerlegging van die maatregelen een zekere tijd kan vereisen, dienen de gevolgen van de vernietigde bepalingen met toepassing van artikel 8, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof te worden gehandhaafd zoals aangegeven in het beschikkende gedeelte. 14 Om die redenen, Het Hof - vernietigt de artikelen 474 en 475 van de programmawet (I) van 24 december 2002; - handhaaft op definitieve wijze de gevolgen van de overeenkomstig de vernietigde bepalingen tot en met 31 juli 2005 verrichte publicaties. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 16 juni
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.106 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.026 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.033 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.075 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div