← België

ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.090

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 19 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.090 Arrest- Rolnummer: 90/2024 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-09-30 Raadplegingen: 286 - laatst gezien 2026-06-19 03:20 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de beroepen tot vernietiging van artikel 2, 2°, van de wet van 20 november 2022 « tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen », ingesteld door Roland Vansaingele en door Jean Jacques Paris. Sociaal recht - Sociale zekerheid - Pensioenen - Pensioenberekening - Preferentiële tantième - Douanebeambten van de vroegere niveaus 2 en 2+ die in de personeelsbezetting van de motorbrigades zijn opgenomen - Opname op 1 januari 1993 Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 90/2024 van 19 september 2024 Rolnummers : 7999 en 8000 In zake : de beroepen tot vernietiging van artikel 2, 2°, van de wet van 20 november 2022 « tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen », ingesteld door Roland Vansaingele en door Jean-Jacques Paris. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters Pierre Nihoul en Luc Lavrysen, en de rechters Thierry Giet, Joséphine Moerman, Michel Pâques, Yasmine Kherbache en Danny Pieters, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Pierre Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 26 mei en 1 juni 2023 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 30 mei en 2 juni 2023, zijn beroepen tot vernietiging ingesteld van artikel 2, 2°, van de wet van 20 november 2022 « tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 december 2022) door Roland Vansaingele en door Jean-Jacques Paris. Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7999 en 8000 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Philippe Schaffner, advocaat bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partijen hebben memories van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend. Bij beschikking van 29 mei 2024 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Michel Pâques en Yasmine Kherbache te hebben gehoord, beslist : - dat de zaken in staat van wijzen waren, 2 - de partijen uit te nodigen vooraf op de volgende vraag te antwoorden door middel van een aanvullende memorie, met in voorkomend geval elk nuttig document, in te dienen bij ter post aangetekende brief uiterlijk op 21 juni 2024 en binnen dezelfde termijn mee te delen aan de andere partijen, alsook aan de griffie van het Hof via mail op het adres « griffie@const- court.be » : « Gelet op de opheffing en de vervanging met terugwerkende kracht van de wet van 20 november 2022 ‘ tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen ’ bij de artikelen 39, 40 en 41 van de wet van 11 december 2023 ‘ houdende diverse bepalingen inzake pensioenen ’, behouden de verzoekende partijen belang bij hun beroepen en behouden de beroepen hun voorwerp ? », - dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en - dat behoudens zulk een verzoek, de debatten zouden worden gesloten op 21 juni 2024 en de zaken in beraad zouden worden genomen. Aanvullende memories zijn ingediend door : - de verzoekende partij in de zaak nr. 7999; - de verzoekende partij in de zaak nr. 8000; - de Ministerraad. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, zijn de zaken in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1.

  1. De verzoeker in de zaak nr. 7999 zet uiteen dat hij een voormalig personeelslid is van de motorbrigade van de douane, binnen de FOD Financiën. Op 6 april 1978 treedt hij in dienst bij de Administratie der douane en accijnzen. Hij is titularis van een graad van niveau 2 en behoudt, na de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen van de Europese Gemeenschap, eerst voorlopig zijn functie waarna hij, op 1 mei 1993, wordt aangesteld bij de Opsporingsinspectie der douane en accijnzen. Op 1 december 1994 wordt hij opgenomen in de personeelsbezetting van de motorbrigades van de douane, waar hij zijn functies uitoefent tot 30 juni 1997 en vervolgens, opnieuw, van 1 juli 2004 tot 30 juni 2018, vooraleer hij op rust wordt gesteld op 1 juli
  2. A.1.
  3. De verzoeker in de zaak nr. 8000 zet uiteen dat hij ook een voormalig personeelslid is van de motorbrigade van de douane, binnen de FOD Financiën. Op 1 mei 1984 treedt hij in dienst bij de Administratie der douane en accijnzen als statutair ambtenaar na een examen van niveau
  4. Na de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen van de Europese Gemeenschap wordt hij overgeplaatst naar de dienst documentatie van het 3 ministerie van Financiën, en vervolgens naar de dienst ontvangsten van de Administratie der directe belastingen. Op 1 september 1993 wordt hij, na te zijn geslaagd voor examens van niveau 2, opnieuw opgenomen in de personeelsbezetting van de motorbrigades van de douane. Op 1 maart 2024 wordt hij op rust gesteld. A.1.
  5. De verzoekende partijen voeren aan dat artikel 2, 2°, van de wet van 20 november 2022 « tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen » (hierna : de wet van 20 november 2022) een discriminatie ten aanzien van hen doet ontstaan, in zoverre die bepaling de personeelsleden van niveau 2 en 2+ die, zoals zij, zijn opgenomen in een motorbrigade van de Administratie der douane en accijnzen na 1 januari 1993, het preferentiële tantième 1/50 ontzegt voor de berekening van hun rustpensioen. Zij doen gelden dat de andere personeelsleden van de motorbrigades van die Administratie wel dat preferentiële tantième genieten. Volgens de verzoekende partijen is dat verschil in behandeling, dat is gebaseerd op de datum waarop de personeelsleden zijn opgenomen in een motorbrigade, niet redelijk verantwoord, aangezien allen zijn gehouden tot dezelfde beroepsvereisten. A.2.
  6. Naar aanleiding van de vraag van het Hof over de weerslag, op hun beroepen, van de opheffing en de vervanging met terugwerkende kracht van de wet van 20 november 2022 bij de artikelen 39, 40 en 41 van de wet van 11 december 2023 « houdende diverse bepalingen inzake pensioenen » (hierna : de wet van 11 december 2023), geeft de verzoeker in de zaak nr. 7999 toe dat zijn beroep formeel gezien zonder voorwerp is geworden en geeft de verzoeker in de zaak nr. 8000 aan dat hij is onderworpen aan de wet van 11 december 2023 voor de vaststelling van zijn pensioenrechten, zodat hij geen belang meer heeft bij het beroep. A.2.
  7. Van zijn kant is de Ministerraad van oordeel dat, naar aanleiding van voormelde opheffing, de beroepen van de verzoekende partijen zonder voorwerp zijn geworden en, ten overvloede, dat de verzoekende partijen geen belang meer hebben bij hun beroepen. -B- B.
  8. Artikel 8, § 1, eerste lid, van de algemene wet van 21 juli 1844 « op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen » (hierna : de wet van 21 juli 1844) bepaalt : « Het rustpensioen wordt berekend op de grondslag van, voor elk jaar dienst, 1/60 van de referentiewedde ». Artikel 8, § 3, van dezelfde wet bepaalt : « In afwijking van § 1 wordt het tantième 1/60 vervangen door : [...] 3° 1/50 voor elk jaar actieve dienst verricht in een van de betrekkingen vermeld in de bij deze wet gevoegde lijst ». B.
  9. De bij de wet van 21 juli 1844 gevoegde tabel van de actieve diensten, die de lijst bevat van de « actieve diensten » waarvoor het preferentiële tantième 1/50 is toegekend, werd 4 gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 20 november 2022 « tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen » (hierna : de wet van 20 november 2022). De wetgever beoogde met die bepaling « vanaf 1 januari 1993 het voorkeurspercentage van 1/50e toe te passen voor de berekening van de ouderdomspensioenen van alle douanebeambten van niveau 2 en 2+ die deel uitmaken van de motorbrigades [...] als gevolg van de afschaffing van de douanecontroles aan de binnengrenzen van de Europese Gemeenschap [...] ». De wetgever heeft aldus de discriminatie willen rechtzetten die door het Hof bij zijn arrest nr. 11/2019 van 31 januari 2019 (ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.011) was vastgesteld (Parl. St., Kamer, 2021-2022, DOC 55-2861/001, p. 3). B.
  10. Artikel 2 van de wet van 20 november 2022, zoals het van toepassing was op het ogenblik van de indiening van de beroepen tot vernietiging, bepaalde : « In de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen bij de wet van 3 februari 2003, aangevuld bij de wetten van 9 juli 2004, 25 april 2007, 8 juni 2008, 22 december 2008 en 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de linkerkolom wordt punt I, A, aangevuld met : ‘
  11. Opsteller;
  12. Adjunct-verificateur;
  13. Verificateur;
  14. Eerstaanwezend verificateur;
  15. Verificateur boekhoudkundig deskundige;
  16. Administratief assistent;
  17. Adjunct-financieel assistent;
  18. Financieel assistent;
  19. Bestuurschef;
  20. Adjunct-fiscaal deskundige;
  21. Fiscaal deskundige; 5
  22. Fiscaal en administratief deskundige. ’; 2° in de linkerkolom, in de rubriek ‘ Opmerkingen ’, wordt tussen littera a’’’) en littera b) een littera a’’’’) ingevoegd, luidend als volgt : ‘ a’’’’) De titularissen van de in de punten A, 7 tot en met 18, bedoelde graden genieten enkel de preferentiële noemer indien zij op 1 januari 1993 opgenomen werden in een motorbrigade. ’ ». B.
  23. De verzoekers voeren in hun beroepen tot vernietiging aan dat die bepaling een discriminatie doet ontstaan in zoverre zij de personeelsleden van niveau 2 en 2+ die, zoals zij, zijn opgenomen in een motorbrigade van de Administratie der douane en accijnzen na 1 januari 1993, het preferentiële tantième 1/50 ontzegt voor de berekening van hun rustpensioen. Zij doen immers gelden dat de andere personeelsleden van de motorbrigades van die Administratie wel dat preferentiële tantième genieten. B.5.
  24. De wet van 20 november 2022 werd ingetrokken en vervangen bij de artikelen 39 en 40 van de wet van 11 december 2023 « houdende diverse bepalingen inzake pensioenen » (hierna : de wet van 11 december 2023). B.5.
  25. Artikel 39 van de wet van 11 december 2023 bepaalt : « De wet van 20 november 2022 tot wijziging van de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, wordt ingetrokken ». B.5.
  26. Artikel 40 van de wet van 11 december 2023 bepaalt : « In de bijlage van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen bij de wet van 3 februari 2003, aangevuld bij de wetten van 9 juli 2004, 25 april 2007, 8 juni 2008 en 22 december 2008 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de linkerkolom wordt punt I, A. aangevuld met : ‘
  27. Administratief assistent (a’’’’);
  28. Adjunct-financieel assistent, afgeschafte graad (a’’’’);
  29. Bestuurschef, afgeschafte graad (a’’’’); ’; 2° in de linkerkolom wordt punt I.A. aangevuld met : 6 ‘
  30. Adjunct-fiscaal deskundige, afgeschafte graad (a’’’’);
  31. Fiscaal deskundige (a’’’’);
  32. Financieel en administratief deskundige, afgeschafte graad (a’’’’). ’; 3° in de linkerkolom, in de rubriek ‘ Opmerkingen ’, wordt littera a’’) aangevuld met een tweede lid, luidende : ‘ De personeelsleden met de graad van financieel assistent die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid genieten enkel de preferentiële noemer indien zij op 1 januari 1993 werden opgenomen in een motorbrigade. ’; 4° in de linkerkolom wordt de rubriek ‘ Opmerkingen ’ aangevuld met een littera a’’’’) : ‘ a’’’’) De titularissen van de in de punten A.7 tot en met 12 bedoelde graden genieten enkel de preferentiële noemer indien zij op 1 januari 1993 opgenomen werden in een motorbrigade. ’ 5° in de rechterkolom wordt punt I.A. aangevuld met : ‘
  33. Opsteller (a’’’);
  34. Adjunct-verificateur (a’’’);
  35. Verificateur (a’’’);
  36. Eerstaanwezend verificateur (a’’’);
  37. Verificateur-accountant (a’’’) ’; 6° in de rechterkolom, in de rubriek ‘ Opmerkingen ’, wordt tussen littera a’’) en littera b) een littera a’’’) ingevoegd, luidend als volgt : ‘ a’’’) De titularissen van de in de punten A.32 tot en met 36 bedoelde graden genieten enkel de preferentiële noemer indien zij op 1 januari 1993 opgenomen werden in een motorbrigade. ’ ». B.
  38. Wat betreft de datum van inwerkingtreding van de voormelde bepalingen, bepaalde artikel 3 van de wet van 20 november 2022 enerzijds : « Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  39. In afwijking van het vorige lid is deze wet voor de toepassing van artikel 46, § 3/1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen slechts van toepassing op de pensioenen die ten vroegste ingaan op de eerste dag van de tweede maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ». 7 Artikel 41 van de wet van 11 december 2023 bepaalt anderzijds : « Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1993, met uitzondering van : - artikel 39, dat in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt; - artikel 40, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2002; - artikel 40, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober
  40. In afwijking van het vorige lid is deze wet voor de toepassing van artikel 46, § 3/1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen slechts van toepassing op de pensioenen die ten vroegste ingaan op 1 februari 2023 ». B.
  41. Uit die bepalingen volgt dat de wet van 20 november 2022 werd ingetrokken en vervangen met terugwerkende kracht tot de data waarop zij uitwerking had. B.
  42. Naar aanleiding van die intrekking van de wet van 20 november 2022 erkent de verzoekende partij in de zaak nr. 7999 dat, « formeel gezien », haar beroep zonder voorwerp is geworden. De verzoekende partij in de zaak nr. 8000 erkent dat zij is onderworpen aan de wet van 11 december 2023 voor de vaststelling van haar pensioenrechten, zodat zij geen belang meer heeft bij het beroep. De Ministerraad is van mening dat de beroepen van de verzoekende partijen zonder voorwerp zijn geworden en, ten overvloede, dat de verzoekende partijen geen belang meer hebben bij de beroepen. B.9.
  43. De verzoekende partijen hebben elk een beroep tot vernietiging ingesteld tegen artikel 40, 3°, 4° en 6°, van de wet van 11 december
  44. Die beroepen zijn niet gericht tegen het voormelde artikel 39 van de wet van 11 december
  45. B.9.
  46. Er werd binnen de wettelijke termijn geen enkel ander beroep tot vernietiging ingesteld tegen het voormelde artikel 39 van de wet van 11 december
  47. 8 B.
  48. Uit het voorafgaande volgt dat artikel 2 van de wet van 20 november 2022 geen rechtsgevolgen kon hebben noch zal kunnen hebben, zodat de beroepen zonder voorwerp zijn geworden. 9 Om die redenen, het Hof verwerpt de beroepen. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 19 september
  49. De griffier, De voorzitter, Nicolas Dupont Pierre Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.090 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.011 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.