← België

ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.181

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 03 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.181 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.20041103.4 Arrest- Rolnummer: 181-2004;3074 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2004-11-18 Raadplegingen: 202 - laatst gezien 2026-07-04 02:21 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de wet van 19 maart 2004 tot toekenning van het actief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen aan vreemdelingen, ingesteld door S. Behnous. Wettelijke bepalingen: Wet - 19-03-2004 - 52 ELI link Pub nr 2004000208 Tekst van de beslissing Rolnummer 3074 Arrest nr. 181/2004 van 3 november 2004 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 19 maart 2004 tot toekenning van het actief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen aan vreemdelingen, ingesteld door S. Behnous. Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en E. De Groot, bijgestaan door de griffier L. Potoms, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 17 augustus 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 18 augustus 2004, is beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 19 maart 2004 tot toekenning van het actief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen aan vreemdelingen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 april 2004, tweede uitgave) door S. Behnous, wonende te 4031 Luik, rue de Renory

  1. Op 9 september 2004 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en E. De Groot, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A– A.
  2. In hun conclusies hebben de rechters-verslaggevers laten weten dat, met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk te verklaren. A.
  3. In haar memorie met verantwoording geeft de verzoekende partij een opsomming van de bepalingen van het intern recht en van het Europees recht waarnaar ze verwijst, alsmede van de bepalingen van de wet van 19 maart 2004, en formuleert ze op algemene wijze middelen. -B– B.
  4. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, moeten de middelen van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden geschonden zijn, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden. B.
  5. In hun conclusies preciseerden de rechters-verslaggevers dat het beroep tot vernietiging als onontvankelijk zou kunnen worden beschouwd omdat de verzoeker in zijn 3 verzoekschrift niet voldoende aangeeft welke bepalingen van de aangevochten wet het voorwerp uitmaken van het beroep, welke grondwetsregels zouden zijn geschonden en hoe de laatstgenoemde zouden zijn geschonden door de eerstgenoemde. B.
  6. In zijn verzoekschrift en in zijn memorie met verantwoording geeft de verzoeker een opsomming van een aantal normen die onder de bevoegdheid van het Hof zouden vallen, alsmede van de bepalingen van de bestreden wet. In zijn middelen preciseert hij niet welke bepalingen van de bestreden wet het voorwerp uitmaken van het beroep, welke grondwetsregels zouden zijn geschonden en hoe de laatstgenoemde zouden zijn geschonden door de eerstgenoemde. De vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet op het Arbitragehof zijn dus niet vervuld. Het beroep tot vernietiging is klaarblijkelijk onontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november
  7. De griffier, De voorzitter, L. Potoms M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.