id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 12 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.045 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.20200312.16 Arrest- Rolnummer: 45/2020 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2020-08-28 Raadplegingen: 249 - laatst gezien 2026-06-28 21:29 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof wijstde afstand van het beroep toe. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van artikel398 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 17juli 2018 «houdende verschillende maatregelen inzake tewerkstelling, vorming, economie, industrie, onderzoek, innovatie, digitale technologieën, leefmilieu, ecologische overgang, ruimtelijke ordening, openbare werken, mobiliteit en vervoer, energie, klimaat, luchthavenbeleid, toerisme, landbouw, natuur, bossen, plaatselijke besturen en huisvesting», ingesteld door de cvba «Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie» en de vzw «Ligue des familles». Beroep tot vernietiging - Afstand. Tekst van de beslissing Rolnummer 7160 Arrest nr. 45/2020 van 12 maart 2020 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 398 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 17 juli 2018 « houdende verschillende maatregelen inzake tewerkstelling, vorming, economie, industrie, onderzoek, innovatie, digitale technologieën, leefmilieu, ecologische overgang, ruimtelijke ordening, openbare werken, mobiliteit en vervoer, energie, klimaat, luchthavenbeleid, toerisme, landbouw, natuur, bossen, plaatselijke besturen en huisvesting », ingesteld door de cvba « Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie » en de vzw « Ligue des familles ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, R. Leysen, M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 5 april 2019 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 april 2019, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 398 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 17 juli 2018 « houdende verschillende maatregelen inzake tewerkstelling, vorming, economie, industrie, onderzoek, innovatie, digitale technologieën, leefmilieu, ecologische overgang, ruimtelijke ordening, openbare werken, mobiliteit en vervoer, energie, klimaat, luchthavenbeleid, toerisme, landbouw, natuur, bossen, plaatselijke besturen en huisvesting » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2018) door de cvba « Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie » en de vzw « Ligue des familles », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. E. Van Nuffel en Mr. K. Munungu, advocaten bij de balie te Brussel. De Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Kaiser en Mr. M. Verdussen, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend. Bij beschikking van 15 januari 2020 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache te hebben gehoord, beslist : - dat de zaak in staat van wijzen is; - aangezien artikel 185bis van het Waalse Wetboek van Huisvesting, zoals het is ingevoegd bij het bestreden artikel 398 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 17 juli 2018, is vervangen bij artikel 9 van het decreet van het Waalse Gewest van 2 mei 2019 « tot wijziging van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen en van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 mei 2019 en « in werking getreden » op 1 maart 2019), . aan de verzoekende partijen te vragen aan het Hof en aan de Waalse Regering, in een geschrift dat uiterlijk op 23 januari 2020 bij hen dient toe te komen, te laten weten of hun brief van 26 juli 2019 als een verzoek tot afstand kon worden beschouwd, en, . zo niet, de partijen te verzoeken zich, in een uiterlijk op 7 februari 2020 in te dienen en binnen dezelfde termijn uit te wisselen aanvullende memorie, uit te spreken over de vraag in welk opzicht de verzoekende partijen in voorkomend geval nog een belang zouden hebben bij de vernietiging van de bestreden bepaling en, zo ja, in welk opzicht die vernietiging hun een voordeel zou opleveren, rekening houdend met de voormelde vervanging; - dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en - dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 29 januari 2020 en de zaak in beraad zal worden genomen. Bij op 21 januari 2020 ter post aangetekende brief hebben de verzoekende partijen aan het Hof laten weten dat ze afstand doen van hun beroep. 3 Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 29 januari 2020 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte 1. De verzoekende partijen hebben aan het Hof laten weten dat ze afstand doen van hun beroep. 2. Niets belet te dezen dat het Hof de afstand toewijst. 4 Om die redenen, het Hof wijst de afstand van het beroep toe. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 12 maart 2020. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.