← België

ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.169

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 29 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.169 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.20181129.9 Arrest- Rolnummer: 169/2018 Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-05-21 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-29 10:56 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - INTERCOMMUNALES - Waals Gewest PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vordering tot schorsing (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Vordering tot schorsing van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen, ingesteld door de private stichting « Fondation populaire ». Bestuursrecht - Intercommunales - Waals Gewest - Samenstelling van de raad van bestuur van een intercommunale - Zetel als waarnemer. Tekst van de beslissing Rolnummer 6997 Arrest nr. 169/2018 van 29 november 2018 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen, ingesteld door de private stichting « Fondation populaire ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 augustus 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 augustus 2018, heeft de private stichting « Fondation populaire » een vordering tot schorsing ingesteld van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2018). Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van dezelfde decreetsbepalingen. Bij beschikking van 25 september 2018 heeft het Hof de terechtzitting voor de debatten over de vordering tot schorsing bepaald op 17 oktober 2018, na de in artikel 76, § 4, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde overheden te hebben uitgenodigd hun eventuele schriftelijke opmerkingen, in de vorm van een memorie, uiterlijk op 12 oktober 2018 in te dienen en een afschrift ervan binnen dezelfde termijn aan de verzoekende partij over te zenden. De Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. D. Renders en Mr. E. Gonthier, advocaten bij de balie te Brussel, heeft schriftelijke opmerkingen ingediend. Op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2018 : - zijn verschenen : . Mischaël Modrikamen en Bruno Berrendorf, voor de verzoekende partij; - Mr. D. Renders en Mr. E. Gonthier, voor de Waalse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en J. Moerman verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde partijen gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 3 II. In rechte -A- Ten aanzien van het bewijs van de beslissing om de vordering tot schorsing en het beroep tot vernietiging in te stellen en ten aanzien van de vertegenwoordiging van de verzoekende partij A.1. De private stichting « Fondation Populaire », vertegenwoordigd door haar voorzitter, stelt zich voor als de « juridische structuur van de ‘ Parti Populaire ’ ». A.2. De Waalse Regering voert aan dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is, niet alleen omdat de verzoekende stichting geen kopie van de bekendmaking van haar statuten, noch het bewijs van de beslissing om dat beroep in te stellen, heeft overgelegd, maar ook omdat, volgens de statuten van die stichting, alleen de secretaris-generaal van die rechtspersoon geschikt zou zijn om de verzoekende partij te vertegenwoordigen en het aan het Hof gerichte verzoekschrift te ondertekenen. A.3. Naar aanleiding van de beschikking van 25 september 2018 heeft de verzoekende stichting ter griffie van het Hof een kopie van de bekendmaking van haar statuten, alsook een uittreksel van de notulen van haar « Bureau politique » opgemaakt op 14 mei 2018, overgelegd. Ten aanzien van het belang van de verzoekende stichting om de vernietiging en de schorsing van de bestreden bepalingen te vorderen A.4. De « Fondation Populaire » zet uiteen dat, als gevolg van de gewestverkiezingen van 25 mei 2014, die de « Parti Populaire » een verkozene in het Waals Parlement hebben opgeleverd, die partij, met toepassing van artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, een « bijkomende zetel » in de zin van die wetsbepaling heeft verkregen in de raad van bestuur van verschillende intercommunales die gemeenten van de provincie Henegouwen en van de provincie Luik verenigen. De « Fondation Populaire » onderstreept dat de wijziging die artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 « tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen » aanbrengt in artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie tot gevolg heeft de « bijkomende zetel » van bestuurder die stemgerechtigd is, te veranderen in een « zetel van waarnemer » waarbij de houder ervan niet meer mag deelnemen aan de debatten van de raad van bestuur van de intercommunale. De verzoekende partij merkt ook op dat, luidens de parlementaire voorbereiding van dat decreet, een dergelijke waarnemer niet zal worden bezoldigd. A.5. De Waalse Regering betwist het belang van de « Fondation Populaire » om de vernietiging en de schorsing van de bestreden bepalingen te vorderen. In dat verband merkt zij op dat het aan het Hof gerichte verzoekschrift niet aangeeft in welke zin die bepalingen het statutaire doel dat ten grondslag ligt aan de oprichting van de verzoekende stichting, rechtstreeks en ongunstig zouden kunnen raken. Zij merkt op dat, in elk geval, dat doel niet zou kunnen worden geraakt door de eventuele gevolgen van artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 voor de situatie van de twee natuurlijke personen die de « Parti Populaire » heeft aangewezen om zitting te hebben in de raad van bestuur van beide intercommunales. De Waalse Regering merkt ook op dat in het aan het Hof gerichte verzoekschrift zelfs niet wordt uiteengezet in welke zin de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47 van het decreet van 29 maart 2018 het doel van de verzoekende stichting zouden aantasten. 4 -B- Ten aanzien van de bestreden bepalingen B.1. Artikel 47 van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 « tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen » vervangt artikel L5111-1 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door de volgende tekst : « Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : […] 16° waarnemer : persoon aangewezen om met raadgevende stem te zetelen, die over dezelfde rechten en verplichtingen beschikt als de bestuurders, met inbegrip van de deontologische en ethische regels, binnen een beheersorgaan van een instelling die aan dit Wetboek wordt onderworpen; […] ». B.2.1. Als gevolg van die wijzigingen aangehaald bij artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 15 februari 2007 « tot wijziging van artikel L1231-5 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie » en bij artikel 28 van het decreet van 26 april 2012 « houdende wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie », bepaalde artikel L1231-5, § 2, derde tot negende lid, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : « De gemeenteraad wijst de leden van de raad van bestuur van het autonome gemeentebedrijf aan. De raad van bestuur bestaat uit maximum de helft van het aantal gemeenteraadsleden, zonder dat dat aantal achttien te boven mag gaan. De meerderheid van de raad van bestuur bestaat uit gemeenteraadsleden. De bestuurders worden aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Strafwetboek. Elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. In dit geval, zal de meerderheid in haar geheel een aantal zetels krijgen gelijk aan het aantal overblijvende zetels toegekend aan de politieke fracties die niet deel uitmaken van het 5 meerderheidspact. In dit geval is het maximumaantal bestuurders zoals bepaald in het vorige lid [lees : derde lid] niet van toepassing. Bij de berekening van die evenredigheid wordt geen rekening gehouden met genoemde politieke fractie(

  1. s)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide, noch met degenen die bestuurder van een vereniging waren op het ogenblik van de feiten naar aanleiding waarvan ze veroordeeld werd wegens één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. De beheerders die de gemeente vertegenwoordigen, zijn niet van hetzelfde geslacht. De raad van bestuur kiest een voorzitter uit zijn leden. Bij staking van stemmen in de raad van bestuur, is de voorzittersstem doorslaggevend ». B.2.2. Artikel 11, 5°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het vijfde lid van artikel L1231-5, § 2, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « Elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is volgens de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in vorig lid heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem. Onder ‘ democratische politieke fractie ’ dienen de politieke formaties te worden verstaan die de beginselen van de democratie in acht nemen, zoals, onder anderen, verwoord door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de protocollen bij het Verdrag, geldend in België, door de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of welke andere genocide ook, alsmede de rechten en vrijheden gewaarborgd door de Grondwet ». B.3.1. Als gevolg van de vervanging ervan bij het enige artikel van het decreet van het Waalse Gewest van 19 juli 2006 « tot wijziging van het Boek V van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van Boek I van het derde deel van hetzelfde Wetboek » en de wijziging ervan bij artikel 37 van het decreet van 26 april 2012, bepaalde artikel L1522-4, § 1, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : 6 « De projectvereniging beschikt uitsluitend over een bestuurscomité waarvan de vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, de aangesloten provincies worden aangewezen naar evenredigheid van het geheel van de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, van het geheel van de provincieraden van de aangesloten provincies, overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. Bij de berekening van die evenredigheid wordt rekening gehouden met de facultatieve individuele verklaringen van lijstverbinding of hergroepering. Bij de berekening van die evenredigheid wordt geen rekening gehouden met genoemde politieke groep(
  2. en)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide, noch met degenen die bestuurder van een vereniging waren op het ogenblik van de feiten naar aanleiding waarvan ze veroordeeld werd wegens één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. Elke democratische politieke fractie die binnen een van de verenigde gemeenten over minstens één verkozene beschikt en van minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. Met deze bijkomende zetel is het aldus aangewezen lid van het beheerscomité, in ieder geval, stemgerechtigd. In dit geval, is de beperking van het maximum aantal bestuurders bedoeld in deze paragraaf niet van toepassing. Tot de aan de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, de aangesloten provincies voorbehouden functies van lid van het bestuurscomité kunnen evenwel alleen de leden van de gemeenteraden of -colleges, en in voorkomend geval, van de provincieraden of -colleges worden benoemd. Deze paragraaf is mutatis mutandis van toepassing op de leden van het bestuurscomité die de aangesloten O.C.M.W.’s vertegenwoordigen ». B.3.2. Artikel 15, 1°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het derde lid van artikel L1522-4, § 1, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». 7 B.4.1. Artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie regelt de aanwijzing van de leden van de raad van bestuur van de intercommunales. Als gevolg van de vervanging ervan bij het enige artikel van het decreet van 19 juli 2006 en van de wijzigingen ervan aangebracht bij artikel 17 van het decreet van het Waalse Gewest van 9 maart 2007 « tot wijziging van Boek V van het eerste deel en van Boek I van het derde deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie » en bij artikel 43, 2° tot 4°, van het decreet van 26 april 2012, bepaalde artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie, voor de gemeenten van het Franse taalgebied : « Onverminderd paragraaf 4 van dit artikel, worden de bestuurders die de aangesloten gemeenten vertegenwoordigen respectievelijk naar evenredigheid van het geheel van de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten aangewezen overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. Voor de berekening van die evenredigheid wordt rekening gehouden met de eventuele statutaire criteria, alsook met de facultatieve individuele verklaringen van lijstverbinding of hergroepering, voor zover deze aan de intercommunale worden overgemaakt vóór 1 maart van het jaar na dat van de provinciale en gemeenteverkiezingen Bij de berekening van die evenredigheid wordt daarentegen geen rekening gehouden met de politieke groep(
  3. en)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide en zij die bestuurder waren van een vereniging op de datum van de feiten naar aanleiding waarvan zij is veroordeeld voor één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. Tot de aan de gemeenten voorbehouden functies van bestuurder mogen alleen leden van de gemeente- of collegeraden benoemd worden. Deze paragraaf is mutatis mutandis van toepassing op de bestuurders die de aangesloten O.C.M.W.’s vertegenwoordigen. Elke democratische politieke fractie die binnen een van de verenigde gemeenten over minstens één verkozene beschikt en van minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. Met deze bijkomende 8 zetel is de aldus aangewezen bestuurder, in ieder geval, stemgerechtigd. In dit geval, is de beperking van het maximum aantal bestuurders bedoeld in § 5 niet van toepassing. De bestuurders die elke provincie vertegenwoordigen worden aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Strafwetboek, volgens de volgende verdeelsleutel : voor de helft, het aantal zetels waarover elke lijst van kandidaten vertegenwoordigd binnen de provincieraad beschikt, en voor de andere helft, het aantal bekomen stemmen bij de provincieraadsverkiezingen. De Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van het zevende lid. Het tweede, derde en vierde lid van deze paragraaf zijn mutatis mutandis van toepassing op de aanwijzing van de bestuurders van de aangesloten provincies ». B.4.2. Artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het zesde lid van artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». B.5.1. Als gevolg van de vervanging ervan bij artikel 58 van het decreet van 26 april 2012 bepaalde artikel L2223-14, §§ 1, 2 en 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : « § 1. De provincieraad benoemt de vertegenwoordigers van de provincie in de VZW’s waarvan één of meerdere provincies lid zijn. Hij kan die mandaten intrekken. Hij draagt eveneens de kandidaten voor de mandaten voor die overeenkomstig de statuten aan de provincie voorbehouden zijn in de andere beheers- en controleorganen. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen behoren tot de beide geslachten. Ze mogen in aantal één vijfde van de provincieraadsleden niet overschrijden. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen, worden naar evenredigheid van de provincieraad aangewezen overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen, worden, indien de VZW slechts één provincie telt, aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek en, indien de VZW meer dan één provincie telt, naar evenredigheid van de gezamenlijke provincieraden van de verenigde provincies 9 overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek zonder inachtneming van de fractie(
  4. s)die de beginselen van de democratie niet in acht neemt (nemen), zoals, onder anderen, verwoord door Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van [30 juli 1981] tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van [23 maart 1995] tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of welke andere genocide ook. § 2. Indien de statuten de meerderheid van de mandaten in de beheers- en controleorganen aan de provincie toewijst, heeft elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in § 1 recht op één zetel. In dat geval krijgt de meerderheid in haar geheel een aantal zetels dat gelijk is aan het aantal zetels in overtal toegewezen aan de politieke fracties die geen deel uitmaken van het meerderheidspact. § 3. Indien meerdere provincies lid zijn van een VZW en de provincies over de meerderheid der stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie die over minstens één verkozene beschikt in één van de verenigde provincies en over minstens één verkozene in het Waals Parlement en die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in § 1 recht op één zetel in overtal. Die bijkomende zetel maakt de aldus aangewezen bestuurder hoe dan ook stemgerechtigd ». B.5.2. Artikel 43, 1°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt de tweede en de derde paragraaf van artikel L2223-14 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « § 2. Indien de statuten de meerderheid van de mandaten in de beheers- en controleorganen aan de provincie toewijst, heeft elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1, recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem. § 3. Indien meerdere provincies lid zijn van een vzw en de provincies over de meerderheid der stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie, bepaald overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die over minstens één verkozene beschikt in één van de verenigde provincies en over minstens één verkozene in het Waals Parlement en die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1 recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». 10 Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing B.6. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging dient de ontvankelijkheid van dat laatste reeds bij het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden nagegaan. Wat betreft het bewijs van de beslissing om het beroep in te stellen en de vertegenwoordiging van de verzoekende stichting B.7.1. Artikel 7, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, dat onder meer tot doel heeft het Hof en de partijen toe te laten na te gaan of het beroep tot vernietiging regelmatig is ingesteld, bepaalt dat, wanneer een beroep tot vernietiging wordt ingesteld door een rechtspersoon, die laatste « op het eerste verzoek » het bewijs voorlegt van de beslissing om het beroep in te stellen, alsook een kopie van de bekendmaking van zijn statuten wanneer die moeten worden bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. B.7.2. Het staat in principe aan de raad van bestuur van een stichting om die te vertegenwoordigen « in […] rechte als eiser » (artikel 34, § 4, van de wet van 27 juni 1921 « betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen », zoals vervangen bij artikel 40 van de wet van 2 mei 2002 « betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen »). Luidens artikel 14.2 van de statuten van de verzoekende stichting, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 oktober 2017, en door haar overgelegd, worden de rechtsvorderingen […] als verzoeker […] ingesteld namens de « Fondation » door de raad van bestuur vertegenwoordigd door de voorzitter, een ondervoorzitter of de secretaris-generaal. B.7.3. Het verzoekschrift dat de vordering tot schorsing en het beroep tot vernietiging inhoudt, is ondertekend door Mischaël Modrikamen, in de hoedanigheid van voorzitter van de verzoekende stichting. 11 Die laatste heeft, op verzoek van het Hof, een document overgelegd dat is bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 26 oktober 2017, waaruit blijkt dat, op 3 oktober 2017, de raad van bestuur van de « Fondation Populaire », onder meer uitspraak doende over de hernieuwing van het mandaat van voorzitter, de « benoeming voor een duur van vier jaar […] van Mischaël Modrikamen […] als voorzitter van de ‘ Parti Populaire ’ heeft vastgesteld ». De verzoekende stichting heeft eveneens het uittreksel van de notulen van de vergadering van de raad van bestuur van de « Fondation Populaire » (in de statuten ervan « Bureau politique » genoemd) van 14 mei 2018 overgelegd, waaruit blijkt dat dat orgaan heeft beslist een beroep tot vernietiging en een vordering tot schorsing van artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 in te stellen. B.7.4. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat de indiening van het beroep tot vernietiging en van de vordering tot schorsing voortvloeit uit een beslissing van het bevoegde orgaan van de verzoekende stichting en dat die overeenkomstig haar statuten voor het Hof wordt vertegenwoordigd. Wat betreft het onderwerp van het beroep en van de vordering B.8.1. Het Hof bepaalt het onderwerp van het beroep tot vernietiging - en dus van de vordering tot schorsing - op basis van de inhoud van het verzoekschrift en inzonderheid rekening houdend met de uiteenzetting van de middelen. Het onderzoekt alleen de bestreden bepalingen waartegen een middel is gericht. B.8.2. De uiteenzetting van de middelen in het verzoekschrift heeft alleen betrekking op de wijzigingen die artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 aanbrengt in de regels die van toepassing zijn op de intercommunales zoals vermeld in artikel L1523-15 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie. B.8.3. Het beroep is niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van 29 maart 2018. 12 Wat betreft het belang van de verzoekende stichting B.9.1. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging of een vordering tot schorsing instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt; bijgevolg is de actio popularis niet toelaatbaar. B.9.2. Het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing zijn ingesteld door een private stichting in de zin van artikel 27, vijfde lid, van de wet van 27 juni 1921, namelijk een stichting die niet is erkend als zijnde van openbaar nut. Een dergelijke stichting wordt opgericht bij authentieke akte waarmee één of meer natuurlijke of rechtspersonen een vermogen aanwenden ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel (artikel 27, eerste en derde lid, van de wet van 27 juni 1921, zoals vervangen bij artikel 40 van de wet van 2 mei 2002 « betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen »). Zij bezit rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in titel II van de wet van 27 juni 1921 (artikel 27, derde lid, van die wet). B.9.3. Luidens de artikelen 1 en 5 van haar statuten, bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 26 oktober 2017, heeft de « Fondation Populaire » « tot doel de waarden van vrijheid, individuele verantwoordelijkheid, solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkheid van de burgers en religieuze en filosofische neutraliteit in de openbare sfeer in alle onafhankelijkheid te verdedigen en te bevorderen ». Onder de activiteiten welke die stichting beoogt uit te oefenen teneinde dat doel te bereiken, vermeldt artikel 6 van haar statuten de « oprichting van een politieke beweging onder de naam ‘ Parti Populaire ’ ». 13 B.9.4. Artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 voegt in artikel L1523-15 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie nieuwe regels in inzake de samenstelling van de raad van bestuur van een intercommunale. Die regels staan los van het statuut van de private stichtingen. Bovendien tasten zij geenszins het vermogen aan dat aan de basis ligt van de verzoekende stichting en beletten zij die laatste niet om de in B.9.3 aangehaalde waarden « te verdedigen en te bevorderen ». Die regels brengen de oprichting of het bestaan van de « Parti Populaire » evenmin in het geding. De bestreden bepaling zou de situatie van de verzoekende stichting dus geenszins rechtstreeks en ongunstig kunnen raken. B.9.5. Bij ontstentenis van een rechtstreeks belang van die laatste, is de vordering tot schorsing niet ontvankelijk in zoverre ze betrekking heeft op artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018. B.10. De vordering tot schorsing is niet ontvankelijk. 14 Om die redenen, het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 29 november 2018. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.169 Gerelateerde publicatie(
  5. s)citeert: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.