id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.085 Arrest- Rolnummer: 85/2022 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-10-13 Raadplegingen: 432 - laatst gezien 2026-06-14 19:41 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van de artikelen 21 en 25 van het decreet van het Waalse Gewest van 11 februari 2021 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen », ingesteld door Françoise Abad Gonzales. Sociaal recht - Directeur-generaal van het Waals openbaar kinderbijslagfonds (FAMIWAL) - Benoeming - Voorwaarden - Opheffing met terugwerkende kracht van de afwijkende overgangsregeling - Toepassing van de Waalse Ambtenarencode Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 85/2022 van 23 juni 2022 Rolnummer : 7614 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 21 en 25 van het decreet van het Waalse Gewest van 11 februari 2021 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen », ingesteld door Françoise Abad Gonzales. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, S. de Bethune en W. Verrijdt, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 juli 2021 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 15 juli 2021, heeft Françoise Abad Gonzales, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Levert, advocaat bij de balie te Brussel, en door Mr. N. Tison, advocaat bij de balie te Charleroi, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 21 en 25 van het decreet van het Waalse Gewest van 11 februari 2021 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2021). De Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Merodio en Mr. N. Van Damme, advocaten bij de balie Luik-Hoei, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Waalse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 4 mei 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Giet en S. de Bethune te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van 2 die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 18 mei 2022 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 18 mei 2022 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep A.1.
- De verzoekende partij is waarnemend directrice van het Waals openbaar kinderbijslagfonds « Caisse publique wallonne d’allocations familiales » (afgekort en hierna : FAMIWAL). Na de regionalisering van de gezinsbijslagen in het kader van de zesde staatshervorming heeft artikel 135 van het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 8 februari 2018) voorzien in een regeling inzake primo-aanwijzing, die afwijkt van de Ambtenarencode, voor het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL. Bij gebrek aan een kandidaatstelling die in aanmerking is genomen voor die vacante betrekking, werd de verzoekende partij op 1 januari 2019 benoemd tot waarnemend directrice van FAMIWAL. Tijdens de zomer van 2020 werd een nieuwe oproep tot kandidaatstelling voor het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL bekendgemaakt, waarop artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 van toepassing was. De kandidaatstelling van de verzoekende partij werd geldig verklaard door SELOR, zij is geslaagd voor de eerste twee selectieproeven en werd in december 2020 « A-zeer geschikt » verklaard door de selectiecommissie. A.1.
- De verzoekende partij verantwoordt haar belang om in rechte te treden door het feit dat de artikelen 21 en 25 van het decreet van het Waalse Gewest van 11 februari 2021 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 11 februari 2021) artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 met terugwerkende kracht opheffen, hetgeen tot gevolg heeft dat zij wordt uitgesloten van elke toekomstige selectieprocedure, op korte of op middellange termijn, die voortaan zal worden geregeld bij artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018 en bij titel II van boek II van de Waalse Ambtenarencode, waaronder artikel 341/
- Aldus strekte de oorspronkelijke bepaling van het voorontwerp dat het decreet van 11 februari 2021 is geworden, ertoe het mogelijk te maken dat de kandidaat die aan het einde van de procedure tot primo-aanwijzing als directeur-generaal van FAMIWAL werd aangewezen, deel uitmaakt van de pool van kandidaten in de zin van artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode. Aangezien de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft doen opmerken dat een wijziging van artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode tot de bevoegdheid van de Regering behoorde, heeft de Waalse Regering zich op dat advies gebaseerd om de bestreden bepalingen aan te nemen, maar zij heeft de draagwijdte ervan beknot, door een einde te maken aan de lopende selectieprocedure, die in juli 2020 was begonnen, en door de verzoekende partij te verhinderen kandidaat te zijn voor het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL. A.2.
- In hoofdorde betwist de Waalse Regering het belang van de verzoekende partij om in rechte te treden, aangezien zij van mening is dat de opheffing van de in artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 vervatte overgangsbepaling de rechten die de verzoekende partij zou hebben verworven, niet opnieuw in het geding kan brengen. 3 Enerzijds doen de bestreden bepalingen geen afbreuk aan de aanwijzing van de verzoekende partij als waarnemend directrice. Anderzijds beschikte de verzoekende partij niet over een recht dat de overgangsregeling inzake aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL op haar zou worden toegepast, noch over een recht om in dat ambt te worden aangewezen, aangezien het risico dat haar kandidaatstelling niet in aanmerking zou worden genomen inherent is aan de deelname aan een aanwijzingsprocedure. Het is immers vaste rechtspraak dat een administratieve overheid niet verplicht is om een kandidaat te benoemen aan het einde van een aanwervingsprocedure, ook al wordt één enkele kandidaat geschikt bevonden na afloop van het onderzoek van de kandidaatstellingen. Zulks geldt a fortiori te dezen, aangezien de procedure werd onderbroken terwijl zij nog niet was afgerond, en die onderbreking geldt los van het feit of het decreet onmiddellijk dan wel met terugwerkende kracht van toepassing is. Ten slotte zal de verzoekende partij kunnen deelnemen aan de opleiding, waarmee eind oktober 2021 werd begonnen, om een getuigschrift management openbare besturen te verwerven. A.2.
- In ondergeschikte orde werpt de Waalse Regering de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep op, in zoverre het is gericht tegen artikel 25, eerste, tweede en vierde lid, aangezien het beroep enkel ontvankelijk is in zoverre het betrekking heeft op de bewoordingen « en 21 » in artikel 25, derde lid, van het decreet van 11 februari
- A.
- De verzoekende partij antwoordt dat zij nooit heeft beweerd dat de bestreden bepalingen afbreuk zouden doen aan de hogere functies die haar werden toevertrouwd, noch dat zij een verworven recht had om te worden aangewezen. Het is daarentegen juist te oordelen dat zij, op grond van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, over de mogelijkheid beschikte om kandidaat te zijn voor het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL. Ten slotte is de opleiding management openbare besturen irrelevant aangezien die opleiding niet zou beginnen vóór de maand april 2022 om dan te eindigen in april
- Indien het Waalse Gewest een aanwijzingsprocedure begint vóór het zover is, zal de verzoekende partij zich niet kandidaat kunnen stellen voor die betrekking. A.
- De Waalse Regering repliceert dat de verzoekende partij haar bedoelingen toeschrijft die op geen enkele grondslag berusten, aangezien het Waalse Gewest niet heeft aangekondigd, noch heeft beslist om de procedure tot aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL opnieuw aan te vangen. Bovendien dient het belang actueel te zijn, terwijl de verzoekende partij zich beroept op een toekomstige, hypothetische en onzekere situatie. Ten gronde A.
- Het eerste middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemene beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en van rechtszekerheid. Door artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 op te heffen met ingang van 1 januari 2020, zouden de bestreden bepalingen de verzoekende partij discrimineren ten opzichte van de andere rechtzoekenden en ten opzichte van de andere personeelsleden van het openbaar ambt die het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten genieten. Volgens de verzoekende partij ontzeggen de bestreden bepalingen haar immers met terugwerkende kracht het voordeel van de lopende procedure tot primo-aanwijzing en van de vermelding « A-zeer geschikt » die haar is toegekend, aangezien zij niet wordt beschouwd als een lid van de pool van kandidaten voor de uitoefening van het openbaar ambt, bedoeld in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode, waarnaar artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018 verwijst. Geen enkel criterium verantwoordt die opheffing met terugwerkende kracht noch de onevenredige gevolgen die eruit voortvloeien voor de verzoekende partij. A.
- De Regering betwist allereerst de analyse van de verzoekende partij, door vast te stellen dat de retroactieve draagwijdte van artikel 21 van het decreet van 11 februari 2021 zich krachtens artikel 25, derde lid, van hetzelfde decreet beperkt tot 1 januari 2021 en niet tot 1 januari
- De verzoekende partij heeft dus geen belang om die beperkte terugwerkende kracht te betwisten, aangezien het decreet van 11 februari 2021, zelfs zonder terugwerkende kracht, van toepassing zou zijn geweest vanaf de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 27 februari 2021, datum waarop de aanwijzingsprocedure waaraan de verzoekende partij deelnam, nog steeds niet was afgerond. 4 In het onwaarschijnlijke geval dat het Hof de ontvankelijkheid van het beroep tegen artikel 25 in zijn geheel zou aanvaarden, wordt de retroactiviteit van de maatregel verantwoord in de toelichting bij de ontworpen bepaling, zodat het middel niet gegrond is. A.
- De verzoekende partij antwoordt dat het in aanmerking nemen van de datum van 1 januari 2021 in plaats van 1 januari 2020 niets afdoet aan het retroactieve karakter van artikel 21 van het decreet van 11 februari 2021 en dat de parlementaire voorbereiding van het decreet van 11 februari 2021 het geenszins mogelijk maakt die retroactiviteit te verantwoorden. Het belang moet bovendien op soepele wijze worden geïnterpreteerd in het vernietigingscontentieux. A.
- De Waalse Regering repliceert dat de verzoekende partij niet antwoordt op haar argumentatie volgens welke de vernietiging van artikel 21 van het decreet van 11 februari 2021, los van de retroactieve draagwijdte ervan, geen voordeel zou verschaffen aan de verzoekende partij. Daarenboven berust de bewering volgens welke haar belang op soepele wijze moet worden beoordeeld, op geen enkele grondslag. A.
- Het tweede, ondergeschikte, middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Ten aanzien van de verantwoording van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, zoals zij in de parlementaire voorbereiding bij het aannemen van die bepaling was vermeld, verantwoordt geen enkel criterium de opheffing van die bepaling met ingang van 1 januari 2020 en de onevenredige gevolgen die eruit voortvloeien voor de verzoekende partij. Aldus strekte artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 ertoe om, voor de toegang tot het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL, enerzijds, de personeelsleden die zijn overgeplaatst van de federale overheid naar het Waalse Gewest, die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A en geslaagd zijn voor een vergelijkend examen voor overgang naar niveau A of een vergelijkbaar niveau, en, anderzijds, de houders van een getuigschrift management openbare besturen en de in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode bedoelde administrateurs-generaal op voet van gelijkheid te plaatsen. Bij artikel 21 van het decreet van 11 februari 2021 worden twee categorieën van personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, bijgevolg verschillend behandeld door, voor de toegang tot het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL, de houders van een diploma dat toegang geeft tot niveau A en de geslaagden voor een vergelijkend examen voor overgang naar niveau A of een vergelijkbaar niveau, uit te sluiten, en door die toegang enkel voor te behouden aan de houders van een getuigschrift van bekwaamheid en aan de in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode bedoelde mandatarissen en administrateurs-generaal. Dat verschil in behandeling is niet objectief en redelijk verantwoord, noch evenredig. Ten eerste werd de hangende procedure tot primo-aanwijzing enkel wegens het getalm van de Waalse Regering niet afgerond. Ten tweede zal het getuigschrift management openbare besturen, bedoeld in artikel 341/8, derde lid, 1°, van de Waalse Ambtenarencode, niet worden georganiseerd vóór april 2022 en zullen de eerste getuigschriften niet kunnen worden uitgereikt vóór 2023, hetgeen de mogelijke kandidaten dus beperkt tot enkel de in artikel 341/8, derde lid, 2° tot 7°, van de Waalse Ambtenarencode bedoelde mandatarissen en administrateurs-generaal - tot wie de verzoekende partij niet behoort, terwijl het voorontwerp dat het decreet van 11 februari 2021 is geworden, oorspronkelijk erin voorzag om de primo-aangewezen directeur-generaal gelijk te stellen met de in die bepaling bedoelde mandatarissen en administrateurs-generaal. Ten derde zijn de redenen die golden bij het aannemen van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, nog steeds actueel, aangezien de krachtens die bepaling georganiseerde selectieprocedure nog steeds aan de gang was : er wordt dus nog steeds een overgeplaatst personeelslid beoogd en het gaat nog steeds om het verzekeren van de continuïteit van de openbare dienst, waarbij de verzoekende partij door de Waalse Regering werd aangewezen en nog steeds is aangewezen om de hogere functies van directrice-generaal van FAMIWAL uit te oefenen. A.
- De Waalse Regering is van mening dat de opheffing van een afwijkende regeling niet discriminerend is, maar integendeel ertoe strekt een einde te maken aan een afwijkende procedure teneinde alle personeelsleden van het Waalse Gewest die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, gelijk te behandelen. Het Waalse Gewest heeft die afwijkende regeling die, tijdens een eerste overgangsperiode, personen die zich niet in vergelijkbare situaties bevinden, namelijk de kandidaten die beantwoorden aan de in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode bedoelde voorwaarden en de kandidaten die niet aan die voorwaarden voldoen, verschillend behandelt, nooit willen bestendigen. 5 De redenen die de invoering van die in de tijd beperkte regeling verantwoordden, bestaan bijgevolg niet meer, zoals de minister van Ambtenarenzaken heeft beklemtoond. De verzoekende partij beschikt dus niet over een verworven recht op het behoud van een afwijkende overgangsbepaling die, gelet op de verantwoording ervan, niet de rechtmatige verwachting heeft kunnen doen ontstaan dat zij eindeloos aanspraak zou kunnen maken op een aanwijzing op die basis, zonder de in artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018 bedoelde voorwaarden in acht te nemen. Voor het overige kan de argumentatie van de verzoekende partij niet worden aanvaard aangezien zij in werkelijkheid neerkomt op het bekritiseren van de grondwettigheid van artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018, dat definitief is. A.
- De verzoekende partij antwoordt dat de redenen die het aannemen van de overgangsregeling hebben verantwoord, nog steeds bestaan, aangezien men thans nog steeds te maken heeft met een procedure tot primo-aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL. Uit de tekst van het voorontwerp dat het decreet van 11 februari 2021 is geworden, blijkt daarentegen dat het oorspronkelijke doel van de wetgever erin bestond de in artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 bedoelde afwijkende regeling te bestendigen. A.
- De Waalse Regering repliceert dat sedert 1 januari 2019 alle personeelsleden van de federale administratie voor de betaling van de kinderbijslag werden opgenomen in het Waalse Gewest. Die personeelsleden, met inbegrip van de verzoekende partij, moeten bijgevolg zonder discriminatie worden behandeld ten opzichte van de andere Waalse personeelsleden. Door de afwijkende overgangsregeling af te schaffen, maken de bestreden bepalingen het aldus mogelijk dat alle personeelsleden van het Waalse openbaar ambt dezelfde kansen hebben om een mandaat van directeur-generaal van FAMIWAL te verkrijgen. -B- Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan B.
- Bij artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij artikel 12 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 « met betrekking tot de Zesde Staatshervorming », vermeldt « de gezinsbijlagen » onder de persoonsgebonden aangelegenheden die worden beoogd in artikel 128, § 1, van de Grondwet. Overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet bepaalt artikel 3, 8°, van het bijzonder decreet van de Franse Gemeenschap van 3 april 2014 « betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie wordt overgedragen » dat het Waalse Gewest, op het grondgebied van het Franse taalgebied, de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap inzake gezinsbijslagen uitoefent. B.2.
- Bij het decreet van het Waalse Gewest van 8 februari 2018 « betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 8 februari 2018) wordt die bevoegdheid inzake gezinsbijslagen ten uitvoer gelegd. 6 Overeenkomstig artikel 23 van het decreet van 8 februari 2018 wordt een openbare bestuurseenheid met rechtspersoonlijkheid, « Waals openbaar kinderbijslagfonds » genoemd (afgekort en hierna : FAMIWAL), opgericht, die, wat het Waalse Gewest betreft, in de rechten, verplichtingen, goederen en lasten van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag treedt voor wat betreft de betaling van de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus
- In een hoofdstuk III getiteld « Het dagelijks beheer », bepalen de artikelen 37 en 38 van het decreet van 8 februari 2018 de bevoegdheden van de directeur-generaal van FAMIWAL. In datzelfde hoofdstuk bepaalt artikel 39 dat de Regering « […] de Directeur-generaal [aanwijst] voor een mandaat van rang A2 onder de voorwaarden bepaald in Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode ». B.2.
- Onder een titel X « Overgangsbepalingen », bepaalde artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, wat betreft de eerste aanwijzing van de Directeur-generaal van FAMIWAL, een regeling die afweek van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 « houdende de Waalse Ambtenarencode » (hierna : de Waalse Ambtenarencode). Dat artikel bepaalde : « §
- Voor de eerste aanwijzing van de directeur-generaal zijn de artikelen 340 en 343 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode, niet van toepassing. Om deel te nemen aan de vergelijkende selecties voor de functie van directeur-generaal voor de eerste aanwijzing moeten de kandidaten aan de volgende voorwaarden vervullen : 1° ze moeten houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A of geslaagd zijn voor een vergelijkend examen voor overgang naar niveau A of een ermee gelijkgesteld niveau of houder zijn van een getuigschrift van verworven competenties buiten elk diploma dat toegang verleent tot niveau A, waarbij dat getuigschrift wordt uitgereikt of erkend door de School voor overheidsbestuur of door een ander orgaan aangeduid bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of erkend in het kader van het federaal openbaar ambt; 2° het bewijs kunnen leveren van een beroepservaring van ten minste 8 jaar, waaronder 2 jaar ervaring inzake beheer van teams of projecten. §
- Op de voordracht van het beheerscomité keurt de Regering de opdrachtbrief van de directeur-generaal goed. 7 §
- SELOR is belast met de organisatie van een selectieproef betreffende de aanwijzing van de directeur-generaal. Daartoe wordt een selectiecommissie opgericht. Ze wordt door SELOR georganiseerd en voorgezeten en ze bestaat uit vijf leden : 1° de afgevaardigd bestuurder van SELOR of diens vertegenwoordiger; 2° twee leden aangewezen wegens hun hoedanigheid van deskundige, die onbetwistbare bekwaamheden hebben inzake management of inzake gezinsbijslagen en die gekozen worden buiten de diensten van de Regering, van de instellingen ressorterend onder Sectorcomité XVI en van de ministeriële kabinetten; 3° twee mandatarissen in functie van rang A1 of A
- De kandidaturen worden bij SELOR ingediend dat de toelaatbaarheid ervan onderzoekt. De kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard leggen een computergestuurde assessmentproef af die de generieke managementcompetentie meet en aangepast is aan het niveau van de te begeven functie. De kandidaten die geslaagd zijn voor de computergestuurde assessmentproef leggen voor de selectiecommissie een mondelinge proef af uitgaande van een praktijkgeval dat betrekking heeft op de te begeven managementfunctie. De proef heeft tot doel zowel de specifieke competenties als de managementvaardigheden te evalueren die vereist zijn voor de uitoefening van deze functie. Aan het einde van de in het vijfde lid bedoelde en van de vergelijking van de diploma's en verdiensten van de kandidaten, worden de kandidaten ingedeeld ofwel in de groep A ‘ zeer geschikt ’, ofwel in de groep B ‘ geschikt ’, ofwel in de groep C ‘ minder geschikt ’, ofwel in de groep D ‘ niet geschikt ’. Deze indeling wordt gemotiveerd. In de groep A en in de groep B worden de kandidaten gerangschikt. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van hun indeling in de groep A, B, C of D en van hun rangschikking in de groepen A en B. Met de kandidaten van de groep A wordt een aanvullend onderhoud georganiseerd met de bedoeling hen te vergelijken wat betreft hun specifieke competenties, hun relationele en managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het competentieprofiel van de te begeven management- of staffunctie. Dit onderhoud wordt geleid door de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister bevoegd voor Gezinsbijslagen. Indien de Minister van Ambtenarenzaken ook bevoegd is voor Gezinsbijslagen, kan de Regering een tweede Minister aanwijzen om dit onderhoud te leiden ». Die overgangsregeling week aldus af van de procedure voor de selectie van kandidaten, voor de procedure tot eerste aanwijzing van directeur-generaal van FAMIWAL, waarbij de andere voorwaarden vastgelegd in boek II van de Waalse Ambtenarencode van toepassing bleven. 8 B.2.
- Wat betreft die afwijkende overgangsregeling van « primo-aanwijzing » voor het eerste mandaat van directeur-generaal van FAMIWAL, werd in de parlementaire voorbereiding van het decreet van 8 februari 2018 het volgende uiteengezet : « Voor de aanwijzing van de directeur-generaal, zal een beroep worden gedaan op de pool van kandidaten bedoeld in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode. Aangezien de personeelsleden van FAMIFED die thans de opdrachten uitvoeren tot het federale niveau behoren en dus niet onderworpen zijn aan de École d’Administration public (hierna : EAP), wordt evenwel in een bijzondere procedure voorzien om het eerste mandaat van het Kinderbijslagfonds in te vullen en op die manier de personen die worden overgedragen van het federale niveau en die werkzaam zijn in die aangelegenheid de mogelijkheid te bieden om te solliciteren naar dat eerste mandaat. Het is ook de bedoeling de continuïteit van de dienst te verzekeren. Om te kunnen deelnemen aan de vergelijkende selectie voor het ambt van directeur-generaal, moeten kandidaten een ambt van niveau A of een gelijkwaardig ambt vervullen of houder zijn van het getuigschrift van buiten diploma verworven competenties, dat toegang geeft tot niveau A ˗ dit getuigschrift wordt uitgereikt of erkend door de Ecole d’Administration publique of door een orgaan aangewezen bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of erkend in het kader van het federaal openbaar ambt ˗, en moeten zij het bewijs kunnen leveren van een beroepservaring van ten minste acht jaar, waaronder twee jaar ervaring inzake beheer van teams of projecten. Er wordt voorzien in de oprichting van een Selectiecommissie georganiseerd door SELOR, die overigens zal instaan voor de volgende stappen : - het onderzoek van de toelaatbaarheid; - de organisatie van een computergestuurde proef waarmee de generieke managementcompetenties kunnen worden gemeten; - de organisatie van een assessment en van een mondelinge proef voor de door SELOR georganiseerde Selectiecommissie, die tot doel heeft zowel de specifieke competenties als de managementvaardigheden te evalueren. Dit artikel wordt toegepast onverminderd de toepassing van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, en van de uitvoeringsbesluiten ervan » (Parl. St., Waals Parlement, 2017-2018, nr. 989/1, pp. 36-37). B.2.
- De oorspronkelijke ontworpen bepaling was opgenomen in een artikel 38, § 3, waarover de gemachtigde van de minister van Sociaal Beleid, Gezondheid, Kansengelijkheid, Openbaar Ambt en Administratieve Vereenvoudiging van het Waalse Gewest antwoordde dat 9 het « enkel van toepassing is voor de aanwijzing van de eerste directeur-generaal van het Kinderbijslagfonds, en dat rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van die aanwijzing (overdracht van bevoegdheden, van personeel, invoering van het nieuwe model, oprichting van een autonoom openbaar kinderbijslagfonds en, bovendien, het feit dat de huidige beheerder van het openbaar kinderbijslagfonds met pensioen gaat) », en dat, buiten die afwijking, « de Ambtenarencode van toepassing is » (ibid., p.84). Rekening houdend met dat antwoord, suggereerde de afdeling wetgeving van de Raad van State dat « de regelgeving betreffende de eerste aanwijzing in het ambt van directeur-generaal wordt opgenomen in een overgangsbepaling » (ibid., pp. 84-85). B.3.
- Het beroep tot vernietiging is gericht tegen de artikelen 21 en 25 van het decreet van het Waalse Gewest van 11 februari 2021 « tot wijziging van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen » (hierna : het decreet van 11 februari 2021). Bij artikel 21 van het decreet van 11 februari 2021 wordt artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 opgeheven. Artikel 25 van het decreet van 11 februari 2021 bepaalt : « Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari
- […] In afwijking van het eerste lid hebben de artikelen 11, § 2, 19 en 21 uitwerking met ingang van 1 januari
- […] ». B.3.2.
- De oorspronkelijke tekst van het voorontwerp van decreet dat voor advies aan de afdeling wetgeving van de Raad van State werd voorgelegd, had tot doel artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 aan te vullen met een paragraaf 2, die luidde als volgt : « De kandidaat die aan het einde van de procedure bedoeld in § 1 wordt aangewezen als directeur-generaal, maakt deel uit van de pool van kandidaten in de zin van artikel 341/8 van 10 het besluit van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, dat werd ingevoerd bij het besluit van 31 augustus 2006 » (Parl. St., Waals Parlement, 2020-2021, nr. 402/1, p. 29). Die bepaling werd als volgt verantwoord : « Deze bepaling heeft tot doel de mandataris die aan het einde van de procedure bedoeld in artikel 135 wordt aangewezen als directeur-generaal van FAMIWAL, in te schrijven op de lijst van kandidaten voor een mandaat waarin de Ambtenarencode voorziet in het kader van de procedure tot aanwijzing van een mandataris » (ibid., p. 25). B.3.2.
- De afdeling wetgeving van de Raad van State maakte de volgende opmerkingen over die bepaling : « Na te zijn verzocht elementen aan te brengen die verantwoorden dat de mandataris die is aangewezen krachtens het ontworpen artikel 135, § 1, van het decreet van 8 februari 2018 moet worden opgenomen in de pool van kandidaten, en in reactie op het voorstel om eerder artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode te wijzigen opdat die mandataris daarin wordt beoogd, gaf de gemachtigde van de minister het volgende aan : ‘ De procedure die bepaald is in artikel 135 van het decreet maakt het mogelijk, voor personen die meer bepaald van het federale niveau komen en die niet beschikken over het getuigschrift management waarin de Ambtenarencode voorziet, toegang te verkrijgen tot een mandaatfunctie. Gelet op de zware procedure en de uitoefening van een eerste mandaat, zou het niet rechtvaardig zijn de mandataris die het gehaald heeft en die gunstig werd beoordeeld niet de mogelijkheid te bieden om opnieuw te solliciteren naar zijn functie van mandataris. Het zou de facto verkieslijk zijn de Waalse Ambtenarencode te wijzigen ’. Het komt de wetgever niet toe de samenstelling van de pool van kandidaten, zoals vastgesteld krachtens artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode, te bepalen. De wijziging van die bepaling, teneinde de eerste directeur-generaal in de erin bedoelde pool van kandidaten te laten opnemen, valt onder de bevoegdheid van de Regering. Artikel 19 van het voorontwerp zal bijgevolg worden weggelaten » (ibid., p. 18). B.3.
- De decreetgever heeft het voorstel van de afdeling wetgeving van de Raad van State gevolgd en heeft ervoor gekozen de afwijkende regeling van primo-aanwijzing vervat in artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 op te heffen. In de parlementaire voorbereiding van het decreet van 11 februari 2021 wordt uiteengezet : « De overgangsbepaling van artikel 135 op grond waarvan kan worden afgeweken van het getuigschrift ‘ management openbare besturen ’, wordt opgeheven » (Parl. St., Waals Parlement, 2020-2021, nr. 402/1, p. 4). 11 In de toelichting bij het ontworpen artikel 21 wordt aangegeven : « Die bepaling heeft tot doel artikel 135 van het decreet op te heffen in het licht van het advies van de Raad van State, en dat om aan FAMIWAL een mandataris toe te wijzen die het getuigschrift ‘ management openbare besturen ’ heeft behaald overeenkomstig artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018, dat preciseert dat de Regering de directeur-generaal aanwijst voor een mandaat van rang A2 onder de voorwaarden bepaald in Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode » (ibid. , p. 8). Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep B.
- De verzoekende partij verantwoordt haar belang om in rechte te treden door het feit dat zij waarnemend directrice van FAMIWAL is en dat, op grond van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, haar kandidaatstelling voor die betrekking werd geldig verklaard door SELOR, dat zij slaagde voor de eerste twee selectieproeven en in december 2020 « A-zeer geschikt » werd verklaard door de selectiecommissie. Zij is van mening dat de bestreden bepalingen, die met terugwerkende kracht artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 opheffen, tot gevolg hebben dat zij wordt uitgesloten van elke toekomstige selectieprocedure. B.5.
- In hoofdorde betwist de Waalse Regering het belang van de verzoekende partij om in rechte te treden, omdat deze volgens haar niet doet blijken van een belang bij de vernietiging van de bestreden bepalingen, noch in haar hoedanigheid van waarnemend directrice, noch in haar hoedanigheid van kandidate die « zeer geschikt » werd verklaard in een selectieprocedure op grond van het opgeheven artikel 135 van het decreet van 8 februari
- B.5.
- De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt. B.5.
- De vraag of de situatie van de verzoekende partij rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt door de bepalingen die zijn aanvecht, hangt af van de draagwijdte van die bepalingen en van de gevolgen die zij kunnen hebben. Het onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep valt bijgevolg samen met het onderzoek ten gronde ervan. 12 B.6.
- In ondergeschikte orde werpt de Waalse Regering de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep op in zoverre het gericht is tegen artikel 25, eerste, tweede en vierde lid, aangezien het beroep slechts ontvankelijk is in zoverre het betrekking heeft op de termen « en 21 », vervat in artikel 25, derde lid, van het decreet van 11 februari
- B.6.
- Het Hof moet de omvang van het beroep tot vernietiging vaststellen uitgaande van de inhoud van het verzoekschrift en in het bijzonder op basis van de uiteenzetting van de middelen. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de bepalingen waartegen middelen zijn gericht. B.6.
- Uit de uiteenzetting van de middelen blijkt dat artikel 25 van het decreet van 11 februari 2021 enkel wordt bestreden in zoverre het de datum van inwerkingtreding van artikel 21 van hetzelfde decreet vaststelt, te dezen op 1 januari
- Het Hof beperkt zijn onderzoek van het bestreden artikel 25 bijgevolg in die mate. Ten gronde B.
- Het eerste middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van wetten en van rechtszekerheid. Volgens de verzoekende partij heeft de opheffing, met terugwerkende kracht, van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, voor haar onevenredige gevolgen omdat zij haar het voordeel van de lopende procedure tot primo-aanwijzing en van de haar toegekende vermelding « A-zeer geschikt » ontneemt, hetgeen haar zou discrimineren ten opzichte van de andere rechtzoekenden en ten opzichte van de andere overheidsambtenaren die het beginsel van de niet-retroactiviteit van wetten wel genieten. B.
- Het tweede middel, dat subsidiair is, is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 13 In het licht van de verantwoording van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, die vermeld was in de parlementaire voorbereiding bij de aanneming van die bepaling, is de verzoekende partij van mening dat geen enkel criterium verantwoording biedt voor de opheffing, met terugwerkende kracht, van die bepaling, noch voor de onevenredige gevolgen die eruit voortvloeien voor de verzoekende partij, vermits zij niet wordt beschouwd als een lid van de pool van kandidaten voor de uitoefening van het openbaar ambt, bedoeld in artikel 348/1 van de Waalse Ambtenarencode, waarnaar artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018 verwijst. B.
- Aangezien beide middelen kritiek uitoefenen op de draagwijdte en de gevolgen van de bestreden bepalingen ten aanzien van de verzoekende partij, onderzoekt het Hof ze samen. B.10.
- Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. B.10.
- De niet-retroactiviteit van de wetten is een waarborg die tot doel heeft rechtsonzekerheid te voorkomen. Die waarborg vereist dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de rechtzoekende de gevolgen van een bepaalde handeling in redelijke mate kan voorzien op het ogenblik dat die handeling wordt gesteld. De terugwerkende kracht is enkel verantwoord indien die absoluut noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. Indien blijkt dat de terugwerkende kracht bovendien tot doel of tot gevolg heeft dat de afloop van gerechtelijke procedures in een welbepaalde zin wordt beïnvloed of dat de rechtscolleges worden verhinderd zich uit te spreken over een welbepaalde rechtsvraag, vereist de aard van het in het geding zijnde beginsel dat uitzonderlijke omstandigheden of dwingende motieven van algemeen belang het optreden van de wetgever verantwoorden, dat, ten nadele 14 van een categorie van burgers, afbreuk doet aan de aan allen geboden jurisdictionele waarborgen. B.11.
- Bij de bestreden bepalingen wordt de afwijkende regeling bedoeld in artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 opgeheven, met uitwerking op 1 januari
- In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij in haar verzoekschrift aanvoert, heeft die opheffing bijgevolg geen terugwerkende kracht tot 1 januari 2020, maar een beperkte terugwerkende kracht, tot 1 januari
- Vanaf 1 januari 2021 wordt de aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL bijgevolg geregeld, overeenkomstig artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018, door de algemene regeling die van toepassing is op een mandaat van rang A2, onder de voorwaarden bepaald in boek II van de Waalse Ambtenarencode. B.11.2.
- In dat boek II van de Waalse Ambtenarencode, met als opschrift « Mandaatregeling betreffende de ambtenaren-generaal », is titel II met als opschrift « Mandaatregeling », vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 « tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren » (hierna : het besluit van 20 september 2012), voortaan zonder afwijking van toepassing op de aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL. B.11.2.
- Artikel 341/8 van die Code regelt in dat verband een selectieprocedure per pool van kandidaten, met het oog op een aanwijzing in de mandaten van ambtenaren-generaal binnen de diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren. Dat artikel bepaalt : « Er wordt een pool van kandidaten samengesteld voor de uitoefening van een mandaat in de zin van deze Titel. Alleen de leden van deze pool kunnen hun kandidatuur voor een bij mandaat in te vullen betrekking indienen. De pool van de kandidaten voor een mandaat bestaat uit : 15 1° de houders van het getuigschrift management openbare besturen; 2° mandatarissen in dienst binnen de diensten van de Regering en van de in artikel 1 bedoelde instellingen op de dag van inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren of voor wie de betrekking vacant is verklaard en de aanwervingsprocedure is opgestart op de dag van die inwerkingtreding, en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een melding ‘ zeer gunstig ’ of ‘ gunstig ’ bij de overeenkomstig artikel 10 van hetzelfde besluit verrichte evaluatie; 3° leden van de pool van kandidaten voor de uitoefening van een mandaat bepaald bij artikel 14 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 september 2012 tot instelling van een mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren; 4° mandatarissen in dienst binnen ‘ Wallonie-Bruxelles International ’ op de dag van inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering en van de Regering van de Franse Gemeenschap tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van ‘ Wallonie-Bruxelles International ’ of voor wie de betrekking vacant is verklaard en de aanwervingsprocedure is opgestart op de dag van die inwerkingtreding, en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een melding ‘ zeer gunstig ’ of ‘ gunstig ’ bij de evaluatie die door de Regering ten gevolge van de installatie van het Parlement is verricht; 5° de mandataris in dienst binnen de Openbare Bestuursschool op de dag van inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een melding ‘ zeer gunstig ’ of ‘ gunstig ’ bij de overeenkomstig artikel 10 van hetzelfde besluit verrichte evaluatie; 6° de adjunct-administrateur-generaal van de ‘ FOREm ’ die het voorwerp heeft uitgemaakt van een melding ‘ zeer gunstig ’ of ‘ gunstig ’ bij de evaluatie verricht overeenkomstig artikel 10 van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de diensten van de Waalse Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren; 7° de adjunct-administrateur-generaal van ‘ Wallonie-Bruxelles International ’ die het voorwerp heeft uitgemaakt van een melding ‘ zeer gunstig ’ of ‘ gunstig ’ bij de evaluatie die door de Regering aangewezen ten gevolge van de installatie van het Parlement verricht is overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering en het besluit van de Franse Gemeenschap tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van ‘ Wallonie-Bruxelles International ’. De leden van de pool worden niet gerangschikt. Hun lijst wordt in alfabetische volgorde vastgesteld. Die lijst wordt door de Openbare Bestuursschool gehouden. De leden van de pool moeten de School schriftelijk elke wijziging van hun persoonlijke gegevens mededelen. 16 De opname in de pool geeft geen enkel ander recht dan het recht om zijn kandidatuur in te dienen voor een bij mandaat in te vullen betrekking. Ze geeft geen aanleiding tot een soort beloning of bezoldiging. De houder van het brevet voor overheidsmanagement, bedoeld in artikel 2, 5°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 2002 tot oprichting van een ‘ Ecole d'Administration publique ’ (School voor overheidsbestuur) in de Franse Gemeenschap wordt gelijkgesteld met de houder van het getuigschrift management overheidsbesturen op voorwaarde dat hij geslaagd is voor het examen bedoeld in artikel 341/7 van deze Code in de versie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 20 mei 2021 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen in het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode en het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van het administratieve en geldelijke statuut van het personeel van ‘ Wallonie-Bruxelles-International ’ ». B.11.2.
- Overeenkomstig de regeling die werd ingevoerd bij het besluit van 20 september 2012, bestaat de pool « uit de houders van het getuigschrift management overheidsbesturen en uit de ermee gelijkgestelde personen » (verslag aan de Regering, Belgisch Staatsblad van 28 maart 2013, p. 19808). B.11.
- Nadat haar door een parlementslid was gevraagd « of de afschaffing van de afwijking die was toegekend aan de mandataris van rang A2 van het openbaar kinderbijslagfonds FAMIWAL een rechtstreeks gevolg zal hebben voor de huidige directrice » en « of een nieuwe procedure zal worden opgestart door een vacantverklaring van het mandaat, om te voorzien in de vervanging van het huidige mandaat » (Parl. St., Waals Parlement, 2020-2021, nr. 402/5, p. 5), antwoordde de minister : « Wat de algemene directie van FAMIWAL betreft, zal de afschaffing van de overgangsregeling toelaten een einde te maken aan een afwijkende procedure en terug te keren naar een algemene regeling, waaraan alle ambtenaren van het Waalse Gewest die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, worden onderworpen. De bestaansreden van artikel 135 van het decreet van 2018, dat ertoe strekte een onmiddellijke operationalisering van FAMIWAL te verzekeren, is niet meer pertinent in het licht van de huidige situatie. Een afwijkende procedure van de Waalse Ambtenarencode was gerechtvaardigd gelet op de bijzondere omstandigheden : overdracht van bevoegdheden, van personeel, invoering van het nieuwe model, oprichting van een autonoom openbaar kinderbijslagfonds en, bovendien, het feit dat de huidige beheerder van het openbaar kinderbijslagfonds met pensioen gaat, alsook op het feit dat men de continuïteit van de openbare dienst wilde verzekeren. Dat is thans niet langer het geval. Er is op dit ogenblik geen directeur-generaal van FAMIWAL, maar een directrice die de hogere functies uitoefent en die in feite inspectrice-generaal is. Zij zal haar betrekking van inspecteur-generaal weer opnemen. Het is dus de bedoeling een procedure op te starten om de directrice-generaal aan te wijzen » (ibid., p. 7). 17 B.12.
- Het is inherent aan een nieuwe regeling, zelfs wanneer het gaat om een opheffingsregeling, dat een onderscheid wordt gemaakt tussen personen die zijn betrokken bij rechtstoestanden die onder het toepassingsgebied van de vroegere regeling vallen en personen die zijn betrokken bij rechtstoestanden die onder het toepassingsgebied van de nieuwe regeling vallen. Een dergelijk onderscheid maakt op zich geen schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet uit. Elke wetswijziging zou immers onmogelijk worden indien zou worden aangenomen dat een opheffingsbepaling die grondwetsartikelen zou schenden om de enkele reden dat zij de toepassingsvoorwaarden van de vroegere regeling wijzigt. B.12.
- Te dezen heeft het bestaan van een afwijkende overgangsregeling voor de aanwijzing van het eerste mandaat van directeur-generaal van FAMIWAL niet ertoe geleid dat men er recht op heeft dat die overgangsregeling noch gewijzigd, noch opgeheven wordt. Dat geldt in het bijzonder wanneer de redenen welke die overgangsregeling hebben gerechtvaardigd, niet meer bestaan. Zoals in de in B.2.3 geciteerde parlementaire voorbereiding wordt vermeld, was de regeling vastgelegd bij artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 verantwoord door de context van de overdracht van bevoegdheden inzake gezinsbijslagen en door het feit dat men het personeel van de federale administratie de mogelijkheid wilde bieden om zich kandidaat te stellen voor het eerste mandaat van directeur-generaal van FAMIWAL, met het oog op continuïteit van de openbare dienst. Drie jaar na de inwerkingtreding van het decreet van 8 februari 2018 en na verschillende vacantverklaringen voor die betrekking, kon de decreetgever oordelen dat het niet langer verantwoord was om voor dat eerste mandaat af te wijken van de algemene selectieregels waarin de Waalse Ambtenarencode voor openbare mandatarissen voorziet, en dat bijgevolg de afwijkende overgangsregeling bepaald bij artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 moest worden opgeheven. B.12.
- Zoals in B.2.1 is vermeld, was artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018, vóór de opheffing ervan, beperkt tot het organiseren van een afwijkende regeling voor de selectie van kandidaten voor de eerste aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL, zonder enig recht toe te kennen om te worden aangewezen op grond van die afwijkende 18 selectieregeling en zonder ,voor het overige, af te wijken van de Waalse Ambtenarencode. Door die afwijkende regeling op te heffen, herstellen de bestreden bepalingen, voor alle Waalse mandatarissen, de toepassing van dezelfde vereisten in de procedure voor de selectie van kandidaten. Een voorlopige uitoefening van het ambt van directeur-generaal van FAMIWAL verleent overigens geen enkel recht op een definitieve aanwijzing, die onderworpen is aan de voorwaarden die zijn vastgesteld door de Waalse Ambtenarencode. B.12.
- Noch het feit dat de verzoekende partij in december 2020 de vermelding « A-zeer geschikt » heeft gekregen tijdens de in september 2020 opgestarte selectieprocedure, op grond van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 – dat op 1 januari 2021 werd opgeheven -, noch het feit dat zij werd aangewezen als « waarnemend » directeur-generaal van FAMIWAL, verleent haar bijgevolg een recht om te worden aangewezen op grond van die bepaling. De bepalingen betreffende de aanwijzing van mandatarissen zijn overigens vastgelegd in de artikelen 344 en 345 van de Waalse Ambtenarencode. Rekening houdend met het beperkte karakter van de terugwerkende kracht van de bestreden bepalingen, die alleen in het eerste middel wordt bekritiseerd, kan de opheffing van artikel 135 van het decreet van 8 februari 2018 de situatie van de verzoekende partij bijgevolg niet rechtstreeks en ongunstig raken, aangezien zij geen van haar rechten schendt, noch de geldigheid van de selectieprocedure die eind 2020 werd georganiseerd aantast. B.
- Bovendien, in zoverre het kritiek uitoefent op het verschil tussen de situatie van de verzoekende partij, die niet wordt beschouwd als een lid van de pool van kandidaten voor de uitoefening van het openbaar ambt, bedoeld in artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode, en de situatie van de kandidaten bedoeld in diezelfde bepaling, klaagt het tweede middel, dat subsidiair is, een verschil in behandeling aan dat zijn oorsprong niet vindt in de bestreden bepalingen, maar in artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018, dat boek II van de Waalse Ambtenarencode, meer bepaald artikel 341/8 ervan, van toepassing maakt op de procedure voor aanwijzing van de directeur-generaal van FAMIWAL. 19 In zoverre het betrekking zou hebben op artikel 39 van het decreet van 8 februari 2018, zou het beroep niet ontvankelijk zijn ratione temporis. In zoverre het betrekking zou hebben op artikel 341/8 van de Waalse Ambtenarencode, die een reglementaire bepaling is, zou het beroep niet onder de bevoegdheid van het Hof vallen. Het komt de bevoegde rechter toe na te gaan of die bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De bewering dat de opleidingen met het oog op het behalen van het getuigschrift ‘ management openbare besturen ’ niet vóór een bepaalde datum zouden worden georganiseerd, betreft ten slotte de toepassing van het voormelde artikel 341/
- Die kritiek valt niet onder de bevoegdheid van het Hof, dat enkel de bestaanbaarheid van bepalingen van wetgevende aard met de Grondwet kan onderzoeken, en niet de wijze waarop die worden toegepast, noch a fortiori de wijze waarop reglementaire bepalingen worden toegepast. 20 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 23 juni
- De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut P. Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div