id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 15 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.098 Arrest- Rolnummer: 98/2023 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2023-06-26 Raadplegingen: 418 - laatst gezien 2026-06-18 18:20 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de prejudiciële vraag betreffende artikel 6.8, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gesteld door de Vrederechter van het kanton Halle. Sociale huur - Vlaams Gewest - Inschrijvingsregister - Inschrijvingsvoorwaarden - Besluit van de Vlaamse Regering Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 98/2023 van 15 juni 2023 Rolnummer : 7943 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 6.8, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gesteld door de Vrederechter van het kanton Halle. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. Lavrysen en de rechters-verslaggeefsters J. Moerman en E. Bribosia, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 27 februari 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 maart 2023, heeft de Vrederechter van het kanton Halle de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 6.8, § 1, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto de artikelen 6.12, 1° en 6.14, 1° Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en art. 22 en 23, 3° van de Grondwet waar
(1)er voor het bezit van een onroerend goed buiten het Vlaamse Gewest geen uitzondering wordt gemaakt wanneer het genoemde onroerend goed ongeschikt of onbewoonbaar zou zijn en
(2)er niet wordt nagegaan of het bezit van het onroerend goed de woonbehoefte van de betrokken huurder al dan niet kan leningen (hetzij door er de facto te gaan wonen hetzij door de opbrengsten aan te wenden om zelf huurgelden te betalen) ». Op 14 maart 2023 hebben de rechters-verslaggeefsters J. Moerman en E. Bribosia, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. 2 Geen enkele memorie werd ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil De eisende partij voor het verwijzende rechtscollege is een sociale huisvestingsmaatschappij. Zij vraagt onder andere de beëindiging van de sociale huurovereenkomst en de terugbetaling van een toegekende sociale korting, omdat de huurder eigenaar is van een onroerend goed in Italië. Het verwijzende rechtscollege stelt vast dat het onroerend goed compleet vervallen is, en noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks kan voldoen aan de woonbehoefte van de huurder. Het verwijzende rechtscollege stelt vast dat voor ongeschikte of onbewoonbare onroerende goederen in het Vlaamse Gewest wel is voorzien in een uitzondering op de vereiste dat de sociale huurder geen eigenaar mag zijn van een onroerend goed, maar dat dit niet geldt voor onroerende goederen gelegen buiten het Vlaamse Gewest. Het verwijzende rechtscollege stelt eveneens vast dat geen uitzondering is voorzien voor het geval dat het bezit van het onroerend goed noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, in de vorm van huurinkomsten, kan voldoen aan de woonbehoefte van de huurder. Alvorens uitspraak te doen, stelt het verwijzende rechtscollege de hiervoor weergegeven prejudiciële vraag. III. In rechte -A- In hun conclusies hebben de rechters-verslaggeefsters geoordeeld dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort, aangezien zij geen betrekking heeft op een wetsbepaling. De partijen hebben geen memorie met verantwoording ingediend. -B- B.
- Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van « de artikelen 6.8, § 1, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto de artikelen 6.12, 1° en 6.14, 1° Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 » met de artikelen 10, 11, 22 en 23 van de Grondwet. B.
- Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzing naar artikel 6.8, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen, op een materiële vergissing berust, en dat in werkelijkheid artikel 6.8, § 1, eerste lid, 2°, wordt bedoeld. Artikel 6.8, § 1, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Wonen, zoals van toepassing voor het verwijzende rechtscollege, bepaalt : 3 « §
- Om zich voor een sociale huurwoning in te schrijven, voldoen de personen, vermeld in paragraaf 3, aan de volgende voorwaarden : […] 2° ze voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot het onroerend bezit en het inkomen die de Vlaamse Regering vaststelt ». Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzing naar artikel 6.12, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 « tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 » (hierna : het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020) op een materiële vergissing berust, en dat in werkelijkheid artikel 6.12, eerste lid, 1°, wordt bedoeld. Artikel 6.12, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, zoals van toepassing voor het verwijzende rechtscollege, bepaalt : « Ter uitvoering van artikel 6.8, § 1, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de volgende inschrijvingsvoorwaarden voor het onroerend bezit en inkomen van toepassing : 1° de personen die zich inschrijven, hebben geen woning of perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom ». Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzing naar artikel 6.14, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 op een materiële vergissing berust, en dat in werkelijkheid artikel 6.14, tweede lid, 1°, wordt bedoeld. Artikel 6.14, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, zoals van toepassing voor het verwijzende rechtscollege, bepaalt : « De volgende woningen worden niet in aanmerking genomen voor de aftoetsing van de onroerende bezitsvoorwaarde, vermeld in artikel 6.12, eerste lid, van dit besluit : 1° de woning in het Vlaamse Gewest die maximaal twee maanden voor de inschrijving onbewoonbaar of ongeschikt verklaard is en waarvan de ontruiming noodzakelijk is ». B.
- Krachtens artikel 142, tweede lid, van de Grondwet en artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof is het Hof bevoegd om, bij wijze van prejudiciële beslissing, uitspraak te doen op vragen omtrent de schending, door een wet, een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, van de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid 4 van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, van de artikelen van titel II (« De Belgen en hun rechten ») en van de artikelen 143, § 1, 170, 172 en 191 van de Grondwet. B.
- Het Hof vermag zich slechts uit te spreken over het al dan niet verantwoorde karakter van een verschil in behandeling, ten aanzien van de bepalingen van de Grondwet op de naleving waarvan het Hof vermag toe te zien, wanneer dat verschil aan een norm met wetgevend karakter kan worden toegeschreven. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of een besluit van de Vlaamse Regering al dan niet bestaanbaar is met die bepalingen van de Grondwet. Die bevoegdheid komt de verwijzende rechter zelf toe op grond van artikel 159 van de Grondwet. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden afgeleid dat het Hof in werkelijkheid wordt ondervraagd over, enerzijds, de beperking van de uitzondering vermeld in artikel 6.14, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot woningen gelegen « in het Vlaamse Gewest » en, anderzijds, de ontstentenis van een specifieke uitzondering wanneer het bezit van het onroerend goed de woonbehoefte van de huurder niet kan lenigen. B.
- Zoals blijkt uit hetgeen is vermeld in B.2, heeft de decreetgever bepaald dat de voorwaarden met betrekking tot het onroerend bezit en het inkomen door de Vlaamse Regering worden vastgesteld. Het staat bijgevolg aan de Vlaamse Regering de nodige uitvoeringsmaatregelen te nemen. Tekortkomingen in die verplichting kunnen evenwel niet worden verweten aan de decretale regeling, maar aan de uitvoering ervan, waarover het Hof zich niet vermag uit te spreken. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, wanneer een wetgever een machtiging verleent, aangenomen dient te worden - behoudens aanwijzingen in de tegenovergestelde zin - dat hij de gemachtigde enkel de bevoegdheid verleent om die machtiging aan te wenden in overeenstemming met de Grondwet. Het staat aan de bevoegde rechter na te gaan of de gemachtigde de hem toegekende machtiging al dan niet te buiten is gegaan. B.
- De prejudiciële vraag behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 5 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het Hof niet bevoegd is om de prejudiciële vraag te beantwoorden. Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 15 juni
- De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut L. Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.098 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div