← België

ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.057

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 30 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.057 Arrest- Rolnummer: 57/2024 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-08-08 Raadplegingen: 289 - laatst gezien 2026-06-17 03:34 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van de artikelen 1 en 3 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 juli 2020 « tot [bekrachtiging] van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs », ingesteld door de vzw « Libre Ecole Rudolf Steiner » en anderen Beroep tot vernietiging - Afstand Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 57/2024 van 30 mei 2024 Rolnummer : 7500 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 1 en 3 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 juli 2020 « tot [bekrachtiging] van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs », ingesteld door de vzw « Libre Ecole Rudolf Steiner » en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit rechter Thierry Giet, waarnemend voorzitter, voorzitter Luc Lavrysen, en de rechters Joséphine Moerman, Michel Pâques, Yasmine Kherbache, Danny Pieters, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt, Kattrin Jadin en Magali Plovie, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van rechter Thierry Giet, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 januari 2021 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 januari 2021, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 1 en 3 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 juli 2020 « tot [bekrachtiging] van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2020) door de vzw « Libre Ecole Rudolf Steiner », de vzw « Ecole Orientation Steiner », de vzw « L’Ecole de la Providence », de vzw « L’Arbre-en-Ciel », de vzw « Altereco » en de vzw « Fédération des Ecoles Steiner-Waldorf Wallonie-Bruxelles », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. François Tulkens en Mr. Marie Umbach, advocaten bij de balie te Brussel. 2 Memories en memories van wederantwoord zijn ingediend door : - de vzw « Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Valérie De Schepper en Mr. Jean-François De Bock, advocaten bij de balie te Brussel (tussenkomende partij); - de Franse Gemeenschapsregering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Marc Nihoul, advocaat bij de balie Waals-Brabant; - de Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Dirk Vanheule, advocaat bij de balie te Gent. De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend. Bij beschikking van 29 juni 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Thierry Detienne en Willem Verrijdt te hebben gehoord, beslist : - dat de zaak nog niet in gereedheid kon worden verklaard; - het onderzoek van de zaak op te schorten en de partijen te verzoeken het Hof zo snel mogelijk in te lichten over de beslissing van de Franse Gemeenschapsregering inzake de afwijkingsaanvragen van de verzoekende partijen, genomen krachtens artikel 6, § 1, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 juli 2020; - de partijen uit te nodigen om te antwoorden op de volgende vragen in een aanvullende memorie in te dienen bij ter post aangetekende brief uiterlijk binnen 30 dagen na die beslissing en binnen dezelfde termijn mee te delen aan de andere partijen : «

  1. Artikel 1, § 1, van het decreet van 9 juli 2020 bevestigt het besluit van 23 januari 2020, onder voorbehoud van de vervanging van de bijlage erbij. Artikel 1, § 2, van hetzelfde decreet bepaalt dat de bijlage bij het besluit van 23 januari 2020 wordt vervangen door de bijlage ‘ gevoegd bij dit decreet ’. Bij het decreet van 9 juli 2020 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 22 juli 2020 is evenwel geen enkele bijlage gevoegd. Kan de Franse Gemeenschapsregering dat verklaren en de versie meedelen van het referentiesysteem van de initiële competenties die wordt bedoeld in artikel 1, § 2, van het decreet van 9 juli 2020 ? Kunnen de partijen hun standpunt uiteenzetten over de gevolgen, voor het onderhavige beroep, van de eventuele niet-bekendmaking van die bijlage in het Belgisch Staatsblad ?
  2. Bevestigen de verzoekende partijen en de Franse Gemeenschapsregering dat de Commissie die belast is met het uitbrengen van een advies aan de Regering over de aanvragen om afwijking geen advies heeft uitgebracht over de afwijkingsaanvraag die de vijfde verzoekende partij op 26 augustus 2020 heeft ingediend (stuk nr. 12 van de verzoekende partijen) en dat die verzoekende partij sindsdien evenmin een nieuwe afwijkingsaanvraag heeft ingediend ?
  3. Kunnen de verzoekende partijen en/of de Franse Gemeenschapsregering de briefwisseling meedelen van de eerste tot de vierde verzoekende partij en de eventuele bijlagen erbij (met uitzondering van die welke de verzoekende partijen in stuk nr. 5 hebben voorgelegd) waarmee die partijen hun opmerkingen te kennen hebben gegeven over de ongunstige adviezen van de Commissie van 8 oktober 2020 (verzoekschrift, p. 18) ? 3
  4. Kunnen de partijen zich uitspreken over de eventuele gevolgen, voor het onderhavige beroep, van de interpretatie die het Hof aan artikel 24 van de Grondwet heeft gegeven in het arrest nr. 82/2022 van 16 juni 2022 ? ». Aanvullende memories zijn ingediend door : - de verzoekende partijen; - de Franse Gemeenschapsregering. Bij beschikking van 13 december 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Thierry Detienne en Willem Verrijdt te hebben gehoord, beslist : - dat de zaak nog niet in gereedheid kon worden verklaard; - het onderzoek van de hangende zaak op te schorten gedurende een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van het decreet betreffende de afwijkingsaanvragen van de verzoekende partijen, aangenomen op grond van artikel 6 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 juli
  5. Bij beschikking van 27 maart 2024 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Magali Plovie, ter vervanging van ererechter Thierry Detienne, en Willem Verrijdt te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen. Bij op 3 april 2024 ter post aangetekende brief hebben de verzoekende partijen aan het Hof laten weten dat ze afstand doen van hun beroep. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte
  6. Bij op 3 april 2024 ter post aangetekende brief hebben de verzoekende partijen het Hof laten weten dat zij afstand wensen te doen van hun beroep.
  7. Niets verzet zich te dezen ertegen dat het Hof de afstand toewijst. 4 Om die redenen, het Hof wijst de afstand toe. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 30 april
  8. De griffier, De wnd. voorzitter, Nicolas Dupont Thierry Giet PDF document ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.057 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.