id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 16 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.049 Arrest- Rolnummer: 49/2026 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2026-04-27 Raadplegingen: 337 - laatst gezien 2026-06-18 06:42 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de vordering tot vernietiging van de beslissing van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 12 september 2025 betreffende het recht op werkloosheidsuitkeringen, ingesteld door C.R. Voorafgaande rechtspleging - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid van het Hof Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 49/2026 van 16 april 2026 Rolnummer : 8636 In zake : de vordering tot vernietiging van de beslissing van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 12 september 2025 betreffende het recht op werkloosheidsuitkeringen, ingesteld door C.R. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter Pierre Nihoul en de rechters-verslaggevers Thierry Giet en Sabine de Bethune, bijgestaan door griffier Frank Meersschaut, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 januari 2026 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 februari 2026, heeft C.R. een vordering tot vernietiging ingesteld van de beslissing van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 12 september 2025 betreffende het recht op werkloosheidsuitkeringen. Op 10 februari 2026 hebben de rechters-verslaggevers Thierry Giet en Sabine de Bethune, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. C.R. heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 2 II. In rechte -A- A.
- In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het door de verzoekende partij ingestelde beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. A.
- De verzoekende partij antwoordt niet op de bezwaren die zijn opgeworpen door de rechters- verslaggevers. Zij voert niet aan dat het Hof bevoegd zou zijn om na te gaan of de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de normen naleeft waarop het toeziet. Zij herformuleert het voorwerp van haar vordering om het advies van het Hof te vragen over de schending door « de nieuwe wet betreffende de uitsluiting van personen ouder dan 62 jaar van de werkloosheid » van de artikelen 9, 10 en 23 van de Grondwet. -B– B.
- In haar verzoekschrift vordert de verzoekende partij de vernietiging van een beslissing van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 12 september 2025 met betrekking tot het recht op werkloosheidsuitkeringen. Vervolgens heeft zij haar vordering geherformuleerd in een verzoek om advies over de bestaanbaarheid met de artikelen 9, 10 en 23 van de Grondwet van « de nieuwe wet inzake de uitsluiting van personen ouder dan 62 jaar van de werkloosheid », bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli
- B.
- Krachtens artikel 142 van de Grondwet en de artikelen 1 en 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof doet het Hof uitspraak over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties of over prejudiciële vragen dienaangaande, gesteld door rechtscolleges. Noch die bepalingen, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling, verlenen het Hof de bevoegdheid om uitspraak te doen over een vordering tot vernietiging gericht tegen een beslissing van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Het Hof is evenmin bevoegd om kennis te nemen van een verzoek om advies over de bestaanbaarheid van een wet met de Grondwet. B.
- De vordering behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 3 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt de vordering. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 16 april
- De griffier, De voorzitter, Frank Meersschaut Pierre Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div