id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 19 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.101 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.20190619.16 Arrest- Rolnummer: 101/2019 Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-24 Raadplegingen: 264 - laatst gezien 2026-06-28 22:18 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - INTERCOMMUNALES - Waals Gewest Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen, ingesteld door de private stichting « Fondation populaire ». Bestuursrecht - Intercommunales - Waals Gewest - Samenstelling van de raad van bestuur van een intercommunale - Zetel als waarnemer. Tekst van de beslissing Rolnummer 6997 Arrest nr. 101/2019 van 19 juni 2019 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen, ingesteld door de private stichting « Fondation populaire ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 augustus 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 augustus 2018, heeft de private stichting « Fondation populaire » beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2018). Bij hetzelfde verzoekschrift vorderde de verzoekende partij eveneens de schorsing van dezelfde decreetsbepalingen. Bij het arrest nr. 169/2018 van 29 november 2018, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 april 2019, heeft het Hof de vordering tot schorsing verworpen. De Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. D. Renders en Mr. E. Gonthier, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Waalse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 20 maart 2019 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en J. Moerman te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 24 april 2019 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 24 april 2019 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het onderwerp van het beroep A.1. De Waalse Regering merkt op dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is in zoverre het de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 « tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen » (hierna : het decreet van 29 maart 2018) beoogt. 3 Zij wijst erop dat het in het verzoekschrift uiteengezette middel uitsluitend betrekking heeft op artikel 24, 4°, van dat decreet en voegt eraan toe dat een verzoeker in zijn memorie de draagwijdte van dat middel niet vermag uit te breiden tot andere wetsbepalingen. A.2. De private stichting « Fondation Populaire » voert aan dat de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van 29 maart 2018 zijn aangetast door hetzelfde ongrondwettigheidsgebrek als artikel 24, 4°, van dat decreet en dat zij de tegen die laatste bepaling uiteengezette argumenten enkel niet heeft herhaald teneinde beknopt te blijven. Ten aanzien van het belang van de verzoekende stichting bij het vorderen van de vernietiging van de bestreden bepalingen A.3.1. De « Fondation Populaire » zet uiteen dat, als gevolg van de gewestverkiezingen van 25 mei 2014, die de « Parti Populaire » een verkozene in het Waals Parlement hebben opgeleverd, die partij, met toepassing van artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie, een « bijkomende zetel » in de zin van die wetsbepaling heeft verkregen in de raad van bestuur van verschillende intercommunales die gemeenten van de provincie Henegouwen of gemeenten van de provincie Luik verenigen. De « Fondation Populaire » onderstreept dat de wijziging die artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 aanbrengt in artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en Decentralisatie tot gevolg heeft de « bijkomende zetel » van bestuurder die stemgerechtigd is, te veranderen in een « zetel van waarnemer » waarbij de houder ervan niet meer mag deelnemen aan de debatten van de raad van bestuur van de intercommunale. De verzoekende partij merkt ook op dat, luidens de parlementaire voorbereiding van dat decreet, een dergelijke waarnemer niet zal worden bezoldigd. A.3.2. De « Fondation Populaire » voert aan dat het belangeloos doel waarvoor haar stichters een vermogen hebben willen aanwenden, bestaat in het voortzetten van een politieke activiteit via de « Parti Populaire » geregeld in haar statuten. Zij is van mening dat artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 afbreuk doet aan haar recht om een bestuurder aan te wijzen in de raad van bestuur van de intercommunales die gemeenten verenigen die minstens een gemeenteraadslid tellen dat verkozen is op een lijst van de « Parti Populaire » en bijgevolg aan haar recht op invloed binnen die intercommunales. De « Fondation Populaire » voert ook aan dat de verandering van de « bijkomende zetel » van bezoldigd bestuurder in een « zetel van waarnemer » die niet wordt bezoldigd, haar vermogen aantast omdat de bezoldigde bestuurders die zij vermocht aan te wijzen, haar een deel van de bezoldiging die zij in die hoedanigheid ontvingen, afstonden, hetgeen een waarnemer, die geen bezoldiging ontvangt, niet meer zal kunnen doen. A.4. De Waalse Regering betwist het belang van de « Fondation Populaire » bij het vorderen van de vernietiging van de bestreden bepalingen. In dat verband merkt zij op dat het aan het Hof gerichte verzoekschrift niet aangeeft in welke zin die bepalingen het statutaire doel dat ten grondslag ligt aan de oprichting van de verzoekende stichting, rechtstreeks en ongunstig zouden kunnen raken. Zij merkt op dat, in elk geval, dat doel niet zou kunnen worden geraakt door de eventuele gevolgen van artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 voor de situatie van de twee natuurlijke personen die de « Parti Populaire » heeft aangewezen om zitting te hebben in de raad van bestuur van enkele intercommunales. De Waalse Regering merkt ook op dat in het aan het Hof gerichte verzoekschrift zelfs niet wordt uiteengezet in welke zin de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47 van het decreet van 29 maart 2018 het doel van de verzoekende stichting zouden aantasten. Zij merkt daarbij op dat die laatste niet aangeeft een vertegenwoordiger te hebben aangewezen binnen de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf of van het directiecomité van een projectvereniging. 4 De Waalse Regering voegt eraan toe dat de gevolgen van artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 1918 voor de situatie van de « Fondation Populaire », zoals omschreven door die laatstgenoemde, alleen indirect zou kunnen zijn. Zij merkt op dat, vóór de inwerkingtreding van die bepaling, de politieke fracties van de betrokken gemeenteraden en niet de financiële structuur van een politieke partij, zoals de « Fondation Populaire », beschikte over het recht om een bestuurder van een intercommunale aan te wijzen voor een « bijkomende zetel ». Zij onderstreept daarnaast dat de bezoldiging waarin is voorzien voor de uitoefening van dat ambt, toekwam aan de betrokken bestuurder en niet aan de politieke fractie waarvan hij lid was, zodat het vermeende financiële voordeel dat de verzoekster zou hebben gehaald uit de uitoefening van dat mandaat van bestuurder alleen kon voortvloeien uit een particuliere overeenkomst gesloten tussen de verzoekster, gemeentelijke politieke fracties van de « Parti Populaire » en de bestuurder die aangewezen was voor een « bijkomende zetel », en niet uit de bij de bestreden bepaling gewijzigde regels. -B- Ten aanzien van de bestreden bepalingen B.1. Artikel 47 van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 « tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen » (hierna : het decreet van 29 maart 2018) vervangt artikel L5111-1 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door de volgende tekst : « Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : […] 16° waarnemer : persoon aangewezen om met raadgevende stem te zetelen, die over dezelfde rechten en verplichtingen beschikt als de bestuurders, met inbegrip van de deontologische en ethische regels, binnen een beheersorgaan van een instelling die aan dit Wetboek wordt onderworpen; […] ». B.2.1. Als gevolg van die wijzigingen aangehaald bij artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 15 februari 2007 « tot wijziging van artikel L1231-5 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie » en bij artikel 28 van het decreet van 26 april 2012 « houdende wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie » (hierna : het decreet van 26 april 2012), bepaalde artikel L1231-5, § 2, derde tot negende lid, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : 5 « De gemeenteraad wijst de leden van de raad van bestuur van het autonome gemeentebedrijf aan. De raad van bestuur bestaat uit maximum de helft van het aantal gemeenteraadsleden, zonder dat dat aantal achttien te boven mag gaan. De meerderheid van de raad van bestuur bestaat uit gemeenteraadsleden. De bestuurders worden aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het [Kieswetboek]. Elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. In dit geval, zal de meerderheid in haar geheel een aantal zetels krijgen gelijk aan het aantal overblijvende zetels toegekend aan de politieke fracties die niet deel uitmaken van het meerderheidspact. In dit geval is het maximumaantal bestuurders zoals bepaald in het vorige lid [lees : derde lid] niet van toepassing. Bij de berekening van die evenredigheid wordt geen rekening gehouden met genoemde politieke fractie(
- s)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide, noch met degenen die bestuurder van een vereniging waren op het ogenblik van de feiten naar aanleiding waarvan ze veroordeeld werd wegens één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. De beheerders die de gemeente vertegenwoordigen, zijn niet van hetzelfde geslacht. De raad van bestuur kiest een voorzitter uit zijn leden. Bij staking van stemmen in de raad van bestuur, is de voorzittersstem doorslaggevend ». B.2.2. Artikel 11, 5°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het vijfde lid van artikel L1231-5, § 2, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : 6 « Elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is volgens de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in vorig lid heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem. Onder ‘ democratische politieke fractie ’ dienen de politieke formaties te worden verstaan die de beginselen van de democratie in acht nemen, zoals, onder anderen, verwoord door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de protocollen bij het Verdrag, geldend in België, door de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of welke andere genocide ook, alsmede de rechten en vrijheden gewaarborgd door de Grondwet ». B.3.1. Als gevolg van de vervanging ervan bij het enige artikel van het decreet van het Waalse Gewest van 19 juli 2006 « tot wijziging van het Boek V van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van Boek I van het derde deel van hetzelfde Wetboek » en de wijziging ervan bij artikel 37 van het decreet van 26 april 2012, bepaalde artikel L1522-4, § 1, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : « De projectvereniging beschikt uitsluitend over een bestuurscomité waarvan de vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, de aangesloten provincies worden aangewezen naar evenredigheid van het geheel van de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, van het geheel van de provincieraden van de aangesloten provincies, overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. Bij de berekening van die evenredigheid wordt rekening gehouden met de facultatieve individuele verklaringen van lijstverbinding of hergroepering. Bij de berekening van die evenredigheid wordt geen rekening gehouden met genoemde politieke groep(
- en)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide, noch met degenen die bestuurder van een vereniging waren op het ogenblik van de feiten naar aanleiding waarvan ze veroordeeld werd wegens één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. Elke democratische politieke fractie die binnen een van de verenigde gemeenten over minstens één verkozene beschikt en van minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. Met deze bijkomende zetel is het aldus aangewezen lid van het beheerscomité, in ieder geval, stemgerechtigd. In dit geval, is de beperking van het maximum aantal bestuurders bedoeld in deze paragraaf niet van toepassing. 7 Tot de aan de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, de aangesloten provincies voorbehouden functies van lid van het bestuurscomité kunnen evenwel alleen de leden van de gemeenteraden of -colleges, en in voorkomend geval, van de provincieraden of -colleges worden benoemd. Deze paragraaf is mutatis mutandis van toepassing op de leden van het bestuurscomité die de aangesloten O.C.M.W.’s vertegenwoordigen ». B.3.2. Artikel 15, 1°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het derde lid van artikel L1522-4, § 1, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». B.4.1. Artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie regelt de aanwijzing van de leden van de raad van bestuur van de intercommunales. Als gevolg van de vervanging ervan bij het enige artikel van het decreet van 19 juli 2006 en van de wijzigingen ervan aangebracht bij artikel 17 van het decreet van het Waalse Gewest van 9 maart 2007 « tot wijziging van Boek V van het eerste deel en van Boek I van het derde deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie » en bij artikel 43, 2° tot 4°, van het decreet van 26 april 2012, bepaalde artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie, voor de gemeenten van het Franse taalgebied : « Onverminderd paragraaf 4 van dit artikel, worden de bestuurders die de aangesloten gemeenten vertegenwoordigen respectievelijk naar evenredigheid van het geheel van de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten aangewezen overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. Voor de berekening van die evenredigheid wordt rekening gehouden met de eventuele statutaire criteria, alsook met de facultatieve individuele verklaringen van lijstverbinding of hergroepering, voor zover deze aan de intercommunale worden overgemaakt vóór 1 maart van het jaar na dat van de provinciale en gemeenteverkiezingen 8 Bij de berekening van die evenredigheid wordt daarentegen geen rekening gehouden met de politieke groep(
- en)die niet zou(den) voldoen aan de beginselen van de democratie verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide en zij die bestuurder waren van een vereniging op de datum van de feiten naar aanleiding waarvan zij is veroordeeld voor één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995. Tot de aan de gemeenten voorbehouden functies van bestuurder mogen alleen leden van de gemeente- of collegeraden benoemd worden. Deze paragraaf is mutatis mutandis van toepassing op de bestuurders die de aangesloten O.C.M.W.’s vertegenwoordigen. Elke democratische politieke fractie die binnen een van de verenigde gemeenten over minstens één verkozene beschikt en van minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel. Met deze bijkomende zetel is de aldus aangewezen bestuurder, in ieder geval, stemgerechtigd. In dit geval, is de beperking van het maximum aantal bestuurders bedoeld in § 5 niet van toepassing. De bestuurders die elke provincie vertegenwoordigen worden aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Strafwetboek, volgens de volgende verdeelsleutel : voor de helft, het aantal zetels waarover elke lijst van kandidaten vertegenwoordigd binnen de provincieraad beschikt, en voor de andere helft, het aantal bekomen stemmen bij de provincieraadsverkiezingen. De Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van het zevende lid. Het tweede, derde en vierde lid van deze paragraaf zijn mutatis mutandis van toepassing op de aanwijzing van de bestuurders van de aangesloten provincies ». B.4.2. Artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt het zesde lid van artikel L1523-15, § 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». 9 B.5.1. Als gevolg van de vervanging ervan bij artikel 58 van het decreet van 26 april 2012 bepaalde artikel L2223-14, §§ 1, 2 en 3, van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie : « § 1. De provincieraad benoemt de vertegenwoordigers van de provincie in de VZW’s waarvan één of meerdere provincies lid zijn. Hij kan die mandaten intrekken. Hij draagt eveneens de kandidaten voor de mandaten voor die overeenkomstig de statuten aan de provincie voorbehouden zijn in de andere beheers- en controleorganen. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen behoren tot de beide geslachten. Ze mogen in aantal één vijfde van de provincieraadsleden niet overschrijden. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen, worden naar evenredigheid van de provincieraad aangewezen overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen, worden, indien de VZW slechts één provincie telt, aangewezen naar evenredigheid van de provincieraad overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek en, indien de VZW meer dan één provincie telt, naar evenredigheid van de gezamenlijke provincieraden van de verenigde provincies overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek zonder inachtneming van de fractie(
- s)die de beginselen van de democratie niet in acht neemt (nemen), zoals, onder anderen, verwoord door Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van [30 juli 1981] tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van [23 maart 1995] tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of welke andere genocide ook. § 2. Indien de statuten de meerderheid van de mandaten in de beheers- en controleorganen aan de provincie toewijst, heeft elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in § 1 recht op één zetel. In dat geval krijgt de meerderheid in haar geheel een aantal zetels dat gelijk is aan het aantal zetels in overtal toegewezen aan de politieke fracties die geen deel uitmaken van het meerderheidspact. § 3. Indien meerdere provincies lid zijn van een VZW en de provincies over de meerderheid der stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie die over minstens één verkozene beschikt in één van de verenigde provincies en over minstens één verkozene in het Waals Parlement en die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in § 1 recht op één zetel in overtal. Die bijkomende zetel maakt de aldus aangewezen bestuurder hoe dan ook stemgerechtigd ». 10 B.5.2. Artikel 43, 1°, van het decreet van 29 maart 2018 vervangt de tweede en de derde paragraaf van artikel L2223-14 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie door : « § 2. Indien de statuten de meerderheid van de mandaten in de beheers- en controleorganen aan de provincie toewijst, heeft elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1, recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem. § 3. Indien meerdere provincies lid zijn van een vzw en de provincies over de meerderheid der stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie, bepaald overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die over minstens één verkozene beschikt in één van de verenigde provincies en over minstens één verkozene in het Waals Parlement en die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1 recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem ». Ten aanzien van het onderwerp van het beroep B.6.1. Het Hof bepaalt het onderwerp van het beroep tot vernietiging op basis van de inhoud van het verzoekschrift en inzonderheid rekening houdend met de uiteenzetting van de middelen. Het onderzoekt alleen de bestreden bepalingen waartegen een middel is gericht. B.6.2. De uiteenzetting van de middelen in het verzoekschrift heeft alleen betrekking op de wijzigingen die artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 aanbrengt in de regels die van toepassing zijn op de intercommunales zoals vermeld in artikel L1523-15 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie. B.6.3. Het beroep is niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van 29 maart 2018. 11 Ten aanzien van het belang van de verzoekende stichting B.7.1. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt; bijgevolg is de actio popularis niet toelaatbaar. B.7.2. Het beroep tot vernietiging is ingesteld door een private stichting in de zin van artikel 27, vijfde lid, van de wet van 27 juni 1921 « betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen » (hierna : de wet van 27 juni 1921), namelijk door een stichting die niet is erkend als zijnde van openbaar nut. Een dergelijke stichting wordt opgericht bij authentieke akte waarmee één of meer natuurlijke of rechtspersonen een vermogen aanwenden ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel (artikel 27, eerste en derde lid, van de wet van 27 juni 1921, zoals vervangen bij artikel 40 van de wet van 2 mei 2002 « betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen »). Zij bezit rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in titel II van de wet van 27 juni 1921 (artikel 27, derde lid, van die wet). B.7.3. Luidens de artikelen 1 en 5 van haar statuten, bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 26 oktober 2017, heeft de « Fondation Populaire » « tot doel de waarden van vrijheid, individuele verantwoordelijkheid, solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkheid van de burgers en religieuze en filosofische neutraliteit in de openbare sfeer in alle onafhankelijkheid te verdedigen en te bevorderen ». Onder de activiteiten welke die stichting beoogt uit te oefenen teneinde dat doel te bereiken, vermeldt artikel 6 van haar statuten de « oprichting van een politieke beweging onder de naam ‘ Parti Populaire ’ ». 12 B.7.4. Artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018 voegt in artikel L1523-15 van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie nieuwe regels in inzake de samenstelling van de raad van bestuur van een intercommunale. Die regels staan los van het statuut van de private stichtingen. Zij kennen die laatste overigens niet het recht toe om de personen aan te wijzen die zitting hebben in de raad van bestuur van een intercommunale. Bovendien tast de bestreden bepaling geenszins het vermogen aan dat aan de basis ligt van de verzoekende stichting. Dat vermogen kan niet worden aangetast door het gegeven dat die bepaling de waarnemer die zitting heeft in de raad van bestuur een bezoldiging zou ontzeggen, daar de stichting dat mandaat van waarnemer niet kan uitoefenen. De in de bestreden bepaling vervatte regels beletten de verzoekende stichting evenmin om de in B.7 3 aangehaalde waarden « te verdedigen en te bevorderen ». Die regels brengen de oprichting of het bestaan van de « Parti Populaire » evenmin in het geding. De bestreden bepaling zou de situatie van de verzoekende stichting dus geenszins rechtstreeks en ongunstig kunnen raken. B.7.5. Daar de verzoekende stichting niet doet blijken van het vereiste rechtstreekse belang, is het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op artikel 24, 4°, van het decreet van 29 maart 2018. B.8. Het beroep tot vernietiging is niet ontvankelijk. 13 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 19 juni 2019. De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div