← België

ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.039

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.039 Arrest- Rolnummer: 39/2022 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-10-13 Raadplegingen: 327 - laatst gezien 2026-06-19 17:11 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » en de onderliggende wetten, ingesteld door Stephanie Billiet en Eduard Vercauteren. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid van het Hof / Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 39/2022 van 10 maart 2022 Rolnummer : 7700 In zake : het beroep tot vernietiging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » en de onderliggende wetten, ingesteld door Stephanie Billiet en Eduard Vercauteren. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. Lavrysen en de rechters-verslaggevers Y. Kherbache en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 december 2021 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 13 december 2021, is beroep tot vernietiging ingesteld van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 juli 1996) en de onderliggende wetten door Stephanie Billiet en Eduard Vercauteren. Op 22 december 2021 hebben de rechters-verslaggevers Y. Kherbache en M. Pâques, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. Geen enkele memorie werd ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 2 II. In rechte -A- A.

  1. Met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof hebben de rechters-verslaggevers bij de voorzitter verslag uitgebracht over de klaarblijkelijke onontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging. In dat verslag wordt besloten dat het ingediende verzoekschrift in wezen gericht is tegen artikel 224 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 », waarover het Hof niet bevoegd is om te oordelen aangezien het bestreden artikel van het koninklijk besluit, bij gebreke van bekrachtiging bij wet, geen wetskrachtige norm is. Daarnaast wordt besloten dat, in zoverre het beroep voorts gericht is tegen « de onderliggende wetten », het volstaat vast te stellen dat de verzoekende partijen niet verduidelijken welke wetgevende norm zij viseren. A.
  2. De verzoekende partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een memorie met verantwoording in te dienen. -B- B.
  3. De verzoekende partijen vragen de vernietiging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » en de onderliggende wetten. B.
  4. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6). B.
  5. Uit de uiteenzetting in het verzoekschrift blijkt dat het beroep gericht is tegen artikel 224 van het voormelde koninklijk besluit van 3 juli
  6. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over het beroep tegen een bepaling van een koninklijk besluit, dat, bij gebreke van bekrachtiging bij wet, geen wetskrachtige norm is. 3 In zoverre het beroep voorts gericht is tegen « de onderliggende wetten », volstaat het vast te stellen dat de verzoekende partijen niet verduidelijken welke wetgevende norm zij viseren. B.
  7. In zoverre het beroep gericht is tegen artikel 224 van het voormelde koninklijk besluit van 3 juli 1996, behoort het klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. In zoverre het beroep gericht is tegen « de onderliggende wetten », en zonder dat het nodig is te onderzoeken of aan de overige ontvankelijkheidsvereisten is voldaan, is het beroep klaarblijkelijk onontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 10 maart
  8. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux L. Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.039 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.