← België

ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 16 januari 2025 ECLI nr

ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van artikel 23, § 1, 3°,

§ 2

, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2023 « over de onderwijsinternaten », ingesteld door de vzw « Sint-Ignatius ». Onderwijs - Vlaamse Gemeenschap - Onderwijsinternaten Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 6/2025 van 16 januari 2025 Rolnummer : 8163 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 23, § 1, 3°,

§ 2

, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2023 « over de onderwijsinternaten », ingesteld door de vzw « Sint-Ignatius ». Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters Luc Lavrysen

Pierre Nihoul,

de rechters Joséphine Moerman, Michel Pâques, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt

Kattrin Jadin, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Luc Lavrysen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep

rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 februari 2024 ter post aangetekende brief

ter griffie is ingekomen op 14 februari 2024, heeft de vzw « Sint-Ignatius », vertegenwoordigd door Gert Verbeken

Gillis De Troyer, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 23, § 1, 3°,

§ 2

, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2023 « over de onderwijsinternaten » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 augustus 2023). De Vlaamse Regering, bijgestaan

vertegenwoordigd door mr. Dirk Vanheule, advocaat bij de balie te Gent, heeft een memorie ingediend. Bij beschikking van 20 november 2024 heeft het Hof, na de rechters-verslaggeefsters Joséphine Moerman

Emmanuelle Bribosia te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend,

dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten

de zaak in beraad zou worden genomen. Aangezien geen

kel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen. 2 De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging

het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.1. De verzoekende partij meent dat zij, als inrichtende macht van een erkende school waaraan een internaat is verbonden, belang heeft bij de vernietiging van artikel 23, § 1, 3°,

§ 2

, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2023 « over de onderwijsinternaten », daar die bepalingen de financieringsvoorwaarden voor onderwijsinternaten wijzigen in een voor haar nadelige zin. Zij doet daarbij gelden dat er op dit ogenblik 37 leerlingen verblijven in haar internaat, dat zij voor het schooljaar 2022-2023 een bedrag van 108 711 euro aan financiering heeft ontvangen voor de werking van het internaat

dat zij niet voldoet aan de in de bestreden bepaling vervatte rationaliseringsnorm, waardoor zij niet langer recht heeft op financiering vanwege de Vlaamse Gemeenschap. A.2.1. De Vlaamse Regering voert aan dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de vzw « Sint-Ignatius » bij het instellen ervan niet op rechtsgeldige wijze was vertegenwoordigd. De personen die het verzoekschrift hebben ondertekend, meer bepaald Gert Verbeken

Gillis De Troyer, waren op het ogenblik van het indienen van dat verzoekschrift volgens haar immers geen lid meer van de raad van bestuur van de vzw. Zij zet uiteen dat het mandaat van de bestuurders van de vzw « Sint-Ignatius », volgens artikel 14, § 2, van de statuten, loopt voor een periode van zes jaar

dat de bestuurders die worden aangesteld in een tussentijds opengevallen bestuursfunctie het bestuursmandaat van de bestuurders die zij opvolgen, slechts voltooien. Artikel 14, § 4, van de statuten bepaalt dat de hoedanigheid van lid van het bestuursorgaan verloren gaat door het verstrijken van de duur van de benoeming, zij het dat, teneinde de continuïteit in de werking van de vereniging te verzekeren, de bestuurders hun mandaat behouden tot aan de eerstvolgende algemene vergadering waarop zal worden overgegaan tot de aanstelling van een nieuwe bestuurder. Artikel 18 van de statuten bepaalt dat, onverminderd de algemene vertegenwoordigingsmacht van het bestuursorgaan als college, de vereniging ten aanzien van derden zowel in als buiten rechte slechts rechtsgeldig is verbonden door de gezamenlijke handtekening van twee bestuurders. A.2.

  1. Uit het verslag van de buitengewone algemene vergadering van de vzw « Sint-Ignatius » van 4 maart 2017 leidt de Vlaamse Regering af dat Gillis De Troyer toen is aangesteld als penningmeester. Zij meent dat, indien moet worden aangenomen dat die aanstelling geldt als een aanstelling tot bestuurder, het bestuursmandaat van Gillis De Troyer overeenkomstig artikel 14 van de statuten is verlopen op 3 maart
  2. Zij stelt vast dat de algemene vergadering van de vzw op de eerstvolgende bijeenkomst van 16 november 2023 noch Gillis De Troyer, noch een andere persoon heeft aangesteld als nieuwe bestuurder. Zij leidt eruit af dat Gillis De Troyer op het ogenblik van het instellen van het beroep op 12 februari 2024 geen bestuurder meer was van de vzw, waardoor hij niet kon meebeslissen over het instellen van dat beroep

niet gemachtigd was om met een andere bestuurder de vereniging in rechte te vertegenwoordigen. De Vlaamse Regering stelt voorts vast dat Gert Verbeken

Paul Copriau door de algemene vergadering van de vzw op 28 februari 2020 werden aangesteld als bestuurders

dat het ontslag van Daniël Artmeyer

Michaël Bouwens als bestuurders op diezelfde datum door de algemene vergadering werd bekrachtigd. Daar Daniël Artmeyer als bestuurder was aangesteld op 20 april 2015

Michaël Bouwens op 4 maart 2017, betrof de aanstelling van Gert Verbeken

Paul Copriau een aanstelling als bestuurder in een tussentijds opengevallen bestuursfunctie, waarbij de aangestelde bestuurders, volgens artikel 14, § 2, van de statuten van de vzw, het bestuursmandaat van de bestuurders die zij opvolgen, slechts voltooien. De Vlaamse Regering leidt daaruit af dat de aanstellingstermijn van Gert Verbeken

Paul Copriau als bestuurder is verstreken sedert 19 april 2021 (datum van het verstrijken van het oorspronkelijke mandaat van Daniël Artmeyer) of sedert 3 maart 2023 (datum van het verstrijken van het oorspronkelijke mandaat van Michaël Bouwens)

dat Gert Verbeken op het ogenblik van het instellen van het beroep op 12 februari 2024 aldus geen bestuursmandaat meer uitoefende. Zij stelt vast dat de algemene vergadering van de vzw op de eerstvolgende bijeenkomst van 16 november 2023 Gert Verbeken niet heeft aangesteld als nieuwe bestuurder. 3 -B- B.1. De vzw « Sint-Ignatius », « vertegenwoordigd door haar raad van bestuur, in de persoon van Gert Verbeken

Gillis De Troyer, bestuurders », vordert de vernietiging van artikel 23, § 1, 3°,

§ 2

, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2023 « over de onderwijsinternaten ». Het verzoekschrift waarbij het beroep tot vernietiging bij het Hof aanhangig werd gemaakt, werd niet ondertekend door een advocaat, maar door Gert Verbeken

Gillis De Troyer, in de hoedanigheid van bestuurders van de vzw. B.2. De Vlaamse Regering voert aan dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is, omdat de vzw « Sint-Ignatius » bij het ondertekenen

het indienen van het verzoekschrift, respectievelijk op 12

13 februari 2024, niet op rechtsgeldige wijze was vertegenwoordigd. B.3.1. Volgens artikel 17 van de statuten van de vzw « Sint-Ignatius » vertegenwoordigt het bestuursorgaan van de vzw de vereniging « in

buiten rechte », treedt het op « als verweerder

eiser in alle rechtsgedingen »

beslist het « over het al dan niet aanwenden van rechtsmiddelen ». Volgens artikel 18 van die statuten is de vereniging ten aanzien van derden zowel in als buiten rechte slechts rechtsgeldig verbonden door de gezamenlijke handtekening van twee leden van het bestuursorgaan, « onverminderd de algemene vertegenwoordigingsmacht van het bestuursorgaan als college ». B.3.2. Uit de voormelde bepalingen van de statuten van de vzw « Sint-Ignatius » volgt dat het bestuursorgaan de vereniging in rechte vertegenwoordigt

dat de vereniging ten aanzien van derden, zowel in als buiten rechte, rechtsgeldig is verbonden door de gezamenlijke handtekening van twee bestuurders. B.3.3. Te dezen is het verzoekschrift waarmee het beroep tot vernietiging bij het Hof aanhangig werd gemaakt, ondertekend door Gert Verbeken

Gillis De Troyer, die zich daarbij beroepen op de hoedanigheid van bestuurder van de vzw « Sint-Ignatius ». 4 B.4.1. Volgens artikel 14, § 2, van de statuten van de vzw « Sint-Ignatius » kiest de algemene vergadering onder haar leden de bestuurders

loopt hun mandaat voor een periode van zes jaar. Volgens diezelfde bepaling voltooien de bestuurders die worden aangesteld in een tussentijds opengevallen bestuursfunctie slechts het bestuursmandaat van de bestuurders die zij opvolgen. Volgens artikel 14, § 4, van die statuten gaat de hoedanigheid van lid van het bestuursorgaan onder meer verloren door het verstrijken van de duur van de benoeming, zij het dat, teneinde « de continuïteit in de werking van de vereniging te verzekeren », « de bestuurders hun mandaat behouden tot aan de eerstvolgende Algemene Vergadering waarop zal worden overgegaan tot de aanduiding van een nieuwe bestuurder ». Volgens diezelfde bepaling gaat de algemene vergadering « binnen de 3 maanden na het vacant worden [van een mandaat van bestuurder], overeenkomstig het bepaalde in § 2, [over] tot de aanstelling van een nieuwe bestuurder »

zijn de « bestuurders wier functie een einde heeft genomen [...] ten allen tijde herverkiesbaar ». B.4.2. Daaruit volgt dat het mandaat van bestuurder van de vzw « Sint-Ignatius » loopt voor een periode van zes jaar

dat bij het verstrijken van die periode de algemene vergadering in beginsel dient over te gaan tot het aanstellen van een nieuwe bestuurder of tot het opnieuw aanstellen van de bestuurder wiens mandaat is verlopen. Daaruit volgt eveneens dat wanneer er een einde komt aan een bestuursmandaat vóór het verstrijken van de periode van zes jaar, de nieuwe bestuurder slechts wordt aangesteld voor de resterende tijd van die periode van zes jaar. B.5.

  1. Uit een in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte van de vzw « Sint-Ignatius » blijkt dat Gillis De Troyer op 4 maart 2017 door de algemene vergadering van de vzw werd aangesteld als bestuurder. Daar het mandaat van bestuurder volgens artikel 14, § 2, van de statuten loopt voor een periode van zes jaar, is aan het mandaat van Gillis De Troyer in beginsel een einde gekomen op 3 maart
  2. Uit het in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte verslag van de na 3 maart 2023 eerstvolgende algemene vergadering van de vzw (op 16 november 2023) blijkt niet dat Gillis De Troyer door die vergadering opnieuw werd aangesteld als bestuurder. 5 B.5.
  3. Daaruit volgt dat Gillis De Troyer op het ogenblik van het ondertekenen van het verzoekschrift

van het indienen ervan bij het Hof, overeenkomstig de statuten van de vzw « Sint-Ignatius », niet de hoedanigheid had van bestuurder van de vzw. B.6.1. Zoals de Vlaamse Regering aanvoert, was Gillis De Troyer op het ogenblik van het ondertekenen van het verzoekschrift

van het indienen ervan bij het Hof aldus niet gemachtigd om samen met een andere bestuurder de vzw « Sint-Ignatius » in rechte te vertegenwoordigen. Zijn handtekening onder het bij het Hof op 13 februari 2024 ingediende verzoekschrift van 12 februari 2024 kan immers niet worden beschouwd als een handtekening van een bestuurder van de vzw die samen met de handtekening van een andere bestuurder, overeenkomstig artikel 18 van de statuten van de vzw, de vereniging ten aanzien van derden rechtsgeldig kan verbinden. B.6.2. Daar de Vlaamse Regering de in B.2 vermelde exceptie heeft aangevoerd in haar bij het Hof overeenkomstig artikel 85 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof ingediende memorie, had de verzoekende partij de mogelijkheid om zich, in een bij het Hof overeenkomstig artikel 89, § 2, van die bijzondere wet ingediende memorie van antwoord, te verdedigen tegen de aangevoerde exceptie. De verzoekende partij heeft evenwel geen memorie van antwoord ingediend

uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht om een terechtzitting te vragen. B.

  1. De door de Vlaamse Regering aangevoerde exceptie is gegrond. B.
  2. Het beroep is niet ontvankelijk. 6 Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans

het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 16 januari 2025. De griffier, De voorzitter, Nicolas Dupont Luc Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.