← België

ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.101

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 01 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.101 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.20210701.5 Arrest- Rolnummer: 101/2021 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-07-27 Raadplegingen: 328 - laatst gezien 2026-06-19 17:12 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om, in het onderwijs, de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, ingesteld door Jessica Michielsen en Gilles Verlé. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid van het Hof. Tekst van de beslissing Rolnummer 7550 Arrest nr. 101/2021 van 1 juli 2021 In zake : het beroep tot vernietiging van ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om, in het onderwijs, de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, ingesteld door Jessica Michielsen en Gilles Verlé. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. Lavrysen en de rechters-verslaggevers R. Leysen en T. Detienne, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 1 april 2021 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 april 2021, is beroep tot vernietiging van ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om, in het onderwijs, de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, ingesteld door Jessica Michielsen en Gilles Verlé. Op 21 april 2021 hebben de rechters-verslaggevers R. Leysen en T. Detienne, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort en bijgevolg onontvankelijk is. Geen enkele memorie werd ingediend. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.

  1. Jessica Michielsen en Gilles Verlé vorderen de vernietiging van alle ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om, in het onderwijs, de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, alsook van de daarop gebaseerde maatregelen. A.
  2. In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het door Jessica Michielsen en Gilles Verlé ingestelde beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is wegens onbevoegdheid van het Hof. A.
  3. De verzoekende partijen hebben geen memorie met verantwoording ingediend. -B- B.
  4. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van alle ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om, in het onderwijs, de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, alsook van de daarop gebaseerde maatregelen, doordat zij in strijd zouden zijn met de artikelen 10, 11, 22bis en 24 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 1 en 28 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. 3 B.
  5. Krachtens artikel 142, tweede lid, van de Grondwet en artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof is het Hof bevoegd om uitspraak te doen op de beroepen tot vernietiging van een wet, een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, wegens schending van de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten en wegens schending van de artikelen van titel II (« De Belgen en hun rechten ») en van de artikelen 143, § 1, 170, 172 en 191 van de Grondwet. B.
  6. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over een beroep tot vernietiging dat gericht is tegen ministeriële besluiten en tegen de daarop gebaseerde maatregelen, die geen wetskrachtige normen zijn. B.
  7. Het beroep tot vernietiging behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof en is bijgevolg onontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 1 juli
  8. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux L. Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.