← België

ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.071

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 20 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.071 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.20050420.14 Arrest- Rolnummer: 71/2005 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-03-13 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-07-02 08:18 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof verwerpt de beroepen. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 20 april 2005, door rechter P. Martens, ter vervanging van voorzitter M. Melchior, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van dit arrest bij te wonen. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroepen tot vernietiging van de artikelen 375 en 376 van de programmawet van 22 december 2003 (« Wijzigingen van de artikelen 835 en 837 van het Gerechtelijk Wetboek »), ingesteld door S. d'Orazio en M. Jebari. Tekst van de beslissing Rolnummers 3010 en 3050 Arrest nr. 71/2005 van 20 april 2005 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 375 en 376 van de programmawet van 22 december 2003 (« Wijzigingen van de artikelen 835 en 837 van het Gerechtelijk Wetboek »), ingesteld door S. d’Orazio en M. Jebari. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 mei 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 1 juni 2004, heeft S. d’Orazio, wonende te 1480 Klabbeek, rue du Parc 140, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2003). b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 juni 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 juli 2004, heeft M. Jebari, die keuze van woonplaats doet te 1020 Brussel, Molenbeeksestraat 141, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 375 en 376 van de programmawet van 22 december 2003 (« Wijzigingen van de artikelen 835 en 837 van het Gerechtelijk Wetboek »)(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2003). Die zaken, ingeschreven onder de nummers 3010 en 3050 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. De Ministerraad en G. Luisé, wonende te 6141 Forchies-la-Marche, rue Vandervelde 100, tussenkomende partij in de zaak nr. 3010, hebben memories ingediend, de verzoekende partij in de zaak nr. 3050 heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook memories van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 9 februari 2005 heeft het Hof de zaken in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 1 maart 2005, na de debatten te hebben beperkt tot het onderzoek van het belang van de verzoekende partijen ter terechtzitting. Op de openbare terechtzitting van 1 maart 2005 : - zijn verschenen : . de verzoekende partij in de zaak nr. 3010, in eigen persoon; . de verzoekende partij in de zaak nr. 3050, in eigen persoon; . Mr. E. Jacubowitz loco Mr. D. Gérard en Mr. M. Mareschal, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Ministerraad; - hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en A. Alen verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde partijen gehoord; - zijn de zaken in beraad genomen. Bij drie verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 1 en 3 maart 2005 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 2 en 7 maart 2005, heeft de verzoekende partij in de zaak nr. 3050 respectievelijk een eerste vordering tot wraking, waarvan een afschrift ter griffie werd neergelegd vóór de terechtzitting van 1 maart 2005, een tweede vordering tot wraking en een vordering tot heropening van de debatten ingesteld. 3 De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A– Zaak nr. 3010 Wat het belang betreft Standpunt van de verzoekende partij A.

  1. De verzoekende partij, die advocaat-stagiair was op het ogenblik van het instellen van het beroep, is van oordeel dat zij doet blijken van het belang om in rechte te treden tegen een bepaling waarbij, voor het neerleggen van een vordering tot wraking, de handtekening wordt vereist van een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Zij is van mening dat zij een prerogatief verloren heeft waardoor zij haar cliënten het voordeel kon garanderen van de inachtneming van de essentiële waarden van onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Standpunt van G. Luisé, tussenkomende partij A.
  2. De tussenkomende partij is van oordeel dat zij een belang heeft om tussen te komen in het raam van de procedure tot vernietiging van artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek, in zoverre zij geen akte van wraking heeft kunnen neerleggen die is ondertekend door haar advocaat, die minder dan tien jaar balie-ervaring had, en zij zich heeft moeten wenden tot een andere advocaat. Bovendien verbiedt de wijziging van het Gerechtelijk Wetboek haar voortaan een verzoekschrift tot wraking alleen neer te leggen. Memorie van antwoord van de Ministerraad A.
  3. De Ministerraad is van oordeel dat het verzoekschrift tot tussenkomst onontvankelijk moet worden verklaard bij ontstentenis van belang van de tussenkomende partij om een beroep tot vernietiging in te stellen. Zaak nr. 3050 Wat het belang betreft Standpunt van de verzoekende partij A.
  4. De verzoekende partij, die Belg is en in Hongkong is gedomicilieerd, vordert de vernietiging van artikel 375 van de programmawet van 22 december 2003 en, in artikel 376 van dezelfde wet, de vernietiging van de woorden « behalve wanneer de vordering niet uitgaat van een partij of van het openbaar ministerie ». Zij is van mening dat haar belang berust in het feit dat de wet op discriminerende wijze afbreuk doet aan de rechten die aan de rechtsonderhorigen van de hoven en rechtbanken worden gewaarborgd. Zij is in het bijzonder van mening dat zij niet kan worden afgetrokken van de rechter die de wet haar toekent, door delegatie te verlenen aan een advocaat die bij wijze van eerste filter over de ontvankelijkheid van haar verzoekschrift zou oordelen. Daarbij komt een geldelijk belang waardoor zij om reden van de vereisten van vermogensbeheer geen advocaatskosten kan maken voor een wraking. 4 Standpunt van de Ministerraad A.
  5. De Ministerraad betwist de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door een partij die gedomicilieerd is in Hongkong en die geenszins uiteenzet welke band zij met België onderhoudt. Memorie van antwoord van de verzoekende partij A.
  6. De verzoekende partij stelt dat zij, in het raam van een verzoekschrift tot verzoening op grond van de artikelen 731 tot 734 van het Gerechtelijk Wetboek, de Minister van Justitie en de Hoge Raad voor de Justitie heeft opgeroepen voor de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. -B– Ten aanzien van de ontvankelijkheid B.
  7. Naar luid van artikel 142 van de Grondwet en artikel 2, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof dient iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, te doen blijken van een belang. Het belang dient te bestaan op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift en dient te blijven bestaan tot de uitspraak van het arrest. Zaak nr. 3010 B.
  8. Op het ogenblik waarop zij haar verzoekschrift heeft ingediend, was de verzoekende partij advocaat-stagiair. In die hoedanigheid deed zij blijken van het belang om de vernietiging te vorderen van een wetsbepaling die voorschrijft dat de vorderingen tot wraking moeten worden ondertekend door een advocaat die sedert meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Op het ogenblik waarop de zaak in gereedheid is gebracht om te worden gepleit en in beraad genomen, was de verzoekende partij, op haar verzoek, evenwel niet langer ingeschreven op de lijst van de stagiairs. De omstandigheid dat de verzoekende partij tijdens de terechtzitting heeft aangevoerd dat zij zich misschien opnieuw bij de balie gaat inschrijven, vergezeld van een brief van een advocaat die getuigt dat hij de verzoekende partij graag in zijn kantoor zou opnemen, is te 5 hypothetisch om te stellen dat de verzoekende partij nog kan worden geraakt door de bepaling die zij aanvecht. B.
  9. Het beroep tot vernietiging is niet ontvankelijk. B.
  10. Nu de verzoekende partij geen belang heeft om de vernietiging van de bestreden bepaling te vorderen, is de tussenkomst in die procedure evenmin ontvankelijk. Zaak nr. 3050 Ten aanzien van de vordering tot wraking B.
  11. De verzoekende partij heeft een vordering ingediend « tot wraking van alle magistraten die in deze zaak zitting zullen hebben, wegens gewettigde verdenking ». Die vordering kan niet worden behandeld in het kader van de wrakingsprocedure waarin de artikelen 101 en 102 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof voorzien : volgens die bijzondere wet kan het Hof geen andere zetel van zeven leden samenstellen om de wrakende partij en de gewraakten te horen, het arrest over de wraking uit te spreken en, in voorkomend geval, in een andere samenstelling zitting te houden en te beraadslagen over de grond van de zaak. Het « verzoekschrift tot wraking » wordt verworpen. Om dezelfde redenen worden het « verzoekschrift tot heropening van de debatten » en het « herhaald verzoekschrift tot wraking » verworpen. Ten aanzien van de ontvankelijkheid B.
  12. Om van haar belang bij het beroep te doen blijken, voert de verzoekende partij aan dat de wet op een discriminerende manier inbreuk maakt op de rechten die aan de rechtsonderhorigen van de hoven en rechtbanken worden gewaarborgd. In haar memorie van 6 antwoord maakt de verzoekende partij gewag van een verzoekschrift tot verzoening dat zij zou hebben ingediend op grond van de artikelen 731 tot 734 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangezien het verband tussen de aangevochten norm, die tot doel heeft de wrakingsprocedure te regelen, en de situatie van de verzoekende partij niet voldoende is aangetoond, dient het beroep als een actio popularis te worden beschouwd, die de Grondwetgever niet heeft willen toestaan. B.
  13. Het beroep tot vernietiging is niet ontvankelijk. 7 Om die redenen, het Hof verwerpt de beroepen. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 20 april 2005, door rechter P. Martens, ter vervanging van voorzitter M. Melchior, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van dit arrest bij te wonen. De griffier, De wnd. voorzitter, P.-Y. Dutilleux P. Martens PDF document ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.071 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.