id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 08 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.005 Arrest- Rolnummer: 5/2026 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2026-01-19 Raadplegingen: 438 - laatst gezien 2026-06-18 12:09 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de beroepen tot vernietiging van de artikelen 127 en 128 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 17 mei 2024 « houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening », ingesteld door de Franse Gemeenschapsregering en door de Waalse Regering. Bestuursrecht - Vlaams bestuursrechtscollege - Raad voor Vergunningsbetwistingen - Uitbreiding van de bevoegdheden - Beroep zonder voorwerp Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 5/2026 van 8 januari 2026 Rolnummers : 8409 en 8413 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 127 en 128 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 17 mei 2024 « houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening », ingesteld door de Franse Gemeenschapsregering en door de Waalse Regering. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters Pierre Nihoul en Luc Lavrysen, en de rechters Yasmine Kherbache, Sabine de Bethune, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt en Magali Plovie, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Pierre Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging Bij twee verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 7 en 9 januari 2025 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 8 en 14 januari 2025, zijn beroepen tot vernietiging van de artikelen 127 en 128 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 17 mei 2024 « houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 juli 2024) ingesteld respectievelijk door de Franse Gemeenschapsregering, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Jérôme Sohier, advocaat bij de balie te Brussel, en door de Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Michel Kaiser, advocaat bij de balie te Brussel. Die zaken, ingeschreven onder de nummers 8409 en 8413 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. Memories en memories van wederantwoord zijn ingediend door : - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Bruno Lombaert, mr. Roxane Delforge en mr. Matthieu Nève de Mévergnies, advocaten bij de balie te Brussel; 2 - de Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Aube Wirtgen en mr. Sietse Wils, advocaten bij de balie te Brussel, en door mr. Stefan Sottiaux en mr. Claire Buggenhoudt, advocaten bij de balie van Antwerpen. De verzoekende partij in de zaak nr. 8413 heeft een memorie van antwoord ingediend. Bij beschikking van 12 november 2025 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Magali Plovie en Willem Verrijdt te hebben gehoord, beslist dat de zaken in staat van wijzen waren, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaken in beraad zouden worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, zijn de zaken in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- A.
- Volgens de Vlaamse Regering zijn de beroepen tot vernietiging zonder voorwerp geworden als gevolg van de vernietiging, bij het arrest van het Hof nr. 22/2025 van 13 februari 2025 (ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.022), van het decreet van het Vlaamse Gewest van 14 juli 2023 « tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen » (hierna : het decreet van 14 juli 2023). Hoewel de bestreden bepalingen de artikelen 5 en 6 van dat decreet hebben vervangen, hebben zij daaraan inhoudelijk niets gewijzigd. De bij de bestreden bepalingen vastgestelde wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (hierna : de VCRO) zijn bovendien, in tegenstelling tot wat de Waalse Regering aanvoert, niet in werking getreden op 20 juli 2024, maar wel, zoals de overige bepalingen van het decreet van 14 juli 2023, op 31 december
- De uitbreiding van de bevoegdheden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft bijgevolg pas plaatsgevonden op die laatste datum. Het Hof heeft vervolgens het decreet van 14 juli 2023 in zijn geheel vernietigd, waardoor alle daarbij vastgestelde wijzigingen van de VCRO met terugwerkende kracht ongedaan zijn gemaakt. Het voorgaande wordt bevestigd door het feit dat het voormelde arrest nr. 22/2025 in een nieuwe termijn van 60 dagen heeft voorzien om bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, een beroep in te stellen tegen de in de bestreden bepalingen bedoelde besluiten. In elk geval strekt het gezag van gewijsde van het voormelde arrest nr. 22/2025 zich noodzakelijkerwijze ook uit tot de bestreden bepalingen, aldus de Vlaamse Regering. Aangezien het decreet van 14 juli 2023 met terugwerkende kracht uit de rechtsorde is verdwenen, kon de decreetgever geen bepalingen van dat decreet vervangen. De bestreden bepalingen hebben geen zelfstandige draagwijdte. A.
- De Waalse Regering betwist dat de beroepen tot vernietiging zonder voorwerp zijn geworden als gevolg van het voormelde arrest nr. 22/
- De bestreden bepalingen verplaatsen sommige van de bepalingen die bij het vernietigde decreet van 14 juli 2023 zouden worden ingevoegd in de VCRO. De bestreden bepalingen zijn bovendien in werking getreden op 20 juli 2024, terwijl het decreet van 14 juli 2023 in werking is getreden op 31 december
- Daaruit volgt dat het Hof bij zijn arrest nr. 22/2025 uitsluitend de oorspronkelijke bepalingen van het decreet van 14 juli 2023 heeft vernietigd. De bestreden bepalingen daarentegen zijn blijven bestaan. Zij zijn vooralsnog niet opgeheven of vernietigd. 3 A.
- Ook de Ministerraad is van mening dat de beroepen tot vernietiging hun voorwerp hebben behouden. Hij zet uiteen dat, sinds de vernietiging van het decreet van 14 juli 2023, de bestreden bepalingen een zelfstandige grondslag vormen om een beroep in te stellen tegen de daarin bedoelde besluiten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Die bepalingen kunnen onafhankelijk van het decreet van 14 juli 2023 worden toegepast. -B- B.
- De beroepen tot vernietiging houden verband met de uitbreiding van de bevoegdheden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, zoals die was bepaald bij het decreet van het Vlaamse Gewest van 14 juli 2023 « tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen » (hierna : het decreet van 14 juli 2023). Bij dat decreet werden « de jurisdictionele beroepen tegen de besluiten houdende definitieve vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s), stedenbouwkundige verordeningen en voorkeursbesluiten en projectbesluiten inzake complexe projecten » toegewezen aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen (Parl. St., Vlaams Parlement, 2022- 2023, nr. 1726/1, p. 3). Voordien behoorden die geschillen tot de residuaire bevoegdheid van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak. B.2.
- Bij zijn arrest nr. 22/2025 van 13 februari 2025 (ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.022) heeft het Hof het decreet van 14 juli 2023 vernietigd. B.2.
- Het Hof heeft daarbij geoordeeld : « B.13.
- De principiële centralisatie, bij de Raad van State, van de bevoegdheid voor jurisdictionele beroepen tot nietigverklaring van verordenende administratieve rechtshandelingen, vormt een aan artikel 160 van de Grondwet ten grondslag liggend fundamenteel beginsel in de zin van de in B.9, tweede alinea, aangehaalde parlementaire voorbereiding van dat grondwetsartikel. Van dat beginsel kunnen de gemeenschappen en de gewesten niet afwijken zonder afbreuk te doen aan de aan de impliciete bevoegdheden verbonden voorwaarde betreffende de marginale weerslag op de federale bevoegdheden. 4 B.13.
- Daar de bij het bestreden decreet aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen verleende bevoegdheid betrekking heeft op administratieve rechtshandelingen die een verordenend karakter hebben, is de weerslag van dat decreet op de bevoegdheden van de federale overheid niet marginaal. Dat de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, bevoegd blijft om, op grond van artikel 14, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, uitspraak te doen over de cassatieberoepen ingesteld tegen de uitspraken van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, volstaat te dezen niet om te voldoen aan de voorwaarde betreffende de marginale weerslag op de federale bevoegdheden. B.13.
- Aangezien niet is voldaan aan de voorwaarde betreffende de marginale weerslag op de federale bevoegdheden, dienen de overige aan de impliciete bevoegdheden verbonden voorwaarden niet te worden onderzocht ». B.2.
- Het Hof heeft voorts gepreciseerd dat, « gelet op het feit dat de bepalingen van het decreet van 14 juli 2023 ofwel de bekritiseerde bevoegdheidsuitbreiding van de Raad voor Vergunningsbetwistingen regelen ofwel onlosmakelijk ermee verbonden zijn, […] dat decreet volledig [dient] te worden vernietigd » (B.14). B.2.
- Tot slot heeft het Hof, met betrekking tot de gevolgen van die vernietiging, geoordeeld : « B.16.
- Volgens artikel 20 van het decreet van 14 juli 2023 treedt dat decreet in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 31 december
- Daar de Vlaamse Regering geen datum van inwerkingtreding heeft vastgesteld, is het decreet van 14 juli 2023 in werking getreden op 31 december
- Volgens artikel 19 van het decreet van 14 juli 2023 is het decreet van toepassing op de besluiten vermeld in artikel 4.8.2, 1° en 2°, van de VCRO en artikel 45, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014, die zijn genomen vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli
- B.16.
- Uit de voormelde bepalingen volgt dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen, sinds 31 december 2024, de bevoegde jurisdictionele instantie is voor beroepen gericht tegen besluiten tot definitieve vaststelling van gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, tegen besluiten tot definitieve vaststelling van gewestelijke, provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en tegen voorkeursbesluiten en projectbesluiten inzake complexe projecten, in zoverre die besluiten zijn genomen op of na 31 december
- B.16.
- Het is aldus niet uitgesloten dat op het ogenblik van het wijzen van het onderhavige arrest bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen jurisdictionele beroepen aanhangig zijn gemaakt met toepassing van de bepalingen van het decreet van 14 juli
- De terugwerkende kracht van de vernietiging van het decreet van 14 juli 2023 heeft als gevolg dat 5 de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich onbevoegd dient te verklaren wat die beroepen betreft, en dat de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, moet worden geacht daarvoor bevoegd te zijn gebleven. B.17.
- Overeenkomstig artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘ tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ’ verjaren de beroepen bedoeld in artikel 14, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, 60 dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Het is mogelijk dat die termijn, wat sommige van de in B.16.2 vermelde besluiten betreft, reeds grotendeels of helemaal is verlopen op het ogenblik van het wijzen van het onderhavige arrest. B.17.
- Teneinde aan de betrokken rechtzoekenden het recht op een daadwerkelijk beroep bij het bevoegde rechtscollege te waarborgen, dient er een termijn van zestig dagen open te staan om een beroep in te stellen bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, tegen de in B.16.2 vermelde besluiten die zijn genomen tussen 31 december 2024 en de bekendmaking van het onderhavige arrest in het Belgisch Staatsblad. Die termijn gaat in op de dag van die bekendmaking, aangezien de verzoeker pas vanaf dat ogenblik kan worden geacht het bevoegde rechtscollege en de toepasselijke procedure te kennen ». B.3.
- De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van de artikelen 127 en 128 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 17 mei 2024 « houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening » (hierna : het decreet van 17 mei 2024). Die bepalingen luiden : « Art.
- Artikel 5 van het decreet van 14 juli 2023 tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, wordt vervangen door wat volgt : ‘ Art.
- Aan artikel 2.3.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt : “ §
- Het besluit tot definitieve vaststelling van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. ”. ’. Art.
- Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : 6 ‘ Art.
- In artikel 2.3.2 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een paragraaf 1/5 ingevoegd, die luidt als volgt : “ § 1/
- Het besluit tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. ”; 2° er wordt een paragraaf 2/5 toegevoegd, die luidt als volgt : “ § 2/
- Het besluit tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. ”. ’ ». B.3.
- De bestreden bepalingen hebben aldus de artikelen 5 en 6 van het decreet van 14 juli 2023 vervangen. Zoals ook blijkt uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 mei 2024 (Parl. St., Vlaams Parlement, 2023-2024, nr. 2182/1, pp. 74-75), werd het decreet van 14 juli 2023 daarbij niet inhoudelijk gewijzigd. De bestreden bepalingen houden in wezen een hernummering in van enkele bepalingen die krachtens dat laatste decreet in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (hierna : de VCRO) zouden worden ingevoegd, en op grond waarvan de bevoegdheden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen zouden worden uitgebreid tot de beroepen tegen besluiten tot definitieve vaststelling van gewestelijke, provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen. B.3.
- De bestreden bepalingen zijn, bij gebrek aan andersluidende bepalingen, in werking getreden op 20 juli 2024, zijnde de tiende dag na de bekendmaking van het decreet van 17 mei 2024 in het Belgisch Staatsblad. Het decreet van 14 juli 2023, met inbegrip van de bij de bestreden bepalingen vervangen artikelen 5 en 6 ervan, is op zijn beurt in werking getreden op 31 december 2024 (artikel 20 van het decreet van 14 juli 2023). B.
- Bij zijn voormelde arrest nr. 22/2025 heeft het Hof het decreet van 14 juli 2023 in zijn geheel vernietigd, zonder een onderscheid te maken tussen de opeenvolgende versies ervan. Als gevolg van de terugwerkende kracht van die vernietiging moet dat decreet worden geacht 7 nooit te hebben bestaan en hebben de bestreden bepalingen hun voorwerp verloren. De bij die bepalingen vastgestelde wijzigingen van de VCRO moeten daardoor worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad. Ook uit de voormelde overwegingen van het arrest nr. 22/2025 blijkt dat de daarbij door het Hof uitgesproken vernietiging met name de uitbreiding van de bevoegdheden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen tot de in de bestreden bepalingen bedoelde beroepen tegen besluiten tot definitieve vaststelling van gewestelijke, provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, ongedaan heeft gemaakt. B.
- De beroepen tot vernietiging zijn bijgevolg zonder voorwerp. 8 Om die redenen, het Hof verwerpt de beroepen. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 8 januari
- De griffier, De voorzitter, Nicolas Dupont Pierre Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.005 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.022 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div