id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 24 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.130 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20090724.3 Arrest- Rolnummer: 130/2009 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-07-27 Raadplegingen: 257 - laatst gezien 2026-07-01 23:42 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op de prejudiciële vragen. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENSCHAPPEN - GEWESTEN - Bevoegdheidsverdeling - Gewesten - Landinrichting, natuurbehoud PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vragen betreffende artikel 1, § 1, 1°, en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel en door de Rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Voorafgaande rechtspleging - Prejudiciële vraag - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid - Getoetste norm - Besluit van de Vlaamse Regering. # Milieurecht - Waals Gewest - Natuurbescherming en natuurbehoud - Bouwverbod - Schadevergoeding. Wettelijke bepalingen: Besluit Vlaamse Regering - 08-10-1996 - 1,§1,1° - 36 ELI link Pub nr 1996036294 Besluit Vlaamse Regering - 08-10-1996 - 1,§2 - 36 ELI link Pub nr 1996036294 Tekst van de beslissing Rolnummer 4696 en 4698 Arrest nr. 130/2009 van 24 juli 2009 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 1, § 1, 1°, en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel en door de Rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers E. De Groot en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging a. Bij arrest van 29 april 2009 in zake de vennootschap naar Nederlands recht « Hotel Exploitatiemaatschappij Interbeach BV » tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 mei 2009, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, de artikelen 144 en 145 van de Grondwet, doordat de in § 1 [lees : artikel 1, § 1] bedoelde koopwaarde van het goed wordt bepaald door het territoriaal bevoegde comité tot aankoop van de onroerende goederen van de Staat, op verzoek van het Vlaamse Gewest ? ». b. Bij vonnis van 29 april 2009 in zake Ghislaine de Coninck de Merckem en anderen tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 mei 2009, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Veurne beslist : « een vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof omtrent het feit of het artikel 1, § 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud de beginselen van de gelijkheid schendt wanneer [het] zoals in dit geval louter in functie van de datum van het verkrijgen van bepaalde deelgerechtigdheden in een en zelfde onroerend goed leidt tot een andere berekening in de schadevergoeding ». Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4696 en 4698 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. Op 13 mei 2009 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en J. Spreutels, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij vastgesteld wordt dat de prejudiciële vragen klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. De Vlaamse Regering heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in de bodemgeschillen In de zaak nr. 4696 De vennootschap naar Nederlands recht « Hotel Exploitatiemaatschappij Interbeach BV » vordert van het Vlaamse Gewest de betaling van de vergoeding bedoeld in artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest. In eerste aanleg werd de vordering ongegrond verklaard. Het Hof van Beroep te Brussel, waarbij hoger beroep is ingesteld tegen die beslissing, beslist de hiervoor aangehaalde vraag te stellen aan het Hof. 3 In de zaak nr. 4698 Voor de Rechtbank van eerste aanleg te Veurne voeren Ghislaine de Coninck de Merckem, Monique de Coninck de Merckem, Françoise-Emmanuel de Coninck de Merckem, Frédéric Harou en Etienne Harou, onverdeelde mede-eigenaars die allen de vergoeding bedoeld in artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, hadden aangevraagd, aan dat zij ongelijk zijn behandeld door het Vlaamse Gewest, doordat de eerste drie die vergoeding niet hebben ontvangen, terwijl de laatste twee ze wel hebben ontvangen. Bovendien voeren zij aan dat de schadevergoeding niet correct werd berekend. Het Vlaamse Gewest doet zijn verweer steunen op artikel 1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. Omdat de eisende partijen zich beroepen op het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie achtte de Rechtbank het aangewezen de hiervoor aangehaalde prejudiciële vraag te stellen. III. In rechte -A- A.
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.