id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 23 november 2023 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.162 Arrest- Rolnummer: 162/2023 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2023-12-04 Raadplegingen: 403 - laatst gezien 2026-06-14 19:37 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 « tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrekbeperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit », ingesteld door de vennootschap naar Nederlands recht « BinckBank N.V. ». Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Beroep zonder voorwerp Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 162/2023 van 23 november 2023 Rolnummer : 8065 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 « tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrekbeperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit », ingesteld door de vennootschap naar Nederlands recht « BinckBank N.V. ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters Y. Kherbache, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en M. Plovie, bijgestaan door de griffier N. Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 14 juli 2023 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 17 juli 2023, heeft de vennootschap naar Nederlands recht « BinckBank N.V. », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. F. Soetaert, advocaat bij de balie van West-Vlaanderen, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 « tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrekbeperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 augustus 2016, tweede editie). Op 31 juli 2023 hebben de rechters-verslaggevers W. Verrijdt en T. Detienne, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. 2 Memories met verantwoording zijn ingediend door : - de verzoekende partij; - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door A. Lauwens en S. Dedeli, adviseurs bij de rechtskundige dienst van de FOD Financiën. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
- De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 « tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrekbeperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit » (hierna : de wet van 3 augustus 2016). De verzoekende partij zet uiteen dat het beroep is ingesteld op grond van artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof (hierna : de bijzondere wet van 6 januari 1989). Zij geeft aan dat het beroep volgt op het arrest van het Hof nr. 136/2022 van 27 oktober 2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.136), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 maart 2023, waarbij het Hof oordeelde dat de bestreden bepalingen, in zoverre zij van toepassing zijn op het aanslagjaar 2016, niet bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen rechtsbeginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten. De verzoekende partij voert aan dat zij een kredietinstelling is en dat zij, voor het aanslagjaar 2016, de taks waarin de wet van 3 augustus 2016 voorziet, heeft betaald. Zij besluit daaruit dat zij een belang heeft bij het beroep. De verzoekende partij leidt een enig middel af uit de schending, door de bestreden bepalingen, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten. Met verwijzing naar het voormelde arrest nr. 136/2022 doet zij gelden dat de bestreden bepalingen, in zoverre zij van toepassing zijn op het aanslagjaar 2016, retroactief zijn en dat die retroactiviteit niet verantwoord is. A.
- In hun conclusies opgesteld met toepassing van artikel 72 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij, om dezelfde redenen als die welke zijn uiteengezet in het voormelde arrest nr. 136/2022, ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof voor te stellen de rechtspleging af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging, waarbij het beroep tot vernietiging gegrond wordt verklaard en waarbij de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 worden vernietigd in zoverre zij van toepassing zijn op het aanslagjaar
- A.
- In zijn memorie met verantwoording neemt de Ministerraad akte van de conclusies van de rechters-verslaggevers. 3 -B- B.
- De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen 2, 3, 5, 14 en 15 van de wet van 3 augustus 2016 « tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrekbeperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit » in zoverre zij van toepassing zijn op het aanslagjaar
- B.
- Bij zijn arrest nr. 130/2023 van 21 september 2023 (ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.130) heeft het Hof die bepalingen vernietigd in zoverre zij van toepassing zijn op het aanslagjaar
- B.
- Het beroep is bijgevolg zonder voorwerp geworden. 4 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 23 november
- De griffier, De voorzitter, N. Dupont L. Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.162 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.136 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.130 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div