← België

ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 09 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.025 Arrest- Rolnummer: 25/2023 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2023-02-20 Raadplegingen: 993 - laatst gezien 2026-06-19 00:06 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Verwerping van de vordering tot schorsing Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de vordering tot schorsing van de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II », ingesteld door de nv « Derby ». Kansspelen - Vaste kansspelinrichtingen klasse IV - Verplichtingen - Registratie van de gegevens van de spelers in het kader van de EPIS-controle en bewaring van een kopie van die gegevens en van het stuk waaruit de identiteit van de speler blijkt Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 25/2023 van 9 februari 2023 Rolnummer : 7891 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II », ingesteld door de nv « Derby ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters J. Moerman, M. Pâques, D. Pieters, W. Verrijdt en K. Jadin, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 7 november 2022 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 november 2022, heeft de nv « Derby », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Joassart, advocaat bij de balie te Brussel, een vordering tot schorsing ingesteld van de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2022). Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van dezelfde wetsbepalingen. Bij beschikking van 23 november 2022 heeft het Hof de terechtzitting voor de debatten over de vordering tot schorsing bepaald op 21 december 2022, na de in artikel 76, § 4, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde overheden te hebben uitgenodigd hun eventuele schriftelijke opmerkingen, in de vorm van een memorie, uiterlijk op 15 december 2022 in te dienen en een afschrift ervan binnen dezelfde termijn aan de verzoekende partij over te zenden, alsook aan de griffie van het Hof via mail op het adres « griffie@const-court.be ». De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Levert, advocaat bij de balie te Brussel, heeft schriftelijke opmerkingen ingediend. 2 Op de openbare terechtzitting van 21 december 2022 : - zijn verschenen : . Mr. P. Joassart en Mr. J. Vande Lanotte, advocaat bij de balie te Gent, voor de verzoekende partij; . Mr. P. Levert, voor de Ministerraad; - hebben de rechters-verslaggevers K. Jadin en D. Pieters verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het belang A.1.1. De verzoekende partij zet uiteen dat zij actief is op het gebied van spelen en weddenschappen, dat zij vergunninghouder F1 en F2 is en dat zij kansspelinrichtingen klasse IV uitbaat. Volgens haar raken de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II » (hierna : de wet van 30 juli 2022) haar situatie rechtstreeks en ongunstig, aangezien die bepalingen de uitoefening van haar activiteiten inperken en haar dwingende verplichtingen opleggen. A.1.2. De Ministerraad voert aan dat artikel 40 van de wet van 30 juli 2022 geen nadeel berokkent aan de verzoekende partij. Hij is van mening dat die bepaling niet het voorwerp uitmaakt van enig middel, noch van enige kritiek vanwege de verzoekende partij. Hij voegt eraan toe dat die bepaling zich ertoe beperkt het wettelijke kader inzake gegevensbescherming uit te voeren. Hij besluit hieruit dat het beroep gedeeltelijk onontvankelijk is. Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepalingen zou kunnen veroorzaken A.2.1. De verzoekende partij doet gelden dat de vaste kansspelinrichtingen klasse IV, « sinds 1 oktober 2022 (datum van inwerkingtreding van de bestreden akte, artikel 16) », de gegevens van de spelers moeten registreren ingevolge de EPIS-controle (Excluded Persons Information System) en een kopie van die gegevens en van het document waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt, moeten bewaren. De verzoekende partij legt een rapport over dat werd opgesteld door een bedrijfsrevisorenkantoor dat de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de EPIS-controle voor haar financiële situatie analyseert. Zij onderstreept dat de in dat rapport gemaakte raming op 1 januari 2024 moet wordt geëvalueerd, maar dat de beschreven gevolgen zich nu reeds laten voelen. Op basis van dat rapport doet zij gelden dat de maatregel voor haar de volgende rampzalige gevolgen zal hebben :

(1)een jaarlijkse vermindering van haar bedrijfsresultaat met 12,4 miljoen euro,
(2)het ontslag van 70 « voltijdse equivalenten », dat zal leiden tot het definitieve verlies van de banen in kwestie en tot een totale desorganisatie en
(3)de sluiting van 95 wedkantoren, die zal leiden tot het definitieve verlies van de overeenkomstige F2-vergunningen. 3 A.2.
  1. De Ministerraad onderstreept allereerst dat de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 in werking zijn getreden op 18 augustus
  2. Volgens hem lijkt de verzoekende partij, wanneer zij verwijst naar een « bestreden akte », in werkelijkheid te verwijzen naar het koninklijk besluit van 20 maart 2022 « tot wijziging van twee Koninklijke Besluiten van 15 december 2004 met betrekking tot het EPIS-systeem en het toegangsregister ». Hij leidt hieruit af dat het onmiddellijke karakter van het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel niet voortvloeit uit de bestreden bepalingen. Hij voegt eraan toe dat de registratieplicht niet is ingevoerd door de bestreden bepalingen, maar door artikel 31 van de wet van 7 mei 2019 « tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en tot invoeging van artikel 37/1 in de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij ». Vervolgens voert de Ministerraad aan dat het door de verzoekende partij voorgelegde rapport te dezen niet doorslaggevend is, daar het niet de bijzondere weerslag van artikel 41 van de wet van 30 juli 2022 analyseert en geenszins betrekking heeft op artikel 40 van dezelfde wet. Hij voegt eraan toe dat het arrest waarbij het Hof uitspraak zal doen over het beroep tot vernietiging, zal worden gewezen vóór de in dat rapport beoogde datum van 1 januari
  3. Ten slotte merkt hij op dat de financiële staten van de verzoekende partij in hun geheel beschouwd niet in het rapport worden behandeld. De Ministerraad besluit dat het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet is aangetoond. -B- Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan B.
  4. De verzoekende partij vordert de schorsing van de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II » (hierna : de wet van 30 juli 2022). Die bepalingen wijzigen de artikelen 55 en 62 van de wet van 7 mei 1999 « op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » (hierna : de wet van 7 mei 1999). B.2.
  5. De wet van 7 mei 1999 is gebaseerd op het principe dat het exploiteren van kansspelen a priori verboden is, maar er wordt in uitzonderingen voorzien door een systeem van toelatingen in de vorm van de toekenning van vergunningen door de Kansspelcommissie (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1992/001, pp. 3-4). De wetgever streeft onder meer een kanalisatiedoelstelling na die bestaat in het bestrijden van het illegale aanbod van kansspelen door een beperkt legaal aanbod van kansspelen toe te staan (ibid., p. 4). De bij de wet van 7 mei 1999 toegestane kansspelinrichtingen worden ingedeeld in vier categorieën (artikel 6, eerste lid, van die wet) : de kansspelinrichtingen klasse I of casino’s (artikel 28), de kansspelinrichtingen klasse II of speelautomatenhallen (artikel 34), de kansspelinrichtingen klasse III of drankgelegenheden (artikel 39) en de kansspelinrichtingen klasse IV of « plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen » (artikel 43/4). 4 Luidens artikel 25 van de wet van 7 mei 1999 onderscheiden de vier categorieën van kansspelinrichtingen zich bovendien door het soort vergunning die is vereist voor de exploitatie ervan : een vergunning A is vereist om een casino te exploiteren (artikel 25, eerste lid, 1), een vergunning B is vereist om een speelautomatenhal te exploiteren (artikel 25, eerste lid, 2), een vergunning C is vereist om een drankgelegenheid te exploiteren (artikel 25, eerste lid, 3). De vergunning F1 (artikel 25, eerste lid, 6) staat de exploitatie van « de inrichting van weddenschappen » toe. De vergunning F2 (artikel 25, eerste lid, 7) staat « de aanneming van weddenschappen voor rekening van de houder van een vergunning klasse F1 » toe in een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV en, buiten een dergelijke inrichting, door dagbladhandelaars en op renbanen onder de bij artikel 43/4, § 5, 1° en 2°, van de wet van 7 mei 1999 vastgestelde voorwaarden. B.2.
  6. Artikel 54 van de wet van 7 mei 1999 betreft de verbodsbepalingen op toegang tot bepaalde kansspelinrichtingen en op deelname aan bepaalde kansspelen die van toepassing zijn op minderjarigen of op personen jonger dan 21 jaar (artikel 54, § 1), op magistraten, notarissen, deurwaarders en leden van de politiediensten buiten het kader van de uitoefening van hun functies (artikel 54, § 2, eerste lid) en op personen die door de Kansspelcommissie zijn uitgesloten (artikel 54, §§ 3 en 4). Sommige van die verbodsbepalingen, met name die welke van toepassing zijn op de door de Kansspelcommissie uitgesloten personen, betreffen enkel de kansspelen « waarvoor een registratieplicht geldt ». B.2.
  7. Artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 voorziet in het instellen van een systeem van informatieverwerking betreffende de personen bedoeld in artikel 54 van dezelfde wet. Dat verwerkingssysteem is het EPIS-systeem (« Excluded Persons Information System »), dat werd ingevoerd bij het koninklijk besluit van 15 december 2004 « betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I en klasse II wordt ontzegd » (oorspronkelijk opschrift). Vóór de wijziging ervan bij artikel 40 van de wet van 30 juli 2022, bepaalde artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 : 5 « Bij de federale overheidsdienst Justitie wordt een systeem van informatieverwerking betreffende de personen bedoeld in artikel 54 ingesteld. De doelstellingen van dit systeem zijn : 1° de kansspelcommissie in staat te stellen de bij deze wet toegekende opdrachten uit te oefenen; 2° de exploitanten en het personeel van de kansspelinrichtingen in staat te stellen de naleving te controleren van de ontzegging van toegang bedoeld in artikel
  8. Voor iedere persoon maakt de volgende informatie het voorwerp uit van een verwerking : 1° de naam en voornamen; 2° de geboorteplaats en -datum; 3° de nationaliteit; 4° het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen of, bij ontstentenis van dit nummer, het nummer toegekend krachtens het koninklijk besluit van 8 februari 1991 betreffende de samenstelling en de wijze van toekenning van het identificatienummer van de natuurlijke personen die niet ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen; 5° het beroep; 6° voorzover ze bestaat, de beslissing van ontzegging bedoeld in artikel 54, § 3 en § 4 uitgesproken door de kansspelcommissie, de datum en de motivering van deze beslissing. Tegen betaling van een bijdrage, wordt een vaste on-line toegang tot alle categorieën van informatie bedoeld in het derde lid verleend aan de kansspelcommissie. Bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalt de Koning het bedrag van de in het vierde lid bedoelde bijdrage, de beheersregels van het systeem van informatieverwerking en de nadere regels inzake de informatieverwerking en de toegang tot het systeem ». B.2.
  9. Bij artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 wordt aan bepaalde kansspelinrichtingen de verplichting opgelegd om een afschrift van het identiteitsbewijs te bewaren dat de speler moet voorleggen en een register bij te houden waarin bepaalde inlichtingen over de spelers worden vermeld. Artikel 62 van de wet van 7 mei 1999, dat voordien enkel van toepassing was op de kansspelinrichtingen klasse I en II, werd ook van toepassing gemaakt op de vaste kansspelinrichtingen klasse IV bij artikel 31 van de wet van 7 mei 2019 « tot wijziging van de 6 wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en tot invoeging van artikel 37/1 in de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij » (hierna : de wet van 7 mei 2019). Door de vaste kansspelinrichtingen klasse IV te onderwerpen aan de in artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 bedoelde registratieplicht, maakte artikel 31 van de wet van 7 mei 2019 de verbodsbepalingen inzake toegang bedoeld in artikel 54, §§ 3 en 4, van de wet van 7 mei 1999 eveneens van toepassing op die inrichtingen. Zoals het werd gewijzigd bij artikel 31 van de wet van 7 mei 2019, bepaalde artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 : « In aanvulling op het door artikel 54 bepaalde, is de toegang tot de speelzalen van kansspelinrichtingen van de klassen I, II en tot de vaste kansspelinrichtingen klasse IV is slechts toegestaan wanneer de betrokken persoon een identiteitsbewijs voorlegt en de exploitant zijn volledige naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, beroep en adres in een register inschrijft. De exploitant doet de betrokkene dat register ondertekenen. Een afschrift van het stuk waaruit de identiteit van de speler blijkt, moet gedurende ten minste vijf jaar na zijn laatste deelneming aan een kansspel worden bewaard. De Koning bepaalt de wijze waarop de spelers worden toegelaten en geregistreerd. Hij bepaalt de voorwaarden inzake toegang tot de registers. De commissie kan de vergunning klasse I, II of klasse IV voor de vaste kansspelinrichtingen intrekken zo dat register niet of onjuist wordt bijgehouden, alsook ingeval het register niet aan de overheden wordt medegedeeld, beschadigd raakt dan wel verdwijnt. De Koning bepaalt de wijze waarop de spelers worden toegelaten en geregistreerd voor deelneming aan kansspelen via een elektronisch communicatienetwerk evenals de voorwaarden waaraan het register moet voldoen ». B.
  10. Bij zijn arrest nr. 177/2021 van 9 december 2021 (ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.177) heeft het Hof artikel 31 van de wet van 7 mei 2019 vernietigd, « enkel in zoverre het niet voorziet in een maximumtermijn voor het bewaren van de persoonsgegevens die in het in artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 ‘ op de kansspelen, de weddenschappen, de 7 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ’ bedoelde register zijn ingeschreven en in zoverre het niet voorziet in een maximumtermijn voor het bewaren van het afschrift van het stuk waaruit de identiteit van de speler blijkt ». B.
  11. Teneinde « de toepassingssfeer van het EPIS-systeem (Excluded Persons Information System) van de Kansspelcommissie uit te breiden naar de vaste kansspelinrichtingen klasse IV (wedkantoren) » (verslag aan de Koning, Belgisch Staatsblad, 28 maart 2022, tweede editie, p. 25478), nam de Koning het koninklijk besluit van 20 maart 2022 « tot wijziging van twee Koninklijke Besluiten van 15 december 2004 met betrekking tot het EPIS-systeem en het toegangsregister » (hierna : het koninklijk besluit van 20 maart 2022), dat, krachtens artikel 16 ervan, op 1 oktober 2022 in werking is getreden. Het koninklijk besluit van 20 maart 2022 wijzigt het opschrift en verschillende bepalingen van twee koninklijke besluiten : enerzijds, het koninklijk besluit – vermeld in B.2.3 – van 15 december 2004 « betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I, klasse II en tot de vaste kansspelinrichtingen klasse IV wordt ontzegd » (nieuw opschrift) en, anderzijds, het koninklijk besluit van 15 december 2004 « betreffende het toegangsregister in de speelzalen van kansspelinrichtingen van klasse I, II en de vaste kansspelinrichtingen klasse IV » (nieuw opschrift). Er werden daarna nog enkele bijkomende wijzigingen aan die twee koninklijke besluiten aangebracht bij het koninklijk besluit van 6 september 2022 « ter verbetering van drie materiële fouten van twee koninklijke besluiten van 15 december 2004 met betrekking tot het EPIS-systeem en het toegangsregister » (hierna : het koninklijk besluit van 6 september 2022), dat ook op 1 oktober 2022 in werking is getreden. Zoals zij werden gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 maart 2022 en van 6 september 2022, bepalen de artikelen 1 en 5 van het koninklijk besluit van 15 december 2004 « betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I, klasse II en tot de vaste kansspelinrichtingen klasse IV wordt ontzegd » : « Art.
  12. Het systeem bedoeld in artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers draagt de naam EPIS, Excluded Persons Information System. De personen die opgenomen zijn in EPIS-informatiesysteem, moeten de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I, klasse II en de vaste kansspelinrichtingen klasse IV en de deelneming aan kansspelen worden geweigerd, overeenkomstig artikel 54, van de wet van 8 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. De Kansspelcommissie gebruikt het EPIS-informatiesysteem om bij te dragen tot de controle van de naleving van de ontzegging van toegang bedoeld in artikel 54 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ». « Art.
  13. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I, II of van de vaste kansspelinrichting klasse IV of een door hem aangestelde persoon, dient de naam, voornaam, geboortedatum evenals het rijksregisternummer, indien beschikbaar, van de speler in te voeren in EPIS voordat de speler de speelzaal kan betreden. Indien deze persoon is opgenomen in EPIS, verschijnt er ‘ ja ’ op het scherm. In het andere geval ‘ neen ’. Met het oog op de registratie van de speler en van de consultatie van het EPIS- informatiesysteem, is de exploitant van een kansspelinrichting klasse I, II of van een vaste kansspelinrichting klasse IV, of een door hem aangestelde persoon, gemachtigd om het rijksregisternummer van de in het eerste lid bedoelde speler te vragen ». Zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 maart 2022, bepaalt artikel 4 van het koninklijk besluit van 15 december 2004 « betreffende het toegangsregister in de speelzalen van kansspelinrichtingen van klasse I, II en de vaste kansspelinrichtingen klasse IV » : « De exploitant van een kansspelinrichting klasse I, II en van een vaste kansspelinrichting klasse IV, of een door hem aangewezen persoon, moet de identiteit controleren van iedere persoon die de speelzalen wenst te betreden. Daartoe vraagt hij aan de klant om zijn identiteitskaart te tonen, of een stuk waaruit de identiteit blijkt. Voordat de speler kan worden ingeschreven in het toegangsregister, moet de exploitant van de kansspelinrichting klasse I, II of van een vaste kansspelinrichting klasse IV, of een door hem aangewezen persoon, door middel van het systeem van informatieverwerking, bedoeld in artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, nagaan of de toegang tot die kansspelinrichting aan de speler niet is ontzegd, overeenkomstig de uitsluitingen bedoeld in artikel 54 van voornoemde wet ». B.5.
  14. Het bestreden artikel 40 van de wet van 30 juli 2022 wijzigt artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 :
(1)het voegt een nieuw lid in waarbij wordt gepreciseerd dat de Kansspelcommissie de verwerkingsverantwoordelijke is van het EPIS-systeem,
(2)het brengt verschillende formele wijzigingen aan die verband houden met de invoeging van dat nieuwe lid en
(3)het vervangt de verwijzing naar de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer door een verwijzing naar de Gegevensbeschermingsautoriteit. 9 Het bestreden artikel 40 van de wet van 30 juli 2022 bepaalt : « In artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003 en bij de wet van 10 januari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende : ‘ De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke van het systeem van informatieverwerking bedoeld in het eerste lid. ’; 2° in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden ‘ het derde lid ’ vervangen door de woorden ‘ het vierde lid ’; 3° in het vroegere vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden ‘ de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ’ vervangen door de woorden ‘ de Gegevensbeschermingsautoriteit ’ en worden de woorden ‘ het vierde lid ’ vervangen door de woorden ‘ het vijfde lid ’». B.5.2. Het bestreden artikel 41 van de wet van 30 juli 2022 brengt de volgende wijzigingen aan in artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 :
(1)voortaan moet bij elk bezoek van de betrokken persoon een foto worden genomen en bewaard in het register,
(2)er wordt gepreciseerd dat het register tot doel heeft de Kansspelcommissie in staat te stellen a posteriori na te gaan of de raadplegingen van het EPIS-systeem wel degelijk gedaan zijn en
(3)de bewaartermijn van de persoonsgegevens die opgenomen zijn in het register en de maximumtermijn voor het bewaren van het afschrift van het stuk waaruit de identiteit van de speler blijkt worden vastgesteld op tien jaar, te rekenen vanaf de laatste deelneming aan een kansspel door de betrokkene. Het bestreden artikel 41 van de wet van 30 juli 2022 bepaalt : « In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010 en bij artikel 31 van de wet van 7 mei 2019, zelf vernietigd onder bepaalde voorwaarden bij het arrest nr. 177/2021 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : ‘ Bij elk bezoek van de betrokken persoon wordt een foto van die persoon genomen en bewaard in het register. ’; 2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende : ‘ De doelstelling van dit register is de commissie in staat te stellen a posteriori na te gaan of de raadplegingen van het systeem van informatieverwerking, bedoeld in artikel 55, wel 10 degelijk gedaan zijn met betrekking tot de spelers die kansspelinrichtingen klasse I, II of een vaste kansspelinrichting klasse IV bezoeken. De persoonsgegevens die opgenomen zijn in het register worden bewaard gedurende een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de laatste deelneming aan een kansspel door de betrokkene. ’; 3° in het vroegere derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden ‘ gedurende ten minste vijf jaar ’ vervangen door de woorden ‘ gedurende een termijn van maximum tien jaar ’ ». B.5.
  1. Bij ontstentenis van een andersluidende bepaling zijn de artikelen 40 en 41 van de wet van 30 juli 2022 in werking getreden tien dagen na de bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2022, namelijk op 18 augustus 2022, krachtens artikel 4, tweede lid, van de wet van 31 mei 1961 « betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en in werking treden van wetten en verordeningen ». Ten aanzien van het belang B.6.
  2. De Ministerraad voert aan dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het vorderen van de vernietiging en de schorsing van artikel 40 van de wet van 30 juli
  3. B.6.
  4. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van dat laatste, en met name wat het bestaan van het vereiste belang betreft, reeds bij het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden nagegaan. B.6.
  5. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt. B.6.
  6. In het huidige stadium van de rechtspleging en rekening houdend met de grenzen van het onderzoek waartoe het Hof kan overgaan binnen het kader van een vordering tot schorsing, dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij niet aantoont in welke zin 11 artikel 40 van de wet van 30 juli 2022, dat in artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 de in B.5.1 vermelde wijzigingen aanbrengt, haar situatie rechtstreeks en ongunstig zou kunnen aantasten. B.6.
  7. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt dat, in het huidige stadium van de procedure, het beroep tot vernietiging en dus de vordering tot schorsing onontvankelijk moeten worden geacht in zoverre zij zijn gericht tegen artikel 40 van de wet van 30 juli
  8. Ten aanzien van de voorwaarden voor de schorsing B.
  9. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 dient aan twee voorwaarden te zijn voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; - de onmiddellijke toepassing van de bestreden maatregel moet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de vordering tot schorsing. Wat betreft het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepalingen zou kunnen veroorzaken B.
  10. De schorsing van een wetsbepaling door het Hof moet het mogelijk maken te vermijden dat, voor de verzoekende partij, een ernstig nadeel voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van die norm, nadeel dat niet of moeilijk zou kunnen worden hersteld in geval van een vernietiging van die norm. Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde van artikel 20, 1°, van die wet, de persoon die een vordering tot schorsing 12 instelt, in zijn verzoekschrift concrete en precieze feiten moet uiteenzetten waaruit voldoende blijkt dat de onmiddellijke toepassing van de bepalingen waarvan hij de vernietiging vordert, hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel, de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van de bestreden bepalingen aantonen. B.
  11. Als risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepalingen zou kunnen veroorzaken, voert de verzoekende partij, op basis van een rapport dat werd opgesteld door een bedrijfsrevisorenkantoor, een jaarlijkse vermindering van haar bedrijfsresultaat met 12,4 miljoen euro, het ontslag van 70 « voltijdse equivalenten » en de sluiting van 95 wedkantoren aan. B.
  12. Uit het verzoekschrift en uit het voormelde rapport dat ter ondersteuning daarvan werd neergelegd, blijkt dat het door de verzoekende partij aangevoerde risico van een nadeel, in de veronderstelling dat het wordt aangetoond, voortvloeit uit de verplichtingen, voor de vaste kansspelinrichtingen klasse IV, om het register bedoeld in artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 bij te houden, een afschrift te bewaren van het stuk waaruit de identiteit van de speler blijkt en om, via het EPIS-systeem, te controleren of de in artikel 54 van de wet bedoelde toepasselijke uitsluitingen worden nageleefd. Zoals in B.2.4 is vermeld, is het het artikel 31 van de wet van 7 mei 2019 ˗ gedeeltelijk vernietigd bij het voormelde arrest van het Hof nr. 177/2021 ˗ dat artikel 62 van de wet van 7 mei 1999 van toepassing heeft gemaakt op de vaste kansspelinrichtingen klasse IV en dat aldus de verbodsbepalingen inzake toegang bedoeld in artikel 54, §§ 3 en 4, van de wet van 7 mei 1999 van toepassing heeft gemaakt op die inrichtingen. Zoals in B.4 is vermeld, is het het koninklijk besluit van 20 maart 2022 dat het toepassingsgebied van de reglementaire bepalingen betreffende het EPIS-systeem heeft uitgebreid tot de vaste kansspelinrichtingen klasse IV. Daaruit volgt dat het door de verzoekende partij aangevoerde risico van een nadeel, in de veronderstelling dat het wordt aangetoond, niet voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van artikel 41 van de wet van 30 juli
  13. 13 B.
  14. Aangezien een van de voorwaarden om tot schorsing te kunnen besluiten niet is vervuld, dient de vordering tot schorsing te worden verworpen. 14 Om die redenen, het Hof verwerpt de vordering tot schorsing. Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 9 februari
  15. De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut P. Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.025 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.177 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.154 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.