id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.114 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.20060628.4 Arrest- Rolnummer: 114/2006;3970 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-06-30 16:08 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op de prejudiciële vraag. Vrije woorden: Prejudiciële vraag over artikel 28, ,§ 5, tweede lid, en ,§ 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Tongeren. Wettelijke bepalingen: Besluitwet - 22-12-1967 - 28,§6,L1 - 02 ELI link Pub nr 1967122203 Koninklijk Besluit - 22-12-1967 - 28,§5,L2 - 02 ELI link Pub nr 1967122203 Tekst van de beslissing Rolnummer 3970 Arrest nr. 114/2006 van 28 juni 2006 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 28, § 5, tweede lid, en § 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Tongeren. Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit rechter M. Bossuyt, waarnemend voorzitter, en de rechters- verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 24 april 2006 in zake P. Vanagt tegen het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 28 april 2006, heeft de Arbeidsrechtbank te Tongeren de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Is er sprake van een schending door een wet, van de beginselen van gelijkheid en niet- discriminatie vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin dat er met betrekking tot de toepassing van de artikelen 28, § 5, tweede lid, en artikel 28, § 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, afzonderlijk of in samenhang beschouwd een verschillende behandeling is tussen : - een zelfstandige die op het einde van het kwartaal zijn dienstplicht aanvangt en aldus de gelijkstelling begint te lopen vanaf de eerste dag van het daaropvolgende kwartaal, zodanig dat hij geen dagen, weken of maanden verliest, en - een zelfstandige die bij het begin van het kwartaal zijn dienstplicht aanvangt, waarbij de gelijkstelling begint te lopen vanaf de eerste dag van het daaropvolgende kwartaal, zodanig dat hij maanden aan gelijkstelling verliest ? ». Op 9 mei 2006 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij vastgesteld wordt dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil De partijen voor de verwijzende rechter hebben een geschil betreffende de berekening van de pensioenen voor zelfstandigen, meer bepaald over het tijdvak van de dienstplicht dat dient te worden gelijkgesteld met de tijdvakken van beroepsbezigheid. De eisende partij voor de arbeidsrechtbank verzoekt daarbij om het stellen van de bovenvermelde prejudiciële vraag. 3 III. In rechte -A- A.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.