← België

ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.124

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.124 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.20101028.6 Arrest- Rolnummer: 124/2010 Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 424 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof - vernietigt, in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 « houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 », in zoverre zij van toepassing zijn op de Franstalige scholen en de afdelingen ervan in de zes randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken :

  1. a)artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar artikel 62, § 1, 7°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 2°;
  2. b)artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 9°, van het voormelde decreet van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 1° en 3°, doch enkel in zoverre die bepalingen niet voorzien in een overgangsperiode tijdens welke de schoolbesturen van de Franstalige scholen in de randgemeenten een afwijking van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de goedkeuring van hun leerplannen kunnen verkrijgen; - verwerpt de beroepen voor het overige, onder voorbehoud van de interpretaties vermeld in B.40 en B.41. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONDERWIJS - Onderwijsinrichting - Basisonderwijs PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONDERWIJS - Onderwijsinrichting - Pedagogische begeleiding - inspectie Vrije woorden: Beroepen tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingesteld door John Aad en anderen, door Christiane Asselman en anderen en door de gemeente Linkebeek en anderen. Onderwijs - Vlaamse Gemeenschap - Basisonderwijs - Franstalige scholen in de randgemeenten - Gevolgen van de territoriale toepassing van het decreet - 1. Eindtermen en ontwikkelingsdoelen - 2. Voorwaarden van erkenning - a. Controle van de onderwijsinspectie - b. Sluiten van een beleidscontract of een beleidsplan met een centrum voor leerlingenbegeleiding - c. Toepassing van de leerplannen van de Vlaamse Gemeenschap. Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 23-10-2009 - 2,L1 - 09 ELI link Pub nr 2009036075 Decreet Vlaamse Raad - 23-10-2009 - 2,L2,1° - 09 ELI link Pub nr 2009036075 Decreet Vlaamse Raad - 23-10-2009 - 2,L2,2° - 09 ELI link Pub nr 2009036075 Decreet Vlaamse Raad - 23-10-2009 - 2,L2,3° - 09 ELI link Pub nr 2009036075 Decreet Vlaamse Raad - 25-02-1997 - 44 - 38 ELI link Pub nr 1997035456 Decreet Vlaamse Raad - 25-02-1997 - 44bis - 38 ELI link Pub nr 1997035456 Decreet Vlaamse Raad - 25-02-1997 - 62,§1,7° - 38 ELI link Pub nr 1997035456 Decreet Vlaamse Raad - 25-02-1997 - 62,§1,9° - 38 ELI link Pub nr 1997035456 Gecoordineerde Wetten - 18-07-1966 - 7 - 31 ELI link Pub nr 1966071850 Tekst van de beslissing Rolnummers 4877, 4879 en 4882 Arrest nr. 124/2010 van 28 oktober 2010 In zake : de beroepen tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingesteld door John Aad en anderen, door Christiane Asselman en anderen en door de gemeente Linkebeek en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 19 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 februari 2010, is een beroep tot vernietiging ingesteld van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2009) door : 1 Aad John Glycienenlaan 32 1950 Kraainem 2 Aasen Jean A. Frans Cloetensstraat 19 1950 Kraainem 3 Aasen-Huget Diane Frans Cloetensstraat 19 1950 Kraainem 4 Abdelkebir Abdelaziz Romeinse Steenweg 794 1780 Wemmel 5 Abdelouahab Laila Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel 6 Achtib Zohra Steenweg naar Merchtem 247 1780 Wemmel 7 Acimi Mourad Diepestraat 104 1780 Wemmel 8 Aegten Christophe Steenweg naar Brussel 114 1780 Wemmel 9 Agnieszka Jaworowska Koning Leopold III-laan 54 1780 Wemmel 10 Ahmadian Mohammad P. Curielaan 1 1780 Wemmel 11 Ahmadian Faramilb P. Curielaan 1 1780 Wemmel 12 Ahmed Aaros Vanderzijpenstraat 31 1780 Wemmel 13 Ahmed Nassima Fleurbeekstraat 24 1620 Drogenbos 14 Ahn Sabine Nerviërslaan 107 1780 Wemmel 15 Alcdelhacker Mohammad A. Burvenichlaan 27 1780 Wemmel 16 Alongi Claudia Grote Baan 168 1620 Drogenbos 17 Alongi Claudia Grote Baan 168 1620 Drogenbos 18 Altomare Gianna Sint-Pancratiuslaan 18 1950 Kraainem 19 Alvarez Alvarez Margarita F. Robbrechtsstraat 181 1780 Wemmel 20 Amal Nordine Steenweg naar Brussel 79 1780 Wemmel 21 Amezian Hanane Grote Baan 46 1620 Drogenbos 22 Angelis Luna Dr. H. Folletlaan 195 1780 Wemmel 23 Anthonis Joelle Kouter 3 1780 Wemmel 24 Anthonis Jean-Luc Dr. H. Folletlaan 208 1780 Wemmel 25 Apaydin Yasar Rassel 79 1780 Wemmel 26 Arvanitis Zoe Vijverslaan 159 1780 Wemmel 27 Askaj Mentor E. Van Elewijckstraat 49 1780 Wemmel 28 Askaj Arjeta E. Van Elewijckstraat 49 1780 Wemmel 29 Aslyah Merzouk Rassel 19 1780 Wemmel 30 Astudillo Elsa Sterstraat 63 1620 Drogenbos 31 Azzaoui Wafak J. Bogemansstraat 187 1780 Wemmel 32 Baaroun Assia Romeinse Steenweg 794 1780 Wemmel 33 Baeckens Maud Charles De Costerlaan 8 1780 Wemmel 34 Baftijari Merita Maalbeeklaan 10 A 1780 Wemmel 35 Bafumba Vanessa rue Haut-Douy 160 4430 Ans 36 Bah Aissanton Is. Meyskensstraat 146 1780 Wemmel 37 Bahatid Wolfs Jules Adantstraat 143 1950 Kraainem 38 Bahrollatifi Khadija Sterstraat 127 1620 Drogenbos 39 Bailly Nathalie Is. Meyskensstraat 40 1780 Wemmel 40 Balam Ioana Maria Eburonenlaan 9 1780 Wemmel 41 Balcaen Patrick L. Braillelaan 2 1780 Wemmel 42 Balis Jacqueline Vijverslaan 201 1780 Wemmel 43 Banota Luc Tramlaan 17 1950 Kraainem 44 Barbe Fabrice J. Bogemansstraat 149 1780 Wemmel 45 Barbe Michael Boomgaardstraat 32 1780 Wemmel 46 Barbier Denis Drie Koningenstraat 81 1620 Drogenbos 47 Barrena Redondo Maria Pilar Zalighedenlaan 9 1780 Wemmel 48 Bastin Kathy Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel 49 Baudewyns Véronique Lange Eikhoekje 100 1970 Wezembeek-Oppem 50 Bauduin Sylvie Kasteelstraat 52 1620 Drogenbos 3 51 Bauffe Sophie Louis Marcelisstraat 90 1970 Wezembeek-Oppem 52 Bauwin Nathalie Capucienenlaan 63 1950 Kraainem 53 Bdiri Ouizin Koning Leopold III-laan 31 1780 Wemmel 54 Beelaerts Claudi E. Van Elewijckstraat 84 1780 Wemmel 55 Beguin Frederique Is. Meyskensstraat 29 1780 Wemmel 56 Belchior Gaelle Koningin Astridlaan 478 1950 Kraainem 57 Belenger Marc Vijverhof 6 1950 Kraainem 58 Ben Hassan Abdelkhaled Bempstraat 6 1620 Drogenbos 59 Benyachou Mohammed Steenweg naar Merchtem 239 1780 Wemmel 60 Berishce Voldet Lt. J. Graffplein 9 1780 Wemmel 61 Berrada Asmae Marie Collartstraat 18 1620 Drogenbos 62 Berrada Rachid Eburonenlaan 15 1780 Wemmel 63 Biotokorievier Violeta J. Bogemansstraat 227 1780 Wemmel 64 Biquet Mireille Steenweg naar Merchtem 4 1780 Wemmel 65 Blaise Sandrine P. De Waetstraat 9 1780 Wemmel 66 Blakaj Denisa Steenweg naar Merchtem 39 1780 Wemmel 67 Blanchez Jean-Robert E. Van Elewijckstraat 52 1780 Wemmel 68 Bockstal Geneviève Korenveldlaan 3 1780 Wemmel 69 Bontea Carmen Dr. H. Folletlaan 177 1780 Wemmel 70 Borbolla Avin Luis Ramon Rassel 18 1780 Wemmel 71 Bottu Jean-Etienne Lindenhoekje 11 1970 Wezembeek-Oppem 72 Bottu Brigitte Lindenhoekje 11 1970 Wezembeek-Oppem 73 Bouchnafa Nora E. Van Elewijckstraat 76 1780 Wemmel 74 Boufrahi Nora Sterstraat 55 1620 Drogenbos 75 Boultame Mohammed Is. Meyskensstraat 44 1780 Wemmel 76 Bouslama Ahmed Elyes Sint-Pancratiuslaan 21 1950 Kraainem 77 Bouyhanem Sadi Tassadit G. Van Campenhoutstraat 23 1780 Wemmel 78 Bouzakhsi Hayat Eburonenlaan 15 1780 Wemmel 79 Bouzerda Samira Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel 80 Bouzerda Mohamed Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel 81 Braeckman Françoise Elst 11 1620 Drogenbos 82 Brasseur Marc Is. Meyskensstraat 48 1780 Wemmel 83 Brouhier Sandrine Vijverslaan 125 1780 Wemmel 84 Burton Catherine Kraaienweg 5 1950 Kraainem 85 Buyck Christine Alboom 33 1780 Wemmel 86 Cansoy Seda de Limburg Stirumlaan 164 1780 Wemmel 87 Cansoy Faruk de Limburg Stirumlaan 164 1780 Wemmel 88 Capla Magali Kerkeveldweg 11 1640 Sint-Genesius-Rode 89 Caramazza Rosaria Panoramastraat 36 1780 Wemmel 90 Cario Gaelle Wauterbos 25 1640 Sint-Genesius-Rode 91 Carton Nathalie Zoniënwoudlaan 214 1640 Sint-Genesius-Rode 92 Castan Fabian P. Vertongenstraat 13 1780 Wemmel 93 Castan Michaud Amelie P. Vertongenstraat 13 1780 Wemmel 94 Cendrowka Katarryna Zalighedenlaan 44 1780 Wemmel 95 Ceysens Xavier Korenveldlaan 3 1780 Wemmel 96 Chafi Noureddine Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel 97 Chahbouni Mohamed Grote Baan 46 1620 Drogenbos 98 Charlier Serge Fleurbeekstraat 34 1620 Drogenbos 99 Chico Martinez Tomas Kuikenstraat 25 1620 Drogenbos 100 Chioua Kamal E. Van Elewijckstraat 45 1780 Wemmel 101 Christiaens Xavier P. De Waetstraat 9 1780 Wemmel 102 Christophe Gladys E. Van Elewijckstraat 74 1780 Wemmel 103 Cimen Zeki Rassel 20 1780 Wemmel 104 Ciudad Mora Vijverslaan 148 1780 Wemmel 105 Claes Joel Charles De Costerlaan 4 1780 Wemmel 106 Cluts Murielle de Limburg Stirumlaan 242 1780 Wemmel 107 Cnop Pierre Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel 108 Cochet Jean-Pascal Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos 109 Coenen Natacha Winkel 22 1780 Wemmel 110 Colin Valerie Nerviërslaan 31 1780 Wemmel 4 111 Cornacchia Graziella Winkel 20 1780 Wemmel 112 Cornet Pierre St. Rochusplein 10 1780 Wemmel 113 Coteur Geoffroy E. Van Elewijckstraat 77 1780 Wemmel 114 Couillard Isabelle Kam 80 1780 Wemmel 115 Courtois Nadia H. Verrieststraat 15 1780 Wemmel 116 Crispi Michel Emile Bricoutlaan 8 1950 Kraainem 117 Crombez Pascale Steenweg naar Brussel 139 1780 Wemmel 118 Cruz Markt 42 1780 Wemmel 119 Csanadi Suzy A. De Boecklaan 9 1780 Wemmel 120 Culaj Esmeralda P. Vertongenstraat 105 1780 Wemmel 121 Da Silva Deborah Kerkstraat 67 1620 Drogenbos 122 Dadi Jamila Is. Meyskensstraat 44 1780 Wemmel 123 Daillion Hélène J. Bruyndonckxstraat 180 1780 Wemmel 124 Damoiseaux Véronique Rassel 3 1780 Wemmel 125 Danze Véronique Is. Meyskensstraat 12 1780 Wemmel 126 Daoudi Hamid Amédé Brackestraat 71 1950 Kraainem 127 Daoust Thierry Langestraat 109 1620 Drogenbos 128 Dauby Jean J. Bogemansstraat 160 1780 Wemmel 129 Daumer Corinne A. Rodenbachstraat 18 1780 Wemmel 130 Dazy Sylvain Vijverslaan 125 1780 Wemmel 131 De Baeremaeker Julie Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel 132 De Bisschop Anthony de Limburg Stirumlaan 137 1780 Wemmel 133 De Bloos Michel Stationsstraat 43 1630 Linkebeek 134 De Buyst-Kabeya Célestine Heymansdries 26 A 1640 Sint-Genesius-Rode 135 De Cat Evelyne Drie Koningenstraat 81 1620 Drogenbos 136 De Gieter Dannielle Boomgaardstraat 42 1780 Wemmel 137 De Greef Christine Haagdoornlaan 21 1780 Wemmel 138 De Groote Catherine de Limburg Stirumlaan 137 1780 Wemmel 139 De Kerpel Ophelie Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel 140 de Maere d'Aertrycke Françoise Molenweg 12 1780 Wemmel 141 De Naeyer Barbara Eburonenlaan 28 1780 Wemmel 142 De Nayer Michael Steenweg naar Brussel 178 1780 Wemmel 143 De Siena Antonella Schoon Dal 35 1780 Wemmel 144 De Sousa Lopez Graca c/o rue de Clairvaux 40 1348 Louvain-la-Neuve 145 De Vuyst Valerie Markt 42 1780 Wemmel 146 De Wagheneire Corinne Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel 147 De Weerdt Christian Ronkel 100 1780 Wemmel 148 De Weerdt Diame de Limburg Stirumlaan 158 1780 Wemmel 149 De Welque Thibaud Bloemenhof 8 1640 Sint-Genesius-Rode 150 De Wilde David Nieuwstraat 30 1620 Drogenbos 151 De Winter Johnny de Limburg Stirumlaan 4 1780 Wemmel 152 Debondt Michel Elst 13 1620 Drogenbos 153 Decarpentrie Lucie Langestraat 109 1620 Drogenbos 154 Defer Virginie Lt. J. Graffplein 20 1780 Wemmel 155 Defraigne Alexandra Korenbloemstraat 20 1950 Kraainem 156 Delahay Nathalie Verhasseltstraat 26 1780 Wemmel 157 Delatte Marie J. Deschuyffeleerdreef 75 1780 Wemmel 158 Delcave Isabelle Koninkjeslaan 15 1950 Kraainem 159 Dembele Rokia Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel 160 Demets Marc De Ghelderodelaan 10 1780 Wemmel 161 Denis Vincent Priorijlaan 79 1640 Sint-Genesius-Rode 162 Depauw Geoffrey Vijverslaan 148 1780 Wemmel 163 Depotter Christophe Acaciasstraat 21 1950 Kraainem 164 Derard Philippe Steenweg naar Merchtem 199 1780 Wemmel 165 Descamps Caroline Zikkelstraat 25 1970 Wezembeek-Oppem 166 Descamps Kristel J. Bogemansstraat 7 1780 Wemmel 167 Desimpel Marie Jan-Baptist De Keyzerstraat 53 1970 Wezembeek-Oppem 168 Desmedt Melissa Steenweg naar Brussel 78 1780 Wemmel 169 Desutter Anne Is. Meyskensstraat 48 1780 Wemmel 170 Dethier Pascal A. Verhasseltstraat 26 1780 Wemmel 5 171 Dettwiller Emmanuel Zwaluwenlaan 12 1950 Kraainem 172 Devalck Patrick J. Bruyndonckxstraat 188 1780 Wemmel 173 Devalkeneer Sandrine Vrijheidsstraat 31 1620 Drogenbos 174 Devoegelaer Nathalie Steenweg naar Brussel 95 1780 Wemmel 175 Dewez Laurent Kasteelstraat 23 1620 Drogenbos 176 Dewit Sylvie Nieuwstraat 30 1620 Drogenbos 177 D'hondt Jacky Obberg 9 1780 Wemmel 178 Di Lorenzo Iolanda Panoramastraat 32 1780 Wemmel 179 Diaz Francisco Steenweg naar Brussel 68 1780 Wemmel 180 Diederich Raphael Bergenblokstraat 26 1970 Wezembeek-Oppem 181 Dierick Regine K. Vande Woestijnlaan 2 1780 Wemmel 182 D.G. N. 183 Djeff Manuy Yolande Charles De Costerlaan 4 1780 Wemmel 184 Domingues Véronique E. Verhaerenlaan 7 1780 Wemmel 185 Domsen Brigitte Zwanenlaan 39 1640 Sint-Genesius-Rode 186 Dooms Jérome Steenweg naar Brussel 45 1780 Wemmel 187 Dricot Alain P. Vertongenstraat 60 1780 Wemmel 188 Droulez Bertrand Kapellelaan 278 1950 Kraainem 189 Druhen Renaud Schoolstraat 21 1640 Sint-Genesius-Rode 190 Dubois Dominique J. Bausstraat 61 1970 Wezembeek-Oppem 191 Duchateau Sévérine Zavelberg 11 1780 Wemmel 192 Dumont Françoise Zalighedenlaan 11 1780 Wemmel 193 Dupont Nathalie Steenweg naar Brussel 105 1780 Wemmel 194 Duque Magali Haldorp 25 1630 Linkebeek 195 Duterne Véronique E. Van Elewijckstraat 82 1780 Wemmel 196 Duwe Dimitri de Limburg Stirumlaan 190 1780 Wemmel 197 Ebeni Alexandrei Stokkelstraat 3 1950 Kraainem 198 El Aouni Jamal Koningin Astridlaan 172 1780 Wemmel 199 El Banna Nada Lindestraat 13 1640 Sint-Genesius-Rode 200 El Hassuni Ouafa Winkel 12 1780 Wemmel 201 El Kalkha Chakib Prins Boudewijnlaan 10 1780 Wemmel 202 Elamrawi Samira Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel 203 Elfassi Mostafa J. Bruyndonckxstraat 10 1780 Wemmel 204 Engelis Katia H. De Keersmaekerlaan 37 1780 Wemmel 205 Errabah Najib P. Remekerstraat 25 1780 Wemmel 206 Espinoza Mendez Yavana J. De Ridderlaan 2 1780 Wemmel 207 Esposito Dominico Panoramastraat 32 1780 Wemmel 208 Ezaty Madhira Faustin Steenweg naar Brussel 259 1780 Wemmel 209 Fabien Lucas E. Van Elewijckstraat 32 1780 Wemmel 210 Fataki Andjelani Véronique Winkel 8 1780 Wemmel 211 Fatmire Balakaj F. Robbrechtsstraat 23 1780 Wemmel 212 Femet Angie Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos 213 Femet Angie Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos 214 Fernandez Gomez Maria del Carmen Koningin Astridlaan 168 1780 Wemmel 215 Ferreira Vitorino Gustavo Kerkstraat 67 1620 Drogenbos 216 Ferreira Vitorino Gustavo Kerkstraat 67 1620 Drogenbos 217 Ferriere Bénédicte Klein Normandië 1950 Kraainem 218 Fettouma Khalfi Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel 219 Feyfer Florence J. Deschuyffeleerdreef 20 1780 Wemmel 220 Fida Milozim Maalbeeklaan 10 A 1780 Wemmel 221 Fisset Roger Vijverslaan 188 1780 Wemmel 222 Fistick Jack c/o rue de Clairvaux 40 1348 Louvain-la-Neuve 223 Florenten Christophe J. Bogemansstraat 147 1780 Wemmel 224 Folens Bénédicte De Ghelderodelaan 10 1780 Wemmel 225 Fonseca Martino Maria Steenweg naar Merchtem 315 1780 Wemmel 226 Fourmarier Cécile Marie Collartstraat 20 1620 Drogenbos 227 François Ludovic L. Guyotstraat 60 1780 Wemmel 228 François Manuel J. Deschuyffeleerdreef 73 1780 Wemmel 229 Furnemont Frédéric Hertogenlaan 109 1970 Wezembeek-Oppem 230 Fyfe Florence J. Deschuyffeleerdreef 20 1780 Wemmel 6 231 Gabriel Bruno Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel 232 Gabriels Catherine P. Remekerstraat 15 1780 Wemmel é Galos Treneusz J. Bogemansstraat 229 1780 Wemmel 234 Galos Dorota J. Bogemansstraat 229 1780 Wemmel 235 Garcia Pedroz Flora Sterstraat 12 1620 Drogenbos 236 Geide Caro Mayonga Ana Steenweg naar Brussel 79 1780 Wemmel 237 Georis Marie-Pierre Jules Adantstraat 146 1950 Kraainem 238 Gerome Joelle E. Van Elewijckstraat 19 1780 Wemmel 239 Gibello-Seco Alain Sterstraat 12 1620 Drogenbos 240 Gilard Isabelle Koningin Astridlaan 170 A 1950 Kraainem 241 Gillardin Christine Steenweg op Mechelen 263 1970 Wezembeek-Oppem 242 Gillisen Patricia Elst 13 1620 Drogenbos 243 Ginefra Roberto Grote Baan 89 1620 Drogenbos 244 Giuseffa Salomone Jagersweg 79 1780 Wemmel 245 Gloge Andrea Korenbloemenlaan 31 1640 Sint-Genesius-Rode 246 Godfroid Béatrice Glycienenlaan 51 1950 Kraainem 247 Goffin Sabine Edmond Coppensoord 17 1950 Kraainem 248 Gogos Theo Winkel 10 1780 Wemmel 249 Gomez Isabel L. Guyotstraat 60 1780 Wemmel 250 Gonzalez Gonzalez Daniel Kraaienweg 5 1950 Kraainem 251 Goomez Mireille Winkel 101 B 1780 Wemmel 252 Goossens Anne Steenweg naar Brussel 68 1780 Wemmel 253 Gosuin Julie Kapellelaan 278 1950 Kraainem 254 Gourari Samia Nerviërslaan 6 1780 Wemmel 255 Govaerts Pascale Vijverslaan 125 1780 Wemmel 256 Grabowska Beata Is. Meyskensstraat 30 1780 Wemmel 257 Grabowski Dariusz Is. Meyskensstraat 30 1780 Wemmel 258 Graff Claude Anemonenlaan 12 1640 Sint-Genesius-Rode 259 Grandgagnage Sabine Bloemenhof 8 1640 Sint-Genesius-Rode 260 Graulich Virginie Hertogenlaan 109 1970 Wezembeek-Oppem 261 Greban Quentin Molenweg 16 1780 Wemmel 262 Grilo Frade Marco Dr. H. Folletlaan 195 1780 Wemmel 263 Gruttadauria Calogerb Zavelberg 11 1780 Wemmel 264 Guaqueta Audrey Boomgaardstraat 10 1780 Wemmel 265 Guclu Bayram Koningin Astridlaan 11 1780 Wemmel 266 Guibello- Secco Alain Sterstraat 12 1620 Drogenbos 267 Guillemin Christian Winkel 101 B 1780 Wemmel 268 Habibi Bakhat Molenweg 56 1780 Wemmel 269 Haijen John Is. Meyskensstraat 12 1780 Wemmel 270 Hajji Christiane J. De Ridderlaan 86 1780 Wemmel 271 Hakala Pertti Sint-Pancratiuslaan 37 1950 Kraainem 272 Hallouz Halima Rode Beukenlaan 8 1780 Wemmel 273 Hanssens André Dries 94 1780 Wemmel 274 Harcantuoni Patrizia de Limburg Stirumlaan 239 1780 Wemmel 275 Harcq Laurence J. Bogemansstraat 166 1780 Wemmel 276 Hars Olivier Vijverslaan 39 1780 Wemmel 277 Hassouni Abdellatif Winkel 12 1780 Wemmel 278 Hatert Vanessa Bergenblokstaat 26 1970 Wezembeek-Oppem 279 Havaux Olivia J. Bruyndonckxstraat 175 1780 Wemmel 280 Haxhija Bekim F. Robbrechtsstraat 197 1780 Wemmel 281 Haxhija Arieta Lt. J. Graffplein 9 1780 Wemmel 282 Hayek Amal Rassel 20 1780 Wemmel 283 Hellin Emmanuel Lange Delle 45 1970 Wezembeek-Oppem 284 Hellinckx Jean-Philippe B. De Craenelaan 6 1780 Wemmel 285 Hellinckx Christian Steenweg naar Merchtem 251 1780 Wemmel 286 Hennico Sophie Dijck 28 1780 Wemmel 287 Henroye Vincent Obberg 90 1780 Wemmel 288 Hensmans Michel Lindestraat 76 1640 Sint-Genesius-Rode 289 Henzen Marc Edmond Coppensoord 15 1950 Kraainem 290 Heraly Christine Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel 7 291 Herbillon Pascale Is. Meyskensstraat 89 1780 Wemmel 292 Herculina de Avila Remels Similiana Kerkstraat 50 1620 Drogenbos 293 Herfs Nancy de Limburg Stirumlaan 246 1780 Wemmel 294 Hesham Faiek Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel 295 Hilberg Ilona Diepestraat 45 1780 Wemmel 296 Hollay Michel Guido Gezellestraat 25 1780 Wemmel 297 Hopman Béatrice Neerhoflaan 9 1780 Wemmel 298 Hopman-Arloing Béatrice Neerhoflaan 9 1780 Wemmel 299 Horvath-Bailleul Catherine Boomgaardstraat 27 1950 Kraainem 300 Hottois Stéphanie J. De Ridderlaan 81 1780 Wemmel 301 Houmid Bennans Maurad E. Van Elewijckstraat 74 1780 Wemmel 302 Houot Benoît Warandeberg 54 A 1970 Wezembeek-Oppem 303 Hubert Francis Berkenhof 11 1970 Wezembeek-Oppem 304 Hubin Dominique Van Eycklaan 6 1780 Wemmel 305 Huez Patrick Jules Adantstraat 146 1950 Kraainem 306 Hulsman Marika Bosstraat 35 1950 Kraainem 307 Husi Aurela Kam 51 1780 Wemmel 308 Huvelle Aline Koningin Astridlaan 16 1950 Kraainem 309 Hynde Erkadi Dijck 32 1780 Wemmel 310 Ibeski Emine Kpt. R. Wouterslaan 2 1780 Wemmel 311 Ibrir Faiza Kaasmarkt 15 1780 Wemmel 312 Isomongoli Baloma Kam 77 1780 Wemmel 313 Isomongoli Balona Kam 72 1780 Wemmel 314 Jeanjean François Kaasmarkt 18 1780 Wemmel 315 Jebari Lottra L. Vanderzijpenstraat 1780 Wemmel 316 Jeddi Mimoun Windberg 282 1780 Wemmel 317 Jerome Jean-Michel Grasmussenlaan 6 1950 Kraainem 318 Jomah Emmanuel Koning Leopold III-laan 38 1780 Wemmel 319 Joreau Jean-Michel Stokkelstraat 17 1950 Kraainem 320 Josephy Fabienne Rassel 19 1780 Wemmel 321 Kabisha Musambi Kaasmarkt 59 1780 Wemmel 322 Kahambu Matabishi Steenweg naar Brussel 300 1780 Wemmel 323 Kapongo Kanku Steenweg naar Brussel 300 1780 Wemmel 324 Kapoor Gurminder H. De Molstraat 52 1780 Wemmel 325 Kassimi Chakib Kerkstraat 61 1620 Drogenbos 326 Kayembe Emmanuel Is. Meyskensstraat 170 1780 Wemmel 327 Keller Bernard H. De Keersmaekerlaan 37 1780 Wemmel 328 Keusters Damien Zwanenlaan 39 1640 Sint-Genesius-Rode 329 Khanlou Karim E. Van Elewijckstraat 54 1780 Wemmel 330 Kiliwatch Gois Steenweg naar Merchtem 39 1780 Wemmel 331 Kimoto Kayukwa L. Vander Zijpenstraat 29 1780 Wemmel 332 Kips Béatrice Winkel 66 1780 Wemmel 333 Kohl Gérald J. Bruyndonckxstraat 137 1780 Wemmel 334 Komlear Ian de Limburg Stirumlaan 1780 Wemmel 335 Kon-A-Mawau Sylvie E. Van Elewijckstraat 36 1780 Wemmel 336 Kostanian Nonna Koningin Astridlaan 13 1780 Wemmel 337 Krouss Onnick J. Deschuyffeleerdreef 7 1780 Wemmel 338 Laaz Mostafa Dijck 32 1780 Wemmel 339 Laazizi Chakir Eburonenlaan 2 1780 Wemmel 340 Labalue Serge E. Van Elewijckstraat 19 1780 Wemmel 341 Lacroix Hugues J. Bogemansstraat 179 1780 Wemmel 342 Ladia Alexia Stijn Streuvelslaan 20 1780 Wemmel 343 Lahaye Geneviève E. Van Elewijckstraat 54 1780 Wemmel 344 Lait Naziha P. Vertongenstraat 86 1780 Wemmel 345 Lamarti Awatif Leeuwerikenlaan 61 1780 Wemmel 346 Lambotte Axelle Korenbloemenlaan 37 1640 Sint-Genesius-Rode 347 Lamrabti Smahane Ban Eiklaan 13 1970 Wezembeek-Oppem 348 Larbuisson Alexandra Priorijstraat 79 1640 Sint-Genesius-Rode 349 Lassus Laurent Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel 350 Laurent Jean-Yves Astridlaan 51 B 1640 Sint-Genesius-Rode 8 351 Laveine Leslie E. Verhaerenlaan 7 1780 Wemmel 352 Leal de Carvalho Esmeralda Is. Meyskensstraat 70 1780 Wemmel 353 Leamont Michel H. Verrieststraat 19 1780 Wemmel 354 Lefort Joelle B. De Craenelaan 6 1780 Wemmel 355 Lefort Luc Vijverslaan 159 1780 Wemmel 356 Legros Isabelle de Limburg Stirumlaan 151 1780 Wemmel 357 Lejeune Florence Parklaan 30 1780 Wemmel 358 Lekine Benoît Stijn Streuvelslaan 20 1780 Wemmel 359 Lelij Gregory Steenweg naar Merchtem 197 1780 Wemmel 360 Leloux Jean-Marc J. De Ridderlaan 97 1780 Wemmel 361 Lemaire Anne Kerkstraat 23 1780 Wemmel 362 Leveque Daphné Kuikenstraat 25 1620 Drogenbos 363 Leyman Virginie de Limburg Stirumlaan 221 1780 Wemmel 364 Liégeois Laurence F. Robbrechtsstraat 37 1780 Wemmel 365 Lobos Edouard Is. Meyskensstraat 70 1780 Wemmel 366 Lody Bingone Basele St. Rochusplein 313 1780 Wemmel 367 Lonia Bosembe E. Van Elewijckstraat 36 1780 Wemmel 368 Lopez Hesas Steenweg naar Merchtem 270 1780 Wemmel 369 Machado Filipe Wauterbos 71 1640 Sint-Genesius-Rode 370 Mancin Liliana Steenweg naar Grote Hut 39 1640 Sint-Genesius-Rode 371 Mansvelt John-Gerald Sint-Jorisoord 5 1970 Wezembeek-Oppem 372 Markesis Benoît Annecylaan 9 1950 Kraainem 373 Martens Noelle Grote Baan 225 1620 Drogenbos 374 Martin Karine Steenweg naar Brussel 272 1780 Wemmel 375 Martinez Vergara Marianella Karel Verhaegenlaan 44 1950 Kraainem 376 Martino Humberto Steenweg naar Merchtem 315 1780 Wemmel 377 Marut Jean-Michael Kouter 3 1780 Wemmel 378 Marwan Nasser Steenweg naar Brussel 272 1780 Wemmel 379 Mayuma Kola Nerviërslaan 50 1780 Wemmel 380 Mckean Alisa Koningin Astridlaan 429 1950 Kraainem 381 Meersman Dominique Rassel 99 1780 Wemmel 382 Meersseman Catherine Capucienenlaan 49 1950 Kraainem 383 Mehessen Janila Koning Leopold III-laan 13 1780 Wemmel 384 Mekkaoui Souad J. Bogemansstraat 149 1780 Wemmel 385 Mellouk El Houssine Is. Meyskensstraat 153 1780 Wemmel 386 Melloul Agnes Armand Fortonlaan 34 1950 Kraainem 387 Mentor Askaj E. Van Elewijckstraat 45 1780 Wemmel 388 Mercier Dorine J. Vander Vekenstraat 191 1780 Wemmel 389 Mercier Marcel de Limburg Stirumlaan 186 1780 Wemmel 390 Merere Ingrid Markt 17 1780 Wemmel 391 Mertens Roger J. Bruyndonckxstraat 6 1780 Wemmel 392 Merzouri Rastan L. Guyotstraat 47 1780 Wemmel 393 Mesas Fernandez Jessika Steenweg naar Brussel 84 1780 Wemmel 394 Messaouidi Fatima H. De Molstraat 18 1780 Wemmel 395 Metais Vanessa Vijverslaan 81 1780 Wemmel 396 Meuwissen Sylvie Krekelendries 1 B 1620 Drogenbos 397 Miekiszewska Katarzyna J. Bruyndonckxstraat 82 1780 Wemmel 398 Mier Perez Ramon F. Robbrechtsstraat 181 1780 Wemmel 399 Mihoub Chettouane J. De Ridderlaan 52 1780 Wemmel 400 Milazim Fida Maalbeeklaan 10 1780 Wemmel 401 Minguet Sophie Vijverslaan 142 1780 Wemmel 402 Mjeku Clara Alboom 17 1780 Wemmel 403 Mochkov Alexei P. Vertongenstraat 83 1780 Wemmel 404 Moheri Matraji Steenweg naar Merchtem 142 1780 Wemmel 405 Monseux Pierre F. Robbrechtsstraat 37 1780 Wemmel 406 Mooney Glen E. Verhaerenlaan 4 1780 Wemmel 407 Moreau Philippe Markt 52 1780 Wemmel 408 Morel Bénédicte St. Rochusplein 10 1780 Wemmel 409 Moriau Muriel J. Bogemansstraat 160 1780 Wemmel 410 Morlot Sandrine P. Remekerstraat 25 1780 Wemmel 9 411 Motricz Nathalie Speltveld 16 1970 Wezembeek-Oppem 412 Mouche Marie-Thérèse Is. Meyskensstraat 153 1780 Wemmel 413 Moyen Didier Obberg 168 1780 Wemmel 414 Mrad Hanan Koning Leopold III-laan 38 1780 Wemmel 415 Mroue Monked de Limburg Stirumlaan 200 1780 Wemmel 416 Msimba Mgoma Steenweg naar Brussel 259 1780 Wemmel 417 Muller Regula Koningin Astridlaan 164 1950 Kraainem 418 Munyampara Jérome Nerviërslaan 31 1780 Wemmel 419 Munyampara Mureiia Nerviërslaan 31 1780 Wemmel 420 Musnaoui Nizare Windberg 299 1780 Wemmel 421 Musto Ruiterweg 24 1780 Wemmel 422 Nadi Mohammed Yassine Sterstraat 55 1620 Drogenbos 423 Nalayeumseire Constance Boomgaardstraat 27 1780 Wemmel 424 Nameche Jean-Francois Reigerslaan 5 1780 Wemmel 425 Nanson Sandy Windberg 300 1780 Wemmel 426 Narrenberg Laurence Boomkwekerijstraat 8 1640 Sint-Genesius-Rode 427 Nassima Ahmed Fleurbeekstraat 24 1620 Drogenbos 428 Nassrallah Hoda Romeinse Steenweg 748 1780 Wemmel 429 Nejjari Hanan J. Bruyndonckxstraat 10 1780 Wemmel 430 Nestman Pawee Steenweg naar Merchtem 140 1780 Wemmel 431 Nestman Eva Steenweg naar Merchtem 140 1780 Wemmel 432 Nguyen Phnoc-Dien Kaasmarkt 151 1780 Wemmel 433 Niewinska Ewa Lt. J. Graffplein 10 1780 Wemmel 434 Nile Eric Begoniaslaan 2 1950 Kraainem 435 Nocera Rita Vijverslaan 148 1780 Wemmel 436 Noltincx Didier Obberg 154 1780 Wemmel 437 Nyabokongo Jeannine Romeinse Steenweg 748 1780 Wemmel 438 Nyssen Alex Sijsjeslaan 20 1950 Kraainem 439 Nzabiya Bewadis J. De Ridderlaan 52 1780 Wemmel 440 Oponska Renata Steenweg naar Brussel 47 1780 Wemmel 441 Oponski Mariusz Steenweg naar Brussel 47 1780 Wemmel 442 Ory Catherine Marie Collartstraat 126 1620 Drogenbos 443 Ouali-Dada Reda Zonneboslaan 14 1950 Kraainem 444 Ouhida Bennacer Diepestraat 104 1780 Wemmel 445 Paillion Claire Zalighedenlaan 13 1780 Wemmel 446 Palombo Nora Sneeuwklokjeslaan 4 1640 Sint-Genesius-Rode 447 Paluk Mélanie Is. Meyskensstraat 198 1780 Wemmel 448 Panadero Alcaraz Jose Vijverslaan 81 1780 Wemmel 449 Paquet Laurence Anemonenlaan 12 1640 Sint-Genesius-Rode 450 Parent Francois Josef Van Elewijckstraat 44 1853 Grimbergen 451 Parent Isabelle de Limburg Stirumlaan 186 1780 Wemmel 452 Peeters Eric de Grunnelaan 146 1970 Wezembeek-Oppem 453 Perdaens Frédéric Marie Collartstraat 126 1620 Drogenbos 454 Pereira Sandra H. De Molstraat 52 1780 Wemmel 455 Perez Noricya Maria P. De Waetstraat 37 1780 Wemmel 456 Perreault Roy E. Verhaerenlaan 4 1780 Wemmel 457 Petre Bruno Koningin Astridlaan 170 A 1950 Kraainem 458 Philippe Isabelle Steenweg naar Brussel 114 1780 Wemmel 459 Pigeon Stéphanie Beekstraat 129 A 1970 Wezembeek-Oppem 460 Pillaert Laurent Is. Meyskensstraat 89 1780 Wemmel 461 Piotrowski Robert Winkel 93 1780 Wemmel 462 Piret Grégoire Edmond Coppensoord 17 1950 Kraainem 463 Piron Séverine Steenweg naar Merchtem 197 1780 Wemmel 464 Polanco Jardel Matias Hertogenlaan 118 1970 Wezembeek-Oppem 465 Poortman Yvan Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel 466 Poortman Tihange Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel 467 Popas Eftimia A. De Boecklaan 24 1780 Wemmel 468 Prunier Emmanuelle J. Bogemansstraat 179 B 1780 Wemmel 469 Puletto Giuseppe Panoramastraat 36 1780 Wemmel 470 Putz Emmanuel de Limburg Stirumlaan 79 1780 Wemmel 10 471 Putz Emmanuel de Limburg Stirumlaan 79 1780 Wemmel 472 Pyck Rudy P. De Waetstraat 37 1780 Wemmel 473 Quinaux Vinciane Guido Gezellestraat 25 1780 Wemmel 474 Quintana Francisco J. Vander Vekenstraat 191 1780 Wemmel 475 Rachedi-Schaeff Nadia Sint-Rochusoord 7 1970 Wezembeek-Oppem 476 Raffoul Ralph Haagdoornlaan 21 1780 Wemmel 477 Rahmouni Adil Steenweg naar Brussel 264 1780 Wemmel 478 Ralet Caroline Amédé Brackestraat 51 1950 Kraainem 479 Ramazami Mateleka Nyota-Veronique J. De Ridderlaan 43 1780 Wemmel 480 Ramirez Flores Frédéric Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel 481 Ranson Anne de Limburg Stirumlaan 190 1780 Wemmel 482 Rasoanasolo Landinirina de Grunnelaan 146 1970 Wezembeek-Oppem 483 Ravez Christel Brabants Dal 49 1780 Wemmel 484 Regragui Naima J. De Ridderlaan 65 1780 Wemmel 485 Remels Yves Kerkstraat 50 1780 Wemmel 486 Renders Yves Brouwerijstraat 154 1620 Drogenbos 487 Rochette Catherine Nerviërslaan 14 1780 Wemmel 488 Roger Amélie Viooltjeslaan 15 1970 Wezembeek-Oppem 489 Rolland Nancy Vanderzijpenstraat 16 1780 Wemmel 490 Roobaert Thierry Wauterbos 25 1640 Sint-Genesius-Rode 491 Roosemont Caroline J. De Ridderlaan 86 1780 Wemmel 492 Roumou Mazen Koningin Astridlaan 168 1780 Wemmel 493 Ruelle Valery Parklaan 30 1780 Wemmel 494 Sadiki Nadra J. Vander Vekenstraat 14 1780 Wemmel 495 Sambyn Valérie Beukenstraat 7 1630 Linkebeek 496 Samsatli Tsampila P. Remekerstraat 18 1780 Wemmel 497 Samsatli Fabian P. Remekerstraat 18 1780 Wemmel 498 Samyn Laurent de Limburg Stirumlaan 145 1780 Wemmel 499 Sapart Bruno Speltveld 16 1970 Wezembeek-Oppem 500 Sarzedas Hannah Jozef Van Hovestraat 9 1950 Kraainem 501 Sassi Lahnef Is. Meyskensstraat 50 1780 Wemmel 502 Saunders Fabienne P. Lauwersstraat 31 1780 Wemmel 503 Scaillet Sonia Zijp 35 1780 Wemmel 504 Schweicher Corinne Korenbloemenlaan 11 1640 Sint-Genesius-Rode 505 Schyns Hervé Steenweg naar Brussel 95 1780 Wemmel 506 Scuvee Michael Koningin Astridlaan 178 1780 Wemmel 507 Sedrini Slim Kaasmarkt 10 1780 Wemmel 508 Sekhara Taujeb Rode Beukenlaan 8 1780 Wemmel 509 Semeraro Angela Hubert Verbomenstraat 9 1970 Wezembeek-Oppem 510 Sempo Sylvie S. Morselaan 37 1780 Wemmel 511 Senn Stéphanie P. De Waetstraat 13 1780 Wemmel 512 Servranckx Alain Steenweg naar Grote Hut 39 1640 Sint-Genesius-Rode 513 Siham Amellal Koningin Astridlaan 172 1780 Wemmel 514 Singer Stéphanie Langestraat 11 1620 Drogenbos 515 Singy Stéphanie Langestraat 11 1620 Drogenbos 516 Smaelen Emmanuel Jozef Van Hovestraat 94 B 1950 Kraainem 517 Snoers Valérie F. Robbrechtsstraat 47 1780 Wemmel 518 Sonnet Daniela Romeinse Steenweg 840 1780 Wemmel 519 Sonnet Arnaud Romeinse Steenweg 840 1780 Wemmel 520 Souidi Brahuin Steenweg naar Merchtem 247 1780 Wemmel 521 Souri Nora Marie Collartstraat 52 1620 Drogenbos 522 Sparynska Tetyana Wilgengaarde 9 1950 Kraainem 523 Spelmans Isabelle Steenweg naar Merchtem 251 1780 Wemmel 524 Spiridon Cristina Langestraat 342 1620 Drogenbos 525 Sposato Roberto A. De Boecklaan 35 1780 Wemmel 526 Stainier Caroline Van Eycklaan 6 1780 Wemmel 527 Stasse Emilie Obberg 168 1780 Wemmel 528 Stepanouska Anita Langestraat 70 1620 Drogenbos 529 Steve Rosa Brueghellaan 5 1970 Wezembeek-Oppem 530 Stevens Kathleen Rode Beukenlaan 2 1780 Wemmel 11 531 Suykerbuyck Sandrine L. Guyotstraat 44 1780 Wemmel 532 Surocaj Arben P. Vertongenstraat 105 1780 Wemmel 533 Szeles Pascal J. Bogemansstraat 166 1780 Wemmel 534 Talay Sükrü Winkel 71 A 1780 Wemmel 535 Talay Hazme Nerviërslaan 50 1780 Wemmel 536 Tamditi Wadine E. Van Elewijckstraat 55 1780 Wemmel 537 Tegazzini Antonio Steenweg naar Merchtem 270 1780 Wemmel 538 Thgocharidis Eva A. De Boecklaan 35 1780 Wemmel 539 Thomas Christine Willem Bernardstraat 7 1780 Wemmel 540 Thomas Benoît J. Bogemansstraat 7 1780 Wemmel 541 Thyssens Arlette Lindestraat 76 1640 Sint-Genesius-Rode 542 Tihange Fabienne Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel 543 Tohcha Rachida Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel 544 Tomson Philippe Vredeplaats 6 1950 Kraainem 545 Traore Fatoumata Nathalie A. Verhasseltstraat 34 1780 Wemmel 546 Troch Olivier Guido Gezellestraat 36 1780 Wemmel 547 Trullemans Dominique Steenweg naar Brussel 264 1780 Wemmel 548 Ulrichs Muriel Nerviërslaan 16 1780 Wemmel 549 Unal Ali-Osman Zijp 90 1780 Wemmel 550 Unal Zehra Zijp 86 1780 Wemmel 551 Unal Arife Zijp 88 1780 Wemmel 552 Unal Mustafa Zijp 88 1780 Wemmel 553 Uytters Véronique Lange Delle 45 1970 Wezembeek-Oppem 554 Vacca Philippe S. Morselaan 37 1780 Wemmel 555 Valazero Cristobal Sterstraat 63 1620 Drogenbos 556 Van Achter Michel Lindendreef 32 1780 Wemmel 557 Van Aelst Nancy Hertogenlaan 118 1780 Wemmel 558 Van Aubel Anne Annecylaan 9 1950 Kraainem 559 Van Bastelaere Laetitia Diepestraat 22 1780 Wemmel 560 Van Bellingen Laurence Dries 22 1780 Wemmel 561 Van Bellingen Isabelle Dr. H. Folletlaan 208 1780 Wemmel 562 Van Bever Valérie Winkel 18 1780 Wemmel 563 Van Campenhout Patrick Steenweg naar Merchtem 323 1780 Wemmel 564 Van Cutsem Patricia P. Vertongenstraat 60 1780 Wemmel 565 Van Daele Josiane Koning Albert I-laan 69 1780 Wemmel 566 Van De Maele Carol Steenweg naar Brussel 312 1780 Wemmel 567 Van De Perre Vincent J. De Ridderlaan 24 1780 Wemmel 568 Van Doorsselaer Corinne P. De Waetstraat 6 1780 Wemmel 569 Van Eeckhout Gaelle Eburonenlaan 11 1780 Wemmel 570 Van Frachen Béatrice Bosch 150 1780 Wemmel 571 Van Glabeke Rose Bellemansheide 100 1640 Sint-Genesius-Rode 572 Van Hemelryck Francoise Glycienenlaan 35 1950 Kraainem 573 Van Male Baudouin Koningin Astridlaan 35 1950 Kraainem 574 Van Muysen Myriam Lt. J. Graffplein 3 1780 Wemmel 575 Van Wassenhove Nicole L. Braillelaan 2 1780 Wemmel 576 Vanden Broeck Nathalie Steenweg naar Brussel 70 1780 Wemmel 577 Vandenhaute Didier Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel 578 Vandevoorde Valérie Sint-Pancratiuslaan 21 1950 Kraainem 579 Vandewalle Francis J. De Ridderlaan 106 1780 Wemmel 580 Vandeweyer Delphine Bellemansheide 100 1640 Sint-Genesius-Rode 581 Vanhaelen Stéphanie Diepestraat 22 1780 Wemmel 582 Vanhimbeeck Nathalie Steenweg naar Merchtem 127 1780 Wemmel 583 Vanhove Bernard Dr. H. Folletlaan 171 1780 Wemmel 584 Vankiel Véronique Jozef Van Hovestraat 19 1950 Kraainem 585 Vansnick Nathalie Steenweg naar Merchtem 185 1780 Wemmel 586 Vantorre Lucas Korenbloemenlaan 37 1640 Sint-Genesius-Rode 587 Veiland Stephan de Limburg Stirumlaan 170 1780 Wemmel 588 Veloso Duarte Maria Nerviërslaan 13 1780 Wemmel 589 Verbert Michel J. De Ridderlaan 65 1780 Wemmel 590 Verlinden Michel Steenweg naar Merchtem 127 1780 Wemmel 12 591 Vernier Franck Nieuwstraat 64 1620 Drogenbos 592 Vervloet Christian Schoolstraat 7 1780 Wemmel 593 Viellevoye Christine Nerviërslaan 10 1780 Wemmel 594 Vierenddeels Aurore Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel 595 Vincent Paul Vijverslaan 182 1780 Wemmel 596 Visart de Bocarmé Joelle J. Bogemansstraat 90 1780 Wemmel 597 Visoqi Esad Nerviërslaan 111 1780 Wemmel 598 Volpe Grazia Grote Baan 156 1620 Drogenbos 599 Voordecker Daniel Lt. J. Graffplein 3 1780 Wemmel 600 Vrebosch Freddy Diepestraat 22 1780 Wemmel 601 Vu Thi Quyen Schoolstraat 7 1780 Wemmel 602 Vydt Valerie P. De Waetstraat 36 1780 Wemmel 603 Walter Christian Charles De Costerlaan 8 1780 Wemmel 604 Wampach Veronique J. Deschuyffeleerdreef 61 1780 Wemmel 605 Wanlin Audrey Vosberg 66 1970 Wezembeek-Oppem 606 Wasmes Carine Steenweg naar Merchtem 323 1780 Wemmel 607 Waterplas Stephane Kasteelstraat 52 1620 Drogenbos 608 Watticant Marianne J. De Ridderlaan 97 1780 Wemmel 609 Wauters Vanessa de Limburg Stirumlaan 205 1780 Wemmel 610 Wautot Francis Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel 611 Wilkin Mathieu H. De Molstraat 44 1780 Wemmel 612 Willam Jacqueline Diepestraat 22 1780 Wemmel 613 Willame Olivier de Limburg Stirumlaan 246 1780 Wemmel 614 Willems Philippe A. Burvenichlaan 5 1780 Wemmel 615 Willocx Paul Louis Marcelisstraat 60 1970 Wezembeek-Oppem 616 Wilson Sandrine Honnekinberg 14 1950 Kraainem 617 Wince Isabelle G. Van Campenhoutstraat 45 1780 Wemmel 618 Wolter Fabien Neerhoflaan 21 1780 Wemmel 619 Wolter Mouche Neerhoflaan 21 1780 Wemmel 620 Wuyts Joelle J. De Ridderlaan 106 1780 Wemmel 621 Xiuyue Chen de Limburg Stirumlaan 161 1780 Wemmel 622 Yarroum Rachida Amédé Brackestraat 71 1950 Kraainem 623 Yayouss Samira L. Guyotstraat 21 1780 Wemmel 624 Zaccaria Calogero Grote Baan 168 1620 Drogenbos 625 Zejnelovska Kujtime Steenweg naar Merchtem 162 1780 Wemmel 626 Zejnelovski Bedzet Kam 51 1780 Wemmel 627 Zenein Isabel Wauterbos 71 1640 Sint-Genesius-Rode 628 Zerhouni Naima P. Lauwersstraat 38 1780 Wemmel 629 Zicot Jean-Paul Dr. H. Folletlaan 5 1780 Wemmel 630 Zingir Zeliha Zwaluwenlaan 10 1780 Wemmel 631 Zoda Valérie H. Verrieststraat 4 1780 Wemmel 632 Zrihen Mardochee Korenbloemenlaan 11 1640 Sint-Genesius-Rode 633 Zucchi Lucia Pr. J. Charlottelaan 4 1780 Wemmel b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 22 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 23 februari 2010, is een beroep tot vernietiging ingesteld van hetzelfde decreet door : 1 Asselman Christiane rue Saint Germain 12 1410 Waterloo 2 Bernard Corinne Bosstraat 109 1702 Dilbeek 3 Boogaerts Geneviève Edouard Speeckaertlaan 47 1200 Brussel 4 Brochier Jean Kapellelaan 22 1950 Kraainem 5 Bruynseels Chris Diongrestraat 1 1080 Brussel 6 Cabaux Annie rue de la Maillebotte 63 A 1400 Nijvel 7 Calmey Arianne Edouard Speeckaertlaan 116 1200 Brussel 8 Cloetens Marianne Keistraat 2 3078 Meerbeek 9 Coeckelberghs Valérie P. Vertongenstraat 87 1780 Wemmel 10 David Mélanie Lange Eikstraat 5 1970 Wezembeek-Oppem 11 De Fru Delphine rue Saint Saens 18 1420 Eigenbrakel 13 12 De Ridder Orlette Nerviërslaan 36 1780 Wemmel 13 De Wagheneire Corinne Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel 14 De Wine Valery L. Vander Zijpenstraat 48 A 1780 Wemmel 15 Decorte Jacqueline Doornlarenhoofdstraat 8 1640 Sint-Genesius-Rode 16 Delferriere Joelle de Limburg Stirumlaan 41 1780 Wemmel 17 Delmoitie Sophie Lavendelerf 1 1640 Sint-Genesius-Rode 18 Deroover Josiane rue Seutin 17 1440 Woutersbrakel 19 Dupont Dominique Heilig Hartlaan 67 1090 Brussel 20 Dupont Marielle Zikkelstraat 4 1970 Wezembeek-Oppem 21 Fabri d'Enneilles Cécile Lindenlaan 50 1640 Sint-Genesius-Rode 22 Farcy Isabelle François Gaystraat 91 1150 Brussel 23 Goffinet Béatrice rue Croisissart 21 7911 Frasnes-lez-Anvaing 24 Goossens Ingrid Gergelstraat 72 1970 Wezembeek-Oppem 25 Guillet Anne Pastoor Bolsstraat 138 1652 Alsemberg 26 Gysemans Liliane Winkelveldstraat 31 1800 Vilvoorde 27 Henderickx Fabienne rue Banterlez 19 1470 Baisy-Thy 28 Herman Myriam Sterstraat 70 1620 Drogenbos 29 Hoessels Véronique Hertogendreef 72 1170 Brussel 30 Holemans Yasmina Lombardsijdestraat 162 1120 Brussel 31 Hoste Cécile Damstraat 33 8630 Houtem 32 Hurreau Jocelyne Leuvensesteenweg 2 3080 Tervuren 33 Jacqmain Magali Is. Meyskensstraat 18 1780 Wemmel 34 Jacquet Martine G. Gezellestraat 34 1780 Wemmel 35 Lemaire Christine Chemin des Postes 146 1410 Waterloo 36 Moulaert Micheline Steenweg naar Halle 269 1652 Alsemberg 37 Orbaen Ingrid Elisabethlaan 58 1970 Wezembeek-Oppem 38 Piret Sylvie Ronkel 98 1780 Wemmel 39 Poisson Muriel Grimbergsesteenweg 144 A 1800 Vilvoorde 40 Rijmenams Stephan Azaleastraat 9 1800 Vilvoorde 41 Rys Noel Zijp 101 1780 Wemmel 42 Sadin Robert Zoniënwoudlaan 42 1640 Sint-Genesius-Rode 43 Schools Corinne rue des Fonds Pécriaux 24 7170 La Hestre 44 Souday Francoise rue de Samme 160 1460 Itter 45 Thielemans Brigitte Middelgracht 3 1785 Merchtem 46 Timmermans Laetitia Schoolstraat 26 1780 Wemmel 47 Vancompernolle Jean Kam 71 1780 Wemmel 48 Vanhaute Cécile L. Vander Zijpenstraat 48 1780 Wemmel 49 Vanwichelen Bernadette Langestraat 156 9473 Welle 50 Vercheval Véronique avenue des Jonquilles 22 1300 Limal 51 Vinette Marc Keistraat 8 3078 Meerbeek 52 Waefelaer Martine Parklaan 28 1780 Wemmel 53 Wyeme Nadine Krechtenbroeklaan 23 A 1640 Sint-Genesius-Rode c. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 24 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 25 februari 2010, is een beroep tot vernietiging ingesteld van hetzelfde decreet door de gemeenten Linkebeek, Wezembeek-Oppem, Drogenbos, Kraainem, Wemmel en Sint-Genesius-Rode. De vorderingen tot schorsing van hetzelfde decreet, ingediend door dezelfde verzoekende partijen, zijn ingewilligd bij het arrest nr. 95/2010 van 29 juli 2010, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2010. Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4877, 4879 en 4882 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. 14 De voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Regering hebben memories ingediend, de verzoekende partijen, in elk van de zaken, hebben memories van antwoord ingediend en de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Regering hebben ook memories van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 16 september 2010 heeft het Hof de zaken in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 7 oktober 2010. Bij beschikking van 6 oktober 2010 heeft het Hof de zaken verdaagd naar de terechtzitting van 13 oktober 2010. Op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2010 : - zijn verschenen : . Mr. F. Gosselin, advocaat bij de balie te Brussel, voor de verzoekende partijen in de drie zaken; . Mr. F. Tulkens en Mr. N. Bonbled, advocaten bij de balie te Brussel, voor de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap; . Mr. P. Van Orshoven, advocaat bij de balie te Brussel, voor de Vlaamse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - zijn de zaken in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1. Op grond van artikel 7, § 3, B, van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken moet het kleuteronderwijs en het lager onderwijs in de zes randgemeenten in het Frans worden verstrekt wanneer zestien gezinshoofden die in die gemeenten verblijf houden daarom verzoeken, en al bijna vijftig jaar lang wordt in die gemeenten Franstalig onderwijs verstrekt. Hoewel de Franstalige scholen in de randgemeenten vanuit administratief oogpunt afhangen van de Vlaamse overheid, is de pedagogische inspectie van die scholen krachtens artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 altijd in het Frans uitgevoerd door Franstalige inspecteurs, aangezien die scholen een Franstalig onderwijs verstrekken dat steunt op de door de Franse Gemeenschap vastgestelde eindtermen. Tot nu toe gebeurde de inspectie van de Franstalige inrichtingen in de randgemeenten door de inspecteurs van de geografische sectoren die aan de betrokken gemeenten grenzen, op basis van het decreet van de Franse Gemeenschap van 8 maart 2007. 15 A.2. Het bestreden decreet, dat spoedeisend is aangenomen na drie belangenconflictprocedures, respectievelijk ingesteld door het Parlement van de Franse Gemeenschap, door de algemene vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en door het Waals Parlement, heeft tot doel aan die situatie een einde te maken, teneinde het debat te « verduidelijken » over de toepassing van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 van de Vlaamse Gemeenschap op de scholen die Franstalig onderwijs verstrekken in het Nederlandse taalgebied. A.3. De verzoekers vorderen de vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009. Zij zijn van mening dat het bestreden decreet, door de doelstellingen, de leerplannen en de inspectie van de Vlaamse Gemeenschap van toepassing te verklaren op de Franstalige scholen in de randgemeenten, afbreuk doet aan de « bestaande garanties » die de Franstaligen in die gemeenten genieten en die beschermd worden door artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Ten aanzien van de ontvankelijkheid A.4.1. De verzoekers in de zaak nr. 4877 zijn 633 ouders van kinderen die onderwijs volgen in Franstalige scholen in de randgemeenten; zij zijn allen gedomicilieerd in één van die gemeenten. Zij zijn van mening dat het bestreden decreet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de regeling van het Franstalige onderwijs zoals het nu in de randgemeenten wordt ingericht, gecontroleerd en uitgevoerd, terwijl de verzoekers precies rekening houdend met die regeling ervoor hebben gekozen hun kinderen in die scholen onderwijs te laten volgen. Doordat het bestreden decreet inhoudt dat de scholen voortaan alleen nog zullen kunnen worden erkend indien zij de controle van de onderwijsinspectie door Nederlandstalige inspecteurs mogelijk maken, een door de Vlaamse Regering goedgekeurd leerplan toepassen en een beleidscontract sluiten met een Nederlandstalig onderwijscentrum, heeft het tot gevolg dat, indien die vereisten niet worden nageleefd, de Franstalige scholen in de randgemeenten, bij ontstentenis van een erkenning, niet langer gefinancierd noch gesubsidieerd zullen worden en derhalve ertoe veroordeeld zullen zijn te verdwijnen. A.4.2. De verzoekers in de zaak nr. 4877, die de rechtstreekse adressaten zijn van de taalfaciliteiten die zijn toegekend aan de inwoners van die gemeenten met een bijzonder taalstatuut, die zijn beschermd bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zijn dus van mening dat zij belang erbij hebben de schending aan te voeren van de « bestaande garanties » die het statuut en de taal van de Franstaligen beschermen, aangezien het Franstalige onderwijs in de randgemeenten, volgens de uitdrukkelijke wil van de wetgever, een regeling van onderwijsbescherming van de minderheden vormde en in die context is bepaald dat de pedagogische inspectie van die inrichtingen, gebaseerd op de materies en eindtermen die eigen zijn aan het onderwijsstelsel van de Franse Gemeenschap, door Franstalige inspecteurs zou worden uitgevoerd. De verzoekers doen dus blijken van het vereiste belang om in rechte te treden, aangezien het bestreden decreet de structuur zelf van het onderwijs wijzigt dat de verzoekers vrij hebben gekozen voor hun kinderen, met als gevolg dat de pedagogie waarvoor zij hebben geopteerd, niet integraal zal kunnen worden toegepast. A.5.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 4879 zijn 53 personen die lesgeven in de Franstalige scholen in de randgemeenten; sommigen van de verzoekers zijn eveneens gedomicilieerd in die gemeenten en hebben kinderen die in die Franstalige scholen onderwijs volgen. Zij zijn van mening dat het bestreden decreet tot gevolg heeft hun werkmethode en pedagogische benadering ingrijpend te wijzigen, vermits zij hun onderwijs voortaan niet langer zullen moeten doen steunen op de eindtermen en de leerplannen van de Franse Gemeenschap, maar op diegene die door de Vlaamse Gemeenschap worden opgelegd. Bovendien zullen de verzoekers voortaan niet meer door Franstalige, maar door Nederlandstalige inspecteurs worden gecontroleerd; de beoordeling door inspecteurs van een andere taalrol zal dus gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van de loopbaan van die leerkrachten en dus voor hun bezoldiging, hetgeen indruist tegen het volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State in het Europees Recht en het intern recht erkende beginsel dat elke beoordeling van een ambtenaar moet gebeuren door een ambtenaar die beschikt over een werkelijke kennis van de taal van de ambtenaar, vastgesteld door een examen ad hoc. De gevolgen van het bestreden decreet voor zowel de persoonlijke als de professionele situatie van de verzoekers, verantwoorden bijgevolg hun belang bij het bestrijden van een decreet dat inzake onderwijs is aangenomen. 16 A.5.2. Voor het overige, vermits het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 104/2007 heeft aanvaard dat de Franse Gemeenschap, die nochtans niet rechtsreeks betrokken was, een schending kon aanvoeren van artikel 16bis, kunnen de verzoekers a fortiori een dergelijke schending aanvoeren, daar het bestreden decreet, dat gevolgen zal hebben voor de pedagogische inspectie, de leerplannen en de begeleiding van de leerlingen in de inrichtingen waarin de verzoekers hun beroep uitoefenen, te dezen rechtreeks op hen betrekking heeft. A.6.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 4882 zijn de zes randgemeenten (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem), beoogd in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Zij zijn van mening dat het bestreden decreet, door de op hun grondgebied gevestigde Franstalige scholen te onderwerpen aan de pedagogische inspectie en de leerplannen van de Vlaamse Gemeenschap, tot gevolg heeft de regeling van het Franstalige onderwijs zoals het is ingericht, gecontroleerd en uitgevoerd in de Franstalige scholen waarvan de verzoekers de inrichtende machten zijn op grond van artikel 7, § 3, B, van de wet van 2 augustus 1963, ingrijpend zal wijzigen. En in geval van niet-naleving van de bij het bestreden decreet gestelde vereisten, zullen de Franstalige scholen van de rand, bij ontstentenis van erkenning, niet langer worden gefinancierd noch gesubsidieerd en zouden zij dus ertoe veroordeeld zijn te verdwijnen. A.6.2. De randgemeenten zijn dus van mening dat zij, in hun hoedanigheid van inrichtende macht, belang erbij hebben de schending aan te voeren van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, in zoverre het bestreden decreet afbreuk doet aan de bestaande garanties inzake de voorwaarden voor de uitoefening van het Franstalige onderwijs in de randgemeenten dat die laatstgenoemde moeten inrichten, waarbij het Grondwettelijk Hof overigens het belang van de inrichtende machten bij het bestrijden van een decreet dat de situatie van de scholen wijzigt, aanvaardt. Ten slotte verwijzen de verzoekers naar het arrest nr. 104/2007 en zijn zij van mening dat zij, in hun hoedanigheid van inrichtende macht, een schending kunnen aanvoeren van artikel 16bis, vermits het bestreden decreet rechtreeks gevolgen heeft voor de wettelijke verplichtingen die hun inzake onderwijs worden opgelegd. A.7.1. De Vlaamse Regering betwist het belang van de verzoekers om in rechte te treden, daar het bestreden decreet hen niet persoonlijk, rechtstreeks en ongunstig raakt. Aldus wordt nergens in de verzoekschriften aangetoond dat de toepassing van drie artikelen van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 25 februari 1997 (betreffende de doelen, de leerplannen, de onderwijsinspectie of een beheerscontract met centrum voor leerlingenbegeleiding) hen benadeelt. Enerzijds, beperken die bepalingen zich tot hetgeen van zowel het officieel onderwijs als het vrij gesubsidieerd onderwijs kan worden geëist om de basiskwaliteit van een door de overheid gefinancierd onderwijs te waarborgen aan alle kinderen die in Vlaanderen wonen. Anderzijds, zijn die bepalingen niet dermate streng dat de onderwijsinrichtingen daar niet zouden kunnen aan voldoen, hetgeen de verzoekers niet betwisten. De parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet geeft aldus aan dat, wat de ontwikkelingsdoelen en eindtermen betreft, ruimte zal worden gelaten om rekening te houden met de specifieke kenmerken van het onderwijs verstrekt in de Franstalige scholen, die aan de Regering een afwijking kunnen vragen, waarbij een gelijkwaardigheid van het verstrekte onderwijs wordt verondersteld, onder de voorwaarden bepaald in artikel 44bis van het decreet van 25 februari 1997. Het door de verzoekers aangevoerde nadeel is dus louter hypothetisch en, voor zover het voldoende groot zou worden geacht, is het volkomen indirect, aangezien het alleen zou kunnen voortvloeien uit een beslissing van de Vlaamse Regering en niet uit het bestreden decreet. A.7.2. Indien de pedagogische keuze van de verzoekers in de zaak nr. 4877 is gemaakt op basis van de toepassing van de doelen en leerplannen van de Franse Gemeenschap, dient te worden vastgesteld dat die keuze verkeerd is en dat hun kinderen niet in de juiste onderwijsinrichting zijn ingeschreven. Indien de verzoekers die zekerheid wensten, hadden zij hun kinderen moeten inschrijven in een school in het Franse taalgebied of in een school in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens haar activiteiten, moet worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren. A.7.3. Overigens, het feit dat de inspectie zal worden uitgevoerd door een inspecteur van een andere taalrol, zal geen gevolgen hebben voor de loopbaan van de verzoekers in de zaak nr. 4789, aangezien de leerkrachten op geen enkele wijze worden beoordeeld door de onderwijsinspectie, zoals dat voortvloeit uit het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 1991. 17 De pedagogische inspectie heeft daarentegen plaats in het kader van een doorlichting van de onderwijsinrichting, ingevoerd bij het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 8 mei 2009 « betreffende de kwaliteit van onderwijs », waarbij die doorlichting betrekking heeft op de organisatie van de school en geen enkel oordeel bevat over de werking van de leerkrachten. Hieruit vloeit voort dat het belang van de verzoekers niet vaststaat, daar de inspectie geenszins gevolgen heeft voor de evaluatie van de leerkrachten. Ten slotte is ook de bewering volgens welke de verzoekers in het Nederlands zullen worden geëvalueerd, volkomen onjuist, aangezien uit de artikelen 49 en 50 van het voormelde decreet van 8 mei 2009 voortvloeit dat een ambtenaar van de inspectie moet voldoen aan de taalvereisten inzake onderwijstaal : de inspectie van de Franstalige scholen gevestigd in het Nederlandse taalgebied zal dus gebeuren door een inspecteur die het Frans voldoende beheerst, ofwel omdat hij voorheen is aangesteld in een inrichting waar het Frans de onderwijstaal is, ofwel omdat hij bewijst dat hij het Frans beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Voor het overige is niet aangetoond in welke zin de verzoekers worden geraakt door de verplichting om een beleidscontract met een centrum voor leerlingenbegeleiding te sluiten. A.7.4. Zonder dat dient te worden nagegaan of de mogelijkheid om Franstalig onderwijs in de randgemeenten te verstrekken, een maatregel tot bescherming van de minderheden is, stelt de Vlaamse Regering vast dat het bestreden decreet aan die garantie geenszins afbreuk doet, aangezien niets zich ertegen verzet, ook niet in het bestreden decreet, dat in de randgemeenten Franstalig onderwijs wordt verstrekt. A.7.5. De Vlaamse Regering is ten slotte van mening dat de verzoekers niet persoonlijk worden geraakt door het bestreden decreet, aangezien de bestreden bepalingen zich, zonder uitzondering, uitsluitend richten tot de schooldirecties en niet tot de categorieën van personen waartoe de verzoekers behoren, die dus niet kunnen doen blijken van het vereiste belang. A.8.1. De verzoekers in de zaak nr. 4877 antwoorden eveneens dat zij doen blijken van een belang om artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan te voeren tegen het bestreden decreet, dat, door van de ene dag op de andere de leerlingen van de Franstalige scholen van de rand ertoe te verplichten de leerplannen van de Vlaamse Gemeenschap te volgen, de persoonlijke keuze van de verzoekers wezenlijk aantast, keuze die is gemaakt in overeenstemming met hun wettelijk recht, dat reeds meer dan 40 jaar bestaat, om een Franstalig onderwijs in de randgemeenten te volgen, waarbij dat recht is opgevat als een regeling tot bescherming van de minderheden op het vlak van onderwijs. A.8.2. De verzoekers in de zaak nr. 4879 antwoorden dat zij rechtstreeks worden geraakt door het bestreden decreet, dat zal leiden tot een ernstige verstoring van hun werkmethode en van hun pedagogische aanpak, doordat de leerplannen van de Franse Gemeenschap, die reeds meer dan 40 jaar zijn toegepast, worden vervangen door die van de Vlaamse Gemeenschap. Het bestreden decreet tast hun beroepssituatie dus aan en zal hen naar alle waarschijnlijkheid ertoe verplichten aanvullende opleidingen te volgen om zich aan die nieuwe leerplannen te kunnen aanpassen, en zal zelfs ertoe kunnen leiden dat benoemingen worden geweigerd, zoals in de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet wordt aangegeven. Daarnaast zijn sommige van de verzoekers zelf ouders van kinderen die verblijven in de randgemeenten en genieten zij dus in die zin de taalfaciliteiten die zijn erkend in die gemeenten met een bijzonder taalstatuut. A.8.3. De verzoekers in de zaak nr. 4882 zijn van mening dat het bestreden decreet, doordat het ertoe leidt dat de Franstalige scholen van de randgemeenten alleen nog zullen kunnen worden erkend indien zij de Nederlandstalige inspectie aanvaarden, de leerplannen, ontwikkelingsdoelen en eindtermen van de Vlaamse Gemeenschap toepassen en een beleidscontract met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding sluiten, hen in hun hoedanigheid van inrichtende machten van die scholen rechtstreeks aantast, die volgens de wetgever ressorteren onder een regeling voor de bescherming van de Franstalige minderheid van de randgemeenten. A.9.1. De Vlaamse Regering repliceert dat de verzoekers hun belang bij het beroep niet aantonen : het bestreden decreet doet immers op geen enkele wijze afbreuk aan artikel 7, § 3, B, van de wet van 2 augustus 1963, vermits het niet belet dat in de randgemeenten onderwijs in het Frans wordt verstrekt. Voor het overige kent die bepaling aan de verzoekers niet de waarborg toe een onderwijs te genieten dat is verstrekt op basis van de leerplannen van de Franse Gemeenschap. De Vlaamse Regering herinnert immers eraan 18 dat de verklaringen tijdens de parlementaire voorbereiding niet kunnen primeren op de tekst van een bepaling en dat, te dezen, de door de verzoekers aangehaalde uittreksels alleen betrekking hadden op de opsplitsing van het ministerie van Nationale Opvoeding, doorgevoerd door de Koning, zonder dat die opsplitsing gevolgen kan hebben voor het voormelde artikel 7, § 3, B. Ten slotte worden de door de verzoekers aangehaalde uittreksels uit de parlementaire voorbereiding in verband met de grondwetsherziening van 1988 uit hun context gehaald : zij tonen hooguit aan dat de regeling van de Franstalige scholen van de rand steunt op een « modus vivendi » en niet op een juridische norm, en dat de Grondwetgever van 1988 een einde wenste te maken aan die « anomalie », in het licht van de exclusieve verdeling van de bevoegdheden. A.9.2. De Vlaamse Regering betwist niet de keuze van de verzoekers om hun kinderen in het Frans onderwijs te laten volgen, maar is van mening dat die keuze niet de keuze voor de toepassing van de leerplannen van de Franse Gemeenschap, op het grondgebied van de Vlaamse Gemeenschap, inhoudt, gelet op de in België geldende verdeling van de bevoegdheden. Het personeel van de pedagogische inspectie in Vlaanderen beheerst overigens de Franse taal, zodat zij niet inziet hoe het bestreden decreet de verzoekers zou kunnen benadelen. Ten slotte mist de argumentatie van de verzoekers, die steunt op het arrest nr. 104/2007, juridische grondslag : de Franse Gemeenschap is een institutionele verzoeker en uit de ontvankelijkheid van haar beroep kan geen lering worden getrokken in verband met de ontvankelijkheid van de onderhavige beroepen. A.9.3. De Vlaamse Regering herinnert ten slotte eraan dat de verzoekers de mogelijkheid hebben een afwijkingsaanvraag in te dienen, overeenkomstig artikel 44bis van het decreet van 25 februari 1997, zodat het eventuele en hypothetische nadeel alleen zou kunnen voortvloeien uit een beslissing van de Vlaamse Regering of uit de ontstentenis van een afwijkingsaanvraag, maar niet uit het bestreden decreet. De verzoekers kunnen in elk geval niet beweren dat de toepassing, onder voorbehoud van de afwijking, van de leerplannen, eindtermen en ontwikkelingsdoelen van de Vlaamse Gemeenschap minderwaardig zou zijn en dat zij hierdoor zouden worden benadeeld. A.10. In haar memorie van wederantwoord betwist de Vlaamse Regering eveneens de ontvankelijkheid van de « nota met opmerkingen » ingediend door het Parlement van de Franse Gemeenschap, die alleen betrekking heeft op de schorsingsprocedure, zodat het Parlement van de Franse Gemeenschap niet kan worden geacht een memorie in het kader van de onderhavige procedure te hebben ingediend, en die dus niet moet worden beantwoord. Indien het Hof beslist die tussenkomst ontvankelijk te verklaren, herinnert de Vlaamse Regering eraan dat zij op die argumentatie heeft geantwoord in de in de zaak nr. 4900 ingediende memorie, die zij als bijlage bezorgt aan de verzoekers in de onderhavige zaken. Ten aanzien van het enige middel A.11. De verzoekers zijn van mening dat het bestreden decreet, door de leerplannen van de Franse Gemeenschap en de Franstalige inspectie in de Franstalige scholen in de randgemeenten eenzijdig op te heffen en door die scholen ertoe te verplichten de door het Vlaams Parlement vastgestelde eindtermen en ontwikkelingsdoelen uit te voeren, een door de Vlaamse Regering goedgekeurd leerplan te gebruiken en een beleidscontract te sluiten met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding, afbreuk doet aan de « bestaande garanties » waarin ten behoeve van de Franstaligen van de randgemeenten is voorzien. Dat decreet schendt immers de bijzondere wet van 21 juli 1971 « betreffende de bevoegdheid en de werking van de Cultuurraden voor de Nederlandse cultuurgemeenschap en voor de Franse cultuurgemeenschap », die met name waarborgt dat de pedagogische inspectie in die scholen in het Frans wordt uitgevoerd door inspecteurs van de Franse Gemeenschap op basis van de door de Franse Gemeenschap vastgestelde leerplannen en eindtermen. Ten aanzien van de aangevoerde garanties A.12.1. De verzoekende partijen preciseren in de eerste plaats de draagwijdte van het begrip « bestaande garanties » beschermd bij de artikelen 16bis en 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. 19 Hoewel die garantie niet zijn gedefinieerd of opgesomd door de bijzondere wetgever, uit vrees sommige daarvan te vergeten, wordt in de parlementaire voorbereiding aangegeven dat het gaat om alle bepalingen die een specifieke regeling inrichten ten behoeve van de particulieren in de gemeenten beoogd in de artikelen 7 en 8 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken; die garanties, die dus alle regels beogen die tot doel hebben het statuut en de taal van de Franstaligen in de randgemeenten te beschermen, dienen dus ruim te worden geïnterpreteerd, ook op het gebied van onderwijs. A.12.2. Op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 16bis en 16ter vormde de bijzondere wet van 21 juli 1971 echter wel degelijk een « geldende » garantie, die de Vlaamse Gemeenschap dus in acht moet nemen zolang de vermeende ongrondwettigheid ervan niet met gezag van gewijsde is aangetoond. Door de « bestaande garanties » ten behoeve van de Franstaligen van de randgemeenten te beschermen, vormt artikel 16bis immers een standstill-clausule die de overheid ertoe verplicht in beginsel een gelijkwaardig niveau van bescherming van de grondrechten te handhaven. A.12.3. Het staat aan het Grondwettelijk Hof die « bestaande garanties » te definiëren in de zin van artikel 16bis, rekening houdend met de uitdrukkelijke wil van de wetgever om een jurisdictionele waarborg van « elke situatie in feite of in rechte » die bestond op 1 januari 2002 te bevestigen en aan dat begrip een ruime interpretatie toe te kennen. A.12.4. De verzoekende partijen weerleggen overigens de stelling van het Vlaams Parlement volgens welke alleen de gewesten verplicht zouden zijn de « bestaande garanties » in acht te nemen die zijn beschermd bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, aangezien die bepaling uitsluitend is aangenomen in de context van de regionalisering van de plaatselijke bevoegdheden. De verzoekende partijen stellen immers vast dat de tekst van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 spreekt van « decreten », zonder onderscheid te maken tussen de gewestdecreten en de gemeenschapsdecreten; overigens wordt in de parlementaire voorbereiding van artikel 16bis nergens uitdrukkelijk gepreciseerd dat de door die bepaling opgelegde standstill alleen van toepassing was op de gewesten en niet op de gemeenschappen; ten slotte, indien de bijzondere wetgever had gewild dat de standstill niet van toepassing was op de gemeenschappen, dan zou hij dat uitdrukkelijk hebben aangegeven in de tekst van artikel 16bis, hetgeen niet het geval is. Die interpretatie volgens welke artikel 16bis zowel de gewesten als de gemeenschappen beoogt, wordt overigens gedeeld door zowel de Franstalige als de Nederlandstalige rechtsleer, en is eveneens bevestigd door het Grondwettelijk Hof in zijn arrest nr. 35/2003, waarin het heeft geoordeeld dat de artikelen 16bis en 16ter tot doel hadden de naleving te waarborgen, door de gemeenschappen en de gewesten, van de wetgeving betreffende het gebruik van de talen in bestuurszaken (B.9.1). A.13. Het Parlement van de Franse Gemeenschap herinnert eraan dat het recht om onderwijs te volgen in de minderheidstaal in de gemeenten met een bijzonder taalstatuut ingevoerd « om hun minderheden te beschermen », afwijkt van de regel van de eentaligheid inzake onderwijs; dat recht is ondergeschikt aan de voorwaarde van verblijf in de betrokken gemeenten, is toegekend aan de ouders van kinderen die behoren tot de taalminderheid en is beperkt tot het openbaar kleuter- en lager onderwijs, hetgeen coherent is in het perspectief van de vrijwaring van de minderheidscultuur door het aanleren van de moedertaal door jonge kinderen. Het door de randgemeenten ingerichte onderwijs is overigens niet het enige Franstalige onderwijs in het Nederlandse taalgebied, dat dertien scholen of afdelingen van scholen telt waar thans Franstalig onderwijs wordt verstrekt. A.14.1. Volgens het Parlement van de Franse Gemeenschap vormt artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 geen toepassing van de standstill-regel als relatieve verplichting die een bepaalde gewettigde en evenredige achteruitgang inzake de rechten van individuen toestaat : de parlementaire voorbereiding van die bepaling toont aan dat zij elke aantasting van de rechten die zijn gewaarborgd op de datum van inwerkingtreding ervan, namelijk 1 januari 2002, verhindert, waardoor alle « garanties » die in de gemeenten met een bijzonder statuut bestaan, met inbegrip dus van die betreffende de pedagogische inspectie in de gemeenten met een bijzonder taalstatuut, bevriest. Overigens, in tegenstelling tot de « praktische uitvoeringsmaatregelen » beschermd bij artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, strekt de bescherming vervat in artikel 16bis van de bijzondere wet van 20 8 augustus 1980 zich uit tot na 31 december 1970, vermits zij alle tot in 2002 verworven rechten dekt en bijgevolg ook de inhoud van de akkoordprotocollen van 1973 en van het ministerieel besluit van 22 augustus 1977, die de Franstalige pedagogische voogdij over de Franstalige scholen van de rand bevestigen. A.14.2. Het begrip « garanties » dient dus ruim te worden geïnterpreteerd, waarbij alle in die gemeenten erkende rechten worden beoogd, en dus niet alleen diegene die in de gecoördineerde wetten zijn vervat. Artikel 16bis biedt aldus een bescherming tegen elke reglementering van een materie die losstaat van het gebruik van de talen, maar waarvan de werking wel degelijk afbreuk zou kunnen doen aan de garanties van de taalminderheden in de gemeenten met een bijzonder statuut. A.14.3. Voor het overige onderschrijft het Parlement van de Franse Gemeenschap de argumentatie van de verzoekende partijen volgens welke, bij de uitoefening van hun bevoegdheden, zowel de gewesten als de gemeenschappen geen afbreuk mogen doen aan die waarborgen. En in de veronderstelling dat artikel 16bis alleen de gewestdecreten beoogde, quod non, dan nog laat de rechtspraak van het Hof in verband met het beginsel van de economische en monetaire unie, ook bij toepassing ervan op de gemeenschappen, uitschijnen dat de politieke context van de aanneming van een dergelijke bepaling niet belet daaraan een meer pragmatische interpretatie te geven, die wordt bevestigd door de tekst zelf van dat artikel 16bis. A.15. De Vlaamse Regering is van mening dat de aangevoerde garanties niet worden beschermd bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, aangezien dat laatste moet worden geïnterpreteerd in het licht van de bij de vijfde staatshervorming van 2001 doorgevoerde overdracht van de bevoegdheden inzake de lokale besturen aan de gewesten. Die bepaling heeft dus geenszins betrekking op de eventuele garanties inzake onderwijs, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap aan de Franstaligen van de randgemeenten. De parlementaire voorbereiding van die bepaling verwijst overigens nergens naar de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen van de rand, maar alleen naar de naleving, door de gewesten, van de zogeheten « Pacificatiewet » van 1988. Het feit dat de bij artikel 16bis beschermde garanties betrekking hebben op de gewesten, blijkt eveneens uit het feit dat diezelfde waarborgen zijn toegekend aan Brussel, in artikel 5bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, opgenomen in een hoofdstuk gewijd aan de « Bepalingen ter uitvoering van artikel 107quater van de Grondwet ». De uitsluitend gewestelijke draagwijdte van de artikelen 16bis en 16ter en van de artikelen 5bis en 5ter is overigens door het Grondwettelijk Hof in de arresten nrs. 104/2007 en 101/2008 bevestigd. A.16. Overigens, volgens de Vlaamse Regering moet het Hof zijn onderzoek beperken tot de bepalingen die kunnen worden geacht te vallen onder het toepassingsgebied van het enige middel afgeleid uit de schending van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Echter, de door de verzoekende partijen aangevoerde garanties zijn « praktische uitvoeringsmaatregelen » beschermd bij de bijzondere wet van 21 juli 1971, vervat in het protocol van 1 juni 1970, dat zich evenwel ertoe beperkt te voorzien in een pedagogische inspectie door inspecteurs van de Franse taalrol. Hieruit vloeit voort dat het bestreden decreet alleen kan worden betwist – en het debat voor het Hof dus alleen kan worden gevoerd – in zoverre daarin wordt verwezen naar artikel 62, § 1, 7°, van het decreet van 25 februari 1997, daar de andere bestreden bepalingen geen betrekking hebben op de onderwijsinspectie die bij de bijzondere wet van 21 juli 1971 zou zijn beschermd als « garanties » in de zin van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. A.17.1. De verzoekers antwoorden dat de bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 beschermde « garanties », zonder te zijn gedefinieerd door de bijzondere wetgever, alle bepalingen beogen die een specifieke regeling ten behoeve van de particulieren invoeren, ook op het gebied van onderwijs; die ruime interpretatie wordt bevestigd door de ratio legis van die bepaling en door de keuze van de bijzondere wetgever om die garanties niet op te sommen uit vrees er te vergeten. Het staat aldus aan het Grondwettelijk Hof die bestaande garanties te definiëren, rekening houdend met de wil van de wetgever om elke op 1 januari 2002 rechtens en feitelijk bestaande situatie te beschermen : elke aantasting van een op 1 januari 2002 bestaande garantie houdt bijgevolg een schending in van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. 21 A.17.2. De verzoekers zijn overigens van mening dat zowel de tekst van die bepaling als de plaats ervan – op het einde van titel II met betrekking tot de « bevoegdheden » -, of nog de parlementaire voorbereiding en de rechtsleer, pleiten voor een interpretatie volgens welke die bepaling van toepassing is op zowel de gewest- als gemeenschapsdecreten. Die interpretatie, die gezag van gewijsde heeft, is overigens bevestigd door het Grondwettelijk Hof zelf in het arrest nr. 35/2003. A.18. De verzoekers antwoorden dat het niet coherent en contraproductief zou zijn te beschouwen dat hun beroepen alleen betrekking zouden hebben op de pedagogische inspectie, en niet op de eindtermen, ontwikkelingsdoelen, leerplannen en het sluiten van een beleidscontract met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding, want dat zou betekenen dat de inspecteurs van de Franse Gemeenschap hun inspectie zouden kunnen uitvoeren op basis van de leerplannen, ontwikkelingsdoelen en eindtermen van de Vlaamse Gemeenschap, die niets te maken hebben met de leerplannen van de Franse Gemeenschap, die de inspecteurs kennen en die zij in staat zijn te controleren. Echter, zoals de Vlaamse minister van Onderwijs op 1 december 2009 heeft vastgesteld voor het Parlement van de Franse Gemeenschap is het zo dat, ook al bestaan er gelijkenissen tussen het onderwijs van beide gemeenschappen, de organisatiemethodes verschillen, met name ten aanzien van de logopedietesten, wat problemen doet rijzen in verband met de rol van de Vlaamse centra voor leerlingenbegeleiding. Aangezien de bescherming die de verzoekers genieten, de lesmethoden en –inhoud omvat, alsook de mogelijkheid, die reeds meer dan 40 jaar bestaat, om contracten te sluiten, voor het psychisch en psychologisch welzijn van de leerlingen, de opvolging en de begeleiding van de Franstalige leerlingen, met Franstalige PMS- centra, die de taal van de door hen begeleide leerlingen dus perfect beheersen, zijn de verzoekers van mening dat de onderhavige beroepen moeten worden beschouwd als één geheel met betrekking tot zowel de onderwijsinspectie als de methoden, de inhoud en de centra voor leerlingenbegeleiding. A.19.1. De Vlaamse Regering stelt vast dat de verzoekers niet betwisten dat de bestreden bepalingen niet alle aangevoerde garanties schenden. Zij weerlegt in de eerste plaats de bewering volgens welke de pedagogische inspectie onlosmakelijk zou zijn verbonden met het voorwerp van haar controle, namelijk de eindtermen, ontwikkelingsdoelen, leerplannen en beleidsplannen. Het protocol van 1970 handelt immers alleen over de pedagogische inspectie, zodat de eindtermen, ontwikkelingsdoelen, leerplannen en beleidsplannen geen praktische uitvoeringsmaatregelen vormen die zijn beschermd bij artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 en dus geen garanties zijn die worden beschermd bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. A.19.2. Overigens, de draagwijdte van dat protocol moet worden geïnterpreteerd in het licht van de communautarisering van het onderwijs, die inhoudt dat de inspecteurs van de Franse Gemeenschap moeten toezien op de integrale naleving van de Vlaamse onderwijswetgeving : dat systeem is in de praktijk uitgesloten, zodat het protocol niet uitvoerbaar is en om die reden moet worden geacht geen rechtsgevolgen te hebben, waarbij de verzoekers zelf een dergelijke situatie als « niet coherent » beschouwen. Volgens de verzoekers kan die incoherentie worden opgevangen door het de Franstalige inspecteurs mogelijk te maken toe te zien op de naleving van de leerplannen van de Franse Gemeenschap, hetgeen evenwel volstrekt uitgesloten is door het grondwettelijk beginsel van de exclusiviteit van de bevoegdheden. De Vlaamse Regering leidt hieruit af dat de door de verzoekers verdedigde interpretatie alleen kan leiden tot een vaststelling van ongrondwettigheid van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 en van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Ten aanzien van de draagwijdte van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 A.20.1. De verzoekende partijen herinneren vervolgens aan de draagwijdte van artikel 5 van de voormelde bijzondere wet van 21 juli 1971. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de federale Regering met die bepaling het behoud wenste te bevestigen van de culturele waarborgen die zijn verworven ten behoeve van de Franstaligen van de rand, waarbij 22 die waarborgen slechts kunnen worden gewijzigd nadat beide cultuurraden daarmee gezamenlijk hebben ingestemd. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft overigens gesteld dat de grondwettigheid van die bepaling kon worden aanvaard, bepaling die gewild en aangenomen is in het kader van een « grondwettelijk compromis » dat tot stand gekomen is tijdens de staatshervorming van 1970. A.20.2. Zowel de afdeling wetgeving van de Raad van State als het Vlaams Parlement zelf hebben erkend dat de « uitvoeringsmaatregelen » bedoeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 betrekking hebben op de besprekingen die in 1970 hebben plaatsgehad tussen de toenmalige nationale ministers, en meer bepaald op een protocol van 1 juni 1970 dat erin voorzag dat voor de Franstalige scholen gevestigd in de Nederlandstalige gemeenten, al wat betrekking heeft op het onderwijs, de pedagogie en de opvoeding van de kinderen onder de Franstalige inspecteurs valt. Artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 vormt dus de wettelijke grondslag van het onderwijsstelsel dat thans van kracht is in de Franstalige scholen in de randgemeenten en dat, enerzijds, de pedagogische inspectie in het Frans en, anderzijds, de lesmethoden en –inhoud op basis van de bevoegdheden van de Franstalige Gemeenschap toestaat. A.20.3. Die bepaling en het onderwijsstelsel dat zij toestaat en dat alleen kan worden gewijzigd mits beide gemeenschapsparlementen daarmee instemmen, vormen een uitdrukkelijk stelsel van taalfaciliteiten ten behoeve van de Franstaligen van de rand, dat bijgevolg als dusdanig moet worden beschermd indien de gemeenschappen geen akkoord bereiken. Een eenzijdige aantasting, door de Vlaamse Gemeenschap, van die bestaande garantie is dus in strijd met het standstill-beginsel verankerd in artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. A.21.1. De verzoekende partijen weerleggen ten slotte het argument afgeleid uit de vermeende ongrondwettigheid van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971. Het Vlaams Parlement is immers van mening dat artikel 127, § 2, van de Grondwet, zoals het van kracht is sinds de grondwetsherziening van 1988, en de beginselen van territorialiteit en van exclusiviteit van de bevoegdheden inhouden dat een gemeenschap, inzake onderwijs, niet wetgevend mag optreden op het grondgebied van een andere. A.21.2. De verzoekende partijen stellen in de eerste plaats vast dat, noch in het kader van de aanneming van de artikelen 16bis en 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, noch in dat van de aanneming van het bestreden decreet, de afdeling wetgeving van de Raad van State een bezwaar van ongrondwettigheid heeft opgeworpen ten aanzien van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971. Overigens, hoewel de Grondwetgever van 1988 aan de gemeenschappen de principiële bevoegdheden inzake onderwijs heeft toegekend, hetgeen een restrictieve interpretatie van de bevoegdheden van de federale overheid en het verbod van een eenzijdig optreden van een gemeenschap op het eentalige grondgebied van een andere met zich meebrengt, zijn die exclusieve bevoegdheden nooit in die zin geïnterpreteerd dat zij tussen de gemeenschappen een samenwerking of zelfs een medebeslissing inzake onderwijs verhinderen, a fortiori in gemeenten met een bijzonder taalstatuut, waarbij het bijzonder taalstatuut van die gemeenten volgens het Grondwettelijk Hof een objectief criterium van onderscheid vormt. Het behoud van de leerplannen van de Franse Gemeenschap en de pedagogische inspectie in het Frans in die scholen is dus niet in strijd met de verdeling van de bevoegdheden uitgevoerd bij artikel 127, § 2, van de Grondwet, maar is uitdrukkelijk gewild door de Grondwetgever wegens het specifieke taalstelsel van de randgemeenten. Hoewel het Vlaams Parlement betreurt dat het hierover geen akkoord met de Franse Gemeenschap kan bereiken, vormt dit geenszins een schending van artikel 127 van de Grondwet, maar is dat slechts een praktisch gevolg van een dergelijke unieke en specifieke samenwerking die voortvloeit uit het « grondwettelijk compromis » van 1970. A.21.3. Ofschoon artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 de homogeniteit van de bevoegdheden op het grondgebied van de Vlaamse Gemeenschap kan afzwakken, doet het evenwel geen afbreuk aan haar principiële bevoegdheid ter zake, vermits het slechts een eenvoudige aanpassing van die bevoegdheid ten aanzien van de scholen van de rand vormt, hetgeen wordt bevestigd door de commentaren in de rechtsleer na 1988. 23 Dat standpunt wordt bovendien bevestigd door de Vlaamse Gemeenschap zelf, vermits zij bij het Grondwettelijk Hof tweemaal een beroep tot vernietiging heeft ingesteld tegen decreten van de Franse Gemeenschap, waarbij zij ter ondersteuning van haar middelen precies artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 heeft aangevoerd, zodat die officiële argumentatie de Vlaamse Gemeenschap belet om de grondwettigheid van die bepaling met een minimum aan ernst te betwisten. A.21.4. Aangezien de Franstalige inspectie een element vormt van een algeheel grondwettelijk compromis van 1970, dat voorzag in een hervorming van de Grondwet en tegelijk in de totstandkoming van bijzondere wetten, waaronder de bijzondere wet van 21 juli 1971, zou aan dat compromis alleen een einde kunnen worden gemaakt wanneer de Grondwetgever van 1988 dat uitdrukkelijk zou willen. Het is immers niet denkbaar dat de Grondwetgever in 1970-1980 in de grondwetteksten en bijzondere wetten de elementen van dat compromis van 1970 heeft opgenomen om enkele jaren later daarvan afstand te nemen zonder die wil duidelijk te formuleren. In tegenstelling tot wat in de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet wordt beweerd, maakt geen enkele passage van de parlementaire voorbereiding van de grondwetsherziening van 1988 betreffende artikel 127 van de Grondwet het echter mogelijk geloof te hechten aan de stelling volgens welke de Grondwetgever van 1988 uitdrukkelijk afstand zou hebben genomen van het grondwettelijk compromis van 1970. Het blijkt integendeel dat de Grondwetgever van 1988 de Franstalige inspectie en de leerplannen in de Franstalige scholen van de rand wilde behouden; in de context van de splitsing van het ministerie van Nationale Opvoeding is in de parlementaire voorbereiding van de Grondwetsherziening aldus uitdrukkelijk gepreciseerd dat alle problemen waarmee de Franstalige inwoners van de Brusselse rand worden geconfronteerd, zullen worden overgedragen naar de Vlaamse Gemeenschap, maar ook naar de Franse Gemeenschap, waarmee aldus is bevestigd dat de inspectie en de leerplannen van de rand, na de grondwetsherziening van 1988, niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen. Die wil van de Grondwetgever van 1988 om de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap voor de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen van de rand te behouden, vindt eveneens bevestiging in de rechtsleer en in de adviezen van de afdeling wetgeving van de Raad van State. A.22. De verzoekers besluiten hieruit dat het middel gegrond is in zoverre daarmee een schending wordt aangevoerd van de « bestaande garanties » in de zin van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, doordat het bestreden decreet op eenzijdige wijze een einde maakt aan het vooraf bestaande stelsel zoals het sinds, en op basis van, de bijzondere wet van 21 juli 1971 van kracht was. A.23.1. Het Parlement van de Franse Gemeenschap herinnert eraan dat het onderwijs in 1970 is gecommunautariseerd en het territoriale toepassingsgebied van de decreten inzake onderwijs is vastgesteld en sindsdien onveranderd gebleven. Niettemin vormde die overdracht van bevoegdheden één van de elementen van een algeheel compromis, waarvoor zeer concrete uitvoeringsvoorwaarden zijn vastgelegd in een akkoordprotocol van 1 juni 1970, voorwaarden die zijn bevestigd door de nederlandstalige minister van Nationale Opvoeding in de besprekingen over het toekomstige artikel 59bis van de Grondwet : al wat de pedagogie van de Franstalige scholen in de Nederlandstalige gemeenten betreft, valt onder de bevoegdheid van de Franstalige inspecteurs en van de Franstalige minister van Nationale Opvoeding. Het behoud van die garanties als « praktische uitvoeringsvoorwaarden » inzake onderwijs is vastgesteld in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, dat voorziet in de handhaving van die garanties inzake onderwijs, onder voorbehoud van een akkoord tussen de twee cultuurraden, waarbij de afdeling wetgeving van de Raad van State de grondwettigheid van die bepaling, gewild door de wetgever als een compromisoplossing, tot twee keer toe heeft bevestigd. Volgens het Parlement van de Franse Gemeenschap kan op basis van de uitbreiding van de bevoegdheden van de gemeenschappen inzake onderwijs in 1988 niet worden beschouwd dat de Grondwetgever het algehele compromis van 1970-1971 zou hebben opgeheven, terwijl de bijzondere wetgever de bewoordingen ervan had bevestigd door middel van artikel 93 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, dat de regeling behield waarin de artikelen 4 en 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 voorzagen. A.23.2. Het Parlement van de Franse Gemeenschap is van mening dat, door een praktische uitvoeringsvoorwaarde beschermd bij artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 te wijzigen, het voorstel dat het bestreden decreet is geworden, vóór de aanneming ervan had moeten worden voorgelegd aan de verenigde commissies voor samenwerking, zodat het bestreden decreet om die enige reden artikel 5, tweede lid, van de wet van 21 juli 1971 schendt. 24 Overigens, door de voormelde uitvoeringsmaatregelen eenzijdig te wijzigen, is het bestreden decreet aangenomen met schending van artikel 5, eerste lid, tweede zin, van die wet van 1971, aangezien, in tegenstelling tot wat het opschrift ervan aangeeft, het bestreden decreet geen authentieke interpretatie van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 25 februari 1997 vormt, maar een wijziging de iure en de facto van de voormelde uitvoeringsmaatregelen, namelijk bevoegdheidverdelende regels op het vlak van de pedagogische inspectie. A.24. Volgens de Vlaamse Regering « bestaan » de door de verzoekers aangevoerde garanties niet, in die zin dat zij geen deel uitmaken van het positief recht. Hoewel zij niet betwist dat in 1970 een protocol is gesloten, kent de Vlaamse Regering de precieze inhoud ervan aldus niet, zodat een dergelijk protocol niet kan worden beschouwd als bindend voor derden, bij ontstentenis van de bekendmaking vereist in artikel 190 van de Grondwet, waarbij het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State die bekendmaking erkennen als een noodzakelijke voorwaarde voor het bindende karakter van de officiële teksten in een rechtsstaat. Een dergelijk akkoord gesloten tussen de leden van de nationale Regering, en dat niet bindend is voor derden, kan a fortiori niet worden beschouwd als een « garantie » in de zin van artikel 16bis die door andere overheden zou moeten worden nageleefd, zodat het geen beperking kan inhouden van de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap; elke andere interpretatie van artikel 16bis zou impliceren dat dat artikel in strijd is met artikel 190 van de Grondwet, a fortiori wanneer die bepaling wordt gelezen in samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Tijdens de debatten over de vorderingen tot schorsing heeft het Parlement van de Franse Gemeenschap overigens zelf de tekst van het protocol van 1 juni 1970 als stuk voorgelegd, waarbij het laat uitschijnen dat het hiermee zou hebben aangetoond dat de inhoud van dat protocol bekend was. A.25.1. Volgens de Vlaamse Regering bestaan de aangevoerde garanties niet (meer) op 1 januari 2002. In de veronderstelling dat artikel 5 van de wet van 21 juli 1971 en het protocol van 1970 zouden kunnen worden toegepast, moet worden beschouwd dat die garanties impliciet zijn opgeheven door de grondwetsherziening van 15 juli 1988, die artikel 59bis van de Grondwet heeft gewijzigd (toepassing van het beginsel lex posterior derogat legi inferiori) door het onderwijs bijna in zijn geheel over te dragen aan de gemeenschappen, waarbij slechts drie uitzonderingen onder de federale bevoegdheid blijven en de in het protocol van 1970 bedoelde onderwijsinspectie geen van die uitzonderingen uitmaakt. Dat protocol is dus onverzoenbaar met de communautarisering van het onderwijs, alsook met het federale systeem van het land : het zou immers absurd zijn te beschouwen dat dat protocol, dat verwijst naar een dienst die ressorteert onder de uitvoerende macht, verantwoordelijk voor het nationale tweetalige parlement dat indertijd op het betrokken grondgebied bevoegd was, zou kunnen worden uitgevoerd door de Franse Gemeenschap, die geen enkele verantwoording moet afleggen aan het Parlement dat voor het betrokken grondgebied bevoegd is, namelijk het Vlaams Parlement, dat het betrokken onderwijs niettemin erkent en subsidieert. Indien de betrokken gemeenschappen, na de « defederalisering » van het onderwijs, hadden gesteld dat de praktische voorwaarden van dat protocol verder moesten worden toegepast, dan hadden zij daarin moeten voorzien door middel van een samenwerkingsakkoord in de zin van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. A.25.2. De impliciete opheffing van het protocol van 1970 blijkt ook uit de onmogelijkheid om het toe te passen sinds de communautarisering van het onderwijs, zodat dat protocol zonder voorwerp is geworden. Immers, zowel artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, als artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, of het voormelde protocol, moeten, als uitzonderingen, strikt worden geïnterpreteerd. Echter, het protocol van 1970 strekt alleen ertoe te bepalen dat de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen van de randgemeenten wordt uitgevoerd « door inspecteurs van de Franse taalrol », hetgeen alleen betrekking heeft 25 op de bevoegde instantie, zonder ertoe te leiden dat de Vlaamse onderwijswetgeving opzij wordt gezet : sinds de communautarisering van het onderwijs zouden de inspecteurs van de Franse Gemeenschap dus alleen kunnen toezien op de naleving, door die scholen, van de Vlaamse onderwijswetgeving in haar geheel, wat niet alleen praktisch uitgesloten is, maar ook niet de bedoeling is van de verzoekende partijen. A.25.3. Anders erover oordelen, zou eveneens erop neerkomen de toepassing van de wetgeving van de Franse Gemeenschap op het Vlaamse grondgebied toe te staan, hetgeen onverzoenbaar zou zijn met het grondwettelijk beginsel van de exclusiviteit van de bevoegdheden. De tekst van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 gebruikt overigens de woorden « onverminderd de territoriale bevoegdheid van elke cultuurraad », hetgeen aantoont dat de « praktische uitvoeringsmaatregelen » geen afbreuk doen – en kunnen doen – aan de territoriale bevoegdheid van de gemeenschappen, die in alle gevallen primeert. Die woorden hebben tot gevolg dat de « praktische uitvoeringsmaatregelen » die niet te verzoenen zijn met de grondwetsherziening van 1988 moeten worden beschouwd als opgeheven, niet alleen impliciet, maar uitdrukkelijk, krachtens de tekst zelf van het voormelde artikel 5. A.26. De Vlaamse Regering is van mening dat de aangevoerde garanties sinds 1988 ongrondwettig zijn en niet kunnen worden toegepast. Immers, de interpretatie volgens welke artikel 16bis zou verwijzen naar artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 en naar het protocol van 1 juni 1970, zou betekenen dat artikel 16bis buiten toepassing moet worden gelaten wegens de ongrondwettigheid ervan doordat het de exclusiviteit van de bevoegdheden van de gemeenschappen inzake onderwijs schendt. Volgens de vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof voert artikel 127 van de Grondwet een exclusieve verdeling van de materiële en territoriale bevoegdheden in, die inhoudt dat één enkele gemeenschap kan optreden op een bepaald grondgebied. Uitzonderingen op die exclusiviteit van de bevoegdheden kunnen niet worden gemaakt bij protocol, bij wet, zelfs niet bij bijzondere wet, maar alleen door de Grondwetgever, waarbij de bijzondere wet de Grondwet moet naleven. A.27. Het feit dat artikel 16bis de door de verzoekende partijen aangevoerde garanties niet beoogt, vloeit ten slotte voort uit het gegeven dat dat artikel in grondwettige zin moet worden verstaan. Beschouwen dat die bepaling het protocol van 1970 beschermt, zou echter tot gevolg hebben dat die bepaling kennelijk ongrondwettig zou zijn, ofwel omdat zij artikel 190 van de Grondwet schendt, ofwel omdat zij indruist tegen het beginsel van de exclusiviteit van de bevoegdheden inzake onderwijs. Voor het overige dateren het protocol van 24 mei 1973 en het ministerieel besluit van 22 augustus 1977, waarnaar het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft verwezen tijdens de debatten over de vorderingen tot schorsing, van na 31 december 1970 en zijn zij bijgevolg – nog minder dan het protocol van 1 juli 1970 – niet beschermd door artikel 5 van de bijzondere wet van 1971 en artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. A.28. De verzoekers antwoorden dat het bestaan en de inhoud van het protocol van 1970 zijn bevestigd door de afdeling wetgeving van de Raad van State, door de Franstalige en Nederlandstalige rechtsleer en door het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, die het twee keer heeft aangevoerd voor het Grondwettelijk Hof. Overigens, de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft de grondwettigheid bevestigd van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, waarbij zij heeft herhaald dat die bepaling was genomen in het kader van een algemeen grondwettelijk compromis dat in 1970 tot stand is gekomen; tijdens de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet heeft het Vlaams Parlement zelf erkend dat de bij die bepaling beschermde uitvoeringsmaatregelen het protocol van 1970 beogen. Artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 vormt dus wel degelijk de wettelijke grondslag van de thans geldende onderwijsregeling in de Franstalige scholen van de rand, waarbij, enerzijds, de lesmethoden en –inhoud op basis van de eindtermen van de Franse Gemeenschap en, anderzijds, de Franstalige inspectie van die leerplannen in die scholen worden toegestaan. Die onderwijsregeling vormt, zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State en de rechtsleer hebben bevestigd, een uitdrukkelijk stelsel van « taalfaciliteiten » ten behoeve van de inwoners van de randgemeenten, dat als dusdanig moet worden beschermd. 26 A.29.1. De verzoekers antwoorden dat de grondwetsherziening van 1988 leidt tot een restrictieve interpretatie van de bevoegdheden van alleen de federale overheid, zonder dat de exclusieve bevoegdheid van de gemeenschappen in die zin is opgevat dat die, impliciet of uitdrukkelijk, een samenwerking of een medebeslissing tussen de gemeenschappen op het gebied van onderwijs beletten, a fortiori in de gemeenten met een bijzonder taalstatuut waarvan het statuut een specifieke behandeling kan verantwoorden. Overigens, de principiële exclusieve bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap wordt nageleefd, zelfs indien zij moet samenwerken met de Franse Gemeenschap. Ten slotte is het feit dat geen akkoord wordt bereikt, slechts het praktische gevolg van die bijzondere samenwerkingsregeling die de Grondwetgever van 1970 tot 1980 heeft gewild als een « grondwettelijk compromis », zonder dat dat praktische gevolg toelaat te besluiten dat de regeling om die reden ongrondwettig zou zijn. A.29.2. De verzoekers antwoorden overigens dat de stelling van de vermeende ongrondwettigheid van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 op geen enkele doctrinale of jurisprudentiële grondslag berust. Die stelling vindt overigens geen steun in de parlementaire voorbereiding van de grondwetsherziening van 1988, die bevestigt dat de Grondwetgever de Franstalige inspectie, de programma’s en de inhoud van de Franse Gemeenschap wilde behouden in de Franstalige scholen van de rand, waarbij artikel 127 van de Grondwet inhoudt dat alle bevoegdheden van de Franstalige minister van Nationale Opvoeding zijn overgedragen aan de Franse Gemeenschap, met inbegrip van de pedagogische inspectie in de voormelde scholen. Het grondwettelijk compromis van 1970 zou overigens alleen ter discussie kunnen worden gesteld indien de Grondwetgever daaraan duidelijk en uitdrukkelijk een einde heeft willen maken, hetgeen nooit het geval is geweest; de rechtsleer na 1988 heeft die interpretatie eveneens bevestigd. Ten slotte is de grondwettelijke rechtspraak waarnaar de Vlaamse Regering verwijst, te dezen niet omzetbaar. De regeling van de pedagogische inspectie in de Franstalige scholen van de rand tast de homogeniteit van het grondgebied van de Vlaamse Gemeenschap dus niet aan en is niet in strijd met de Grondwet, vermits zij slechts een specifieke toepassingsvoorwaarde voor die gemeenten vormt, die de Grondwetgever heeft gewild als een algemeen grondwettelijk compromis. A.30. De Vlaamse Regering repliceert dat de verzoekers niet betwisten dat het protocol van 1970 had moeten worden bekendgemaakt. De wijze waarop zij de inhoud van dat protocol afleiden, verandert niets aan het feit dat een rechtsregel pas bindend kan zijn wanneer die is bekendgemaakt, overeenkomstig artikel 190 van de Grondwet. Voor het overige beweert de Vlaamse Regering niet dat zij de draagwijdte van artikel 5 van de bijzondere wet van 1971 niet kent : zij is alleen van mening dat die bepaling ongrondwettig zou zijn indien zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat zij betekent dat een decreet geen afbreuk kan doen aan een protocol dat niet is bekendgemaakt. Een en ander verklaart dus dat zij die bepaling voor het Grondwettelijk Hof twee keer heeft aangevoerd in verband met cultuuraangelegenheden, en niet in verband met onderwijsaangelegenheden, waarbij die arresten in het onderhavige geval niet omzetbaar zijn, vermits het Hof zich in die arresten niet heeft uitgesproken over de grondwettigheid van artikel 5 van de bijzondere wet van 1971. A.31.1. Ten aanzien van de argumentatie van de verzoekers over de verdeling van de bevoegdheden inzake onderwijs, is de Vlaamse Regering het ermee eens dat een samenwerkingsakkoord ter zake mogelijk is, maar dat, zolang dat niet het geval is, de Vlaamse Gemeenschap als enige bevoegd is op het eentalige Nederlandstalige grondgebied waartoe de betrokken gemeenten behoren. De wet van 1971 in die zin interpreteren dat zij het voorafgaand akkoord van de Franse Gemeenschap vereist, leidt ertoe dat de Vlaamse Gemeenschap geen « voorwaarde » voor de uitoefening van haar exclusieve bevoegdheid wordt opgelegd, maar wordt belet die bevoegdheid uit te oefenen. De redenering van de verzoekers is daarenboven achterhaald, vermits die erop neerkomt te beschouwen dat de bijzondere wetgever, na de grondwetsherziening van 1988, de uitoefening van de aan de decreetgevers overgedragen bevoegdheden, bij een eerder aangenomen wet, in 1971, heeft aangepast. Indien het standpunt van de verzoekers wordt gevolgd volgens hetwelk een samenwerking tussen de twee gemeenschappen vereist is, zou moeten worden beschouwd dat, sinds 1971, elke wijziging van de onderwijswetgeving van de Franse Gemeenschap – in de veronderstelling dat die toepasbaar is in die scholen, quod non – alleen in de Franstalige scholen van de randgemeenten van toepassing zou kunnen zijn indien de Vlaamse Gemeenschap daarmee instemt, hetgeen nooit het geval is geweest. Dat standpunt is absoluut ondenkbaar en stemt overigens niet overeen met wat de verzoekers willen. 27 A.31.2. Die analyse zou alleen kunnen worden gevolgd indien de Grondwetgever van 1988 duidelijk had verklaard dat de situatie na de opsplitsing van het ministerie van Nationale Opvoeding in de toekomst een afwijking zou vormen op het beginsel van de exclusiviteit van de bevoegdheden, hetgeen niet het geval is; integendeel, men heeft ervoor gekozen de bevoegdheden inzake onderwijs maximaal over te dragen aan de gemeenschappen. De enige uitzondering op die exclusiviteit van de bevoegdheden situeert zich in de verplichting om een onderwijs in het Frans in te richten, overeenkomstig artikel 7, § 3, B, van de wet van 2 augustus 1963, uitzondering die uitdrukkelijk wordt toegestaan bij artikel 129, § 2, van de Grondwet. A.32. De Vlaamse Regering preciseert dat haar ondergeschikte argumentatie met betrekking tot de ongrondwettigheid van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 en artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 geen betrekking heeft op die bepalingen als dusdanig, maar alleen indien die worden samengelezen met het protocol van 1970, in de interpretatie van de verzoekers. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft overigens, in haar advies over het bestreden decreet, niet besloten tot de grondwettigheid van de bijzondere wet van 21 juli 1971, maar geoordeeld dat die vraag ressorteerde onder de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof. Ten aanzien van de grondwettelijke rechtspraak waarnaar de Vlaamse Regering verwijst, die de verzoekers te dezen niet toepasbaar achten, repliceert de Vlaamse Regering dat het bestreden decreet alleen op haar eigen grondgebied toepasbaar is en niet op het grondgebied van een andere gemeenschap. Bovendien, hoewel er geen decreet van de Franse Gemeenschap is waarbij eenzijdig wordt opgetreden op het grondgebied van een andere gemeenschap, stelt de Vlaamse Regering vast dat de verzoekers precies pleiten voor een dergelijke eenzijdige toepassing, vermits zij ter ondersteuning van hun belang van mening zijn dat zij recht hebben op een door de Franse Gemeenschap op het Vlaamse grondgebied ingericht onderwijs. Een dergelijk extraterritoriaal optreden zou, indien een bijzondere wet daarin voorzag, het Hof ertoe moeten brengen die wet af te wijzen. -B- Ten aanzien van het bestreden decreet B.1. De beroepen tot vernietiging zijn gericht tegen het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 « houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 » (hierna : het bestreden decreet), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2009, dat bepaalt : « Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2. De artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden in deze zin uitgelegd dat ze gelden voor alle erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de Franstalige scholen en afdelingen, en voor de erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het tweetalige, gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. 28 De bepaling van het eerste lid impliceert dat deze scholen of afdelingen ervan : 1° de door het Vlaams Parlement vastgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen implementeren, tenzij het Vlaams Parlement een gevraagde afwijking heeft bekrachtigd; 2° de controle aanvaarden en mogelijk maken door de onderwijsinspectie georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap krachtens het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten of door de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs; 3° een leerplan toepassen dat door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd; 4° een beleidscontract of beleidsplan hebben met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding, gefinancierd of gesubsidieerd krachtens het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding. Art. 3. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 1 september 2009 ». B.2.1. De artikelen 44 en 44bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 (hierna : het decreet van 25 februari 1997) zijn de twee bepalingen onder afdeling 2, getiteld « Eindtermen en ontwikkelingsdoelen », van hoofdstuk V « Opdracht van het basisonderwijs ». Artikel 44 van het decreet van 25 februari 1997 bepaalt : « § 1. De ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, eindtermen voor het gewoon lager onderwijs en ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse regering legt het besluit ten laatste één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De eindtermen en ontwikkelingsdoelen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft. 29 § 2. De regering houdt hierbij rekening met wat volgt : 1° Ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven. 2° Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld : een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bestemd voor die leerlingenpopulatie. Eindtermen kunnen leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend zijn. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden bij de leerlingen te bereiken. Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. De leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot attitudes dienen door elke school bij de leerlingen te worden nagestreefd. Leergebiedoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot één leergebied, maar onder meer door middel van meer leergebieden of onderwijsprojecten worden nagestreefd. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedoverschrijdende eindtermen bij de leerlingen na te streven. De school toont aan dat ze met een eigen planning aan de leergebiedoverschrijdende eindtermen werkt. 3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van de leerlingenpopulatie. In samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding en zo mogelijk in overleg met de ouders en eventueel andere betrokkenen, kiest de klassenraad de ontwikkelingsdoelen die aan individuele leerlingen of groepen worden aangeboden en uitdrukkelijk nagestreefd. De ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs kunnen worden vastgelegd per type. 4° Voor het onderwijs in een erkende godsdienst, een op die godsdienst berustende zedenleer, in de niet-confessionele zedenleer, de eigen cultuur en religie en de cultuurbeschouwing worden geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen bepaald ». Artikel 44bis van het decreet van 25 februari 1997, ingevoerd bij artikel II.6 van het decreet van 22 juni 2007 « betreffende het onderwijs XVII », bepaalt : « § 1. Een schoolbestuur kan oordelen dat de conform artikel 44 vastgelegde ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen en/of ermee onverzoenbaar zijn. In dat geval dient het schoolbestuur bij de regering een afwijkingsaanvraag in. 30 Deze aanvraag is slechts ontvankelijk indien precies wordt aangegeven waarom de ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen voor zijn eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten en/of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen voor. § 2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist in voorkomend geval of de vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die welke conform artikel 44 werden vastgelegd en toelaten gelijkwaardige studiebewijzen en diploma's af te leveren. De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria : 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; 2° de vereiste inhoud :
  3. a)het onderwijsaanbod in de ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskundige initiatie;
  4. b)het onderwijsaanbod in de eindtermen voor het lager onderwijs omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskunde, leren leren, informatie en communicatietechnologie en sociale ontwikkeling of sociale vaardigheden, het onderwijsaanbod omvat ook inhouden voor het leergebied Frans indien dit in toepassing van artikel 10 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken verplicht is gesteld;
  5. c)het onderwijsaanbod in de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van het type 2 zoals bepaald in artikel 10 omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskunde, leren leren, informatie en communicatietechnologie en sociale ontwikkeling of sociale vaardigheden. Deze inhouden moeten enkel in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor conform artikel 44 ontwikkelingsdoelen en eindtermen werden vastgelegd; 3° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes; 4° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn geformuleerd in termen wat van leerlingen verwacht kan worden; 5° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn zo geformuleerd dat, afhankelijk van het statuut van de eindtermen, nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen deze verwerven of de scholen deze nastreven bij de leerlingen; 31 6° aangegeven wordt welke eindtermen leergebiedgebonden, leergebiedoverschrijdend of attitudinaal zijn. Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid, wint de regering het gemotiveerd advies in van de onderwijsinspectie en van een commissie ad hoc. Voor de samenstelling van deze laatste commissie stelt de regering een lijst op van onafhankelijke deskundigen, na overleg met een gemengde commissie met vertegenwoordigers van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hogescholenraad. Deze lijst geldt voor een periode van vier jaar. Uit voornoemde lijst kiezen de aanvrager en de regering elk één deskundige. Beide deskundigen wijzen binnen acht dagen in gemeen overleg een derde deskundige aan, die tevens voorzitter van de commissie is. Als er geen consensus bereikt wordt, wijst de regering uit de voornoemde lijst de derde deskundige aan. De regering bepaalt de verdere regels van deze procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt. § 3. Het schoolbestuur dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de vervangende ontwikkelingsdoelen/eindtermen zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. De regering legt dit besluit binnen de zes maand ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben. § 4. In afwijking van wat bepaald is in § 3, kan het schoolbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, indien deze publicatie gebeurt na 1 september van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is het schoolbestuur gebonden door de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vanaf 1 september volgend op de bekrachtiging van de goedkeuring van de afwijkingsaanvraag ». B.2.2. Artikel 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet van 25 februari 1997, zoals gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 13 juli 2001 en 14 februari 2003, bepaalt : « § 1. Een school kan erkend worden indien zij : […] 7° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt; […] 32 9° in het gewoon basisonderwijs bovendien een leerplan toepast dat door de regering werd goedgekeurd en voor het buitengewoon basisonderwijs de bepalingen naleeft inzake handelingsplannen; 10° een beleidscontract of beleidsplan heeft met een centrum voor leerlingenbegeleiding; ». B.2.3. Het bestreden decreet heeft dus tot doel de draagwijdte toe te lichten van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet van 25 februari 1997, door te preciseren dat die bepalingen van toepassing zijn op « alle erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de Franstalige scholen en afdelingen ». Het doel van dat decreet bestaat erin « juridische duidelijkheid [te] creëren » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/6, p. 6) over de situatie van de Franstalige scholen in de randgemeenten, gevestigd in het Nederlandse taalgebied. Volgens de auteurs van het voorstel dat het bestreden decreet is geworden, respecteert de huidige situatie van de acht Franstalige scholen in de Vlaamse randgemeenten « het absolute territorialiteitsbeginsel inzake de onderwijsregeling vervat in artikel 127, § 2, van de Grondwet, niet volledig » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/1, p. 9), ermee rekening houdend dat het, « ondanks hun taalregime, […] Vlaamse scholen [zijn], onderworpen aan de Vlaamse onderwijsregelgeving » (ibid., p. 12). B.3.1. Artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, niet gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1966, bepaalt, in verband met de zes « randgemeenten » bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint- Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem) : 33 « § 3. Inzake onderwijs in de zes gemeenten : A. De onderwijstaal is het Nederlands. […] B. Het kleuteronderwijs en het lager onderwijs mag worden verstrekt in het Frans indien deze taal de moedertaal of de gebruikelijke taal van het kind is en indien het gezinshoofd verblijf houdt in een van deze gemeenten. Dit onderwijs mag slechts worden georganiseerd op verzoek van zestien gezinshoofden die in de gemeente verblijf houden. De gemeente, die vorenvermeld verzoek ontvangt, is ertoe gehouden dit onderwijs te organiseren. […] ». B.3.2. Op het grondgebied van de zes randgemeenten bestaan thans acht Franstalige basisscholen, waarvan zes door de gemeenten zijn ingericht met toepassing van de voormelde bepaling, en twee vallen onder het vrij gesubsidieerd onderwijs. B.3.3. Het bestreden decreet heeft tot gevolg dat, enerzijds, de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van de Vlaamse Gemeenschap - of, bij ontstentenis daarvan, de beginselen inzake gelijkwaardigheid - (artikelen 44 en 44bis van het decreet van 25 februari 1997) en, anderzijds, drie voorwaarden om een erkenning te verkrijgen, namelijk de leerplannen van de Vlaamse Gemeenschap toepassen (artikel 62, § 1, 9°), de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maken (artikel 62, § 1, 7°) en een beleidscontract of een beleidsplan met een centrum voor leerlingenbegeleiding sluiten (artikel 62, § 1, 10°), van toepassing zijn in de Franstalige scholen en de afdelingen ervan van de zes randgemeenten gesitueerd in het Nederlandse taalgebied die een bijzondere taalregeling genieten tot bescherming van de Franstaligen. De decreetgever leidt uit die territoriale toepassing vier gevolgen af ten aanzien van de doelen, de leerplannen, de pedagogische inspectie en het sluiten van een beleidscontract of beleidsplan met een centrum voor leerlingenbegeleiding. 34 Die gevolgen van de interpretatie van het decreet van 25 februari 1997, door het bestreden decreet, zijn overigens uitdrukkelijk vermeld in artikel 2, tweede lid, 1° tot 4°, van het bestreden decreet. B.3.4. In de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet wordt evenwel onderstreept dat het doel van het decreet in wezen betrekking heeft op de pedagogische inspectie : « De essentie is dat de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten voortaan aan de Vlaamse onderwijsinspectie kunnen worden onderworpen » (Hand., Vlaams Parlement, 2009- 2010, 21 oktober 2009, nr. 5, p. 10). Ten aanzien van de tussenkomst van het Parlement van de Franse Gemeenschap B.4.1. De Vlaamse Regering betwist de ontvankelijkheid van de tussenkomst in het kader van de onderhavige beroepen omdat de « nota met opmerkingen » die door het Parlement van de Franse Gemeenschap is ingediend, volgens haar enkel betrekking had op de vorderingen tot schorsing die in dezelfde zaken zijn ingesteld. B.4.2. Aangezien de genoemde « nota met opmerkingen » niet alleen verzoekt om het bestreden decreet te schorsen, maar eveneens om de beroepen tot vernietiging in te willigen, moet zij worden beschouwd als een memorie in de zin van artikel 85 van de bijzondere wet van 6 januari 1989. B.4.3. De exceptie wordt verworpen. Ten aanzien van het belang B.5.1. Het beroep tot vernietiging in de zaak nr. 4877 is ingesteld door 633 ouders van kinderen die onderwijs volgen in de Franstalige scholen in de randgemeenten; zij zijn allen gedomicilieerd in één van die gemeenten. 35 Zij verantwoorden hun belang om in rechte te treden door het feit dat het bestreden decreet gevolgen zal hebben voor de structuur van het onderwijs dat zij vrij hebben gekozen voor hun kinderen en dat is opgevat als een regeling tot bescherming van de minderheden. B.5.2. De verzoekers in de zaak nr. 4879 zijn 53 leerkrachten die lesg

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.