← België

ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.196

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 08 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.196 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.20041208.1 Arrest- Rolnummer: 196-2004;2882 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2004-12-20 Raadplegingen: 235 - laatst gezien 2026-07-04 02:00 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof zegt voor recht : Artikel 89, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Vrije woorden: Prejudiciële vraag betreffende artikel 89, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Tekst van de beslissing Rolnummer 2882 Arrest nr. 196/2004 van 8 december 2004 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 185bis, §§ 1 en 2, van de Waalse Huisvestingscode, ingevoegd bij artikel 117 van het decreet van het Waalse Gewest van 15 mei 2003 « tot wijziging van de Waalse Huisvestingscode en artikel 174 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium », ingesteld door de c.v.b.a. Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 december 2003 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 31 december 2003, heeft de c.v.b.a. Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie, met zetel te 6000 Charleroi, rue de Brabant 1, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 185bis, §§ 1 en 2, van de Waalse Huisvestingscode, ingevoegd bij artikel 117 van het decreet van het Waalse Gewest van 15 mei 2003 « tot wijziging van de Waalse Huisvestingscode en artikel 174 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2003). De Waalse Regering heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Waalse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Op de openbare terechtzitting van 21 september 2004 : - zijn verschenen : . Mr. M. Mareschal, tevens loco Mr. M. Uyttendaele, advocaten bij de balie te Brussel, voor de verzoekende partij; . Mr. A.-M. Hannon, advocaat bij de balie te Luik, voor de Waalse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers J. Spreutels en M. Bossuyt verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van de ontvankelijkheid A.1.

  1. De Waalse Regering is van mening dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de controle die door de verzoekende partij wordt bekritiseerd, reeds was vastgelegd in de Waalse Huisvestingscode vóór de wijziging ervan bij het bestreden decreet. Die controle was verschillend van de controle georganiseerd door het Wetboek van vennootschappen, en impliceerde reeds het optreden van het Rekenhof. Zij merkt op dat artikel 185, waarbij het beginsel van de door de Regering uitgeoefende controle is vastgelegd en dat dus een belangrijkere bepaling is die deel uitmaakt van een veel ruimer samenhangend geheel, nooit het voorwerp van een beroep is geweest. 3 Het Fonds kan dus niet meer op ontvankelijke wijze de uitoefening in het geding brengen van een controlebevoegdheid van het gewest die is aangenomen bij het arrest nr. 36/95 van het Hof. A.1.
  2. De verzoekende partij antwoordt dat de vergelijking van het vroegere artikel 183, § 2, en van het nieuwe artikel 185bis, §§ 1 en 2, volstaat om aan te tonen dat, door de toepassing van dit laatste artikel, de situatie van de verzoekende partij ongunstiger wordt : de externe controle die het Rekenhof uitoefende op de aanwending van de toegekende gelden, wordt een interne controle op de hele financiële toestand van de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen. De combinatie van de nieuwe bepaling en van de toepassing van het Wetboek van vennootschappen is bovendien van die aard dat rechtsonzekerheid ontstaat bij de uitvoering van de controles, omdat noch in het bestreden decreet, noch in de parlementaire voorbereiding wordt aangegeven of en op welke wijze artikel 130 van het Wetboek van vennootschappen moet worden toegepast, dat bepaalt dat de commissarissen door de algemene vergadering worden benoemd onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, en eraan toevoegt dat elke beslissing inzake benoeming of vernieuwing van het mandaat van een commissaris zonder naleving van die bepaling nietig is, waarbij de nietigheid wordt uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de zetel van de vennootschap, zitting houdend zoals in kort geding. Zo weet men evenmin of artikel 156 van hetzelfde Wetboek, volgens hetwelk de commissarissen worden benoemd op voordracht van de ondernemingsraad, hetzelfde vereist met betrekking tot het Fonds. A.1.
  3. De Waalse Regering verwerpt die redenering met het argument dat de controle georganiseerd door het vroegere artikel 183, § 2, geen externe noch beperkte controle was omdat zij « ter plaatse » werd uitgevoerd en betrekking had op de belangrijkste financiële posten die het nuttigst zijn om te controleren, namelijk de aanwending van gelden, terwijl de voornaamste instromen van gelden per definitie bekend waren aangezien het Fonds functioneerde dankzij de subsidies van de Regering. Dat is op dit ogenblik nog steeds het geval. Wat de artikelen 130 en 156 van het Wetboek van vennootschappen betreft, wordt door het decreet geen enkele rechtsonzekerheid gecreëerd omdat het een specifiek en vereenvoudigd stelsel invoert dat niet verwijst naar het Wetboek van vennootschappen, maar toch de basisfilosofie ervan in acht neemt (het is de algemene vergadering die de personen aanwijst die belast zijn met de controle van de rekeningen). Bij het arrest nr. 95/98 zijn die gedifferentieerde stelsels aangenomen. A.2.
  4. Met verwijzing naar het arrest nr. 12/2001 voert de Waalse Regering daarnaast aan dat de verzoekende partij niet aantoont in welk opzicht de belangen waarvoor zij krachtens de Waalse Huisvestingscode instaat, door de bestreden bepalingen zouden worden geraakt. Ofschoon de controle last kan veroorzaken voor diegene die ze ondergaat, is zij van die aard dat zij de belangen beschermt die aan die laatste zijn toevertrouwd. Het optreden van de revisoren en van een vertegenwoordiger van het Rekenhof kan alleen maar waarborgen dat de verzoekende partij de doelstellingen die haar krachtens de Code zijn toegewezen, verwezenlijkt. A.2.
  5. De verzoekende partij antwoordt dat de verwijzing naar het arrest nr. 12/2001 geen pertinent argument is omdat dat arrest betrekking heeft op de provincie Henegouwen die, in tegenstelling tot het Fonds, een overheid is en geen privaatrechtelijke rechtspersoon. A.2.
  6. De Waalse Regering verwerpt die argumentatie en voert aan dat de verwijzing naar het arrest nr. 12/2001 wel pertinent is omdat bij het arrest nr. 36/95 is aangenomen dat het gewest, inzake huisvesting, de maatschappijen aan zijn controle mocht onderwerpen omdat zij over openbare fondsen beschikken. -B- B.
  7. Artikel 185bis van de Waalse Huisvestingscode, dat is ingevoegd bij artikel 117 van het decreet van het Waalse Gewest van 15 mei 2003 en waarvan de paragrafen 1 en 2 het voorwerp zijn van het beroep, bepaalt : 4 « §
  8. De controle over de financiële toestand, de jaarrekeningen en de regelmatigheid van de verrichtingen die in de jaarrekeningen vastgesteld dienen te worden, meer bepaald ten opzichte van het Wetboek van vennootschappen en van de statuten van de ‘ Société ’, wordt toevertrouwd aan meerdere revisoren en aan één vertegenwoordiger van het Rekenhof, die collegiaal handelen. §
  9. De revisoren worden door de algemene vergadering uit de leden, natuurlijke of rechtspersonen, van het Instituut der Bedrijfsrevisoren benoemd. De vertegenwoordiger van [het] Rekenhof wordt [op voordracht van laatstgenoemde] door de algemene vergadering […] aangewezen. §
  10. Het verslag bedoeld in artikel 143 van het Wetboek van vennootschappen wordt tegelijkertijd als het aan de raad van bestuur van de ‘ Société ’ wordt overgemaakt, aan de Regering overgemaakt. » B.2.
  11. De Waalse Regering doet gelden dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn doordat de controle waarin de bestreden bepaling voorziet, reeds was vastgelegd door de bepalingen die zij wijzigt, en niet door de verzoekende partij werd betwist. B.2.
  12. De omstandigheid dat een partij niet eerder de vernietiging zou hebben gevorderd van normen die worden gewijzigd of ten uitvoer worden gelegd door de bepalingen die zij aanvecht, is niet van die aard dat zij haar belang verliest. Ook al stemmen de nieuwe bepalingen, zij het gedeeltelijk, overeen met de vroegere bepalingen, toch vloeien zij voort uit een nieuwe beoordeling, door de wetgever, van de situatie die zij regelen, en kunnen zij de situatie van een verzoekende partij raken. B.3.
  13. De Waalse Regering voert aan dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn omdat de verzoekende partij niet zou doen blijken van het vereiste belang om de vernietiging te vorderen van bepalingen die, ook al regelen zij de controle over de verzoekende partij en kunnen zij als dusdanig haar benadelen, ertoe strekken het algemeen belang te vrijwaren in het kader van de opdrachten die de wetgever haar heeft toevertrouwd. B.3.
  14. Krachtens het specialiteitsbeginsel kan een instelling die door een wetgever ermee belast is bij te dragen tot het beheer van een openbare dienst, slechts van het vereiste belang doen blijken indien de door haar bestreden maatregelen een rechtstreekse en ongunstige weerslag hebben op de uitoefening van de haar toevertrouwde activiteiten van openbare dienst. 5 B.3.
  15. Hoewel het niet is opgericht door de overheid, is het « Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie », krachtens artikel 179 van het bestreden decreet, ermee belast de decretaal vastgelegde opdrachten van openbaar nut na te streven. De verzoekende partij toont niet aan, en het Hof ziet niet in, in welk opzicht bepalingen die, met het oog op het vrijwaren van het algemeen belang, de organen bepalen die belast zijn met de controle waarin zij voorzien, en die de manier aangeven waarop de personen die deze organen vormen, worden aangewezen, een instelling rechtstreeks en ongunstig zouden kunnen raken die belast is met een opdracht van openbare dienst, namelijk, volgens het voormelde artikel 179, uitvoering te geven aan het recht op wonen, meer bepaald door middelen ter beschikking te stellen van de betrokkenen, door de instellingen met een sociaal oogmerk die door het decreet worden beoogd te laten erkennen, te adviseren en te controleren, en door zich toe te leggen op het uitwerken van nieuwe beleidsvormen. Ook al kan de controle die de verzoekende partij bekritiseert een bron van ongemak zijn voor de instelling die gecontroleerd wordt, toch is die controle van die aard dat de belangen die haar zijn toevertrouwd, worden gevrijwaard, en niet geschaad. B.3.
  16. Aangezien de verzoekende partij niet doet blijken van het vereiste belang, is het beroep niet ontvankelijk. 6 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 8 december
  17. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.196 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.