← België

ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.191

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 23 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.191 Vervangt nummer: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.20211223.5 Arrest- Rolnummer: 191/2021 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-01-08 Raadplegingen: 427 - laatst gezien 2026-06-19 17:12 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Vernietigingsbevoegdheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Beroep tot vernietiging van de artikelen 1 en 2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2020 « houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2016 betreffende de studie diergeneeskunde », ingesteld door Emma Avenière en anderen. Franse Gemeenschap - Hoger onderwijs - Studies diergeneeskunde - Voorwaarden inzake de toegang tot blok 2 van het programma van de eerste cyclus - Wijziging van de toegangsvoorwaarden - Terugwerkende kracht. Wettelijke bepalingen: Decreet Franse Gemeenschap - 22-10-2020 - 1 - 02 ELI link Pub nr 2020015876 Decreet Franse Gemeenschap - 22-10-2020 - 2 - 02 ELI link Pub nr 2020015876 Tekst van de beslissing Rolnummer 7597 Arrest nr. 191/2021 van 23 december 2021 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 1 en 2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2020 « houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2016 betreffende de studie diergeneeskunde », ingesteld door Emma Avenière en anderen. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit emeritus voorzitter F. Daoût, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, en de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, wijst na beraad het volgende arrest : 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 juni 2021 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 juni 2021, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 1 en 2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2020 « houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2016 betreffende de studie diergeneeskunde » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 oktober 2020) door Emma Avenière, Othello Boudigues, Caroline César, Jade De Fize, Laura Duchateau, Olivier Duquenne, Lucille Gaillard, Charline Iemmolo, Zoé Petitjean, Laurie Vanoverschelde, Chloé Bonduelle, Victor Colonval, Charlotte de Lame, Louis Dorvillers, Antoine Dutranoit, Estelle Gaudino, Alix Havelange, Carla Hersigny, Lisa Lannoy, Sarah Lefrant, Camille Moreau, Kloé Noppe, Marie-Charlotte Ramirez Y Leon, Violette Simonetti, Lisa Sytche, Emma Van Achter, Marine Vandermeulen, Alexandre Vilret, Léopold Waflart, Gaëlle Delmas en Solenn Myrtille Guerdin, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Bourtembourg, advocaat bij de balie te Brussel. Op 23 juni 2021 hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk onontvankelijk is. De verzoekende partijen hebben een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.

  1. De verzoekende partijen merken op dat bij het arrest nr. 82/2021 van 3 juni 2021 het Hof heeft geoordeeld, in antwoord op een prejudiciële vraag, dat de artikelen 1 en 2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2020 « houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2016 betreffende de studie diergeneeskunde » (hierna : het decreet van 22 oktober 2020) de artikelen 10, 11 en 24, § 3, eerste zin, van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten, schenden in zoverre zij een terugwerkende kracht toekennen aan de verlenging van de gevolgen van artikel 4 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016 « betreffende de studie diergeneeskunde » (hierna : het decreet van 13 juli 2016) tot na het academiejaar 2019-
  2. De verzoekende partijen menen te doen blijken van het belang dat is vereist bij artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof om de vernietiging van die decretale bepalingen te vorderen. Zij beweren dat zij tijdens het academiejaar 2019-2020 een hogere studie hebben aangevat aan de « Université de Liège », aan de « Université libre de Bruxelles » of aan de « Université de Namur » met het oog op het verkrijgen van de academische graad van bachelor in de diergeneeskunde en dat zij dan ten minste 45 van de 60 studiepunten van het eerste studiejaar van het programma van die studiecyclus hebben behaald. Zij voegen eraan toe dat zij op het einde van het tweede quadrimester van datzelfde academiejaar hebben deelgenomen aan het vergelijkend examen dat door hun universiteit werd georganiseerd, teneinde een « attest van toelating tot het vervolg van het programma van de cyclus » te verkrijgen dat die inrichting hun vermocht uit te reiken, maar dat zij, daar zij niet batig gerangschikt waren na afloop van dat vergelijkend examen, geen attest hebben verkregen. 3 A.
  3. Het enige middel van de verzoekende partijen is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 24, § 3, eerste zin, van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten. Zij voeren aan dat de terugwerkende kracht die de artikelen 1 en 2 van het decreet van 22 oktober 2020 toekennen aan de verlenging van de gevolgen van artikel 4 van het decreet van 13 juli 2016, niet onontbeerlijk is voor het bereiken van een doel van algemeen belang. Zij verwijzen in dat verband naar de overwegingen B.10 en B.11 van het arrest nr. 82/
  4. -B- B.
  5. Bij het arrest nr. 150/2021 van 21 oktober 2021 heeft het Hof de artikelen 1 en 2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2020 « houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2016 betreffende de studie diergeneeskunde » vernietigd in zoverre zij een terugwerkende kracht toekennen aan de verlenging van de gevolgen van artikel 4 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016 « betreffende de studie diergeneeskunde » tot na het academiejaar 2019-
  6. B.
  7. Zonder dat het noodzakelijk is zich uit te spreken over het belang van de verzoekende partijen, dient te worden besloten dat het onderhavige beroep geen voorwerp meer heeft. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 23 december
  8. De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut F. Daoût PDF document ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

KI-Erklärung auf Basis des amtlichen Gesetzestextes. Orientierend, ersetzt keine Rechtsberatung.