← België

ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.201

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.201 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.20091217.5 Arrest- Rolnummer: 201/2009 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-12-21 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing niet ontvankelijk zijn UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de bijzondere wet van 12 juli 2009 « tot wijziging van artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof » en van de wet van 24 juli 2009 « tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wat de financiële crisis betreft », ingesteld door Marc Jodrillat. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging en vordering tot schorsing - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 12-07-2009 - 10 ELI link Pub nr 2009203283 Wet - 24-07-2009 - 01 ELI link Pub nr 2009003289 Tekst van de beslissing Rolnummer 4774 Arrest nr. 201/2009 van 17 december 2009 ___________ In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van de bijzondere wet van 12 juli 2009 « tot wijziging van artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof » en van de wet van 24 juli 2009 « tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wat de financiële crisis betreft », ingesteld door Marc Jodrillat. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter P. Martens en de rechters-verslaggevers M. Melchior en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 september 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 30 september 2009, heeft Marc Jodrillat, wonende te 4357 Donceel, rue Tombeux 15, een beroep tot vernietiging en een vordering tot schorsing ingesteld van de bijzondere wet van 12 juli 2009 « tot wijziging van artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 juli 2009, tweede editie) en van de wet van 24 juli 2009 « tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wat de financiële crisis betreft » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 juli 2009). Op 6 oktober 2009 hebben de rechters-verslaggevers M. Melchior en T. Merckx-Van Goey, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn. Marc Jodrillat heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A– A.

  1. In hun conclusies met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 hebben de rechters-verslaggevers uiteengezet dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn. A.
  2. In zijn memorie met verantwoording doet M. Jodrillat gelden dat het om het vijfde beroep gaat dat hij bij het Grondwettelijk Hof instelt en dat dat beroep in de context van een burgerlijke procedure van gerechtelijke vereffening moet worden geplaatst, wat volgens hem zijn belang om in rechte te treden aantoont. Hij verwijst naar een verzoek dat hij tot de minister van Defensie heeft gericht met betrekking tot het afschrift van een koninklijk besluit, en betreurt dat dat stuk hem niet is bezorgd. Hij brengt verschillende ministers en parlementsleden in het geding, en kondigt aan dat hij bij de Koning beroep zal instellen om opnieuw in het ministerie van Defensie te worden opgenomen. Hij vermeldt en bekritiseert de rechtspraak van het Hof van Cassatie met betrekking tot valsheid en het gebruik van valse stukken, in het bijzonder in fiscale aangelegenheden, en haalt arresten aan die het Grondwettelijk Hof over diverse aangelegenheden heeft gewezen. M. Jodrillat zet eveneens uiteen dat hij partij is in een geschil betreffende een verkoop van onroerend goed, een lening en een bankwaarborg, en hij brengt een notaris en ambtenaren in het geding. Bijgevolg vraagt de verzoeker aan het Hof om zijn beroep ontvankelijk te verklaren wegens schending van het arrest C-06/09 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, om zijn onvermogen te bevestigen, om vast te stellen dat de Belgische Staat zich schuldig maakt aan intimidatie te zijnen aanzien, om 3 vast te stellen dat artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering hem niet kan worden tegengeworpen, om voor recht te zeggen dat artikel 91 van de wet van 6 januari 1989 van toepassing is en dat hij het recht heeft van de belastingadministratie de elementen te verkrijgen die zich in zijn dossier bevinden teneinde ze te laten rechtzetten, alsook een ondertekend afschrift van het koninklijk besluit van 7 november 2007 dat op hem betrekking heeft. -B– B.
  3. Marc Jodrillat vordert de vernietiging en de schorsing van de bijzondere wet van 12 juli 2009 « tot wijziging van artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof » en van de wet van 24 juli 2009 « tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wat de financiële crisis betreft ». B.
  4. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging, kan het Hof de middelen van de vordering pas onderzoeken nadat het de ontvankelijkheid van het beroep heeft onderzocht. B.
  5. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, moeten de middelen van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden zijn geschonden, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden. B.
  6. De verzoekende partij geeft in het verzoekschrift niet aan in welk opzicht de door haar bestreden bepalingen de grondwetsbepalingen die zij beoogt, zouden hebben geschonden. De memorie met verantwoording die zij met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 heeft ingediend, maakt het evenmin mogelijk te begrijpen in welk opzicht zij van mening is dat de door haar aangehaalde artikelen van de Grondwet zouden zijn geschonden door de twee wetten waarvan zij de vernietiging en de schorsing vordert. B.
  7. Daaruit volgt dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing niet ontvankelijk zijn. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 17 december
  8. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux P. Martens PDF document ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.201 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.