← België

ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.114

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 18 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.114 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.20190718.5 Arrest- Rolnummer: 114/2019 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-08-02 Raadplegingen: 231 - laatst gezien 2026-06-28 22:14 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot gedeeltelijke vernietiging en de vordering tot gedeeltelijke schorsing van de « Recueil des règles professionnelles 2019 » van de Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel, ingesteld door J. C.M. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Getoetste normen - Klaarblijkelijke onbevoegdheid. Tekst van de beslissing Rolnummer 7153 Arrest nr. 114/2019 van 18 juli 2019 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging en de vordering tot gedeeltelijke schorsing van de « Recueil des règles professionnelles 2019 » van de Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel, ingesteld door J. C.M. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter F. Daoût en de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 maart 2019 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 april 2019, heeft J. C.M. een beroep tot gedeeltelijke vernietiging en een vordering tot gedeeltelijke schorsing ingesteld van de « Recueil des règles professionnelles 2019 » van de Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel. Op 3 april 2019 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.

  1. In hun conclusies opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof waren de rechters-verslaggevers van mening dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen de vordering tot schorsing en het beroep tot vernietiging af te doen met een arrest waarin wordt verklaard dat die niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. A.
  2. Er werd geen memorie met verantwoording ingediend. -B- B.
  3. De verzoekende partij, advocaat bij de balie te Kigali en buitenlands advocaat en geassocieerd lid van de balie te Brussel, vordert de gedeeltelijke vernietiging en de gedeeltelijke schorsing van « de eind januari 2019 door de Franse Orde van advocaten te Brussel gepubliceerde Verzameling van de beroepsregels van de advocaten ». Die Verzameling, die in werkelijkheid een op 19 januari 2019 bij de uitgeverij Anthemis verschenen doctrinale publicatie is, is via de post aan de advocaten bezorgd en is in een op het intranet van de Orde van de balie te Brussel beschikbare elektronische versie online gezet. 3 B.
  4. Artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bepaalt : « Het Grondwettelijk Hof doet, bij wege van arrest, uitspraak op de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van een wet, een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel wegens schending van : 1° de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten; of 2° de artikelen van titel II ‘ De Belgen en hun rechten ’, en de artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet; 3° artikel 143, § 1, van de Grondwet ». B.
  5. Noch dat artikel 1, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling verleent het Hof de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot vernietiging gericht tegen een verzameling van beroepsregels. B.
  6. Het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing behoren klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing niet tot de bevoegdheid van het Hof behoren. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 18 juli
  7. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

KI-Erklärung auf Basis des amtlichen Gesetzestextes. Orientierend, ersetzt keine Rechtsberatung.