id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 14 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.192 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.20051214.18 Arrest- Rolnummer: 192/2005 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-03-27 Raadplegingen: 219 - laatst gezien 2026-07-02 07:59 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Tekst van de beslissing Rolnummer 3129 Arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 28 oktober 2004 in zake E.V., waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 9 november 2004, heeft de Jeugdrechtbank te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat dit artikel bepaalt dat wanneer de geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van verschillend geslacht van de adoptant, de rechten van het ouderlijk gezag door beide echtgenoten worden uitgeoefend en dit gevolg dat wordt gekoppeld aan het huwelijk aangegaan door personen van verschillend geslacht, niet wordt uitgebreid tot het huwelijk gesloten tussen personen van hetzelfde geslacht ? ». De Ministerraad heeft een memorie ingediend. Op de openbare terechtzitting van 13 september 2005 : - is verschenen : Mr. E. Jacubowitz, tevens loco Mr. P. De Maeyer, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Ministerraad; - hebben de rechters-verslaggevers A. Alen en P. Martens verslag uitgebracht; - is de voornoemde advocaat gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Na kunstmatige inseminatie is mevrouw S.V. in juli 2001 bevallen van een dochter, zonder dat de vader bekend is. In februari 2003 werd een akte van adoptie van dat kind door mevrouw E.V. verleden voor de notaris. In maart 2003 werd een verzoekschrift tot homologatie van voormelde adoptie neergelegd ter griffie van de Jeugdrechtbank te Brugge door mevrouw E.V. Mevrouw E.V. en mevrouw S.V. zijn, na een periode van wettelijke samenwoning, in oktober 2003 gehuwd. In zijn schriftelijk advies werpt het openbaar ministerie op dat in de actuele stand van de wetgeving de moeder het ouderlijk gezag over haar kind zou verliezen wanneer het door haar partner wordt geadopteerd. De rechter oordeelt dat de voorgenomen adoptie ontegensprekelijk in het belang van het kind zou zijn. Daarom meent hij dat het aangewezen is in te gaan op het verzoek van het openbaar ministerie om een prejudiciële vraag te stellen, toegespitst op het verschil in behandeling tussen gehuwden van verschillend geslacht en gehuwden van gelijk geslacht betreffende de gevolgen van de adoptie. 3 III. In rechte -A- A.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.