← België

ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.180

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 03 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.180 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.20041103.3 Arrest- Rolnummer: 180-2004;3051 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2004-11-18 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-04 03:12 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging onontvankelijk is. Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 (wraking van rechter), ingesteld door P. Piron. Wettelijke bepalingen: Wet - 22-12-2003 - 375 - 42 ELI link Pub nr 2003021248 Tekst van de beslissing Rolnummer 3051 Arrest nr. 180/2004 van 3 november 2004 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 (wraking van rechter), ingesteld door P. Piron. Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, bijgestaan door de griffier L. Potoms, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 3 juli 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 5 juli 2004, heeft P. Piron, 2600 Berchem, P.B. 2028, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 (wraking van rechter) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2003). Op 8 juli 2004 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep klaarblijkelijk onontvankelijk is. De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.

  1. In hun conclusies die werden opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, waren de rechters-verslaggevers van oordeel dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep klaarblijkelijk onontvankelijk is. A.
  2. De verzoeker voert aan dat hij reeds op 20 juni 2004 een verzoekschrift heeft ingediend en dat volgens een algemene regel van het bestuursrecht de eerste datum van indiening in aanmerking dient te worden genomen, zelfs indien het verzoekschrift aan de verzoeker werd teruggestuurd voor verbetering. -B- B.
  3. Naar luid van artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, zijn de beroepen strekkende tot vernietiging van een wettelijke bepaling slechts ontvankelijk indien zij worden ingesteld binnen een termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bestreden bepaling in het Belgisch Staatsblad. B.
  4. Artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december
  5. De termijn om een beroep in te stellen tegen die bepaling ging in op 1 januari 2004 en liep tot donderdag 1 juli
  6. 3 Aangezien het beroep tot vernietiging ter post werd afgegeven op 3 juli 2004, was de termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bestreden bepalingen in het Belgisch Staatsblad verstreken. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de verzoeker op 20 juni 2004 reeds een « verzoekschrift » aan het Hof heeft gericht. Bij brief van 23 juni 2004 heeft de griffier van het Hof de verzoeker meegedeeld dat het ingediende document wegens niet-naleving van bepaalde essentiële vormvoorschriften niet als een beroep tot vernietiging kon worden beschouwd. B.
  7. Hieruit volgt dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk onontvankelijk is. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging onontvankelijk is. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november
  8. De griffier, De voorzitter, L. Potoms A. Arts PDF document ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.180 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.