← België

ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.066

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 07 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.066 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.20200507.18 Arrest- Rolnummer: 66/2020 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2020-08-27 Raadplegingen: 282 - laatst gezien 2026-06-28 21:23 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Procedure (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van artikel 35 van het Consulair Wetboek, ingesteld door Charles Szabo. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Beroep ingesteld buiten de termijn. Tekst van de beslissing Rolnummer 7343 Arrest nr. 66/2020 van 7 mei 2020 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 35 van het Consulair Wetboek, ingesteld door Charles Szabo. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter F. Daoût en de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 januari 2020 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 januari 2020, heeft Charles Szabo beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 35 van het Consulair Wetboek. Op 4 februari 2020 hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Er werd geen memorie met verantwoording ingediend. -B- B.

  1. De verzoeker vordert de vernietiging, de herziening of de wijziging van artikel 35, vierde lid, van het Consulair Wetboek, zoals ingevoerd bij artikel 2 van de wet van 21 december 2013 « houdende het Consulair Wetboek ». B.2.
  2. Krachtens de artikelen 1 en 8 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof is het Hof bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot vernietiging van een wet. Noch die bijzondere wet, noch artikel 142 van de Grondwet kennen aan het Hof evenwel de bevoegdheid toe om een wet te herzien of te wijzigen. B.2.
  3. In zoverre het strekt tot de herziening of de wijziging van artikel 35, vierde lid, van het Consulair Wetboek, behoort het beroep dus klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 3 B.3.
  4. Een beroep dat strekt tot de vernietiging van een wetsbepaling waarbij geen instemming wordt verleend aan een internationaal verdrag, is in beginsel slechts ontvankelijk indien het wordt ingesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van die bepaling (artikel 3 van de bijzondere wet van 6 januari 1989). Een beroep dat na die periode van zes maanden is ingesteld, zou in voorkomend geval enkel ontvankelijk kunnen worden verklaard indien het Hof, in antwoord op een prejudiciële vraag, die wetsbepaling onbestaanbaar had geacht met een van de regels waarvan het de naleving dient te verzekeren, indien het Hof een gewest- of gemeenschapsbepaling met hetzelfde onderwerp als de in het beroep tot vernietiging bedoelde bepaling had vernietigd, of indien er een ander hangend beroep tot vernietiging bestond dat is gericht tegen een gewest- of gemeenschapsbepaling met hetzelfde onderwerp als de bestreden bepaling (artikel 4 van de bijzondere wet van 6 januari 1989). B.3.
  5. Artikel 35, vierde lid, van het Consulair Wetboek, waarbij geen instemming wordt verleend aan een internationaal verdrag, is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 januari
  6. Die bepaling heeft nooit het voorwerp uitgemaakt van een prejudiciële vraag aan het Hof. Bij het Hof werd evenmin een beroep ingesteld tot vernietiging van een gewest- of gemeenschapsbepaling met hetzelfde onderwerp als artikel 35, vierde lid, van het Consulair Wetboek. B.3.
  7. In zoverre het strekt tot de vernietiging van artikel 35, vierde lid, van het Consulair Wetboek, is het beroep klaarblijkelijk niet tijdig, en dus onontvankelijk, aangezien het pas op 15 januari 2020, zijnde meer dan zes maanden na de bekendmaking van die wetsbepaling in het Belgisch Staatsblad, is ingesteld. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 7 mei
  8. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.066 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.