← België

ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.159

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 26 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.159 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.20201126.5 Arrest- Rolnummer: 159/2020 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2020-11-26 Raadplegingen: 269 - laatst gezien 2026-06-19 17:02 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroepen tot vernietiging van artikel 3, 2°, van de wet van 7 april 2019 « tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor wat de onbeschikbaarheden van geneesmiddelen betreft », ingesteld door de vzw « Nationale Vereniging van de Groothandelaars-Verdelers in Farmaceutische Specialiteiten » en anderen en door de ivzw « European Association of Euro Pharmaceutical Companies » en anderen. Tekst van de beslissing Rolnummers 7240 en 7249 Arrest nr. 159/2020 van 26 november 2020 In zake : de beroepen tot vernietiging van artikel 3, 2°, van de wet van 7 april 2019 « tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor wat de onbeschikbaarheden van geneesmiddelen betreft », ingesteld door de vzw « Nationale Vereniging van de Groothandelaars-Verdelers in Farmaceutische Specialiteiten » en anderen en door de ivzw « European Association of Euro Pharmaceutical Companies » en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de rechters T. Merckx-Van Goey, R. Leysen, M. Pâques, Y. Kherbache en T. Detienne, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 juli 2019 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 31 juli 2019, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 3, 2°, van de wet van 7 april 2019 « tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor wat de onbeschikbaarheden van geneesmiddelen betreft » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2019) door de vzw « Nationale Vereniging van de Groothandelaars-Verdelers in Farmaceutische Specialiteiten », de nv « Pharma Belgium - Belmedis » en de cvba « Febelco », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. van de Walle de Ghelcke, Mr. L. Swartenbroux en Mr. T. Reyntjens, advocaten bij de balie te Brussel. b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 september 2019 ter post aangetekende en brief ter griffie is ingekomen op 17 september 2019, is beroep tot vernietiging ingesteld van dezelfde wetsbepaling door de ivzw « European Association of Euro Pharmaceutical Companies », de vennootschap naar Pools recht « Delfarma Sp. z o.o. », de vennootschap naar Duits recht « Kohlfarma GmbH » en de vennootschap naar Deens recht « Orifarm Group A/S », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. D. Vandenbulcke, advocaat bij de balie te Brussel, en Mr. P. Vande Casteele, advocaat bij de balie te Antwerpen. Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7240 en 7249 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Sohier en Mr. M. De Keukelaere, advocaten bij de balie te Brussel, heeft memories ingediend en de verzoekende partijen in de zaak nr. 7240 hebben een memorie van antwoord ingediend. Bij beschikking van 7 oktober 2020 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache te hebben gehoord, beslist dat de zaken in staat van wijzen zijn, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 21 oktober 2020 en de zaken in beraad zullen worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, zijn de zaken op 21 oktober 2020 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1. De verzoekende partijen in de zaken nrs. 7240 en 7249 vorderen de vernietiging van artikel 3, 2°, van de wet van 7 april 2019 « tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor wat de onbeschikbaarheden van geneesmiddelen betreft ». 3 A.2. De verzoekende partijen in de zaak nr. 7240 verklaren dat hun beroep, rekening houdend met het arrest van het Hof nr. 146/2019 van 17 oktober 2019, zonder voorwerp is geworden. A.3. De Ministerraad doet gelden dat het beroep in de zaak nr. 7249, in zoverre het tegen het voormelde artikel 3, 2°, is gericht, om dezelfde redenen zonder voorwerp is geworden en dat het beroep dient te worden verworpen in zoverre het gericht zou zijn tegen andere bepalingen van de voormelde wet van 7 april 2019. -B- B.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van artikel 3, 2°, van de wet van 7 april 2019 « tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor wat de onbeschikbaarheden van geneesmiddelen betreft ». B.2. Bij zijn arrest nr. 146/2019 van 17 oktober 2019 heeft het Hof die bepaling vernietigd. B.3. De beroepen zijn bijgevolg zonder voorwerp geworden. 4 Om die redenen, het Hof verwerpt de beroepen. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 26 november 2020. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.159 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

KI-Erklärung auf Basis des amtlichen Gesetzestextes. Orientierend, ersetzt keine Rechtsberatung.