id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.055 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.20080313.7 Arrest- Rolnummer: 55/2008 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-03-13 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-06-29 09:52 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof stelt vast dat het beroep zonder voorwerp is. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van artikel 15 van de wet van 11 april 2003 houdende nieuwe maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers, ingesteld door Jacqueline Szulwas. Maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers - Persoonlijke lijfrente - Beroep zonder voorwerp tengevolge van arrest nr. 45/
- Wettelijke bepalingen: Wet - 11-04-2003 - 15 - 48 ELI link Pub nr 2003007143 Tekst van de beslissing Rolnummer 4394 Arrest nr. 55/2008 van 13 maart 2008 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 15 van de wet van 11 april 2003 houdende nieuwe maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers, ingesteld door Jacqueline Szulwas. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen en J.-P. Snappe, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 14 december 2007 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 17 december 2007, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 15 van de wet van 11 april 2003 houdende nieuwe maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers, ingevolge het arrest van het Hof nr. 103/2007 van 12 juli 2007 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 september 2007), door Jacqueline Szulwas, wonende te 1190 Brussel, Cervantesstraat 75/
- Op 9 januari 2008 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
- Jacqueline Szulwas heeft een ministeriële beslissing van 27 januari 2004 ontvangen waarbij, enerzijds, wordt geweigerd haar het recht toe te kennen op de persoonlijke lijfrente bedoeld in artikel 15, § 1, a), van de wet van 11 april 2003 « houdende nieuwe maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers » en, anderzijds, wordt vastgesteld dat zij de in artikel 15, § 1, b), van dezelfde wet bedoelde rente niet kan genieten vanwege het feit dat zij een invaliditeitspensioen geniet op grond van de wet van 15 maart 1954 « betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden ». A.
- Met toepassing van artikel 72 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 hebben de rechters-verslaggevers bij conclusies van 9 januari 2008 aan het Hof voorgesteld een arrest van onmiddellijk antwoord uit te spreken waarin, enerzijds, wordt vastgesteld dat, in zoverre het beroep betrekking zou hebben op artikel 15, § 1, a) en b), 1° en 2°, van de wet van 11 april 2003, het klaarblijkelijk onontvankelijk is wegens laattijdigheid en, anderzijds, dat, in zoverre het beroep betrekking zou hebben op artikel 15, § 1, b), 3°, van dezelfde wet, dat artikel moet worden vernietigd om de motieven uiteengezet in het arrest nr. 103/
- A.
- In haar memorie met verantwoording preciseert de verzoekende partij dat zij gedurende de Tweede Wereldoorlog gedwongen werd in de clandestiniteit te leven tot in 1945 en dat zij een invaliditeitspensioen geniet krachtens de wet van 15 maart
- Zij is van mening dat de in het arrest nr. 103/2007 gemaakte vaststelling van ongrondwettigheid moet leiden tot de vernietiging, zonder meer, van artikel 15, § 1, b), 3°, van de wet van 11 april
- Zij herhaalt hiertoe de argumenten die voor het Hof werden uiteengezet in de zaak die tot de uitspraak van dat arrest heeft geleid. Zij voegt daaraan toe dat zij wenst dat het Hof op grond van artikel 72 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 een arrest van onmiddellijk antwoord wijst. Zij merkt in dat verband, enerzijds, op dat haar vernietigingsmiddel identiek is met de argumentatie die het Hof ertoe heeft gebracht de ongrondwettigheid vast te stellen van de bestreden bepaling in het arrest nr. 103/2007 en, anderzijds, dat zij zich in dezelfde situatie 3 bevindt als diegene van een van de partijen in een van de zaken die werden voorgelegd aan de Raad van State wanneer die aan het Hof de prejudiciële vraag heeft gesteld die aan de basis ligt van dat arrest. -B- B.
- Uit de bijlage bij het verzoekschrift, gelezen in het licht van de memorie met verantwoording die door de verzoekende partij aan het Hof werd toegestuurd, blijkt dat zij de vernietiging vordert van artikel 15, § 1, b), 3°, van de wet van 11 april 2003 « houdende nieuwe maatregelen ten gunste van de oorlogsslachtoffers ». B.
- Bij zijn arrest nr. 45/2008 van 4 maart 2008 heeft het Hof die bepaling vernietigd. B.
- Het beroep is bijgevolg zonder voorwerp. 4 Om die redenen, het Hof stelt vast dat het beroep zonder voorwerp is. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 13 maart
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.055 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.