← België

ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.092

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.092 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20090528.6 Arrest- Rolnummer: 92/2009 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-06-03 Raadplegingen: 210 - laatst gezien 2026-06-30 03:10 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de wet van 15 januari 2003 « houdende instemming met de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, anderzijds, en met de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 », ingesteld door Mariyus Noko Ngele. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Beroep ingesteld buiten de termijn. Wettelijke bepalingen: Wet - 15-01-2003 - 37 ELI link Pub nr 2003015019 Tekst van de beslissing Rolnummer 4643 Arrest nr. 92/2009 van 28 mei 2009 ___________ In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 15 januari 2003 « houdende instemming met de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, anderzijds, en met de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 », ingesteld door Mariyus Noko Ngele. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en A. Alen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 februari 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 23 februari 2009, is beroep tot vernietiging van de wet van 15 januari 2003 « houdende instemming met de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, anderzijds, en met de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2003) ingesteld door Mariyus Noko Ngele, wonende te 1000 Brussel, Schipperijkaai 5/

  1. Op 17 maart 2009 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en A. Alen, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De verzoekende partij heeft memories met verantwoording ingediend. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- In haar memories met verantwoording voert de verzoekende partij aan dat, in tegenstelling tot de conclusies van de rechters-verslaggevers waarvan met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 kennis is gegeven, de bestreden wet niet in het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2003 maar in het Belgisch Staatsblad van 8 januari 2004 is bekendgemaakt. De verzoekende partij voert eveneens aan dat noch de wet van 15 januari 2003 houdende instemming met de Overeenkomst van Cotonou van 23 juni 2000, noch het tussen het Centrum voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven (COB) en het Koninkrijk België ondertekende Zetelakkoord ooit de instemming hebben verkregen van beide verenigde Belgische wetgevende Kamers, zodat het beroep ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Ten gronde voert de verzoekende partij aan dat de wet van 15 januari 2003 houdende instemming met de Overeenkomst van Cotonou van 23 juni 2000 de artikelen 77, 6°, 167, § 2, 187 en 190 van de Grondwet schendt in zoverre zij niet volgens de in de Grondwet voorgeschreven vormen zou zijn bekendgemaakt. De verzoekende partij voert eveneens aan dat de bestreden bepaling, op het ogenblik van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, in strijd was met een dwingende norm van algemeen internationaal recht, in casu « de wet nr. 81-465 van 9 februari 1981 houdende goedkeuring van het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en het Centrum voor Industriële Ontwikkeling », zodat de absolute nietigheid van de bestreden bepaling van openbare orde zou zijn. 3 -B- B.
  2. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de wet van 15 januari 2003 « houdende instemming met de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, anderzijds, en met de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 », bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 maart
  3. B.
  4. Naar luid van artikel 3, § 2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 zijn de beroepen die strekken tot de vernietiging van een wetsbepaling waardoor een verdrag instemming verkrijgt, enkel ontvankelijk indien zij worden ingesteld binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de bestreden bepaling in het Belgisch Staatsblad. B.
  5. Te dezen, en in tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, is de bestreden wet in het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2003 bekendgemaakt. Bijgevolg was de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen, verstreken toen het onderhavige beroep werd ingesteld. B.
  6. Het beroep tot vernietiging is klaarblijkelijk niet ontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 28 mei
  7. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.092 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.