← België

ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.177

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.177 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.20191114.3 Arrest- Rolnummer: 177/2019 Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-20 Raadplegingen: 290 - laatst gezien 2026-06-28 21:52 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - KIESWETGEVING - Verkiezingen gemeente Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van het decreet van het Waalse Gewest van 12 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied », ingesteld door de gemeente Jurbeke. Grondwettelijk recht - Verkiezingen - Waals Gewest - Lokale en provinciale verkiezingen - Afschaffing van het geautomatiseerde stemsysteem - Situatie van de gemeenten van het Franse en het Duitse taalgebied. Tekst van de beslissing Rolnummer 6871 Arrest nr. 177/2019 van 14 november 2019 In zake : het beroep tot vernietiging van het decreet van het Waalse Gewest van 12 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied », ingesteld door de gemeente Jurbeke. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, T. Giet, R. Leysen en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 5 maart 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 maart 2018, heeft de gemeente Jurbeke, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Laurent en Mr. C. Servais, advocaten bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van het decreet van het Waalse Gewest van 12 oktober 2017 « houdende instemming met samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2017). Memories zijn ingediend door : - de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. G. Zians en Mr. A. Haas, advocaten bij de balie te Eupen; - de Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Kaiser en Mr. M. Verdussen, advocaten bij de balie te Brussel. De verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. De Waalse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 25 september 2019 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Giet en R. Leysen te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 9 oktober 2019 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 9 oktober 2019 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het belang van de verzoekende partij A.

  1. De gemeente Jurbeke, verzoekende partij, verantwoordt haar belang om in rechte te treden door aan te voeren dat haar leden conform de in het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie (hierna : WWPDD) vervatte bepalingen worden verkozen, dat de verkiezingen van alle gemeenschappen van het land op gemeentelijk niveau worden georganiseerd en dat het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 (lees : 13 juli 2017) te haren aanzien discriminerend is. 3 A.
  2. De Waalse Regering betwist het belang van de verzoekende partij daar die niet aantoont dat de vernietiging van de bestreden handeling haar in een gunstigere situatie zou plaatsen, noch dat die vernietiging haar opnieuw de mogelijkheid zou bieden dat haar situatie gunstiger wordt. Zij voert aan dat een vernietiging van de bestreden handeling geen enkel gevolg zou hebben voor de organisatie van de verkiezingen in de gemeente Jurbeke, die het systeem van de geautomatiseerde stemming niet zou kunnen handhaven, noch de hoop zou kunnen koesteren dat dat systeem kan blijven bestaan. Zij voegt eraan toe dat de opheffing van het systeem van de geautomatiseerde stemming in het Franse taalgebied niet toe te schrijven is aan de bestreden handeling, maar aan artikel 45 van het decreet van het Waalse Gewest van 9 maart 2017 « houdende wijziging van bepaalde bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie » (hierna : het decreet van 9 maart 2017). A.
  3. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat de gemeente Jurbeke geen belang heeft bij het beroep, daar zij geen stemrecht heeft, daar de kostprijs van de stemming met potlood en papier gering is en daar de gemeente Jurbeke, bij een eventuele vernietiging, in alle gevallen gebruik zal moeten maken van de stemming met potlood en papier. Zij betwist eveneens het belang van de verzoekende partij om reden dat zij het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap over de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het Duitse taalgebied » niet heeft betwist, terwijl dat decreet de betwiste juridische kwestie op dezelfde manier reglementeert. A.
  4. De gemeente Jurbeke antwoordt dat het samenwerkingsakkoord de aangeklaagde discriminatie belichaamt ten aanzien van artikel 45 van het decreet van 9 maart 2017 doordat het tot gevolg heeft dat gemeenten van eenzelfde gewest verschillend worden behandeld, dat de vernietiging van de bestreden handeling het mogelijk zou maken de belichaming van de vermeende discriminatie te beëindigen, en dat zij dus belang heeft bij het beroep. Zij voegt eraan toe dat een keuze die steunt op de officiële taal die in twee geografische gebieden van eenzelfde gewest wordt gesproken, niet berust op een objectief en evenredig criterium. A.
  5. De Waalse Regering repliceert dat het antwoord van de verzoekende partij bevestigt dat de door haar aangevoerde discriminatie niet toe te schrijven is aan de bestreden handeling. Ten aanzien van het enige middel A.6.
  6. De gemeente Jurbeke leidt een enig middel af uit de schending, door het decreet van het Waalse Gewest van 12 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 [lees : 13 juli 2017] tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied » (hierna : het decreet van 12 oktober 2017), van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 6, § 1, VIII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. A.6.
  7. In de eerste plaats voert de gemeente Jurbeke aan dat de bestreden handeling een verschil in behandeling tot stand brengt tussen de Franstalige gemeenten en de Duitstalige gemeenten in zoverre zij het de Duitstalige gemeenten mogelijk maakt om de provincieraadsverkiezingen te organiseren volgens het systeem van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk, terwijl dat niet is toegestaan voor de Franstalige gemeenten. Zij voert aan dat dat verschil in behandeling niet berust op een objectief criterium en niet verantwoord is. Zij is van mening dat dat verschil in behandeling niet voortvloeit uit de bevoegdheidverdelende regels, aangezien het decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 « betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de ondergeschikte besturen » (hierna : het decreet van 27 mei 2004) aan de Duitstalige Gemeenschap de verkiezing van de gemeentelijke en binnengemeentelijke organen heeft overgedragen, maar niet de verkiezing van de provinciale organen en districtsraden. Zij wijst erop dat elektronische stemmen en de stemmen met potlood en papier samen zullen bestaan op de provincieraadsverkiezingen van 2018 in de provincie Luik en dat geen enkel redelijk motief het verbod verantwoordt dat wordt opgelegd aan de Franstalige Waalse gemeenten die dat wensen om de verkiezingen eveneens elektronisch te organiseren. Zij onderstreept dat zij in 1997 heeft beslist gebruik te maken van de geautomatiseerde stemming met het oog op de op 13 juni 1999 gehouden verkiezingen. 4 A.
  8. De Waalse Regering is van mening dat de grief die steunt op de schending van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie niet toe te schrijven is aan de bestreden handeling, maar aan artikel 45 van het decreet van 9 maart 2017, daar het die bepaling is die de opheffing van boek II van het WWPDD beperkt tot alleen de gemeenten van het Franse taalgebied. Zij verwijst naar de in de zaak nr. 6720 uiteengezette argumentatie en voert aan dat het verschil in behandeling in voorkomend geval voortvloeit uit het decreet van 27 mei 2004, aangenomen op grond van artikel 139 van de Grondwet. Voor het overige voert de Waalse Regering aan dat het verschil in behandeling tussen de gemeenten van het Franse taalgebied en de gemeenten van het Duitse taalgebied redelijk verantwoord is. Zij voert aan dat, indien het Waalse Gewest de opheffing van boek II van het WWPDD niet had beperkt tot de gemeenten van het Franse taalgebied wat de provincieraadsverkiezingen betreft, de Duitstalige gemeenten ertoe verplicht zouden zijn geweest om op dezelfde dag en voor dezelfde kiezers een elektronische stemming te organiseren voor de gemeenteraadsverkiezingen en een stemming met potlood en papier voor de provincieraadsverkiezingen, hetgeen onaanvaardbare financiële, materiële en menselijke kosten zou hebben veroorzaakt. Zij doet gelden dat het net was om een dergelijke chaotische situatie te voorkomen dat het Waalse Gewest heeft beslist dat de opheffing van boek II van het WWPDD voor de gemeenten van het Franse taalgebied eveneens betrekking moest hebben op de provincieraadsverkiezingen. Zij voegt eraan toe dat geen enkele discriminatie kan worden toegeschreven aan het samenwerkingsakkoord, dat is gesloten om de gevolgen van die beslissing ten aanzien van de organisatiewijze van de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen te regelen op het grondgebied van het Duitse taalgebied. A.
  9. De gemeente Jurbeke antwoordt dat de aangevoerde discriminatie zowel voortvloeit uit het decreet van 9 maart 2017 als uit de bestreden handeling. Zij geeft aan dat het feit dat het toepassingsgebied van de opheffing van de elektronische stemming, zoals ingevoerd bij het decreet van 9 maart 2017, enkel werd beperkt tot de gemeenten van het Franse taalgebied, de organisatie van een elektronische stemming of van een stemming met potlood en papier in de Duitstalige gemeenten mogelijk maakt. Zij voert aan dat de bestreden handeling op zich discriminerend is, aangezien zij de organisatie van de elektronische stemming voor de provincieraadsverkiezingen op het grondgebied van het Duitse taalgebied mogelijk maakt. Zij voert aan dat de moeilijkheid waarmee de Duitstalige gemeenten worden geconfronteerd om zowel de elektronische stemming als de stemming met potlood en papier voor de twee gelijktijdige verkiezingen te organiseren, het niet mogelijk maakt het aangevoerde verschil in behandeling te verantwoorden. Volgens haar had dat verschil in behandeling kunnen worden vermeden indien de decreetgever de gemeenten van het Waalse Gewest de mogelijkheid had gelaten om te kiezen voor de elektronische stemming of voor de stemming met potlood en papier. Zij onderstreept dat het niet de overdracht van de bevoegdheid inzake de gemeenteraadsverkiezingen naar de Duitstalige Gemeenschap is die een discriminatie tot stand brengt, maar wel de opheffing van de mogelijkheid, voor de Franstalige gemeenten, om een elektronische stemming of een stemming met potlood en papier te organiseren bij de lokale verkiezingen, terwijl voor de Duitstalige gemeenten de mogelijkheid van een keuze blijft bestaan voor de provincieraadsverkiezingen. A.
  10. De Waalse Regering repliceert dat alleen bij artikel 45 van het decreet van 9 maart 2017 een verschil in behandeling wordt gemaakt tussen de gemeenten van het Franse taalgebied en de gemeenten van het Duitse taalgebied, terwijl bij artikel 2 van het samenwerkingsakkoord alle gemeenten die tot het territoriale toepassingsgebied ervan (het Duitse taalgebied) behoren, op dezelfde wijze worden behandeld. A.10.
  11. Vervolgens voert de gemeente Jurbeke aan dat de gewesten bevoegd zijn voor de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen krachtens artikel 6, § 1, VIII, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en dat de gewesten in die zin bevoegd zijn om een systeem van elektronische stemming op lokaal of provinciaal niveau in te voeren en op te heffen. Zij voegt eraan toe dat de bestreden handeling voorziet in de organisatie van de elektronische stemming voor de provincieraadsverkiezingen, ook op het grondgebied van het Duitse taalgebied en erin voorziet dat de kostprijs van die procedure zal worden gedragen door de Duitstalige Gemeenschap, terwijl de Duitstalige Gemeenschap geenszins bevoegd is om de provincieraadsverkiezingen op haar grondgebied te organiseren of om de procedure via elektronische stemming, die op haar grondgebied blijft bestaan, te financieren. 5 A.10.
  12. De gemeente Jurbeke verwijst naar artikel 9 van het samenwerkingsakkoord en naar het arrest nr. 17/94 en voert aan dat het Waalse Gewest een deel van zijn bevoegdheden overlaat aan de Duitstalige Gemeenschap, aangezien die laatste zal instaan voor het verschil tussen de kostprijs van de elektronische stemming en de kostprijs van de stemming met potlood en papier voor de provincieraadsverkiezingen. Zij is van mening dat een deelentiteit uitsluitend in de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd is, kan oordelen welk bevoegdheidsniveau het meest geschikt is om een aangelegenheid te regelen, en dat, te dezen, het Waalse Gewest geenszins bevoegd is om aan de Duitstalige Gemeenschap het vaststellen van de wijze van de provincieraadsverkiezingen toe te vertrouwen. Zij voegt eraan toe dat de organisatie van de provincieraadsverkiezingen geenszins een restbevoegdheid is van de organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen, daar beide verkiezingen losstaan van elkaar. A.11.
  13. De Waalse Regering voert aan dat de Duitstalige Gemeenschap bevoegd is om de organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen te regelen, krachtens het decreet van 27 mei 2004, en dat het Waalse Gewest bevoegd is om de organisatie van de provincieraadsverkiezingen op zijn hele grondgebied te regelen. Zij voert aan dat het Waalse Gewest dus bevoegd is om het systeem van de geautomatiseerde stemming bij de provincieraadsverkiezingen al dan niet op te heffen en het van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt met de aanneming van artikel 45 van het decreet van 9 maart
  14. Volgens de Waalse Regering is het die laatste bepaling en niet de bestreden handeling die voorziet in de organisatie van de elektronische stemming bij de provincieraadsverkiezingen op het grondgebied van het Duitse taalgebied. A.11.
  15. De Waalse Regering voert aan dat artikel 9, derde lid, van het samenwerkingsakkoord voorziet in de verplichting, voor het Waalse Gewest, om een deel van de kostprijs van de elektronische stemming voor de provincieraadsverkiezingen in het Duitse taalgebied te dragen. Zij verwijst naar artikel 27, eerste lid, van het samenwerkingsakkoord en preciseert dat het materiaal voor de elektronische stemming bedoeld is om door de gemeenten van het Duitse taalgebied te worden gebruikt voor de provincieraadsverkiezingen en voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zij voegt eraan toe dat het samenwerkingsakkoord niet tot doel, noch tot gevolg heeft dat het Waalse Gewest zijn bevoegdheid om de provincieraadsverkiezingen te regelen, opgeeft ten behoeve van de Duitstalige Gemeenschap. Zij verwijst naar artikel 1 van het samenwerkingsakkoord en wijst erop dat de provincieraadsverkiezingen worden geregeld bij bepalingen van het WWPDD die van toepassing zijn op het hele grondgebied van het Waalse Gewest en dat het samenwerkingsakkoord daar niets aan verandert. A.12.
  16. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat, sinds 1 januari 2015, de Duitstalige Gemeenschap bevoegd is voor de organisatie van de verkiezingen van de gemeenteraad in het Duitse taalgebied. Zij geeft aan dat, naar aanleiding van informaticaproblemen bij de federale verkiezing van 25 mei 2014, de federale Regering heeft beslist het systeem van de geautomatiseerde stemming bij de Europese, federale, gewestelijke en gemeenschapsverkiezingen te verbieden; de Waalse Regering heeft beslist dat de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen zouden plaatshebben volgens de stemming met potlood en papier; de Regering van de Duitstalige Gemeenschap heeft beslist dat de gemeenteraadsverkiezingen zouden worden georganiseerd volgens de elektronische stemming met papieren bewijsstuk (systeem Smartmatic); het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft gekozen voor de elektronische stemming met papieren bewijsstuk en, in het Vlaamse Gewest, de gemeenten zelf kunnen kiezen tussen de stemming met potlood en papier en de elektronische stemming met papieren bewijsstuk. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat een moeilijkheid is gerezen naar aanleiding van die politieke beslissingen, in zoverre de gemeenteraadsverkiezingen (die vallen onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap) en de provincieraadsverkiezingen (die vallen onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest) op dezelfde dag worden gehouden en in gemeenschappelijke stembureaus. Zij voert aan dat, bij ontstentenis van een akkoord tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, de kiezers gebruik hadden moeten maken van een papieren stembiljet voor de provincieraadsverkiezingen en vervolgens van de computer voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zij geeft aan dat, na lange onderhandelingen, beide entiteiten op 13 juli 2017 een samenwerkingsakkoord hebben gesloten tot regeling van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk in het Duitse taalgebied. Zij zet uiteen dat het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap eerst eenzijdig hadden willen handelen in het kader van hun respectieve bevoegdheden, en dat de afdeling wetgeving van de Raad van State in zijn advies over de twee voorontwerpen van decreet heeft gewezen op de noodzaak van een samenwerkingsakkoord, zonder het bestaan te doen opmerken van een discriminatie tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. 6 A.12.
  17. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat het onderwerp van het verzoekschrift geen betrekking kan hebben op de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap om de organisatie van de verkiezing van de gemeenteraad te regelen, daar die voortvloeit uit artikel 139 van de Grondwet en uit het decreet van 27 mei 2004, dat niet in het geding is. Zij voert aan dat twee wetgevers bevoegd zijn voor de verkiezingen van 14 oktober 2018 en dat het zinvol en noodzakelijk is de stemprocedures te coördineren die in dezelfde stembureaus moeten plaatshebben. Zij is van mening dat die omstandigheid een aangepaste afwijkende reglementering noodzakelijk maakt. Zij voert aan dat de twee wetgevers, met het samenwerkingsakkoord, het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State hebben gevolgd en dat de betwiste norm voortvloeit uit de grondwettelijke toewijzing van de bevoegdheden. Zij voegt eraan toe dat de politieke keuze die de twee wetgevers hebben gemaakt, onder hun discretionaire bevoegdheid valt, dat die keuze niet het voorwerp kan uitmaken van een toetsing in het kader van de onderhavige procedure, dat die redelijk is en dat hiervoor geen andere oplossing bestaat. A.12.
  18. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap voert aan dat de Duitstalige Gemeenschap in geen geval verantwoordelijk is voor de organisatie van de provincieraadsverkiezingen om reden dat zij zou instaan voor de kostprijs van de elektronische stemming voor de provincieraadsverkiezing bovenop de kostprijs van de stemming met potlood en papier voor die verkiezing. Zij voegt eraan toe dat die kwestie van de financiering voortvloeit uit de vaststelling van de praktische regeling van de verkiezing en dat die onder de discretionaire beoordeling van de twee wetgevers ressorteert. Zij voert aan dat de verzoekende partij op dat punt geen belang heeft bij het beroep, daar zij geen rechtstreeks of indirect nadeel kan aanvoeren dat uit de tenlasteneming van die kosten voortvloeit. A.12.
  19. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap onderstreept dat, indien een arrest van het Hof de organisatie van de verkiezingen van 14 oktober 2018 ter discussie zou stellen, vóór die datum geen nieuw samenwerkingsakkoord tot stand zou kunnen worden gebracht. Zij verzoekt het Hof de betwiste normen te laten bestaan tot de verkiezingen van 14 oktober 2018 teneinde de rechtszekerheid te vrijwaren. -B- Ten aanzien van het bestreden decreet en de context ervan B.1.
  20. Het enige artikel van het decreet van het Waalse Gewest van 12 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied » bepaalt : « Instemming wordt betuigd met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2017 tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied ». B.1.
  21. Het opschrift van het decreet van 12 oktober 2017, het enige artikel ervan en het daarbij gevoegde samenwerkingsakkoord dragen verkeerdelijk de datum van 30 maart 2017 in plaats van de datum van 13 juli
  22. 7 Uit de parlementaire voorbereiding van dat decreet blijkt dat het bij het ontwerpdecreet gevoegde samenwerkingsakkoord is gesloten op 13 juli 2017 en niet op 30 maart 2017 (Parl. St., Waals Parlement, 2016-2017, nr. 874/1, pp. 6-21). De inhoud van het samenwerkingsakkoord dat in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, stemt overeen met hetwelk is gesloten op 13 juli
  23. B.1.
  24. Het samenwerkingsakkoord van 13 juli 2017 heeft betrekking op de organisatie van de gelijktijdige gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen die gezamenlijk worden gehouden door het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap op 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied (artikel 1, § 1, eerste lid) « zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van het Waalse Gewest en van de Duitstalige Gemeenschap om, elk wat hen betreft, te regelen : 1° de bepalingen ten gronde die respectievelijk van toepassing zijn op de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen en die geen betrekking hebben op de organisatie in de strikte zin van de gelijktijdige verkiezingen bedoeld in het eerste lid » (artikel 1, § 1, tweede lid, 1°). Het bepaalt met name dat de gelijktijdige gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied plaatshebben via het systeem van elektronische stemming met papieren bewijsstuk (artikel 2). Het onderwerp ervan is beperkt tot de gezamenlijke organisatie van de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 : « Dat samenwerkingsakkoord neemt de vorm aan van een tot de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 beperkt proefproject dat het voorwerp zal uitmaken van een aan de beide Parlementen voor te leggen evaluatie » (Parl. St., Waals Parlement, 2016-2017, nr. 874/1, p. 3). B.1.
  25. De Duitstalige Gemeenschap heeft met het samenwerkingsakkoord van 13 juli 2017 ingestemd bij een decreet van 23 oktober 2017 « houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap over de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 op het grondgebied van het Duitse taalgebied ». 8 B.1.
  26. Met artikel 45 van het decreet van het Waalse Gewest van 9 maart 2017 « houdende wijziging van bepaalde bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie » heeft de decreetgever, voor de gemeenten van het Franse taalgebied, de artikelen L4211-1 tot L4261-7 opgeheven, die boek II van het vierde deel van het Waalse Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie (hierna : WWPDD) vormden, betreffende een systeem voor « geautomatiseerde stemming » dat onder meer werkt met een leespen (vroeger artikel L4211-2, § 1, van het WWPDD). Die techniek voor het stemmen wordt hierna aangegeven als « elektronische stemming met leespen ». Krachtens het vroegere artikel L4211-1 van het WWPDD kon de Waalse Regering, enerzijds, de gemeenten van het Franse taalgebied aanwijzen waarin de gemeenteraadsverkiezingen werden georganiseerd via het systeem van de « elektronische stemming met leespen » en, anderzijds, de gemeenten van het Franse taalgebied en de gemeenten van het Duitse taalgebied waarin de provincieraadsverkiezingen georganiseerd werden via hetzelfde systeem. Bij zijn arrest nr. 115/2018 van 20 september 2018 heeft het Hof het beroep tot vernietiging verworpen dat door de gemeente Jurbeke was ingesteld tegen artikel 45 van het decreet van 9 maart
  27. Ten aanzien van het belang B.2.
  28. De Waalse Regering en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap betwisten het belang van de verzoekende partij om in rechte op te treden om de reden dat een eventuele vernietiging van het bestreden decreet haar situatie niet zou raken. B.2.
  29. De verzoekende partij verantwoordt haar belang bij het beroep door aan te voeren dat zij als gemeente ertoe gehouden is de verkiezingen te organiseren overeenkomstig de bepalingen van het WWPDD en dat het samenwerkingsakkoord van 13 juli 2017 te haren aanzien discriminerend is. 9 Uit de uiteenzetting van het enige middel blijkt dat de verzoekende partij aanklaagt dat artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 13 juli 2017 enkel de gemeenten van het Duitse taalgebied, en niet de gemeenten van het Franse taalgebied, de mogelijkheid biedt de provincieraadsverkiezingen te organiseren volgens de techniek van elektronische stemming met papieren bewijsstuk. B.2.
  30. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt. Opdat de verzoekende partij van het vereiste belang doet blijken, is niet vereist dat een eventuele vernietiging haar een onmiddellijk voordeel zou opleveren. De omstandigheid dat zij, als gevolg van de vernietiging van het bestreden decreet, opnieuw een kans zou krijgen dat haar situatie in gunstigere zin wordt geregeld, volstaat om haar belang bij het bestrijden ervan te verantwoorden. B.2.
  31. Het samenwerkingsakkoord van 13 juli 2017, waarbij aan het bestreden decreet instemming wordt verleend, was enkel van toepassing op de gelijktijdige gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 die werden georganiseerd op het grondgebied van het Duitse taalgebied (artikel 2). Het was niet van toepassing op de gelijktijdige lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 die werden georganiseerd in de gemeente Jurbeke, die behoort tot het grondgebied van het Franse taalgebied. De provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 in de gemeenten van het Franse taalgebied werden geregeld bij boek I van het vierde deel van het WWPDD, dat de organisatie van die verkiezingen regelt volgens de techniek van stemming met potlood en papier. De gemeente Jurbeke wordt aldus niet rechtstreeks en ongunstig geraakt door het samenwerkingsakkoord waarbij aan het bestreden decreet instemming wordt verleend. De mogelijke vernietiging van het bestreden decreet zou geen enkele weerslag kunnen hebben op de situatie van de verzoekende partij en zou haar evenmin de kans bieden dat haar situatie in een meer gunstige zin wordt geregeld. 10 B.2.
  32. De verzoekende partij doet niet blijken van het vereiste belang. Het beroep tot vernietiging is niet ontvankelijk. 11 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 14 november
  33. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.