← België

ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.181

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 06 december 2018 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.181 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.20181206.10 Arrest- Rolnummer: 181/2018 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2018-12-19 Raadplegingen: 287 - laatst gezien 2026-06-29 13:39 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tegen het arrest nr. 113/2018 van 19 juli 2018, ingesteld door Alain Kiyabala Mundele. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Getoetste normen - Klaarblijkelijke onbevoegdheid. Tekst van de beslissing Rolnummer 7000 Arrest nr. 181/2018 van 6 december 2018 In zake : het beroep tegen het arrest nr. 113/2018 van 19 juli 2018, ingesteld door Alain Kiyabala Mundele. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter F. Daoût en de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 18 augustus 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 augustus 2018, heeft Alain Kiyabala Mundele beroep tot vernietiging ingesteld tegen het arrest van het Hof nr. 113/2018 van 19 juli

  1. Op 12 september 2018 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
  2. In hun conclusies opgemaakt met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof zijn de rechters-verslaggevers van oordeel dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het door Alain Kiyabala Mundele ingestelde beroep klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. A.
  3. In zijn memorie met verantwoording geeft de verzoeker allereerst een aantal verdrags- en grondwetsbepalingen aan die, volgens hem, van toepassing zijn op het conflict binnen het gezin tussen hem en de moeder van zijn twee kinderen, en herinnert hij aan de feiten en aan de vonnissen vóór het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 6 november 2017, dat hem heeft verboden « zijn verdediging in de onderhavige zaak zelf te voeren teneinde hem te beschermen tegen zijn gebrek aan ervaring en te beletten dat het belang van de minderjarige kinderen wordt geschaad ». Hij verzoekt het Hof andermaal dat arrest van het Hof van Beroep te onderzoeken en te vernietigen, overwegende dat het zijn rechtspersoonlijkheid beperkt en aldus afbreuk doet aan verschillende van zijn grondrechten. -B- B.
  4. De verzoekende partij heeft een beroep ingesteld waarbij zij het Hof vraagt het arrest nr. 113/2018 van 19 juli 2018 « opnieuw te onderzoeken », arrest waarbij het Hof, om reden van onbevoegdheid, haar beroep tot vernietiging van een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 6 november 2017 heeft verworpen. 3 In haar verzoekschrift en haar memorie met verantwoording voert de verzoekende partij aan dat de motieven die het Hof in aanmerking heeft genomen en die zijn afgeleid uit zijn onbevoegdheid om, enerzijds, uitspraak te doen over een beroep tot vernietiging ingesteld tegen een arrest dat door de rechterlijke macht is gewezen en, anderzijds, prejudiciële vragen te beantwoorden die niet door rechtscolleges zijn gesteld, geen geldige redenen waren om het door haar op 5 mei 2018 ingediende verzoekschrift te verwerpen. B.
  5. Krachtens artikel 142 van de Grondwet en de artikelen 1 en 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof doet het Hof uitspraak over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties en over prejudiciële vragen dienaangaande, gesteld door rechtscolleges. Krachtens artikel 116 van de voormelde bijzondere wet zijn de arresten van het Hof overigens definitief en niet vatbaar voor beroep. B.
  6. Het beroep is klaarblijkelijk onontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 6 december
  7. De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.