id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 15 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.004 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20090115.3 Arrest- Rolnummer: 4/2009 Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-01-19 Raadplegingen: 239 - laatst gezien 2026-06-29 13:48 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof zegt voor recht : De prejudiciële vraag is zonder voorwerp. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Uitkering tot levensonderhoud (rechtspleging) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag over artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, in samenhang gelezen met artikel 42, § 5, tweede lid, van die wet, gesteld door de Vrederechter van het kanton Boom. Burgerlijk recht - Echtscheiding - Uitkeringen tot levensonderhoud - Duur - Beperking - Overgangsrecht. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-04-2007 - 42,§5,L2 - 00 ELI link Pub nr 2007009493 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 301,§4,L1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Rolnummer 4338 Arrest nr. 4/2009 van 15 januari 2009 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, in samenhang gelezen met artikel 42, § 5, tweede lid, van die wet, gesteld door de Vrederechter van het kanton Boom. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 8 november 2007 in zake Nelly De Backer tegen Monique Aerts, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 13 november 2007, heeft de Vrederechter van het kanton Boom de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden het nieuwe artikel 301, § 4, eerste lid, B.W. in samenhang met artikel 42, § 5, tweede lid van de wet van 27 april 2007 [betreffende de hervorming van de echtscheiding], die de aanvang en de duur van de termijn van het verschuldigd zijn van een onderhoudsuitkering na echtscheiding bepalen enerzijds op 1 september 2007 en anderzijds op de duur van het huwelijk, zonder rekening te houden met de initiële datum van het verschuldigd zijn van deze onderhoudsuitkering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? Is met andere woorden de verschillende behandeling van een uitkeringsplichtige, die gehouden is tot betalen vanaf 1983 en deze wiens uitkeringsplicht slechts ingaat in 2006, redelijk, objectief en proportioneel verantwoord ? ». De Ministerraad heeft een memorie ingediend. Op de openbare terechtzitting van 19 november 2008 : - hebben de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Martens verslag uitgebracht; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Voor de verwijzende rechter vordert de eiser op grond van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding de afschaffing van de onderhoudsbijdrage die hij na echtscheiding aan de verweerster dient te betalen. De partijen waren gehuwd in 1966 en werden tot de echtscheiding toegelaten bij vonnis van
- De man moest aan zijn gewezen echtgenote een onderhoudsbijdrage betalen van 6 000 frank per maand, naderhand herleid tot 75 euro per maand. De Vrederechter te Boom refereert aan artikel 42, § 5, tweede lid, van de voormelde wet van 27 april 2007 en aan artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij die wet. Hij stelt vast dat de maximale termijn voor het verschuldigd zijn van de onderhoudsuitkering na echtscheiding overeenstemt met de duur van het huwelijk en dat die termijn een aanvang neemt op 1 september 2007 voor echtscheidingen waarbij het recht op een onderhoudsuitkering definitief verworven was en nog geen termijn was bepaald. De verwijzende rechter doet opmerken dat dit betekent dat wanneer, zoals te dezen, het huwelijk bijna zeventien jaar heeft geduurd, de onderhoudsplichtige die uit de echt is gescheiden in 1983, zoals de eiser, anders behandeld wordt dan eenzelfde onderhoudsplichtige die in 2006 uit de echt is gescheiden. Volgens de verwijzende rechter zal in het eerste geval de onderhoudsplichtige in totaal bijna eenenveertig jaar dienen te betalen, terwijl in het andere geval die termijn amper achttien jaar zou bedragen. 3 Voor de Vrederechter te Boom rijst de vraag of zulks niet in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hij beslist de hiervoor geciteerde vraag te stellen. III. In rechte -A- A.
- De Ministerraad, die als enige partij een memorie heeft ingediend, is van oordeel dat de in het geding zijnde bepalingen geen verschil in behandeling teweegbrengen, aangezien voor alle uitkeringsplichtigen de betrokken termijn zonder onderscheid begint te lopen op dezelfde datum en in overeenstemming met artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek ook dezelfde termijn in aanmerking wordt genomen. Volgens de Ministerraad is het verschil waarvan de verwijzende rechter melding maakt niet het gevolg van de in het geding zijnde bepalingen, maar wel van de feiten die zijn voorafgegaan aan de inwerkingtreding van de wet. Voor de Ministerraad is het enige verschil te dezen het tijdstip waarop de betrokkenen uit de echt zijn gescheiden onder de toepassing van de vorige wet, waarin geen beperking van de duur van de onderhoudsuitkering was opgenomen. Dat verschil in behandeling vindt zijn oorsprong in de vorige wet, die een in de tijd onbeperkte betaling van onderhoudsuitkeringen vooropstelde. Er is naar het oordeel van de Ministerraad dan ook geen schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. A.
- Voor zoveel als nodig doet de Ministerraad nog opmerken dat het hanteren van het voor de verwijzende rechter vooropgestelde criterium, namelijk de initiële datum van het verschuldigd zijn van de onderhoudsuitkering, wellicht een schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet zou inhouden. In de gevallen waarin sinds de totstandkoming van de onderhoudsplicht meer tijd verstreken is dan de duur van het huwelijk, zou de inwerkingtreding van de nieuwe wet immers gepaard gaan met het onmiddellijke verlies van elk recht op een onderhoudsuitkering. Bovendien zouden sommige personen dan eventueel zelfs tot een gedeeltelijke terugbetaling van onderhoudsgelden gehouden kunnen zijn. De wet zou dan pas kennelijk onevenredige gevolgen hebben. A.
- De Ministerraad besluit dat de prejudiciële vraag ontkennend dient te worden beantwoord. -B- B.
- De verwijzende rechter vraagt of de artikelen 10 en 11 van de Grondwet worden geschonden door artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met de overgangsregeling van artikel 42, § 5, tweede lid, van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding. Artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 7 van de voormelde wet van 27 april 2007, bepaalt : « De duur van de uitkering mag niet langer zijn dan die van het huwelijk ». 4 Op de datum van het vonnis waarbij de prejudiciële vraag is gesteld, bepaalde artikel 42, § 5, van de wet van 27 april 2007 : « Artikel 301, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7, is van toepassing op de uitkeringen tot levensonderhoud, die zijn vastgesteld door een vonnis dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van deze wet. Indien de duur van de uitkering niet werd bepaald, neemt de in artikel 301, § 4, bepaalde termijn een aanvang op de datum van de inwerkingtreding van deze wet. […] ». De wet van 27 april 2007 is krachtens artikel 44 ervan in werking getreden op 1 september
- B.
- Zoals de prejudiciële vraag is geformuleerd, wenst de verwijzende rechter van het Hof te vernemen of de voormelde bepalingen, in samenhang gelezen, leiden tot een discriminatie doordat zij « de aanvang en de duur van de termijn van het verschuldigd zijn van een onderhoudsuitkering na echtscheiding bepalen enerzijds op 1 september 2007 en anderzijds op de duur van het huwelijk, zonder rekening te houden met de initiële datum van het verschuldigd zijn van deze onderhoudsuitkering ». B.
- Uit de gegevens van de zaak blijkt dat niet de beperking van de duur van de onderhoudsuitkering tot de duur van het huwelijk, zoals bepaald in het nieuwe artikel 301, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, ter discussie wordt gesteld, maar het gegeven dat de nieuwe regeling ten aanzien van bestaande veroordelingen tot onderhoudsgeld eerst ingaat op 1 september 2007, en niet op « de initiële datum van het verschuldigd zijn van deze uitkering ». Aangezien die grief in werkelijkheid enkel is gericht tegen de overgangsbepaling van artikel 42, § 5, tweede lid, van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, beperkt het Hof zijn onderzoek tot die bepaling. B.
- Het Hof heeft artikel 42, § 5, tweede lid, van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding vernietigd bij zijn arrest nr. 172/2008 van 3 december
- 5 B.
- Uit die vernietiging, die terugwerkende kracht heeft, volgt dat de prejudiciële vraag thans zonder voorwerp is. 6 Om die redenen, het Hof zegt voor recht : De prejudiciële vraag is zonder voorwerp. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 15 januari
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Bossuyt PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.004 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div