id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.172 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.20041028.9 Arrest- Rolnummer: 172-2004;3075 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2004-12-15 Raadplegingen: 196 - laatst gezien 2026-07-04 02:12 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Vrije woorden: Vordering tot gedeeltelijke schorsing van artikel 1bis, ,§ 5, eerste lid, 2°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van het Waalse Gewest van 29 april 2004, ingesteld door P. Thiry en anderen. Wettelijke bepalingen: Decreet Waalse Gewest - 29-04-2004 - 49 ELI link Pub nr 2004201656 Wet - 18-07-1973 - 1bis,§5,L1,2$ - 01 ELI link Pub nr 1973071810 Tekst van de beslissing Rolnummer 3075 Arrest nr. 172/2004 van 28 oktober 2004 In zake : de vordering tot gedeeltelijke schorsing van artikel 1bis, § 5, eerste lid, 2°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van het Waalse Gewest van 29 april 2004, ingesteld door P. Thiry en anderen. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 2 september 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 september 2004, hebben P. Thiry, wonende te 4400 Flémalle, rue des Béguines 34, P. Deneye, wonende te 4470 Saint-Georges-sur-Meuse, rue Vingt Ponts 59/A, en Y. Oly, wonende te 4400 Flémalle, rue de la Reine 48/6, een vordering tot gedeeltelijke schorsing ingesteld van artikel 1bis, § 5, eerste lid, 2°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van het Waalse Gewest van 29 april 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 juni 2004, tweede uitgave). Bij hetzelfde verzoekschrift vorderen de verzoekende partijen eveneens de gedeeltelijke vernietiging van dezelfde wetsbepaling. Op de openbare terechtzitting van 22 september 2004 : - zijn verschenen : . Mr. L. Misson en Mr. X. Close, advocaten bij de balie te Luik, voor de verzoekende partijen; . Mr. F. Haumont, advocaat bij de balie te Brussel, en Mr. F. Guérenne, advocaat bij de balie te Nijvel, voor de Waalse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en A. Alen verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - heeft de voorzitter de zaak in voortzetting uitgesteld tot de terechtzitting van 6 oktober
- Op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2004 : - zijn verschenen : . Mr. L. Misson en Mr. X. Close, advocaten bij de balie te Luik, voor de verzoekende partijen; . Mr. F. Haumont, advocaat bij de balie te Brussel, en Mr. F. Guérenne, advocaat bij de balie te Nijvel, voor de Waalse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en A. Alen verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 3 II. In rechte -A- A.
- Volgens de verzoekende partijen moest het decreet van 29 april 2004 tot wijziging van artikel 1bis van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, waarvan zij de gedeeltelijke vernietiging vorderen, door het Waalse Gewest worden aangenomen teneinde zich te gedragen naar de lering van het arrest nr. 51/2003 van 30 april 2003 van het Hof. Zij voeren aan dat zulks niet het enige doel van het bestreden decreet was, dat voor het eerst in de Waalse wetgeving betreffende de bestrijding van de geluidshinder het beginsel van de wettigheid van tien overschrijdingen van de drempel van 45 decibel (dB) tijdens de nacht in geïsoleerde ruimten heeft opgenomen. Terwijl het Hof de kritiek op een afbakening van zones op basis van de gemiddelde geluidsindicator LDN niet in aanmerking had genomen, wijzigt het bestreden decreet van 29 april 2004 de gehanteerde geluidsindicator en legt het nieuwe zones vast die het naast elkaar laat bestaan, namelijk het plan met betrekking tot de blootstelling aan geluidshinder (P.B.G.) en het ontwikkelingsplan op lange termijn (O.L.T.) volgens de gemiddelde geluidsindicator Lden. De verzoekende partijen preciseren aldus dat de verschillende zones van het P.B.G. voortaan zijn vastgesteld volgens een strikt theoretische geluidshinder (op basis van een theoretische luchtvloot en een theoretisch aantal bewegingen) die de omwonenden in 2013 zouden ondergaan. De zones van het O.L.T. zijn daarentegen vastgesteld « op grond van de zones m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder overeenstemmend met de maximale ontwikkelingsgrenzen van de luchthavens en vliegvelden in het Waalse Gewest ». A.2.
- Ter ondersteuning van hun beroep leiden de verzoekende partijen een enig middel af uit de schending van de artikelen 22 en 23 van de Grondwet. Zij zijn van mening dat het deel van het decreet waarvan zij de vernietiging vorderen, in strijd is met het standstill-beginsel inzake de bescherming van de gezondheid en van het leefmilieu, dat het het recht op de bescherming van de gezondheid en het recht op de bescherming van het leefmilieu van de omwonenden van de Waalse luchthavens niet waarborgt en dat het het recht op de eerbiediging van het privé- en gezinsleven van de omwonenden van de Waalse luchthavens op onevenredige wijze aantast. A.2.
- Ten aanzien van de schending van het standstill-beginsel onderstrepen de verzoekende partijen dat het decreet van 8 juni 2001, dat door het bestreden decreet wordt gewijzigd, niet voorzag in een overschrijding van de voor de verschillende zones opgelegde externe geluidsdrempels en dat het een isolatie van de slaapkamers, op kosten van het Waalse Gewest, waarborgde, op zodanige wijze dat de geluidspieken 's nachts binnen de slaapkamers de drempel van 45 dB Lmax nooit overschrijden. Het bestreden decreet voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid van tien overschrijdingen van de drempel van 45 dB Lmax tijdens de nacht, binnen de slaapkamers, die te wijten zijn aan de overschrijdingen buiten. De verzoekende partijen leiden hieruit logischerwijze af dat het decreet tien overschrijdingen van de externe geluidsdrempels toestaat. Terwijl het decreet van 8 juni 2001 werd verantwoord door de wil om de omwonenden te verzekeren dat de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (W.G.O.) worden nageleefd en dat zij dus tijdens hun slaap, in hun slaapkamer, niet zouden worden onderworpen aan geluidspieken van meer dan 45 dB, verwijst de memorie van toelichting bij het bestreden decreet naar een uittreksel uit het rapport van de W.G.O. en verantwoordt het de bekritiseerde overschrijdingen in de volgende bewoordingen : « In haar rapport Guidelines for Community Noise pleit de W.G.O. voor een geluidsniveau, binnen de woningen, tijdens de nacht, van minder dan 30 dB (A) LAeq voor continue geluidshinder. Voor tijdelijke of alleenstaande geluidshinder wijst de W.G.O. erop dat geluidsniveaus van meer dan 45 dB (A) Lmax zouden moeten worden vermeden. In hoofdstuk III (Sleep disturbance) van datzelfde rapport preciseert de W.G.O. echter dat dit geluidsniveau van 45 dB (A) Lmax niet meer dan tien tot vijftien keer per nacht zou mogen worden overschreden. » (Parl. St., Waals Parlement, 2003-2004, nr. 661-1, p. 3) De verzoekende partijen betwisten, na de gegevens van dat rapport van de W.G.O. te hebben geanalyseerd, de interpretatie die de auteurs van het ontwerp van het bestreden decreet eraan hebben gegeven. 4 A.2.
- Om hun bewijsvoering te staven, voeren de verzoekende partijen voorts aan dat het decreet van 29 april 2004 het algemeen evenwicht waarover het Hof zich in zijn arrest nr. 51/2003 heeft uitgesproken, tenietdoet; zij verwijzen in het bijzonder naar de overwegingen B.5.12 tot B.5.14, waaruit blijkt dat het Hof de wettigheid van het hanteren van een gemiddeld geluidscriterium, zoals de LDN of de Lden, heeft erkend, maar dat het bij zijn beoordeling rekening heeft gehouden met de vaststelling van de aan de luchtvaartmaatschappijen opgelegde maximale geluidsdrempels. A.2.
- Los van de schending van het in die bepaling vervatte standstill-beginsel voeren de verzoekende partijen aan dat artikel 23 van de Grondwet eveneens is geschonden, in zoverre de bestreden norm het recht op de bescherming van de gezondheid en het recht op de bescherming van het leefmilieu op onevenredige wijze zou aantasten. A.2.
- De bestreden norm zou kennelijk ook artikel 22 van de Grondwet schenden, geïnterpreteerd in het licht van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, in zoverre hij geen billijk evenwicht tot stand zou brengen tussen het recht van de omwonenden van de Waalse luchthavens op de bescherming van het privé- en gezinsleven, en het economisch belang van de Staat. A.3.
- Na te hebben herinnerd aan de voorgeschiedenis van het bestreden decreet op wettelijk en reglementair vlak voert de Waalse Regering in haar nota met opmerkingen aan dat het middel niet ernstig is. A.3.
- In de eerste plaats kent artikel 23 van de Grondwet, waarvan de schending door de verzoekende partijen wordt aangevoerd, geen enkel subjectief recht toe. Het heeft volgens de Waalse Regering geen rechtstreekse werking. Wat de standstill-verplichting betreft, die kan niet in die zin worden geïnterpreteerd dat zij aan de wetgever een status-quo oplegt. De Waalse Regering citeert uit verschillende arresten van het Hof waarin het zich, volgens haar, in die zin uitspreekt. A.3.
- Met betrekking tot artikel 22 van de Grondwet, geïnterpreteerd in het licht van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, is de Waalse Regering van mening dat het Hof, in zijn arrest nr. 51/2003, heeft vastgesteld dat uit geen enkel van door de deskundigen opgestelde verslagen kon worden afgeleid dat de omwonenden van de luchthaven Luik-Bierset in hun woning zouden kunnen leven zonder dat hun recht op privé-leven op buitensporige wijze zou worden aangetast, wanneer zij worden blootgesteld aan geluidshinder die tussen 65 en 70 dB (A) ligt. Het Hof heeft dus aanvaard dat de isolatiewerkzaamheden het mogelijk maken om aan de doelstelling van volksgezondheid tegemoet te komen. Het feit dat zij in hun woningen met gesloten deuren en ramen moeten leven, brengt evenwel hinder met zich mee. De Waalse Regering is van mening dat het Hof echter op geen enkel ogenblik de schending van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in aanmerking heeft genomen. Het heeft evenmin erkend dat artikel 22 van de Grondwet zou zijn geschonden. A.3.
- Na te hebben herinnerd aan de betekenis van het wetgevend optreden door middel van het decreet van 29 april 2004, is de Waalse Regering van mening dat de bestreden paragraaf 5 bepaalt dat, in de hypothese dat isolatiewerkzaamheden een geluidsniveau van 45 dB (A) Lmax binnen de slaapkamers en van 55 dB (A) Lmax binnen de dagvertrekken van de woningen buiten zone A van het O.L.T. garanderen, die geluidsniveaus niet meer dan tien keer zullen mogen worden overschreden gedurende een periode van 24 uur en op voorwaarde dat die overschrijdingen te wijten zijn aan een overschrijding van het maximale geluidsniveau bedoeld in paragraaf
- Die paragraaf machtigt de Regering ertoe maximale geluidsdrempels vast te stellen, uitgedrukt in Lmax, die tussen 23 uur en 7 uur en tussen 7 uur en 23 uur niet mogen worden overschreden. Die drempels, zo preciseert de Regering, waren reeds gekozen in het kader van de wet van 18 juli 1973, vóór de wijziging ervan bij het decreet. De Waalse Regering vervolgt dat de overschrijdingen beantwoorden aan de wetenschappelijke studies over het niveau van het akoestisch comfort dat binnen de woningen moet worden bereikt. A.3.
- Wat betreft de W.G.O.-normen, die in het debat centraal staan, aangezien zij zowel bij de aanneming van het decreet van 8 juni 2001 als bij die van het decreet van 29 april 2004 als referentie hebben gediend, is de Waalse Regering van mening dat het oorspronkelijke rapport van de W.G.O., opgesteld in het Engels, genuanceerder is dan de in het Frans opgestelde oriënterende samenvatting van dezelfde organisatie. Terwijl die laatste zou kunnen laten doorschemeren dat geen enkele overschrijding van de drempel van 45 dB (A) Lmax zou kunnen worden toegestaan, blijkt volgens de Waalse Regering uit het rapport van de W.G.O. duidelijk dat een goede slaap kan worden verzekerd indien een geluidsniveau van 45 dB (A) Lmax met een maximum van tien tot vijftien overschrijdingen van dat niveau per nacht in acht wordt genomen. 5 A.3.
- Door die beginselen toe te passen, wil de Waalse Regering aantonen dat het decreet van 29 april 2004 de omwonenden in het algemeen beter beschermt en dat het geen beduidende achteruitgang zou kunnen vormen ten opzichte van de vroegere wetgeving. Zou er van achteruitgang sprake kunnen zijn, in zoverre het Waalse Gewest thans 45 decibel in de nachtruimten en 55 decibel in de dagvertrekken waarborgt, zonder dat die niveaus meer dan tien keer mogen worden overschreden gedurende een periode van 24 uur ? Die vraag dient beslist ontkennend te worden beantwoord, indien wordt verwezen naar de W.G.O.-normen, naar het verslag A-tech en naar het verslag van Muzet–Vallet, die alle melding maken van de tien overschrijdingen (of zelfs meer) van wat voor hen de norm is. In werkelijkheid tracht het decreet van 29 april 2004 tegemoet te komen aan het arrest nr. 51/2003 van het Hof van 30 april
- In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen schrijven, staat het decreet noch uitdrukkelijk, noch impliciet toe dat de luchtvaartuigen die drempels overschrijden. Vervolgens zou het decreet de bescherming van de omwonenden op het vlak van de isolatie niet kunnen verminderen, onder het voorwendsel dat het tien overschrijdingen van de drempel van 45 dB (A) in de nachtruimten zou toestaan. De wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van 29 april 2004, legt niet langer de waarde van een index van geluidsvermindering vast, maar heeft het over een voldoende geluidsvermindering om een geluidsniveau van 45 dB (A) in de nachtruimten te waarborgen. Samen met de verzoekende partijen betwist de Waalse Regering niet dat uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van 8 juni 2001 blijkt dat de toenmalige wetgever isolatiemaatregelen wilde nemen om tegemoet te komen aan de door de W.G.O. voorgeschreven normen, die, in tegenstelling tot wat wordt aangevoerd, minder beperkend zijn dan wat de wetgever in 2004 heeft bepaald. Het standpunt van de verzoekende partijen kan echter niet worden gevolgd, wanneer zij aanvoeren dat die normen geen enkele overschrijding van de daarin vastgestelde waarden zouden toestaan. A.3.
- Wat artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens betreft, verklaart het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn arrest Hatton van 8 juli 2003 opnieuw dat de Staat een ruime beoordelingsvrijheid geniet en dat het zich niet in de plaats van de overheid kan stellen om te oordelen wat de reglementering van overdreven geluidshinder door luchtvaartuigen en de rechtsmiddelen die in de interne rechtsorde aan het individu moeten worden geboden, zouden moeten inhouden. Te dezen tonen de verzoekende partijen geenszins aan op welke wijze het Waalse Gewest dat billijke evenwicht zou hebben verstoord. Integendeel, het heeft het algemeen belang en het individueel belang afgewogen. Daartoe heeft het zich op heel veel studies beroepen. A.4.
- In de nota die is neergelegd in antwoord op de nota met opmerkingen van de Waalse Regering willen de verzoekende partijen aantonen dat het niet juist is dat het bestreden decreet geen afbreuk doet aan de standstill-verplichting. In dat verband wensen zij een voorafgaande opmerking te formuleren : alleen de maatregelen die ertoe strekken bijvoorbeeld de geluidshinder, de luchtvervuiling of de bodemvervuiling te beperken, kunnen als milieubeschermende maatregelen worden beschouwd. De omwonenden de mogelijkheid bieden hun woningen te isoleren, verbetert daarentegen de kwaliteit van het leefmilieu niet : die maatregel draagt gewoon ertoe bij de omwonenden te beschermen tegen een voor hun gezondheid gevaarlijke omgeving. De verzoekende partijen betogen voorts dat in die context dient te worden vastgesteld dat het toestaan van tien overschrijdingen van de externe geluidsdrempels - wat de Waalse Regering niet betwist - in de eerste plaats de bescherming van het leefmilieu aantast. De verbeteringen van het niveau van bescherming van de omwonenden die volgens de Waalse Regering in het decreet van 29 april 2004 vervat zouden zijn, verbeteren daarentegen, in de veronderstelling dat ze zijn aangetoond, in elk geval niet de kwaliteit van het leefmilieu. A.4.
- Na die principiële opmerking trachten de verzoekende partijen vervolgens de verschillende gebieden te weerleggen waarop volgens de Waalse Regering beter tegemoet wordt gekomen aan de hinder die de omwonenden lijden, teneinde aan te tonen dat het ofwel geenszins om een vooruitgang gaat, maar om de te late verwezenlijking van verplichtingen opgelegd aan het Waalse Gewest vóór de aanneming van het bestreden decreet (verplichtingen die met name worden bevestigd in het arrest nr. 51/2003), ofwel het discours van het Gewest is gewijzigd, waarbij het verwijst naar andere parameters dan die welke het onlangs beoogde. A.4.
- De verzoekende partijen onderzoeken vervolgens de parlementaire voorbereiding die het Waalse Gewest over meerdere jaren heeft gewijd aan de wetgeving op de bestrijding van de geluidshinder, en leiden 6 hieruit af dat het discours met betrekking tot het bestreden decreet volgens hen radicaal is veranderd : vóór het reeds vermelde arrest van het Arbitragehof beweerde iedereen vastberaden de omwonenden een geluidsdrempel van 45 dB te willen waarborgen als resultaatsverbintenis, waarbij die drempel niet mocht worden overschreden. Uit de parlementaire debatten blijkt dat de Waalse wetgever zelf oordeelde zowel artikel 23 van de Grondwet als het standstill-beginsel te moeten eerbiedigen. Na het door het Hof gewezen arrest worden de overschrijdingen overwogen vooraleer daarover een beslissing is genomen. A.5.
- Met betrekking tot het bewijs van het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel geven de verzoekende partijen in de eerste plaats te kennen dat, gelet op de reacties waartoe de vaststelling van de door het decreet bepaalde externe geluidsdrempels heeft geleid, deze onbetwistbaar worden overschreden en zij leiden hieruit af dat het door hen geleden nadeel niet hypothetisch is. Vervolgens wijzen zij erop dat de overschrijdingen wel degelijk tijdens de nacht en bijgevolg tijdens de rusturen zullen plaatshebben. A.5.
- Met betrekking tot de persoonlijke situatie van ieder van de drie verzoekende partijen wordt gepreciseerd dat de woning van de eerste verzoekende partij zich bevindt in zone B van het O.L.T. (wat betekent dat de drempel van 87 dB (A) tien keer per nacht kan worden overschreden) en in zone B' van het P.B.G. Het huis van de tweede verzoekende partij bevindt zich in zone B van het O.L.T. en in zone C' van het P.B.G. Het huis van de derde verzoekende partij bevindt zich in zone C van het O.L.T. en in zone C' van het P.B.G. De twee laatstgenoemde verzoekende partijen kunnen thans alleen isolatiemaatregelen genieten en kunnen, in tegenstelling tot de eerste verzoekende partij, het recht op terugkoop niet genieten. A.5.
- Het door het decreet veroorzaakte nadeel dient te worden onderzocht voor de gevallen waarin de woning niet is geïsoleerd, enerzijds, en voor de gevallen waarin de woning is geïsoleerd, anderzijds. De isolatiewerkzaamheden zijn immers nauwelijks aangevat. De woningen van de omwonenden, zoals de tweede en de derde verzoekende partij, zijn thans dus niet geïsoleerd, terwijl de woning van de eerste verzoekende partij als proefwoning is geïsoleerd. Zij ondergaan zeer hoge drempels van 87 dB (zone B) en 82 dB (zone C). Voor de geïsoleerde woningen bestond tot vóór de aanneming van het bestreden decreet de zekerheid dat de drempel van 45 dB in hun slaapkamer tijdens de nacht niet zou worden overschreden, waarborg die vandaag is verdwenen. De verzoekende partijen brengen voorts bijzondere overwegingen naar voren in verband met het gevaar dat voortvloeit uit de verstoring van de slaap, in het bijzonder bij gevoelige personen, alsook overwegingen met betrekking tot de gevolgen van nachtlawaai voor de gezondheid. A.6.
- In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is het Waalse Gewest van mening dat de verzoekende partijen uiteindelijk niet aantonen dat de geluidsdrempels daadwerkelijk zullen worden overschreden, noch dat die overschrijdingen 's nachts zullen plaatshebben. Het nadeel vloeit overigens niet voort uit het decreet, maar uit het gedrag van de verzoekende partijen zelf, aangezien zij ofwel, wat het geval is voor de eerste verzoekende partij, hun huis niet willen verkopen, ofwel, wat het geval is voor de twee andere partijen, isolatiewerkzaamheden kunnen aanvragen. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, is de Waalse Regering ten slotte van mening dat, in de veronderstelling dat de drempels 's nachts worden overschreden - wat niet is aangetoond -, het aan die overschrijdingen verbonden nadeel geenszins ernstig is : dat blijkt uit de wetenschappelijke literatuur die de Waalse Regering in haar nota vermeldt. Zij betwist echter geenszins de schadelijke gevolgen van nachtelijke geluidshinder voor de gezondheid : dat is de reden waarom het Waalse Gewest een geheel van maatregelen heeft genomen ter bescherming tegen de geluidshinder. Het standpunt dat de « Autorité de contrôle des nuisances sonores aéroportuaires en Région wallone » (A.C.N.A.W.) inneemt in het advies dat zij over het ontwerp van decreet heeft uitgebracht, is niet duidelijk. Ten slotte is het standpunt van B. Berglund over de overschrijding van de norm van 45 dB volgens de Waalse Regering slechts een van de verschillende deskundigenadviezen. A.6.
- Tot slot stelt de Waalse Regering dat een schorsing van de te dezen bestreden norm de verzoekende partijen elke mogelijkheid zal ontnemen om, in de nachtruimten, isolatiemaatregelen te genieten die hun recht op gezondheid moeten beschermen. De hinder zal hun recht op gezondheid integendeel aantasten. Het nadeel dat zij hier aanvoeren en willen voorkomen, zal bijgevolg bewaarheid worden. 7 Een schorsing van de bekritiseerde norm zal niet alleen aan de tweede en de derde verzoekende partij - de eerste woont in een geïsoleerde woning -, maar tevens aan honderden omwonenden elke mogelijkheid ontnemen om de nachtruimten te isoleren. Na de belangen te hebben afgewogen, blijkt bijgevolg dat de schorsing van artikel 1bis, § 5, eerste lid, 2°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van 29 april 2004, zou beletten dat de procedures worden voortgezet voor het isoleren van de nachtruimten van de woningen gelegen in zones A', B' en C' van het plan met betrekking tot de blootstelling aan geluidshinder van de luchthaven Luik-Bierset, zijnde in totaal 11.222 gebouwen die kunnen worden geïsoleerd. Die schorsing zou bijgevolg een aanzienlijk nadeel meebrengen voor de bewoners van die 11.222 gebouwen. Het decreet van 29 april 2004 streeft kennelijk een belangrijk doel voor de gemeenschap na. Bijgevolg dient te worden beschouwd dat, in zoverre de schorsing van de bestreden bepaling het belang van derden op ernstige en moeilijk te herstellen wijze zal benadelen, de door de verzoekende partijen gevorderde schorsing van die handeling dient te worden verworpen. A.
- In antwoord op de Regering voeren de verzoekende partijen, ten aanzien van hun nadeel, eerst aan dat de effectenstudies waarop de Waalse Regering steunt, achterhaald zijn. Zij zijn van mening dat die Regering geen duidelijkheid verschaft over het werkelijk verdwijnen van de lawaaierige vliegtuigen, die volgens hen niet zijn verdwenen. In tegenstelling tot wat de Waalse Regering beweert, is het ten slotte niet juist dat de verzoekende partijen verantwoordelijk zouden zijn voor hun nadeel. Zij merken op dat moest worden gewacht op de besluiten van de Waalse Regering van 27 mei 2004, zes jaar na de aanvang van de nachtvluchten, vooraleer de zones C en D voor het eerst werden vastgesteld. De begeleidingsmaatregelen voor zone C dateren van hun kant van het decreet van 29 april
- De verzoekende partijen bewijzen vervolgens dat zij de nodige stappen hebben gedaan om de isolatie aan te vragen. Zoals de overgrote meerderheid van de omwonenden hebben zij die maatregelen echter nog niet concreet kunnen genieten, zodat de tweede en de derde verzoekende partij thans geen enkele isolatie genieten. -B- Ten aanzien van de bestreden bepaling B.1.
- De verzoekende partijen vorderen de gedeeltelijke schorsing van artikel 1bis, § 5, eerste lid, 2°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, zoals gewijzigd bij het decreet van het Waalse Gewest van 29 april
- Artikel 1 van het voormelde decreet bepaalt : « Artikel 1bis van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder wordt gewijzigd als volgt : […]
- Tussen § 3, die § 4 wordt, en § 4, die § 7 wordt, wordt een § 5 ingevoegd, luidend als volgt : 8 ' §
- In de zones A', B' en C' van het plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder van de luchthaven van Luik-Bierset zijn de volgende principes van toepassing : 1° wanneer de isolatiewerken in de voornaamste nachtruimte(n) van de woningen gelegen binnen zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een geluidsvermindering van minimum 42 dB (A); 2° wanneer de isolatiewerken in de voornaamste nachtruimte(n) van de woningen gelegen buiten zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een voldoende geluidsvermindering om een geluidsniveau van hoogstens 45 dB (A) te waarborgen zonder dat deze maximale geluidsniveaus meer dan tien keer gedurende een periode van 24 uur worden overschreden voor zover deze overschrijdingen te wijten zijn aan een overschrijding van het in § 7 bedoelde externe maximale geluidsniveau. […] ' […] » De verzoekende partijen vorderen meer in het bijzonder de schorsing van het zinsdeel « zonder dat deze maximale geluidsniveaus meer dan tien keer gedurende een periode van 24 uur worden overschreden voor zover deze overschrijdingen te wijten zijn aan een overschrijding van het in § 7 bedoelde externe maximale geluidsniveau ». B.1.
- Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de vordering tot schorsing. 9 Ten aanzien van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel B.
- Een schorsing door het Hof moet kunnen voorkomen dat voor de verzoekende partij door de onmiddellijke toepassing van de bestreden normen een ernstig nadeel zou ontstaan dat ten gevolge van een eventuele vernietiging niet of nog moeilijk zou kunnen worden hersteld. B.
- Tot staving van het feit dat de bestreden bepaling hun een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te berokkenen, voeren de verzoekende partijen aan dat hun nadeel niet hypothetisch is, dat de toegestane overschrijdingen plaatshebben tijdens de nacht en dat hun nadeel niet alleen dient te worden onderzocht voor de gevallen waarin de woning reeds is geïsoleerd (wat het geval is voor de eerste verzoekende partij), maar ook voor de gevallen waarin de isolatiewerken aan de woning nog niet zijn aangevat (wat het geval is voor de tweede en de derde verzoekende partij). Bij hun verzoekschrift voegen de verzoekende partijen meerdere verslagen van geluidsdeskundigen waarin de gevolgen van nachtlawaai voor de gezondheid worden uiteengezet. B.4.
- De woningen van de tweede en de derde verzoekende partij zijn thans gelegen in zone C’ van het plan met betrekking tot de blootstelling aan geluidshinder (P.B.G.) van de luchthaven van Bierset. De isolatiewerkzaamheden die een geluidsniveau van maximum 45 dB (A) in de voornaamste nachtruimten moeten waarborgen, zijn er nog niet uitgevoerd. De bestreden norm betreft de waarborg die moet worden verkregen door de uitvoering van dergelijke werkzaamheden. De gevorderde schorsing is niet van dien aard dat zij, op korte termijn, voor die verzoekende partijen zou kunnen voorkomen dat een ernstig nadeel uit de onmiddellijke toepassing van de bestreden norm voortvloeit. B.4.
- De woning van de eerste verzoekende partij is thans gelegen in zone B’ van het P.B.G. Zij heeft isolatiemaatregelen in 2000-2001 genoten. Uit het verslag van de dienst « Etudes, Devis et Suivi des travaux d'Insonorisation » van 26 januari 2001, « Résultat des tests d’insonorisation de 14 maisons en zone B », blijkt dat in de twee slaapkamers het geluidsniveau wordt verminderd met respectievelijk 48,2 decibel en 45,2 decibel. 10 De verzoekende partij betwist dat verslag niet. Zij toont ook niet aan dat de drempel van 45 dB (A) binnen de slaapkamers thans zou worden overschreden, zelfs in de gevallen waarbij de toegestane maximale geluidsdrempel van 87 dB (A) wordt overschreden, waarnaar zij in haar verzoekschrift verwijst. Het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is ten aanzien van die verzoekende partij niet aangetoond. B.
- Vermits een van de voorwaarden voor de schorsing niet is vervuld, dient de vordering tot schorsing te worden verworpen. 11 Om die redenen, het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 oktober
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.172 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div