← België

ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.155

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 13 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.155 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20091013.4 Arrest- Rolnummer: 155/2009 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-10-14 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-06-30 03:40 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENSCHAPPEN - GEWESTEN - Belangenconflicten PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de motie van het Waals Parlement van 14 januari 2009 « betreffende een belangenconflict naar aanleiding van het onderzoek, door de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de wetsvoorstellen tot wijziging van de kieswetten met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde », ingesteld door Bruno Valkeniers en anderen. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid van het Hof - Motie van het Waals Parlement betreffende een belangenconflict. Tekst van de beslissing Rolnummer 4750 Arrest nr. 155/2009 van 13 oktober 2009 In zake : het beroep tot vernietiging van de motie van het Waals Parlement van 14 januari 2009 « betreffende een belangenconflict naar aanleiding van het onderzoek, door de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de wetsvoorstellen tot wijziging van de kieswetten met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde », ingesteld door Bruno Valkeniers en anderen. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de verslaggevers, rechter T. Merckx-Van Goey en voorzitter P. Martens, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 juli 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 14 juli 2009, is beroep tot vernietiging ingesteld van de motie van het Waals Parlement van 14 januari 2009 « betreffende een belangenconflict naar aanleiding van het onderzoek, door de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de wetsvoorstellen tot wijziging van de kieswetten met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » door Bruno Valkeniers, wonende te 2020 Antwerpen, Dennenlaan 15, Bart Laeremans, wonende te 1850 Grimbergen, Nieuwe Schapenweg 2, Jurgen Ceder, wonende te 1700 Dilbeek, Prieeldreef 1 A, Erik Arckens, wonende te 1000 Brussel, Louizalaan 131, en Dominiek Lootens-Stael, wonende te 1090 Brussel, Swartenbroucklaan

  1. Op 15 juli 2009 hebben de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Martens, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1.
  2. De verzoekende partijen voeren aan dat het Hof bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tot vernietiging gericht tegen een motie van het Waals Parlement betreffende een belangenconflict. Die motie zou immers een « in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel » zijn, en de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof zou noch door artikel 142 van de Grondwet noch door artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 worden beperkt tot beslissingen die de vorm aannemen van een « decreet ». A.1.
  3. Zij wijzen voorts erop dat het Hof reeds eerder louter formele wetten toetste, namelijk begrotingswetten en begrotingsdecreten, alsook wetten houdende de goedkeuring van internationale verdragen. A.1.
  4. Tot slot merken zij op dat de Grondwet de wetgevende organen expliciet machtigt om moties betreffende belangenconflicten aan te nemen. De omstandigheid dat dergelijke moties een bijzondere meerderheid vereisen, toont volgens hen des te meer het wetgevende karakter van die beslissingen aan. A.
  5. In een eerste middel werpen de verzoekende partijen op dat de in het geding zijnde motie de bevoegdheidverdelende regels en het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt doordat het Waals Parlement onbevoegd zou zijn om de desbetreffende motie aan te nemen. Zij verwijzen naar artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, dat bepaalt dat het Waals Parlement enkel een belangenconflict tegen een wetsvoorstel ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers kan aanvoeren indien dat wetsvoorstel een invloed zou kunnen hebben op zijn bevoegdheden en territorium. Te dezen zou aan die voorwaarden niet zijn voldaan, aangezien de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde geen impact kan hebben op het territorium van het Waalse Gewest of op de bevoegdheden van het Waals Parlement. 3 A.
  6. In een tweede middel werpen de verzoekende partijen een schending op van dezelfde bepalingen, alsook van het verbod op rechtsmisbruik. Zij voeren aan dat de procedure van de belangenconflicten ontworpen is om ten aanzien van hetzelfde voorstel slechts eenmaal te worden gebruikt. Voor opeenvolgende belangenconflicten door dezelfde wetgevende vergaderingen is het verbod van herhaling uitdrukkelijk in artikel 32 van de voormelde gewone wet opgenomen. Voor een dilatoire herhaling waarbij verschillende wetgevende vergaderingen betrokken zijn, is een dergelijk verbod niet expliciet uitgewerkt, omdat de wetgever een dergelijk dilatoir misbruik niet realistisch achtte. Bovendien creëert dat rechtsmisbruik een onevenwicht met het Vlaams Parlement, dat maar over één mogelijkheid beschikt om de parlementaire procedure lam te leggen, terwijl het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement, de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, waar de Franstaligen een ruime meerderheid hebben, elk die procedure in werking kunnen stellen. -B- B.
  7. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van de « motie betreffende een belangenconflict aangenomen door het Waals Parlement, tijdens zijn zitting van 14 januari 2009 », wegens schending van de bevoegdheidverdelende regels, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van het evenredigheidsbeginsel en van het verbod van rechtsmisbruik. B.
  8. Die motie werd aangenomen naar aanleiding van de wetsvoorstellen tot wijziging van de kieswetgeving met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. In de bestreden motie vraagt het Waals Parlement dat, « zodra het belangenconflict in werking is getreden, de procedure in verband met de voormelde wetsvoorstellen wordt geschorst in het Federaal Parlement, met het oog op overleg » (Parl. St., Waals Parlement, 2008-2009, nr. 907/4, p. 3; zie ook Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-0037/017, p. 10). B.3.
  9. Het Hof vermag zich enkel uit te spreken over de schending van de bevoegdheidverdelende regels of van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, als die schending aan een wetgevende norm kan worden toegeschreven. Noch artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, noch enige grondwets- of wetsbepaling verleent het Hof de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot vernietiging gericht tegen een door een wetgevende vergadering aangenomen motie die geen wetgevende norm is. 4 B.3.
  10. Voor het overige past de bestreden motie in het kader van een procedure tot regeling van belangenconflicten, waarvoor het Hof, krachtens artikel 142 van de Grondwet, onbevoegd is. B.
  11. Het beroep tot vernietiging behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 5 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 13 oktober
  12. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Bossuyt PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.