← België

ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.016

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 19 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.016 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.20050119.8 Arrest- Rolnummer: 16/2005 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-03-04 Raadplegingen: 244 - laatst gezien 2026-07-02 08:15 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof vernietigt in artikel 40, § 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening de woorden « op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en ». UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van artikel 40, § 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, zoals ingevoegd door het decreet van 19 maart 2004, ingesteld door J.V. Tekst van de beslissing Rolnummer 3072 Arrest nr. 16/2005 van 19 januari 2005 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 40, § 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, zoals ingevoegd door het decreet van 19 maart 2004, ingesteld door J.V. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 augustus 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 5 augustus 2004, heeft J.V., wonende te (…), beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 40, § 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, zoals ingevoegd door het decreet van 19 maart 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 mei 2004, tweede editie). Bij afzonderlijk verzoekschrift is eveneens een vordering tot schorsing ingesteld van voormelde decretale bepaling. Bij het arrest nr. 162/2004 van 20 oktober 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 oktober 2004) heeft het Hof de woorden « op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en » in die decreetsbepaling geschorst. De Vlaamse Regering heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Op de openbare terechtzitting van 11 januari 2005 : - is verschenen : Mr. B. Staelens, advocaat bij de balie te Brugge, voor de Vlaamse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en J. Spreutels verslag uitgebracht; - is de voornoemde advocaat gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1.

  1. Volgens de bestreden bepaling worden disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de Regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Die bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld. A.1.
  2. De verzoeker is als amateurwielrenner door de disciplinaire commissie van de Belgische Wielrijdersbond levenslang geschorst voor deelname aan wielerwedstrijden wegens gebruik van een verboden spierversterkend product. Hij voert aan dat hij belang heeft bij de schorsing en vernietiging van de bestreden bepaling nu zijn naam gepubliceerd werd op een officiële website van de Vlaamse overheid, wat hij als krenkend ervaart. 3 A.2.
  3. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van artikel 22 van de Grondwet, volgens hetwelk ieder recht heeft op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. Opdat een inmenging in het privé-leven geoorloofd is, moet de wetgever aantonen dat de maatregel strikt noodzakelijk is om een bepaald wettig doel te bereiken. A.2.
  4. De bestreden bepaling werd ingevoerd om de sportverenigingen optimaal te informeren over de uitgesproken disciplinaire maatregelen, opdat ze erop kunnen toezien dat die maatregelen ook effectief worden nageleefd. De verzoeker wijst erop dat brieven en listings van de tuchtsancties worden toegezonden aan de sportfederaties. De publicatie op een website, die voor iedereen toegankelijk is, is volgens hem overbodig en kennelijk onevenredig met de doelstelling ten behoeve waarvan de maatregel werd ingevoerd en komt neer op een publieke schandpaal. De verzoeker wijst ter ondersteuning van zijn standpunt naar het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarin de publicatie op een open website als overmatig wordt beschouwd, en naar het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State. A.3.
  5. De Vlaamse Regering merkt in eerste instantie op dat het beroep niet is gericht tegen het gehele artikel 40, § 6, van het bestreden decreet, maar enkel tegen het feit dat voorzien wordt in publiciteit op een daartoe door de Regering gepubliceerde website. A.3.
  6. Het bestreden decreet strekt ertoe dopinggebruik in de sport op adequate wijze te bestrijden en beantwoordt daardoor aan dringende maatschappelijke noodwendigheden. De bekendmaking van de namen van de wegens dopinggebruik gestrafte sporters is daartoe absoluut noodzakelijk. Het decreet beoogt de deelname van de geschorste sportbeoefenaars aan welke sportmanifestatie of georganiseerde voorbereiding ook, onmogelijk te maken. De bekendmaking van de sancties beperken tot de professionele sportverenigingen gaat niet ver genoeg om dat legitieme doel te bereiken. De Vlaamse Regering wijst ook erop dat artikel 43 van het decreet voorziet in strafsancties ten aanzien van degenen die zich schuldig maken aan het niet naleven of doen naleven van het aan de sportbeoefenaar opgelegde verbod om voor een bepaalde termijn aan enige sportmanifestatie deel te nemen. Dit impliceert dat alle organisatoren van sportmanifestaties op de hoogte moeten zijn van de opgelegde sancties, waartoe de publicatie op een website een noodzakelijk middel is. A.3.
  7. Bij de afweging van de noodzakelijkheid en van de proportionaliteit van de bestreden maatregel dient te worden gewezen op de maatschappelijke nood om doping te bestrijden. Wie het publieke forum betreedt en zich daarbij op frauduleuze wijze opstelt, dient zich neer te leggen bij de consequentie dat hem op publieke wijze de toegang tot het sportforum wordt ontzegd. A.
  8. In het tweede middel wordt een schending aangevoerd van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De personen die in het kader van hun sportbeoefening als gevolg van een overtreding bedoeld in artikel 30, 1°, 2°, 4° en 5°, een disciplinaire schorsing oplopen, worden overeenkomstig artikel 40, § 6, van het decreet van 27 maart 1991 vermeld op een voor het publiek toegankelijke website, terwijl de personen die als gevolg van een andere overtreding een disciplinaire schorsingsmaatregel oplopen, een dergelijke publieke vernedering niet hoeven te ondergaan. Evenmin zijn er objectieve gegevens voorhanden die de discriminatie rechtvaardigen tussen sporters geschorst voor deelname aan sportwedstrijden wegens overtreding van artikel 30, 1°, 2°, 4° en 5°, van het bestreden decreet en sporters geschorst om andere redenen. Met het oog op het door de decreetgever beoogde doel was een beperkte publicatie, enkel toegankelijk voor de sportorganisatoren, perfect toelaatbaar geweest. In casu is de decreetgever onnodig veel verder gegaan zodat er geen evenredigheid bestaat tussen het aangewende middel en het nagestreefde doel. A.5.
  9. Volgens de Vlaamse Regering is de verzoeker erg vaag bij de aanduiding van de categorieën van personen die op ongelijke wijze zouden worden behandeld. Ze gaat ervan uit dat de verzoeker van oordeel is dat publiciteitsmaatregel strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, omdat niet om het even welke schorsingsmaatregel ten aanzien van sporters op de bedoelde website wordt vermeld. A.5.
  10. De publicatie van sancties op de in de bestreden bepaling bedoelde website slaat op alle schorsingen die een weerslag hebben op enige sportmanifestatie of georganiseerde voorbereiding. 4 De sportbeoefenaar die om redenen die niet vermeld zijn onder artikel 30 van het bestreden decreet een schorsing oploopt, valt niet onder de publiciteitsplicht. Daartoe bestaat ook geen noodzaak aangezien de finaliteit van de publiciteit ook geen bestraffing is. Er valt dan ook niet in te zien waarom het gelijkheidsbeginsel zou zijn geschonden. -B- B.
  11. De verzoeker vordert de vernietiging van artikel 40, § 6, tweede lid, van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, ingevoegd door artikel 31 van het decreet van 19 maart 2004 tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, dat luidt : « De disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars worden voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Deze bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld. » B.2.
  12. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 22 van de Grondwet, dat bepaalt : « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de bescherming van dat recht. » B.2.
  13. Bij de ontwikkeling van het middel voert de verzoeker aan dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer eveneens wordt beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten. Op grond van artikel 1, § 1, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, gewijzigd bij de bijzondere wet van 9 maart 2003, is het Hof bevoegd om in het kader van een beroep tot vernietiging wetgevende normen te toetsen aan de artikelen van titel II « De Belgen en hun rechten » en aan de artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet. 5 B.2.
  14. Wanneer evenwel een verdragsbepaling die België bindt, een draagwijdte heeft die analoog is aan die van een of meer van de voormelde grondwetsbepalingen, vormen de waarborgen vervat in die verdragsbepaling een onlosmakelijk geheel met de waarborgen die in de betrokken grondwetsbepalingen zijn opgenomen. De schending van een grondrecht houdt overigens ipso facto een schending in van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel. B.2.
  15. Daaruit volgt dat, wanneer een schending wordt aangevoerd van een bepaling van titel II of van de artikelen 170, 172 of 191 van de Grondwet, het Hof bij zijn onderzoek rekening houdt met internationaalrechtelijke bepalingen die analoge rechten of vrijheden waarborgen. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 22 van de Grondwet blijkt bovendien dat de Grondwetgever « een zo groot mogelijke concordantie [heeft willen nastreven] met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), teneinde betwistingen over de inhoud van dit Grondwetsartikel respectievelijk artikel 8 EVRM te vermijden […] » (Parl. St., Kamer, 1993- 1994, nr. 997/5, p. 2). B.3.
  16. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt : «
  17. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling.
  18. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van ‘s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. » B.3.
  19. Artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bepaalt : «
  20. Niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam. 6
  21. Een ieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting. » B.4.
  22. Volgens de bestreden bepaling worden disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de Vlaamse Regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Die bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld. Hoewel de verzoeker de vernietiging vordert van het gehele artikel 40, § 6, tweede lid, van het bestreden decreet, blijkt uit de uiteenzetting van het middel dat zijn bezwaar niet gericht is tegen de bekendmaking van de schorsing via de door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen, maar enkel tegen de publicatie op de door de Regering gepubliceerde website. Het Hof beperkt derhalve zijn onderzoek tot dat onderdeel van de bestreden bepaling. B.4.
  23. Uit de voorbereiding van het decreet blijkt dat het de uitdrukkelijke bedoeling is van de decreetgever om de bekendmaking te doen op een open en dus voor eenieder toegankelijke website, wat in de praktijk ook het geval blijkt te zijn (Parl. St., Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1854-1, p. 19). Ter verantwoording van die keuze stelt de decreetgever : « De algemene publicatie van de mogelijke disciplinaire schorsingen op een open website werd behouden ook al vond de Commissie dit overmatig en dit gelet op het feit dat bij bevraging van de sportfederaties gebleken is dat deze berichtgeving via website hoog scoort en de sportverenigingen toelaat het mogelijk uitgesproken verbod van toepassing in alle sportdisciplines efficiënt en snel te doen naleven rekening houdende met het organisatieniveau van sportverenigingen in federaties en bonden. » (ibid., p. 19) B.5.
  24. De bekendmaking van persoonsgegevens op een dergelijke algemene wijze houdt een inmenging in van het recht op eerbiediging van het privé-leven zoals gewaarborgd bij artikel 22 van de Grondwet en bij de voormelde verdragsbepalingen. Opdat een dergelijke inmenging toelaatbaar is, is vereist dat ze noodzakelijk is om een bepaald wettig doel te bereiken, hetgeen onder meer inhoudt dat een redelijk verband van evenredigheid moet bestaan tussen de gevolgen van de maatregel voor de betrokken persoon en de belangen van de gemeenschap. 7 B.5.
  25. Bovendien dient de decreetgever rekening te houden met artikel 22, eerste lid, van de Grondwet, volgens hetwelk enkel de federale wetgever kan bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden het recht op eerbiediging van het privé-leven en het gezinsleven kan worden beperkt. Weliswaar doet de omstandigheid dat een inmenging in het privé-leven het gevolg is van de regeling van een welbepaalde aan de decreetgever toegewezen aangelegenheid geen afbreuk aan diens bevoegdheid, maar de decreetgever is gehouden door de algemene federale regelgeving die als minimumregeling geldt in welke aangelegenheid ook. In zoverre de bestreden bepaling de publicatie beoogt van persoonsgegevens, impliceert dit dat de decreetgever gehouden is door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. B.6.
  26. Een beperkte vorm van elektronische publicatie ten behoeve van de toezichthoudende ambtenaren en de verantwoordelijken van de sportverenigingen kan noodzakelijk worden geacht om de effectieve naleving van de aan sportbeoefenaars opgelegde sancties te verzekeren en dient een wettig doel. De door het decreet voorgeschreven verspreiding van persoonsgegevens op een niet-beveiligde en dus voor eenieder toegankelijke website gaat evenwel verder dan die doelstelling vereist. Een dergelijke publicatie heeft niet enkel tot gevolg dat eenieder van die gegevens kennis kan nemen, ook al strekt dit hem tot geen enkel nut, maar ze maakt het ook mogelijk dat de bekendgemaakte gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt en verder worden verwerkt, waardoor zij ook nog verspreid kunnen worden nadat de sancties zijn afgelopen en de publicatie van de bedoelde website is verdwenen. B.6.
  27. Doordat, enerzijds, blijkt dat de bestreden publicatie niet noodzakelijk is om de door de decreetgever nagestreefde wettige doelstelling te bereiken, vermits die doelstelling ook op een voor de betrokkenen minder nadelige wijze kan worden gerealiseerd en, anderzijds, de gevolgen van de maatregel onevenredig zijn met die doelstelling, is de bestreden bepaling strijdig met artikel 22 van de Grondwet en met de verdragsbepalingen die een analoge draagwijdte hebben. 8 B.6.
  28. Nu het eerste middel gegrond is, dient het Hof het tweede middel niet te onderzoeken, vermits het niet kan leiden tot een ruimere vernietiging. 9 Om die redenen, het Hof vernietigt in artikel 40, § 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening de woorden « op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en ». Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 19 januari
  29. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux A. Arts PDF document ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.016 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.