← België

ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.161

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 26 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.161 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.20201126.7 Arrest- Rolnummer: 161/2020 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2020-11-26 Raadplegingen: 352 - laatst gezien 2026-06-19 17:02 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 « houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken » en van het ministerieel besluit van 5 juni 2020 « houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken », ingesteld door Bart De Leyn. Tekst van de beslissing Rolnummer 7432 Arrest nr. 161/2020 van 26 november 2020 In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 « houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken » en van het ministerieel besluit van 5 juni 2020 « houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken », ingesteld door Bart De Leyn. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. Lavrysen en de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 september 2020 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 september 2020, is beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 « houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2020, tweede editie) en van het ministerieel besluit van 5 juni 2020 « houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 juni 2020, vierde editie; erratum in het Belgisch Staatsblad van 10 juni 2020), ingesteld door Bart De Leyn. Op 23 september 2020 hebben de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- De verzoekende partij vordert de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 « houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID 19 te beperken » en van het ministerieel besluit van 5 juni 2020 « houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken ». Het enige middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden besluiten, van de artikelen 10, 11, 12, eerste lid, 14, 16, 19, 22, 23, 25, 26 en 27 van de Grondwet, als dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6, 7, 9, 10, 11, 14 en 18 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met de artikelen 9, 10, 14, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 25, 26 en 27 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. De verzoekende partij voert aan dat de bestreden besluiten die bepalingen schenden, doordat de overheid bepaalde personen toeliet in het kader van betogingen de bepalingen van de bestreden besluiten te overtreden. 3 -B- B.1. De verzoeker vordert de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 « houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken » en van het ministerieel besluit van 5 juni 2020 « houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken ». B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6). B.3. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over het beroep tegen een ministerieel besluit, dat, bij gebreke van bekrachtiging bij wet, geen wetskrachtige norm is. B.4. Zonder dat het nodig is te onderzoeken of aan de overige ontvankelijkheidsvereisten is voldaan, moet worden vastgesteld dat het beroep klaarblijkelijk onontvankelijk is. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 26 november 2020. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux L. Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

KI-Erklärung auf Basis des amtlichen Gesetzestextes. Orientierend, ersetzt keine Rechtsberatung.