← België

ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.118

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 21 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.118 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.20101021.5 Arrest- Rolnummer: 118/2010 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 225 - laatst gezien 2026-06-30 11:17 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 18 januari 2010 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen, ingesteld door Marc Jodrillat. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Beroep ingesteld buiten de termijn. Wettelijke bepalingen: Wet - 18-01-2010 - 05 ELI link Pub nr 2010003034 Tekst van de beslissing Rolnummer 5015 Arrest nr. 118/2010 van 21 oktober 2010 ___________ In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 18 januari 2010 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen, ingesteld door Marc Jodrillat. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 5 augustus 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 augustus 2010, is beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 18 januari 2010 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2010) ingesteld door Marc Jodrillat, wonende te 4000 Luik, En Feronstrée

  1. Op 26 augustus 2010 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is en, voor het overige, dat het Hof klaarblijkelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van de andere onderwerpen van het verzoekschrift. Marc Jodrillat heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
  2. In hun conclusies die zijn opgesteld met toepassing van artikel 71 van de wet van 6 januari 1989, waren de rechters-verslaggevers van mening dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is en, voor het overige, dat het Hof klaarblijkelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van de andere onderwerpen van het verzoekschrift. Aangezien de wet van 18 januari 2010 « tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen » is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2010, was de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen, volgens de rechters-verslaggevers, verstreken bij het instellen van het in het geding zijnde beroep op 6 augustus 2010; daarenboven lijken de andere door de verzoeker geformuleerde vorderingen, in zoverre zij autonoom zouden zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging, niet tot de bevoegdheid van het Hof te behoren. A.
  3. In zijn memorie met verantwoording formuleert de verzoeker diverse opmerkingen die met name betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging, alsook op de bevoegdheid. De verzoeker stelt vast dat de bestreden wet tussen 26 januari 2010 en 4 februari 2010 voor de hoven en rechtbanken niet kon worden aangevoerd vermits zij pas op 5 februari 2010 in werking trad; het beroep tot vernietiging is echter verzonden op 5 augustus 2010, zes maanden na de inwerkingtreding van de bestreden wet. De verzoeker voert vervolgens arresten aan van de Raad van State, het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie. 3 Met betrekking tot de bevoegdheid verwijst de verzoeker naar een beroep tot nietigverklaring van het arrest nr. 201/2009, ingesteld bij de Raad van State, en preciseert hij dat hij « een prejudiciële vraag » heeft willen stellen « aan het Hof van Cassatie in verband met de dubbele aanleg in strafzaken ten aanzien van de ministers »; hij merkt op dat hij nog op rechterlijke beslissingen te zijnen aanzien wacht. Bij wijze van dispositief vraagt de verzoeker met name aan het Hof dat het het bij het Hof ingestelde beroep tot vernietiging ontvankelijk zou verklaren, vermits « het de advocaten zijn die de antiwitwaswetten van België schenden door artikel 254 van het Strafwetboek bewust te schenden ». Hij zet eveneens diverse verzoeken uiteen die erop gericht zijn dat het Hof met name zou vaststellen dat zijn rechtspraak door diverse personen of overheden wordt geschonden, of verzoekt om de toestemming om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie te Luxemburg. -B- B.
  4. Marc Jodrillat vordert de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 18 januari 2010 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen. B.
  5. Luidens artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof zijn de beroepen strekkende tot vernietiging van een wetsbepaling slechts ontvankelijk indien zij worden ingesteld binnen een termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bestreden bepaling in het Belgisch Staatsblad. B.
  6. Te dezen is de voormelde wet van 18 januari 2010 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 januari
  7. Bijgevolg was de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen, verstreken bij de indiening van het in het geding zijnde beroep, op 6 augustus
  8. B.
  9. Voor het overige en in zoverre zij autonoom zouden zijn ten opzichte van het beroep tot vernietiging, behoren de andere vorderingen die de verzoeker in zijn verzoekschrift formuleert en in een deel van zijn memorie met verantwoording uiteenzet, niet tot de bevoegdheid van het Hof, zoals die is bepaald bij artikel 142 van de Grondwet en bij de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof. B.
  10. Uit het voorafgaande vloeit voort dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is en dat de andere onderwerpen van het verzoekschrift, in zoverre zij autonoom zijn ten opzichte van dat beroep, klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 21 oktober
  11. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux M. Melchior PDF document ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.118 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.