id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 03 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.061 Arrest- Rolnummer: 61/2025 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-04-14 Raadplegingen: 405 - laatst gezien 2026-06-18 20:14 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: het beroep tot vernietiging van de wetten en procedures inzake gedeeltelijke verbeurdverklaring, volledige eigendomsoverdracht en uithuiszetting, ingesteld door Anita Huisman en Antonius Hoffmann. Voorafgaande rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 61/2025 van 3 april 2025 Rolnummer : 8423 In zake : het beroep tot vernietiging van de wetten en procedures inzake gedeeltelijke verbeurdverklaring, volledige eigendomsoverdracht en uithuiszetting, ingesteld door Anita Huisman en Antonius Hoffmann. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter Luc Lavrysen en de rechters-verslaggevers Yasmine Kherbache en Michel Pâques, bijgestaan door griffier Frank Meersschaut. wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 24 januari 2025 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 januari 2025, is beroep tot vernietiging van de wetten en procedures inzake gedeeltelijke verbeurdverklaring, volledige eigendomsoverdracht en uithuiszetting ingesteld door Anita Huisman en Antonius Hoffmann. Op 11 februari 2025 hebben de rechters-verslaggevers Yasmine Kherbache en Michel Pâques, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. Geen enkele memorie werd ingediend. De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 2 II. In rechte -A- A.
- In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep, ingesteld door Anita Huisman en Antonius Hoffmann, klaarblijkelijk onontvankelijk is. A.
- Er werd geen memorie met verantwoording ingediend. -B- B.
- De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van « de wetten en procedures inzake gedeeltelijke verbeurdverklaring, volledige eigendomsoverdracht en uithuiszetting ». B.
- Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6). B.
- Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, moeten de middelen van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden zijn geschonden, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden. Die vereisten zijn ingegeven, enerzijds, door de noodzaak voor het Hof om vanaf het indienen van het verzoekschrift in staat te zijn de juiste draagwijdte van het beroep tot vernietiging te bepalen, en, anderzijds, door de zorg om aan de andere partijen in het geding de 3 mogelijkheid te bieden op de argumenten van de verzoekers te repliceren, waartoe een duidelijke en ondubbelzinnige uiteenzetting van de middelen onontbeerlijk is. B.
- De verzoekende partijen verduidelijken niet welke wetgevende normen zij viseren, waardoor het Hof niet de juiste draagwijdte van het beroep tot vernietiging kan bepalen. Bijgevolg is niet aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 voldaan. B.
- Het beroep is klaarblijkelijk onontvankelijk. 4 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 3 april
- De griffier, De voorzitter, Frank Meersschaut Luc Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.061 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div