← België

ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.191

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 28 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.191 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.20191128.6 Arrest- Rolnummer: 191/2019 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2020-10-16 Raadplegingen: 258 - laatst gezien 2026-06-28 21:47 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof stelt vast dat aan de rechtspleging een einde is gekomen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Naburige rechten - Omroeporganisaties PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag over artikel 220, § 2, van het Vlaamse decreet van 27 maart 2009 « betreffende radio-omroep en televisie », gesteld door de Raad van State. Radio-omroep en televisie - Vlaamse Gemeenschap - Vlaamse Regulator voor de Media - Opdracht, taken en bevoegdheden - Bevoegdheid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen - Onontvankelijkheid van de klacht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon betreffende een vermeende discriminatie in het programma-aanbod. Tekst van de beslissing Rolnummer 6996 Arrest nr. 191/2019 van 28 november 2019 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 220, § 2, van het Vlaamse decreet van 27 maart 2009 « betreffende radio-omroep en televisie », gesteld door de Raad van State. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, T. Giet, R. Leysen en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest nr. 242.152 van 27 juli 2018, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 10 augustus 2018, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 220, § 2, van het decreet van 27 maart 2009 ‘ betreffende radio-omroep en televisie ’ de artikelen 10 en 11 van de Grondwet omdat de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen van de Vlaamse Regulator voor de Media enkel uitspraak mag doen over de naleving van artikel 39 van voormeld decreet met betrekking tot een vermeende discriminatie in het programma-aanbod op verzoek van de Vlaamse regering en niet naar aanleiding van een klacht die wordt aangebracht door natuurlijke personen of rechtspersonen, terwijl laatstgenoemde personen wel een klacht mogen indienen naar aanleiding van de uitzending van een specifiek programma ? ». De Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Martel en Mr. K. Caluwaert, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend. Bij beschikking van 9 oktober 2019 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers R. Leysen en T. Giet te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij de Vlaamse Regering binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 23 oktober 2019 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 23 oktober 2019 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Bij de Raad van State heeft J. Cox een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van de beslissing van 24 april 2017 van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen van de Vlaamse Regulator voor de Media. Bij die beslissing had de kamer zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de klacht van J. Cox, die als voorwerp had dat de niet-uitzending van een vrijzinnig alternatief door de VRT tegenover de op zondag uitgezonden erediensten in strijd is met het discriminatieverbod in artikel 39 van het decreet van 27 maart 2009 « betreffende radio-omroep en televisie ». De kamer wees erop dat haar bevoegdheid beperkt is tot betwistingen met betrekking tot uitgezonden programma’s. De Raad van State stelt vast dat klachten ingesteld door natuurlijke personen of rechtspersonen die, zoals in casu, betrekking hebben op het programma-aanbod en niet gekoppeld zijn aan de uitzending van een welbepaald programma, onontvankelijk moeten worden bevonden door de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen overeenkomstig artikel 220, § 2, van het decreet van 27 maart 2009 « betreffende radio-omroep en televisie ». Hieruit zou voortvloeien dat een particulier, anders dan de Vlaamse Regering, geen klacht omtrent het programma-aanbod van de VRT kan laten onderzoeken door de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen in het licht van artikel 39 van het decreet van 27 maart 2009 « betreffende radio-omroep en televisie ». Op verzoek van J. Cox stelt de Raad van State hierover de bovenvermelde vraag. 3 III. In rechte Het Hof stelt vast dat de prejudiciële vraag werd gesteld door de Raad van State in de zaak met rolnummer A.222.697/IX-9098. Die zaak heeft het voorwerp uitgemaakt van een afstand ingewilligd bij het arrest van de Raad van State nr. 244.717 van 6 juni 2019. Krachtens artikel 99 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof komt met die afstand een einde aan de rechtspleging voor het Hof. 4 Om die redenen, het Hof stelt vast dat aan de rechtspleging een einde is gekomen. Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 28 november 2019. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux A. Alen PDF document ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.