← België

ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040512.22

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040512.22 Rolnummer: 1993AR262;2003AR3137 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-22 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-03 23:36 Fiche

  1. Wanneer de appelrechter in een procedure van gerechtelijk verdeling partijen naar de boedelnotaris verwijst, kan hij niet rechtstreeks kennis nemen van eventuele zwarigheden maar dienen deze bij de eerste rechter aanhangig gemaakt
  2. Wanneer de appelrechter de beslissing waarbij de eerste rechter zich ten onrechte onbevoegd verklaarde hervormt, neemt hij ingevolge de verruimde devolutieve werking van het hoger beroep kennis van het hele geschil Vrije woorden:
  3. Gerechtelijke verdeling verwijzing naar boedelnotaris door appelrechter zwarigheden bevoegdheid
  4. Bevoegdheid hervorming van beslissing waarbij de eerste rechter zich onbevoegd verklaart verruimde devolutieve werking Nota:
  5. Mosselmans, S., "Over de (on)ontvankelijkheid van niet te gepasten tijde opgeworpen "beweringen en zwarigheden" in het raam van een vereffening-verdeling", noot onder Cass. 29.11.2001, R.W. 2001-2002, p. 1536, nr. 6
  6. Taelman, P. en Piteus, K., "Dynamiek en evolutie van het geding in hoger beroep" in "Goed procesrecht Goed procederen XXIXste Postuniversitaire Cyclus Willy Delva", Kluwer, 2004, p. 401, nr. 70 Tekst van de beslissing Het Hof; Gelet op de processtukken in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 1993/AR/262, waaronder de op grond van art. 1219 Ger.W op 24.07.2002 ter griffie van dit Hof neergelegde uitgiften van de staat van vereffening d.d. 03.06.1998 en van het proces-verbaal van zwarigheden d.d. 18.05.1999 van de boedelnotaris; Gelet op de herneming van de zaak voor zoveel als nodig wegens de gewijzigde samenstelling van de zetel; Gelet op de door de wet vereiste processtukken in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 2003/AR/3137, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder de bestreden vonnissen, waarvan geen akten-betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift neergelegd op 11.12.2003, waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld; Overwegende dat partijen huwden op 12.07.1982; dat de heer N. op 27.09.1990 een echtscheidingsprocedure inleidde op grond van feitelijke scheiding van meer dan vijf jaar; dat deze vordering werd afgewezen bij vonnis d.d. 06.05.1992; dat de heer N. hiertegen hoger beroep instelde bij verzoekschrift neergelegd op 26.01.1993; dat, bij arrest d.d. 22.11.1995 van dit Hof op verzoek van de heer N. de echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken op grond van feitelijke scheiding, de aanvangsdatum van de feitelijke scheiding bepaald werd op 09.05.1984, het schuldvermoeden werd weerlegd, de gerechtelijke verdeling werd bevolen van de tussen partijen bestaande onverdeeldheid en partijen daartoe werden verwezen naar notaris C. te Antwerpen; dat dit arrest op 18.12.1995 werd betekend en niet bestreden werd zodat de echtscheiding tussen partijen is voltrokken sedert 19.03.1996, waarover geen betwisting; dat de boedelnotaris de voormelde staat van vereffening en het voormelde proces-verbaal van zwarigheden, samen met het advies, op 14.04.2000 neerlegde ter griffie van de eerste rechter; dat de eerste rechter bij het voormelde bestreden vonnis d.d. 22.04.2002 ambtshalve de vraag opwierp naar haar bevoegdheid en daartoe de debatten heropende; dat zij, bij het bestreden vonnis d.d. 17.06.2002, zich zonder rechtsmacht verklaarde; dat de boedelnotaris vervolgens op 24.07.2002 de uitgiften van de staat van vereffening d.d. 03.06.1998 en van het proces-verbaal van zwarigheden d.d. 18.05.1999 ter griffie van dit Hof neerlegde; Overwegende dat de materiële bevoegdheid van openbare orde is, partijen er niet vrij over kunnen beschikken en de rechter de schending ervan ambtshalve dient op te werpen; Overwegende dat het Hof ter terechtzitting van 30.04.2003 in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 1993/AR/262 ambtshalve de vraag naar haar bevoegdheid opwierp, waarop de zaak meermaals werd uitgesteld; dat mevrouw D. B. inmiddels eveneens hoger beroep instelde tegen de voormelde vonnissen d.d. 22.04.2002 en 17.06.2002 wat het voorwerp van de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 2003/AR/3137 uitmaakt; dat deze beide zaken dus samenhangend zijn in de zin van artikel 30 Ger.W. zodat het aangewezen is deze samen te voegen (art. 856 Ger.W); Overwegende dat het vonnis waarbij de partijen in het kader van een procedure van gerechtelijke verdeling naar de boedelnotaris worden verwezen, geen vonnis is alvorens uitspraak te doen zoals bedoeld in art. 19 2de lid Ger.W., maar een eindvonnis (Cass. 12.01.1979, Arr. Cass. 1978-79, 540; Cass. 19.11.1991, Arr. Cass., 1991-92, 369); Dat de rechter, door de verwijzing van partijen naar de boedelnotaris, zijn rechtsmacht volledig uitgeput heeft en niet meer van de zaak gevat is (zie o.m. De Page, Ph., Rev. Not. B., 1992, 285, noot onder Rb. Brussel, 15.02.1991); dat immers, wanneer de partijen tot een regeling komen en tegen de staat van vereffening geen zwarigheden meer worden geformuleerd, de rechter op geen enkele wijze meer tussenkomt; Dat de zaak slechts opnieuw bij de rechter aanhangig gemaakt kan worden op de door de Wet bepaalde bijzondere wijze van inleiding, m.n. door neerlegging van de uitgiften van de staat van vereffening en van het proces-verbaal van zwarigheden, overeenkomstig art. 1219 ,§ 2 Ger.W.; Dat deze procedure inzake de beweringen en zwarigheden dan ook in wezen een nieuwe procedure is die, procedureel gezien, niet voortbouwt op die waarbij partijen naar de boedelnotaris werden verwezen, zodat, wanneer deze laatste beslissing door de appelrechter werd genomen, deze niet bevoegd is om van de zwarigheden kennis te nemen maar de zaak in eerste aanleg dient aanhangig gemaakt overeenkomstig art. 1219 ,§ 2 Ger.W. (zie o.m. Mosselmans, S., "Over de (on)ontvankelijkheid van niet te gepasten tijde opgeworpen "beweringen en zwarigheden" in het raam van een vereffening-verdeling", noot onder Cass. 29.11.2001, R.W. 2001-2002, p. 1536, nr. 6); Overwegende dat het Hof dan ook niet bevoegd is om kennis te nemen van de procedure van zwarigheden die rechtstreeks bij haar aanhangig gemaakt werd door de neerlegging van de uitgiften van de staat van vereffening en het proces-verbaal van zwarigheden; dat de vorderingen in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 1993/AR/262 bijgevolg niet toelaatbaar zijn; Overwegende dat, om dezelfde reden, de eerste rechter wel degelijk bevoegd was om van deze zwarigheden kennis te nemen, zodat hij zich dienaangaande ten onrechte zonder rechtsmacht verklaarde; dat de bestreden vonnissen dienaangaande dienen hervormd; Overwegende dat wanneer de appelrechter de beslissing waarbij de eerste rechter zich ten onrechte onbevoegd verklaarde hervormt, hij ingevolge de verruimde devolutieve werking van het hoger beroep op grond van art. 1068 Ger.W. kennis neemt van het hele geschil en er uitspraak over doet (Taelman, P. en Piteus, K., "Dynamiek en evolutie van het geding in hoger beroep", in "Goed procesrecht Goed procederen - XXIXste Postuniversitaire Cyclus Willy Delva", Kluwer, 2004, p. 401, nr. 70); Overwegende dat evenwel dient vastgesteld dat mevrouw D. B. in haar conclusie niet besloten heeft over de grond van de zaak, maar dienaangaande verwijst naar "vorige besluiten waarin de problematiek en de argumenten werden uiteengezet", maar zij slechts één conclusie heeft neergelegd zodat zij niet ten gronde besloten heeft; dat het bijgevolg passend is de debatten te heropenen teneinde partijen de mogelijkheid te bieden besluiten over de grond van de zaak te nemen; OM DIE REDENEN: HET HOF, na beraad, Recht sprekend op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Na herneming van de zaak voor zoveel als nodig wegens de gewijzigde samenstelling van de zetel; Voegt de zaken 1993/AR/262 en 2003/AR/3137 samen; Verklaart de vorderingen in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 1993/AR/262 niet toelaatbaar; Ontvangt het hoger beroep in de zaak ingeschreven op de algemene rol onder nummer 2003/AR/3137 en verklaart dit als volgt gegrond; Doet de bestreden vonnissen d.d. 22.04.2002 en d.d. 17.06.2002 te niet; Opnieuw wijzend : Zegt dat de eerste rechter bevoegd was om kennis te nemen van de door neerlegging ter griffie van de staat van vereffening en van het proces-verbaal van zwarigheden regelmatig aanhangig gemaakte procedure inzake beweringen en zwarigheden; Trekt de zaak aan zich in toepassing van art. 1068 2de lid Ger.W.; Zelf wijzend ingevolge de verruimde devolutieve werking van het hoger beroep; Alvorens nader te beslissen, Heropent de debatten op de terechtzitting van 25 mei 2005 om 11.00 uur teneinde partijen toe te laten ten gronde te besluiten; Houdt de uitspraak over de kosten aan. PDF document ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040512.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.