← België

ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.154

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 13 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.154 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20091013.3 Arrest- Rolnummer: 154/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-10-14 Raadplegingen: 192 - laatst gezien 2026-06-30 03:40 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONDERWIJS - Onderwijsnetten - Gemeenteonderwijs PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vordering tot schorsing (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Vordering tot schorsing van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV), ingesteld door het « Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt » en Luc Vanden Bosch. Onderwijs - Vlaamse Gemeenschap - Intergemeentelijk onderwijs. # Voorafgaande rechtspleging - Vordering tot schorsing - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Vordering ingesteld buiten de termijn. Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 28-11-2008 - 58 ELI link Pub nr 2008204745 Tekst van de beslissing Rolnummer 4747 Arrest nr. 154/2009 van 13 oktober 2009 In zake : de vordering tot schorsing van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV), ingesteld door het « Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt » en Luc Vanden Bosch. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers E. Derycke en R. Henneuse, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 7 juli 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 juli 2009, is een vordering tot schorsing ingesteld van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2009) door het « Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt » en Luc Vanden Bosch, die keuze van woonplaats hebben gedaan te 1000 Brussel, Boudewijnlaan 20-

  1. Bij hetzelfde verzoekschrift vorderen de verzoekende partijen eveneens de vernietiging van hetzelfde decreet. Op 14 juli 2009 hebben de rechters-verslaggevers E. Derycke en R. Henneuse, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De verzoekende partijen hebben een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- In hun memorie met verantwoording schikken de verzoekende partijen zich naar de wijsheid van het Hof. Ze beklemtonen evenwel dat ze het beroep tot vernietiging wensen voort te zetten. -B- B.
  2. De verzoekende partijen vorderen de schorsing van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging (IGOV). B.
  3. Artikel 21, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 bepaalt : « In afwijking van artikel 3, zijn de verzoekschriften tot schorsing slechts ontvankelijk wanneer zij worden ingediend binnen een termijn van drie maanden na de bekendmaking van de wet, het decreet of de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel ». 3 B.
  4. Het decreet van 28 november 2008 is bekendgemaakt in het Belgisch Staatblad van 16 januari
  5. De vordering tot schorsing is buiten de voormelde termijn van drie maanden ingediend en is bijgevolg laattijdig. B.
  6. De vordering tot schorsing is niet ontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 13 oktober
  7. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Bossuyt PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.154 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.