← België

ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.148

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.148 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.20060928.1 Arrest- Rolnummer: 148/2006;4039 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-10-16 Raadplegingen: 222 - laatst gezien 2026-06-30 13:07 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Vrije woorden: Vordering tot schorsing van de artikelen L4112-22, L4125-2, ,§ 7, L4134-1, ,§ 2, L4142-26, ,§ 4, en L4145-17 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, vervat in boek I van deel IV van dat Wetboek, zoals dat boek I is vervangen bij artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 1 juni 2006, ingesteld door A. François en anderen. Wettelijke bepalingen: Waalse Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie - 22-04-2004 - L4112-22 - 42 ELI link Pub nr 2004A27184 Waalse Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie - 22-04-2004 - L4134-1,§2 - 42 ELI link Pub nr 2004A27184 Waalse Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie - 22-04-2004 - L4125-2,§7 - 42 ELI link Pub nr 2004A27184 Waalse Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie - 22-04-2004 - L4145-17 - 42 ELI link Pub nr 2004A27184 Waalse Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie - 22-04-2004 - L4142-26,§4 - 42 ELI link Pub nr 2004A27184 Decreet Waalse Gewest - 01-06-2006 - 2 - 31 ELI link Pub nr 2006201884 Tekst van de beslissing Rolnummer 4039 Arrest nr. 148/2006 van 28 september 2006 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen L4112-22, L4125-2, § 7, L4134-1, § 2, L4142-26, § 4, en L4145-17 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, vervat in boek I van deel IV van dat Wetboek, zoals dat boek I is vervangen bij artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 1 juni 2006, ingesteld door A. François en anderen. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 augustus 2006 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 30 augustus 2006, is een vordering tot schorsing ingesteld van de artikelen L4112-22, L4125-2, § 7, L4134-1, § 2, L4142-26, § 4, en L4145-17 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, vervat in boek I van deel IV van dat Wetboek, zoals dat boek I is vervangen bij artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 1 juni 2006 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2006), door A. François, wonende te 4700 Eupen, Hochstraße 68, S. Klever-Emonds, wonende te 4701 Kettenis, Feldstraße 38, M. Zinnen, wonende te 4700 Eupen, Gospertstraße 98, en de « Partei der deutschsprachigen Belgier », met zetel te 4700 Eupen, Am Weiherhof

  1. Met hetzelfde verzoekschrift vorderen de verzoekende partijen eveneens de vernietiging van dezelfde decretale bepalingen. Op de openbare terechtzitting van 13 september 2006 : - zijn verschenen : . Mr. O. Weinand, advocaat bij de balie te Brussel, loco Mr. M. Lazarus, advocaat bij de balie te Eupen, voor de verzoekende partijen; . Mr. A. Feyt, loco Mr. M. Uyttendaele, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Waalse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het belang om in rechte te treden A.1.
  2. De eerste drie verzoekende partijen zijn kandidaten van de « Partei der deutschsprachigen Belgier » (PDB) bij de provincieraadsverkiezingen van 8 oktober
  3. Zij beweren dat de bepalingen waarvan zij de vernietiging vorderen - voornamelijk doordat zij lijstenverbindingen tussen partijen van verschillende kiesdistricten organiseren en doordat zij niet voorzien in waarborgen betreffende de kennis van de Duitse taal door de leden van het centrale arrondissementsbureau van Verviers - hun kansen op succes als kandidaten beperken en hun hoedanigheid van Duitstalige kiezer aantasten. 3 A.1.
  4. De vierde verzoekende partij, de feitelijke vereniging « Partei der deutschsprachigen Belgier » (PDB), beroept zich op de rechtspraak van het Hof volgens welke politieke partijen als feitelijke verenigingen doen blijken van een belang wanneer zij optreden in aangelegenheden, zoals de kieswetgeving, waarvoor zij wettelijk als afzonderlijke entiteiten worden erkend en wanneer, terwijl hun optreden bij de wet is erkend, sommige aspecten daarvan in het geding zijn. Volgens haar vloeit hieruit voort dat zij doet blijken van het vereiste belang, vermits zij, als specifieke regionale partij van de Duitstalige Gemeenschap, een nadeel ondergaat ten opzichte van andere partijen die een beroep doen op de mogelijkheid van lijstenverbindingen. Zij voert aan dat zij bij de provincieraadsverkiezingen van 2000 een zetel in de provincieraad zou hebben behaald indien die mogelijkheid van lijstenverbinding niet zou hebben bestaan. Ten aanzien van de middelen A.2.
  5. De verzoekende partijen klagen aan dat artikel L4112-22 van het aangevochten decreet, door lijstenverbindingen te organiseren tussen twee of meer lijsten van kandidaten die zich kandidaat stellen in afzonderlijke kiesdistricten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 25, c), van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, schendt. Zij zijn immers van mening dat de aldus opgevatte lijstenverbinding de gemeenschappen en de gewesten niet gelijk zou behandelen omdat, in gemeenschapsaangelegenheden alsook bij alle bevoegdheden die het Waalse Gewest aan de Duitstalige Gemeenschap heeft overgedragen, het kiesdistrict van de Duitstalige Gemeenschap en een kiesdistrict uit de Franse Gemeenschap (te dezen Verviers) aan andere decreten zouden zijn onderworpen. De mogelijkheid dat partijen zonder een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma een lijstenverbinding aangaan, zodat overdrachten van stemmen plaatsvinden die niet met elkaar te verenigen zouden zijn, zou leiden tot een scheefgetrokken vertegenwoordiging van de bevolking van de Duitstalige Gemeenschap in de Luikse provincieraad. Door het systeem van de lijstenverbinding zou de vierde verzoekende partij bij de provincieraadsverkiezingen in 2000 een zetel hebben verloren. A.2.
  6. De verzoekende partijen klagen aan dat de artikelen L4145-17 en L4125-2, § 7, van het aangevochten decreet, die het centrale arrondissementsbureau met verscheidene taken belasten die verband houden met de verklaring van lijstenverbinding, de lijstenverbinding zelf en de aanvullende zetelverdeling, geen rekening houden met de bijzondere situatie van het tweetalige arrondissement Verviers. Zo wordt nergens vermeld dat de leden van dat centrale bureau kennis moeten hebben van de Duitse taal. Volgens de verzoekende partijen zouden die bepalingen aldus de kiezers en kandidaten uit het Duitse taalgebied discrimineren op grond van taal en zulks met schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. A.2.
  7. De verzoekende partijen klagen ook aan dat in artikel L4134-1 van het aangevochten decreet, met betrekking tot de aanwijzing van een getuige en een plaatsvervangend getuige voor de verbonden lijsten, geen rekening is gehouden met de tweetaligheid van het arrondissement Verviers. Nergens wordt bepaald dat de getuigen de Duitse taal moeten kennen. Evenmin is geregeld in welke mate de processen-verbaal van het centrale arrondissementsbureau van Verviers in het Duits moeten worden opgesteld. Aldus zou het voormelde artikel de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, schenden. A.2.
  8. Tot slot uiten de verzoekende partijen kritiek op artikel L4142-26, § 4, van het aangevochten decreet, doordat die bepaling erin voorziet dat het voorstel tot lijstenvereniging tussen partijen moet worden ondertekend door minstens vijf Waalse parlementsleden van de politieke partij die het letterwoord gebruikt. Volgens de verzoekende partijen zou evenwel een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de parlementsleden die tot de Duitstalige Gemeenschap behoren en de parlementsleden die tot de Franse Gemeenschap behoren. Volgens de verzoekende partijen mogen die laatstgenoemden geen invloed hebben op lijstenverenigingen die de Duitstalige Gemeenschap mee insluiten, aangezien de gewestelijke parlementsleden ten opzichte van de bedoelde gemeenten niet dezelfde bevoegdheden bezitten als ten opzichte van de gemeenten van de Franse Gemeenschap. Er zou dus schending zijn van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 4 Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel A.
  9. De verzoekende partijen beweren dat het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wel degelijk bestaat, vermits de provincieraadsverkiezingen op 8 oktober 2006 zullen plaatsvinden. Aangezien de aangevochten bepalingen volgens hen een rechtstreekse invloed zullen hebben op de kansen van de verzoekers bij de verkiezingen en op hun rechten, dient de vordering tot schorsing te worden ingewilligd. -B- Ten aanzien van de aangevochten bepalingen en de draagwijdte van het beroep tot vernietiging B.
  10. Artikel L4112-22 van het decreet van het Waalse Gewest van 1 juni 2006 tot wijziging van boek I van deel IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie bepaalt : « §
  11. Als er bij de verdeling van zetels voor de provincieraden nog mandaten zijn die toegekend moeten worden omdat geen lijst het aantal stemmen dat daartoe wordt vereist, heeft bereikt, wendt het bureau zich tot de techniek van de apparentering. Deze apparentering vindt plaats in het arrondissement en bestaat erin de zetels waarin nog niet wordt voorzien in de districten die dit arrondissement vormen, te verdelen op grond van de saldo's van stemmen waarbij aanverwante lijsten worden opgeteld. §
  12. Onder aanverwante lijsten wordt verstaan twee of meer lijsten van kandidaten die zich kandidaat stellen in afzonderlijke kiesdistricten binnen eenzelfde administratief arrondissement en die vóór de verkiezingen in een document, genoemd verklaring van lijstenverbinding, de intentie hebben geuit een lijstenverbinding aan te gaan voor de zetelverdeling van dit arrondissement ». Artikel L4125-2, § 7, van hetzelfde decreet bepaalt : « Het districtbureau dat in de arrondissementshoofdplaats zetelt wordt aangewezen als centraal arrondissementsbureau en is naast zijn opdrachten van kieskringbureau belast met de aanvullende taken bepaald in de artikelen L4142-34 tot en met 36 betreffende de verklaring van lijstenverbinding en de apparentering. Het districtbureau dat in de provinciehoofdplaats zetelt wordt aangewezen als provinciaal hoofdbureau en is naast zijn opdrachten van kieskringbureau en/of zijn opdrachten van centraal arrondissementsbureau belast met de aanvullende taken bepaald in de artikelen L4142-26 tot en met 28 betreffende lijstenvereniging en de loting ». 5 Artikel L4134-1, § 2, van hetzelfde decreet bepaalt : « De kandidaten kunnen in de verklaring van lijstenverbinding bedoeld in artikel L4142- 34 voor de verbonden lijsten een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen om de verrichtingen van het centrale arrondissementsbureau bij te wonen. De getuigen moeten kiezers zijn in één van de districten van het arrondissement. De kandidaten die geen verklaring van lijstenverbinding hebben afgegeven in de districten waar andere kandidaten die verklaring hebben afgegeven, hebben het recht om zich bij de verrichtingen van het centrale arrondissementsbureau te laten vertegenwoordigen door de door hen aangewezen getuigen om de vergaderingen van het districtbureau bij te wonen voor die kiesverrichtingen ». Artikel L4142-26, § 4, van hetzelfde decreet bepaalt : « Het voorstel tot lijstenvereniging moet worden ondertekend door ten minste vijf Waalse parlementsleden die tot de politieke partij behoren die dat letterwoord of logo zal gebruiken. Wanneer een politieke partij vertegenwoordigd is door minder dan vijf Waalse parlementsleden wordt het voorstel tot lijstenvereniging ondertekend door alle raadsleden die tot die partij behoren. Een Waals parlementslid mag slechts één enkel voorstel tot lijstenvereniging ondertekenen ». Artikel L4145-17 van hetzelfde decreet bepaalt : « §
  13. In geval van apparentering komt het centraal arrondissementsbureau daags nadien om dertien uur samen om over te gaan tot de aanvullende verdeling van de zetels, alsmede de bepaling van de districten waarin de verschillende lijsten deze zetels behalen en de aanwijzing van de verkozen kandidaten. §
  14. Op de apparenteringstabel vastgelegd door de regering vermeldt het bureau voor elke groep en voor elke geïsoleerde lijst bedoeld in artikel L4145-18, § 2, lid 2, de volgende gegevens : 1° de naam van de districten van het arrondissement; 2° het stemcijfer van elke lijst die toegelaten wordt in één van de districten met aanvullende verdeling; 3° het aantal reeds verworven zetels in elke district van het arrondissement door de groepen en de alleenstaande lijsten overeenkomstig artikel L4145-7, § 2; 4° het overschot aan niet vertegenwoordigde stemmen, ingeschreven in de processen- verbaal van de bovenbedoelde districten; 5° het aantal aanvullende zetels die in elk district moeten verdeeld worden. 6 §
  15. Het gaat onverwijld de apparenteringstabel aanvullen zodra het de opnemingstabel van het eerste districtbureau ontvangt. §
  16. Indien het werk opgeschort is ten gevolge van een vertraging in de ontvangst van één of meer processen-verbaal van de districtbureaus, kan de vergadering tijdelijk onderbroken worden. Zij wordt dezelfde dag of zo nodig de volgende dag hervat op het uur waarop de ontbrekende stukken worden verwacht. §
  17. De regering kan beslissen dat het invoeren van deze tabel via een software moet gebeuren overeenkomstig artikel L4141-1, § 1 ». B.
  18. De verzoekende partijen klagen aan dat de voormelde artikelen van het decreet van het Waalse Gewest van 1 juni 2006 geen rekening houden met de specifieke situatie van het kiesdistrict Eupen in het tweetalige arrondissement Verviers, zowel wat de organisatie van de lijstenverbinding als die van het centrale arrondissementsbureau van Verviers betreft. Die ontstentenis van een specifieke reglementering in verband met de lijstenverbindingen tussen partijen uit kiesdistricten die tot verschillende gemeenschappen behoren, zou een invloed uitoefenen op de waarde van de stem van de Duitstalige kiezers en op de kansen van de Duitstalige kandidaten. Ten aanzien van het belang B.
  19. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt niet dat het beroep tot vernietiging - en dus de vordering tot schorsing - onontvankelijk moet worden geacht. Ten aanzien van de grondvoorwaarden van de vordering tot schorsing B.
  20. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; 7 - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de vordering tot schorsing. Ten aanzien van de ernst van de middelen Wat artikel L4112-22 betreft B.5.
  21. De zetelverdeling voor de provincieraadsverkiezingen in het Waalse Gewest geschiedt in beginsel op het niveau van het kiesdistrict. Als er bij de verdeling van de zetels voor de provincieraden evenwel nog mandaten zijn die moeten worden toegekend omdat op het niveau van het kiesdistrict geen lijst het vereiste aantal stemmen heeft bereikt, worden de resterende zetels verdeeld in de districten die een arrondissement vormen, op grond van de techniek van de lijstenverbinding. B.5.
  22. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepaling in essentie een lijstenverbinding mogelijk te maken tussen lijsten van kandidaten die zich kandidaat stellen in de twee kiesdistricten die deel uitmaken van het arrondissement Verviers, namelijk het kiesdistrict Eupen, waarvan het grondgebied overeenstemt met dat van het Duitse taalgebied, en het kiesdistrict Verviers. B.
  23. Ofschoon de decreetgever, met inachtneming van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, bij het bepalen van een kiesstelsel rekening vermag te houden met de specificiteit van de Duitstalige Gemeenschap, vloeit hieruit niet voort dat hij te dezen verplicht is af te wijken van het systeem van lijstenverbinding zoals het van toepassing is in alle provincies van het Waalse Gewest. De door de verzoekende partijen aangevoerde bepalingen staan er niet aan in de weg dat, voor de verkiezing van de provincieraad van de provincie Luik, een lijstenverbinding tot stand komt tussen een partij uit het kiesdistrict Eupen en een partij uit het kiesdistrict Verviers. 8 B.
  24. Overigens vormde de in het geding zijnde bepaling geen beletsel voor de verzoekende partijen, en inzonderheid de vierde verzoekende partij, om in het district Verviers een lijst neer te leggen waarmee dan een lijstenverbinding kon worden aangegaan, of om een lijstenverbinding aan te gaan met een andere lijst in dat arrondissement. Wanneer zij hebben beslist dat niet te doen, en de lijst van de betrokkenen alleen maar in één district van het arrondissement kandidaten heeft voorgedragen, worden zij tot de aanvullende zetelverdeling toegelaten, ook al is het totaal aantal stemmen dat ze hebben verkregen lager dan 66 pct. van de kiesdeler (artikel L4145-18, § 2, tweede lid, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie). Wat de artikelen L4125-2, § 7, L4134-1 en L4145-17 betreft B.
  25. Volgens de verzoekende partijen zouden de bestreden bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, schenden, in zoverre die artikelen niet bepalen dat de leden van het centrale arrondissementsbureau van het arrondissement Verviers en de getuigen die de verrichtingen van die instantie bijwonen, kennis moeten hebben van de Duitse taal, noch dat de processen-verbaal van het centrale arrondissementsbureau ook in het Duits moeten worden opgemaakt. B.
  26. Zonder dat het nodig is het argument van onbevoegdheid aangevoerd door de Waalse Regering te onderzoeken, is het voldoende vast te stellen dat het ontbreken van een specifieke regeling betreffende de kennis van de Duitse taal door de leden van het centrale arrondissementsbureau van Verviers of door de getuigen en betreffende de door dat bureau opgestelde processen-verbaal, geen afbreuk doet aan het recht van de verzoekende partijen om in hun hoedanigheid van kandidaat of kiezer zich van de Duitse taal te bedienen. Die bepalingen verhinderen immers niet dat de kandidaten die hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben, een verklaring van lijstenverbinding in het Duits indienen. Wanneer zij het niet eens zijn met de door het centrale arrondissementsbureau uitgevoerde aanvullende zetelverdeling, vermogen zij in diezelfde taal bij het provinciecollege van de provincie Luik een bezwaar in te dienen. 9 Wat artikel L4142-26, § 4, betreft B.
  27. Volgens de verzoekende partijen zou het bestreden artikel L4142-26, § 4, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, in zoverre een voorstel tot lijstenvereniging moet worden ondertekend door ten minste vijf Waalse parlementsleden die tot de politieke partij behoren die het in het voorstel vermelde letterwoord of logo zal gebruiken. Zij verwijten de bestreden bepaling dat aldus parlementsleden die niet woonachtig zijn in het Duitse taalgebied een invloed hebben op een lijstenvereniging die ook betrekking heeft op de verkiezingen in dat taalgebied. B.
  28. Artikel L4142-26 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie betreft de mogelijkheid voor een in het Waals Parlement vertegenwoordigde politieke partij om voor de komende verkiezingen een gemeenschappelijk volgnummer te verkrijgen. Vermits de partij in kwestie bij de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen in het gehele Waalse Gewest, met inbegrip van het grondgebied dat overeenstemt met het Duitse taalgebied, datzelfde nummer mag voeren, is het niet kennelijk onredelijk dat het voorstel tot lijstenvereniging door vijf leden van het Waals Parlement dient te worden ondertekend, zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt naar gelang van hun woonplaats of de taal waarin zij de eed het eerst hebben afgelegd. B.
  29. Bovendien dient te worden opgemerkt dat, in voorkomend geval, een lid van het Waals Parlement dat zou worden verkozen in het Duitse taalgebied op een lijst die elders geen vertegenwoordigers heeft, niet zou worden uitgesloten van het voordeel dat de bestreden bepaling verleent. Wanneer een politieke partij vertegenwoordigd is door minder dan vijf Waalse parlementsleden, is het immers voldoende dat het voorstel van lijstenvereniging wordt ondertekend door alle raadsleden die tot die partij behoren (artikel L4142-26, § 4, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie). B.
  30. Aangezien de eerste van de bij artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 vereiste voorwaarden niet is vervuld, dient de vordering tot schorsing te worden verworpen. 10 Om die redenen, het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 september
  31. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2006:ARR.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.