id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 14 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.122 Arrest- Rolnummer: 122/2023 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2023-09-25 Raadplegingen: 346 - laatst gezien 2026-06-14 19:38 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 januari 2022 « tot opheffing van de artikelen 79/1 tot 79/26 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire opdrachten bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, en tot invoeging in het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs van de bepalingen betreffende de inschrijving in het eerste jaar van het secundair onderwijs », ingesteld door M.D. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid - Beroep ingesteld buiten de termijn Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 122/2023 van 14 september 2023 Rolnummer : 7989 In zake : het beroep tot vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 januari 2022 « tot opheffing van de artikelen 79/1 tot 79/26 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire opdrachten bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, en tot invoeging in het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs van de bepalingen betreffende de inschrijving in het eerste jaar van het secundair onderwijs », ingesteld door M.D. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter P. Nihoul en de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de griffier N. Dupont, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 2 mei 2023 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 mei 2023, heeft M.D. beroep tot vernietiging ingesteld van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 januari 2022 « tot opheffing van de artikelen 79/1 tot 79/26 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire opdrachten bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, en tot invoeging in het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs van de bepalingen betreffende de inschrijving in het eerste jaar van het secundair onderwijs » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 maart 2022). Op 16 mei 2023 hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend. 2 De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van de ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep A.
- De verzoekende partij vordert de vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 januari 2022 « tot opheffing van de artikelen 79/1 tot 79/26 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire opdrachten bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, en tot invoeging in het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs van de bepalingen betreffende de inschrijving in het eerste jaar van het secundair onderwijs » (hierna : het decreet van 13 januari 2022), dat werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 maart
- Zij doet gelden dat de beroepstermijn van zes maanden is ingegaan vanaf de terbeschikkingstelling van de berekeningsmodule voor de samengestelde index, te weten 1 november
- A.
- In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is ratione temporis. A.
- In haar memorie met verantwoording doet de verzoekende partij gelden dat het feit dat voor de berekening van de beroepstermijn, geen rekening wordt gehouden met de datum van het online plaatsen van de berekeningsmodule voor de samengestelde index, afbreuk doet aan het beginsel van rechtszekerheid. Volgens haar is die berekeningsmodule de enige beschikbare methode om de score te berekenen die de rangorde van het kind bepaalt in het kader van de inschrijving in het secundair onderwijs. Zij onderstreept dat zij, vóór de terbeschikkingstelling van de berekeningsmodule, onmogelijk kon weten dat zij benadeeld was. Tot slot voert zij aan dat, zonder de berekeningsmodule, het decreet van 13 januari 2022 noch toegankelijk, noch voorzienbaar is. -B- B.
- Bij verzoekschrift dat op 2 mei 2023 aan het Hof werd gericht, vordert de verzoekende partij de vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 januari 2022 « tot opheffing van de artikelen 79/1 tot 79/26 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire opdrachten bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, en tot invoeging in het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs van de bepalingen betreffende de inschrijving in het eerste jaar van het secundair onderwijs » (hierna : het decreet van 13 januari 2022), dat werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 maart
- 3 B.
- Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en zulks binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6). B.
- Krachtens artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 is de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen tegen het decreet van 13 januari 2022, zes maanden vanaf de bekendmaking van dat decreet in het Belgisch Staatsblad van 3 maart
- In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij in haar verzoekschrift aanvoert, heeft de datum waarop de simulator voor de berekening van de samengestelde index beschikbaar werd gesteld, in dat verband geen invloed. De termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen tegen het decreet van 13 januari 2022 was dus verstreken op het ogenblik dat, op 2 mei 2023, het voorliggende beroep werd ingesteld. B.4.
- In haar memorie met verantwoording doet de verzoekende partij gelden dat het feit dat, voor de berekening van de beroepstermijn, geen rekening wordt gehouden met de datum waarop de simulator voor de berekening van de samengestelde index beschikbaar werd gesteld, afbreuk doet aan het beginsel van rechtszekerheid. B.4.
- Die redenering kan niet worden gevolgd. De regels betreffende de vormvoorschriften en termijnen om beroep in te stellen zijn gericht op een goede rechtsbedeling en het weren van de risico’s van rechtsonzekerheid. Hoewel het Hof erover dient te waken dat die ontvankelijkheidsvoorwaarden niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze worden toegepast, kan een termijn van zes maanden, vanaf de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm, om een beroep tot 4 vernietiging in te stellen als zodanig niet worden geacht de aanwending van het beroep buitensporig moeilijk of onmogelijk te maken. In zoverre de verzoekende partij doet gelden dat het decreet van 13 januari 2022 noch toegankelijk, noch voorzienbaar is, dient bovendien te worden vastgesteld dat die grief betrekking heeft op dat decreet zelf, en niet op de beroepstermijn van zes maanden die is vastgelegd bij artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, zodat die grief de vaststelling dat het beroep niet ontvankelijk is ratione temporis niet in het geding kan brengen. B.
- Het beroep tot vernietiging is klaarblijkelijk niet ontvankelijk. 5 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 14 september
- De griffier, De voorzitter, N. Dupont P. Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div