id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 22 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.161 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.20181122.8 Arrest- Rolnummer: 161/2018 Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2018-12-18 Raadplegingen: 254 - laatst gezien 2026-06-28 22:58 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door privé-personen - Loterij, spelen en weddenschappen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroepen tot vernietiging van artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018, ingesteld door de nv « Blankenberge Casino-Kursaal » en anderen, door de nv « Casino de Spa » en anderen en door de beroepsvereniging « Belgian Gaming Association ». Openbare financiën - Fonds van de Kansspelcommissie - Onttrekking van beschikbare middelen en toewijzing aan de algemene middelen van de Schatkist - Beroepen zonder voorwerp ingevolge het arrest nr. 42/
- Tekst van de beslissing Rolnummers 6958, 6972 en 6974 Arrest nr. 161/2018 van 22 november 2018 In zake : de beroepen tot vernietiging van artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018, ingesteld door de nv « Blankenberge Casino-Kursaal » en anderen, door de nv « Casino de Spa » en anderen en door de beroepsvereniging « Belgian Gaming Association ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, P. Nihoul en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging De zaak met rolnummer 6958 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 22 juni 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 25 juni 2018, hebben de nv « Blankenberge Casino-Kursaal », de nv « Casino Kursaal Oostende », de nv « Casinos Austria International Belgium » en de nv « Grand Casino de Dinant », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. T. Soete, advocaat bij de balie te Brugge, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2017). Op 3 juli 2018 hebben de rechters-verslaggevers E. Derycke en F. Daoût, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Vanpraet, advocaat bij de balie te Brugge, heeft een memorie met verantwoording ingediend. De zaak met rolnummer 6972 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 juni 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 juli 2018, hebben de nv « Casino de Spa », de nv « Circus Belgium » en de nv « Gambling Management », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Picat en Mr. C. Hoogstoel, advocaten bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 2.12.8 van dezelfde wet. Op 18 juli 2018 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en J. Moerman, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Vanpraet, heeft een memorie met verantwoording ingediend. De zaak met rolnummer 6974 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 27 juni 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 juli 2018, heeft de beroepsvereniging « Belgian Gaming Association », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. R. Depla, advocaat bij de balie te Brugge, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 2.12.8 van dezelfde wet. Op 18 juli 2018 hebben de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989, 3 het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Vanpraet, heeft een memorie met verantwoording ingediend. De drie zaken Bij beschikking van 19 juli 2018 heeft het Hof de drie zaken samengevoegd. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
- De verzoekende partijen in de samengevoegde zaken nrs. 6958, 6972 en 6974 voeren de schending aan, door de bestreden bepaling, van de artikelen 10, 11, 143, § 1, 170, 172, 174 en 177 van de Grondwet, van de artikelen 3, 4, 5, 11 en 50 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten en van de artikelen 60 en 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de compatibiliteit van de federale Staat. De verzoekende partijen zijn van oordeel dat de bijdragen die de vergunninghouders verschuldigd zijn ter financiering van de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie, en waarvan een gedeelte bij de bestreden bepaling wordt overgeheveld naar de algemene middelenbegroting, geen retributie uitmaken doch wel een belasting. De overgehevelde bijdragen zouden meer in het bijzonder een belasting op spelen en weddenschappen betreffen, die thans onder de exclusieve bevoegdheid van de gewesten valt. De verzoekende partijen verwijzen ter zake naar het arrest nr. 42/2018 van 29 maart 2018, waarbij het Hof de betrokken heffing als een belasting heeft gekwalificeerd en een nagenoeg identieke bepaling heeft vernietigd. Om dezelfde redenen als vermeld in dat arrest zou de federale wetgever, optredend bij gewone meerderheid, niet bevoegd zijn om de bestemming van die bijdragen te wijzigen. Voorts zou de bestreden bepaling afbreuk doen aan de beginselen van de universaliteit van de begroting en van de niet-toewijzing van ontvangsten, alsmede aan het grondwettelijk gewaarborgd fiscaal wettigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. A.
- Bij hun conclusies genomen met toepassing van artikel 72 van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 hebben de rechters-verslaggevers in de samengevoegde zaken laten weten dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof voor te stellen de procedure af te doen met een arrest, op voorafgaande rechtspleging gewezen, waarbij het beroep gegrond wordt verklaard en artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 bijgevolg wordt vernietigd, om dezelfde redenen als die vervat in het arrest nr. 42/2018, waarbij een soortgelijke bepaling voor het begrotingsjaar 2016 werd vernietigd. A.
- De Ministerraad merkt in zijn memories met verantwoording op dat de bestreden bepaling bij artikel 2.12.2 van de wet van 11 juli 2018 houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 is ingetrokken. Hij is van oordeel dat de beroepen dienvolgens zonder voorwerp zijn geworden. 4 -B- B.
- Bij het bestreden artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 wordt een gedeelte van de beschikbare middelen van het fonds van de Kansspelcommissie gedesaffecteerd en toegewezen aan de algemene middelen van de Schatkist. Die bepaling luidt : « In afwijking van artikel 62, § 2, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, worden de beschikbare middelen van het Fonds van de Kansspelcommissie (programma 12-62-5), tot beloop van een bedrag van 4 130 KEUR, van bestemming veranderd en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd ». B.
- Bij artikel 2.12.2 van de wet van 11 juli 2018 houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2018 en krachtens artikel 7.01.1 van die wet op diezelfde datum in werking getreden, wordt die bepaling ingetrokken. In de parlementaire voorbereiding wordt verduidelijkt dat die intrekking ertoe strekt « gevolg [te] geven aan het arrest nr. 42/2018 van 29 maart 2018 van het Grondwettelijk Hof waarbij artikel 2.12.3 van de wet van 12 juli 2016 houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 werd vernietigd » (Parl. St., Kamer, 2017-2018, DOC 54-3037/001, p. 65). Die bepaling strekte ertoe, op soortgelijke wijze als de thans bestreden bepaling, voor het begrotingsjaar 2016 15 618 000 euro van de beschikbare middelen van het fonds van de Kansspelcommissie te desaffecteren en toe te wijzen aan de algemene middelen van de Schatkist. Bij zijn arrest nr. 42/2018 heeft het Hof die bepaling vernietigd wegens schending van de bevoegdheidverdelende regels. B.
- De intrekking van de bestreden bepaling heeft tot gevolg dat die bepaling moet worden geacht nooit te hebben bestaan. De beroepen zijn bijgevolg zonder voorwerp geworden. 5 Om die redenen, het Hof verwerpt de beroepen. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 22 november
- De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux A. Alen PDF document ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div