id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 24 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.134 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20090724.7 Arrest- Rolnummer: 134/2009 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-07-27 Raadplegingen: 219 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, - stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003, niet ontvankelijk zijn; - stelt vast dat de andere onderwerpen van het verzoekschrift, in zoverre zij autonoom zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing, niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003, ingesteld door Marc Jodrillat. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging en vordering tot schorsing -
- Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Beroep ingesteld buiten de termijn -
- Klaarblijkelijke onbevoegdheid van het Hof. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 15-05-2003 - 02 Link Justel databank 20030515-02 Wet - 16-02-2009 - 39 ELI link Pub nr 2009015027 Tekst van de beslissing Rolnummer 4727 Arrest nr. 134/2009 van 24 juli 2009 ___________ In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003, ingesteld door Marc Jodrillat. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 juni 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 17 juni 2009, heeft Marc Jodrillat, wonende te 4500 Hoei, rue des Esses 6, een beroep tot vernietiging en een vordering tot schorsing ingesteld van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 maart 2009, tweede editie). Op 18 juni 2009 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn en, in voorkomend geval, dat het Hof klaarblijkelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van de andere onderwerpen van zijn verzoekschrift. Marc Jodrillat heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
- In hun conclusies die zijn opgesteld met toepassing van artikel 71 van de wet van 6 januari 1989, waren de rechters-verslaggevers van mening dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn en, in voorkomend geval, dat het Hof klaarblijkelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van de andere onderwerpen van het verzoekschrift. Aangezien de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 maart 2009, was de termijn om een beroep tot vernietiging van een dergelijke wet in te stellen, volgens de rechters- verslaggevers verstreken bij het instellen van het onderhavige beroep op 16 juni 2009; daarenboven lijken de andere door de verzoeker geformuleerde vorderingen, in zoverre zij autonoom zouden zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing, niet tot de bevoegdheid van het Hof te behoren. A.
- In zijn memorie met verantwoording formuleert de verzoeker diverse opmerkingen die met name betrekking hebben op de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing en van het beroep tot vernietiging, alsook op de bevoegdheid. Volgens de verzoeker zou het Hof de ontvankelijkheid ratione temporis van de vordering tot schorsing moeten aannemen, aangezien zij binnen drie maanden na de bekendmaking van de wet van 16 februari 2009 in het Belgisch Staatsblad is ingesteld. Daarenboven zou, met betrekking tot de termijn die van toepassing is op het beroep tot vernietiging, de datum van inwerkingtreding van de in het geding zijnde wet in aanmerking moeten worden genomen - namelijk, volgens de verzoeker, 1 juni 2009 -, om de in de memorie met verantwoording aangevoerde reden. 3 Met betrekking tot de bevoegdheid onderscheidt de verzoeker de « stukken van rechtspleging aan de gang op 6 juli 2009 » van de « vroegere stukken die noodzakelijk zijn voor het opstellen van een memorie met betrekking tot de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof ». In die twee delen worden in de memorie stukken, stappen en procedures - of de ontstentenis ervan – ter sprake gebracht die betrekking hebben op diverse overheden, waaronder het Hof van Cassatie, de belastingadministratie, de minister van Justitie, de federale procureur en de leden van het College van procureurs-generaal. In het beschikkende gedeelte vraagt de verzoeker met name aan het Hof dat het de ingediende memorie ontvankelijk zou verklaren en zet hij diverse verzoeken uiteen, waarbij het Hof wordt verzocht ze vast te stellen : die verzoeken hebben met name betrekking op diverse beslissingen, procedures, brieven, processen-verbaal en niet-gestelde handelingen, en betreffen, naar gelang van het geval, de voormelde overheden of andere overheden, waaronder verschillende ministers. -B- B.
- Marc Jodrillat vordert de vernietiging en de schorsing van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei
- B.
- Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging, kan het Hof pas op de middelen van de vordering ingaan nadat het de ontvankelijkheid van het beroep heeft onderzocht. B.3.
- Naar luid van artikel 3, § 2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 zijn de beroepen die strekken tot de vernietiging van een wetsbepaling waardoor een verdrag instemming verkrijgt, enkel ontvankelijk indien zij worden ingesteld binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de bestreden bepaling in het Belgisch Staatsblad; de aanvangsdatum van de termijn om beroep in te stellen is de datum van bekendmaking van de bepaling, los van de inwerkingtreding ervan. B.3.
- Te dezen is de wet van 16 februari 2009 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 maart 2009 (tweede editie). Bijgevolg was de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen, verstreken toen het onderhavige beroep op 16 juni 2009 werd ingesteld. B.
- In zoverre zij autonoom zouden zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing, behoren de andere vorderingen die door de verzoeker in zijn verzoekschrift zijn geformuleerd en in een deel van zijn memorie met verantwoording zijn 4 uiteengezet, niet tot de bevoegdheid van het Hof, zoals die is bepaald bij artikel 142 van de Grondwet en bij de bijzondere wet van 6 januari
- B.
- Uit het voorafgaande vloeit voort dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn en dat de andere onderwerpen van het verzoekschrift, in zoverre zij autonoom zijn ten opzichte van dat beroep en die vordering, klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. 5 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, - stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de wet van 16 februari 2009 houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003, niet ontvankelijk zijn; - stelt vast dat de andere onderwerpen van het verzoekschrift, in zoverre zij autonoom zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing, niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 24 juli
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.134 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div